Zoekresultaten 51-60 van de 48312 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9454

    Klacht van ouders tegen vertrouwensarts kennelijk ongegrond. Klacht tegen vertrouwensarts over een onderzoek over Kindermishandeling door falsicifiactie. Klagers verwijten de vertrouwensarts ook dat ze onvoldoende objectief was in het onderzoek.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:79 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/779265 / DW RK 25/496 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klager heeft zich er – onder meer – over beklaagd dat de beslagvrije voet te laag is vastgesteld en dat bij de restitutie van teveel ingehouden bedragen geen is gehouden met toepassing van de 5% regeling. De voorzitter heeft de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9351

    klacht tegen plastisch chirurg. Klager lijdt aan Dupuytren en heeft een percutane naaldfasciotomie ondergaan. Na de ingreep ontstaat een peesruptuur. Na een hersteloperatie trad opnieuw een ruptuur op. Klager verwijt de chirurg kort gezegd dat het informed consent onvolledig was en dat niet duidelijk is geworden waarom de ruptuur en de reruptuur zijn opgetreden. Het college oordeelt dat er sprake is van een zeldzame complicatie. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:73 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/782938 / DW RK 26/73 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder weigert het bezwaar van klager inhoudelijk te behandelen en een onredelijke opstelling zou hebben bij betalingsvoorstellen van klager. De voorzitter heeft de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:80 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/792024 / DW RK 26/383 MK/SM

    Verzoek voorlopige schorsing ex art. 38 lid 1 Gdw. Verzoek afgewezen. De kamer komt tot een afwijzing van het verzoek. Hoewel het mogelijk is dat de uitleg van [ x ] uiteindelijk wordt gevolgd, is die uitleg niet zo evident – en is de uitleg van de gerechtsdeurwaarder niet zodanig zonder grond dat daarvan geabstraheerd moet worden – dat de gerechtsdeurwaarder zijn bewaarplicht (ook) anders moet berekenen zoals het BFT voorstaat. De verwijzing van het BFT naar de uitspraak van hof Amsterdam uit 2021 maakt dit ook niet anders.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:179 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3203

    .

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:283 Hof van Discipline 's Gravenhage 260340

    Klacht tegen deken niet verwezen. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het toelaten van stukken of het voeren van regie). Klaagster kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, haar klacht over mr. B laten toetsen door de raad van discipline.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:284 Hof van Discipline 's Gravenhage 260367

    Beklag artikel 13 lid 3 Advocatenwet ongegrond. De derde en thans vierde executieveiling zijn een gevolg van het niet-nakomen door klager van afspraken in de vaststellingsovereenkomst. In de door klager aangevoerde argumenten ziet het hof geen nieuwe feiten of omstandigheden die maken dat de vierde executieveiling een andere (nieuwe) kwestie betreft die los staat van de reeds plaatsgevonden executieveilingen. Dit betekent dat het aanwijzingsverzoek van klager betrekking heeft op dezelfde kwestie waarvoor al eerder aan klager een advocaat is aangewezen. Verder heeft klager in juni 2026 contact gelegd met een advocaat die bereid was klager bij te staan. Klager heeft op 27 juli 2026 laten weten de opdracht niet te kunnen verstrekken vanwege zijn financiële situatie. Dat klager de declaratie volgens zijn zeggen niet heeft kunnen betalen omdat hij het daarvoor benodigde geld niet had ontvangen (van derden), betekent niet dat de deken daarom nu een advocaat moet aanwijzen aan klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:178 Raad van Discipline Amsterdam 26-455/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft in haar verweerschrift met de nodige terughoudendheid gesproken over een vermoeden van fraude met het chargebackproces en niet, zoals klager stelt, van een beschuldiging die als feit wordt gepresenteerd. Verder mocht verweerster zich voor de in haar verweerschrift weergegeven feiten en omstandigheden baseren op het door haar cliënte verschafte feitenmateriaal. Geen sprake van schending van gedragsregels 7 en 8.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:179 Raad van Discipline Amsterdam 26-469/A/NH

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegrond. Verweerder heeft na de mondelinge behandeling van de zaak een e-mail gestuurd aan de rechtbank waarin hij verzoekt om duidelijkheid te verschaffen over de termijn waarop vonnis gewezen wordt. Hiermee heeft verweerder geen poging gedaan om de rechter te beïnvloeden als de uitwisseling van de wederzijdse standpunten is afgerond. Verweerders e-mail aan de rechtbank is niet onbetamelijk.