Zoekresultaten 19951-20000 van de 47540 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:270 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.442

    Klacht tegen een psychiater. Klaagster verwijt de psychiater dat hij een seksuele relatie met haar is aangegaan terwijl zij psychisch zwak was, dat de behandeling niet adequaat is geweest, dat hij de slachtofferrol aanneemt, dat hij geen (goede) diagnose heeft gesteld en dat de dossiervoering onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de doorhaling bevolen van de inschrijving van de psychiater in het BIG-register en voor het geval hij niet is ingeschreven hem het recht ontzegt om wederom in dit register te worden ingeschreven. Verder heeft dat College bij wijze van voorlopige voorziening de inschrijving in het BIG-register van de psychiater geschorst. Het beroep van de psychiater is gericht tegen de zwaarte van de hem opgelegde maatregel. Het Centraal Tuchtcollege is voldoende overtuigd dat de psychiater, met behulp van de reeds door hem gevolgde (psycho)therapieën, ten tijde van de behandeling in beroep wel voldoende inzicht heeft verkregen in het hoe en waarom van zijn grensoverschrijdende gedrag jegens klaagster, dat hij inzicht heeft in hoe en waarom hij tot het grensoverschrijdend gedrag is gekomen en dat hij bereid en gemotiveerd is om de door hem aangevangen therapie te continueren. Bij dit oordeel weegt tevens mee dat de psychiater reeds ruim twintig jaar als psychiater werkzaam is geweest, dat hij niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld en dat evenmin is gebleken dat de psychiater eerder grensoverschrijdend heeft gehandeld . Het Centraal Tuchtcollege acht de maatregel van schorsing van zijn inschrijving in het BIG-register voor de maximale duur van één jaar passend en vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege in zoverre

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:271 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.443

    Klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster verwijt de psychotherapeut dat hij een seksuele relatie met haar is aangegaan terwijl zij psychisch zwak was, dat de behandeling niet adequaat is geweest, dat hij de slachtofferrol aanneemt, dat hij geen (goede) diagnose heeft gesteld en dat de dossiervoering onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de doorhaling bevolen van de inschrijving van de psychotherapeut in het BIG-register en voor het geval hij niet is ingeschreven hem het recht ontzegt om wederom in dit register te worden ingeschreven. Verder heeft dat College bij wijze van voorlopige voorziening de inschrijving in het BIG-register van de psychotherapeut geschorst. Het beroep van de psychotherapeut is gericht tegen de zwaarte van de hem opgelegde maatregel. Het Centraal Tuchtcollege is voldoende overtuigd dat de psychotherapeut, met behulp van de reeds door hem gevolgde (psycho)therapieën, ten tijde van de behandeling in beroep wel voldoende inzicht heeft verkregen in het hoe en waarom van zijn grensoverschrijdende gedrag jegens klaagster, dat hij inzicht heeft in hoe en waarom hij tot het grensoverschrijdend gedrag is gekomen en dat hij bereid en gemotiveerd is om de door hem aangevangen therapie te continueren. Bij dit oordeel weegt tevens mee dat de psychotherapeut reeds ruim twintig jaar als arts werkzaam is geweest, dat hij niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld en dat evenmin is gebleken dat de psychotherapeut eerder grensoverschrijdend heeft gehandeld. Het Centraal Tuchtcollege acht de maatregel van schorsing van zijn inschrijving in het BIG-register voor de maximale duur van één jaar passend en vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege in zoverre.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:272 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.093

    Klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster heeft een klacht ingediend namens haar overleden echtgenoot (hierna: patiënt). Bij patiënt is een stuk dikke darm verwijderd en een ileostoma aangelegd door middel van een ischaeische darm. De operatie verliep ongecompliceerd. Twee dagen na de operatie had de verpleegkundige de verpleegkundige zorg voor patiënt. De dag daarna is patiënt na een postoperatieve ileus (darmobstructie) overleden. Klaagster verwijt de verpleegkundige onder meer dat hij geen acht sloeg op symptomen die op een ileus wezen, dat hij niet vaak genoeg de maagretentie heeft bepaald volgens het protocol en dat hij (te) weinig empathie jegens klaagster en haar kinderen heeft getoond. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep en sluit zich aan bij het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege .

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:20 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/74

    Dierenarts handelt bij een röntgenlogische keuring van een paard niet overeenkomstig de redelijk bekwame beroepsuitoefening, onder meer door in het keuringsrapport voorbarig en zonder voorbehoud te noteren dat een fragment geen probleem zou opleveren bij gebruik van het paard in de sport . Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:273 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.094

    Klacht tegen een arts. Klaagster heeft een klacht ingediend namens haar overleden echtgenoot (hierna: patiënt). Bij patiënt is een stuk dikke darm verwijderd en een ileostoma aangelegd door middel van een ischaeische darm. De operatie verliep ongecompliceerd. Twee dagen na de operatie had de arts middag en avonddienst als zaalarts. De dag daarna is patiënt na een postoperatieve ileus (darmobstructie) overleden. Klaagster verwijt de arts onder meer dat zij geen dan wel de verkeerde diagnose heeft gesteld, dat zij geen adequaat onderzoek heeft gedaan, dat zij (te) weinig empathie jegens klaagster en haar kinderen heeft getoond en dat zij niets over patiënt of zijn klachten in het dossier heeft geschreven. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep en sluit zich aan bij het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege . Het Centraal Tuchtcollege benadrukt ten overvloede dat een arts een eigen dossierplicht heeft en dat hij in beginsel zelf zijn bevindingen, overwegingen, en/of de door hem uitgevoerde verrichtingen in het dossier noteert, een en ander voor zover dit voor een goede hulpverlening aan de patiënt noodzakelijk is.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:21 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/84

    Dierenarts wordt verweten onvoldoende onderzoek te hebben verricht naar de oorzaak van sinds 2012 herhaaldelijk door klager gemelde gezondheidsklachten bij zijn hond, waardoor zou zijn verzuimd de diagnose chronisch nierfalen te stellen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:274 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.536

    De Inspectie verwijt de arts, (inschrijving op eigen verzoek doorgehaald), schending van de tweede tuchtnorm door (zakelijk weergegeven): a. zeer risicovol te handelen met het verstrekken en intraveneus toedienen van een hoge dosering methamfetamine aan een hem onbekende chemsekspartner. Deze partner is overleden. Hierbij is van belang dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de tolerantie voor methamfetamine bij deze partner en de gebruikte methamfetamine niet op zuiverheid heeft laten onderzoeken. Verweerder heeft de chemseks voorbereid en zich als arts gepresenteerd. Toen de partner begon te schokken maar desondanks verder wilde met de seks, heeft verweerder niet zelf besloten te stoppen. b. in strijd met de geneesmiddelenwet (buitenlandse) geneesmiddelen in voorraad in huis te hebben. Voorts in strijd te hebben gehandeld met de Opiumwet met de aanwezigheid van o.m. methamfetamine. Voorts heeft hij zich langdurig medicijnen laten voorschrijven zonder deze (volledig) te willen gebruiken, hetgeen in strijd is met artikel 11 van de gedragsregels voor artsen van de KNMG; c. het uitschrijven, ondertekenen en afhalen van negen recepten, inclusief zestien herhalingsrecepten op naam (en papier) van een ander ten behoeve van zichzelf. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard; aan verweerder het recht om wederom in het BIG register te worden ingeschreven ontzegd; bepaald dat deze ontzegging onmiddellijk van kracht wordt en de publicatie gelast. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de arts, handhaaft de ontzegging van het recht tot wederinschrijving en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:22 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/75

    Dienstdoend dierenarts laat na veterinaire zorg te verlenen met betrekking tot een pup, die onder meer met diarree kampte. In verband met een eerdere tuchtmaatregel volgt thans een boete van € 1.000, waarvan € 750 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/379

    Klacht over behandeling door genderteam. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:269 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.068

    Klacht tegen huisarts. Klaagster heeft verweerder verzocht om een verwijzing voor het maken van een mammografie en hem medegedeeld dat zij bang was dat zij borstkanker had, omdat meerdere familieleden waren gediagnosticeerd met kanker. Zij verwijt verweerder dat hij tijdens een consult op 23 november 2015 geen onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van de door haar gemelde klachten en geen diagnose heeft gesteld. Hierdoor heeft volgens klaagster ook geen behandeling plaatsgevonden. Klaagster voelt zich niet serieus genomen door verweerder toen zij haar klachten aan hem presenteerde en ook niet nadien, toen klaagster - toen zij al geen patiënt meer van verweerder was - de gang van zaken tijdens de consulten in 2015 met hem wilde nabespreken. Klaagster heeft zich in december 2015 laten uitschrijven bij de praktijk van verweerder en heeft zich tot een nieuwe huisarts gewend. Vervolgens is in januari 2016 is bij haar borstkanker vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing voor zover deze betreft het klachtonderdeel over onvoldoende onderzoek en geen diagnose. Het Centraal Tuchtcollege is echter van oordeel dat bij klaagster met recht het gevoel kan zijn ontstaan dat zij door de huisarts niet serieus werd genomen. Het beroep van klaagster slaagt op dit punt. Het Centraal Tuchtcollege legt de huisarts een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:266 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.024

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager verbleef uit hoofde van preventieve hechtenis in het Huis van Bewaring. De gz-psycholoog was daar destijds als zodanig werkzaam. Tijdens de preventieve hechtenis heeft klager gedurende enige tijd in de isolering verbleven en is hij overgeplaatst naar het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC). Klager verwijt de gz‑psycholoog dat zij betrokken is geweest bij: het geven van onjuiste adviezen aan PMO-leden (Psycho Medisch Overleg) en de directie, waardoor klager drie weken in de isolering met cameratoezicht moest verblijven; het nemen van een onterechte beslissing, door klager aan te melden voor de PPC‑plaatsing waar klager nog vier weken in de isolering met cameratoezicht heeft verbleven. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:267 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.025

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager verbleef uit hoofde van preventieve hechtenis in het Huis van Bewaring. De gz-psycholoog was daar destijds als zodanig werkzaam. Tijdens de preventieve hechtenis heeft klager gedurende enige tijd in de isolering verbleven en is hij overgeplaatst naar het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC). Klager verwijt de gz‑psycholoog dat zij betrokken is geweest bij: het geven van onjuiste adviezen aan PMO-leden (Psycho Medisch Overleg) en de directie, waardoor klager drie weken in de isolering met cameratoezicht moest verblijven; het nemen van een onterechte beslissing, door klager aan te melden voor de PPC‑plaatsing waar klager nog vier weken in de isolering met cameratoezicht heeft verbleven. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:268 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.237

    Klachten tegen psychiater over (i) het niet aanpassen van een door een GZ-psycholoog (waarvoor de psychiater volgens klaagster eindverantwoordelijk was) opgemaakt rapport, (ii) het geen gehoor geven aan een oproep van een kantonrechter om een verklaring over de geestelijke gesteldheid van klaagster af te leggen en (iii) over het hebben van contact met de familie van klaagster over klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-272b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Blijkt niet van twijfels over de onafhankelijkheid of de integriteit van een van beide behandelaren, het enkele feit dat zij een relatie hadden is onvoldoende. Ook geen aanleiding dat de psychiater als Manager Zorg tekort is geschoten in verplichting om met klager in gesprek te gaan over diens onvrede met betrekking tot de behandeling. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/240GZP

    Verweerster heeft als gezondheidszorgpsycholoog een forensisch psychologisch onderzoek naar de opvoedingsvaardigheden van klaagster en haar echt-echtgenoot. Klaagster verwijt verweerster onzorgvuldig handelen. Zij heeft zich gebaseerd op verouderde rapportages. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-272c

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Niet vast komt te staan dat de psychiater geen rekening heeft gehouden met de astmaklachten van klager en geen interesse heeft getoond in het handhaven van het rookbeleid. De psychiater is niet betrokken geweest bij de overplaatsing van klager. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/145

    Klager verwijt verweerster het niet serieus nemen van bestaande klachten, het nalaten om een PSA-meting te laten doen en heeft niet samen gewerkt met de collega's in de praktijk. Klager lijdt inmiddels aan uitgezaaide prostaatkanker. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-120

    Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft in twee contacten nagelaten voldoende zorg te verlenen. De huisarts heeft niet duidelijk kunnen maken in hoeverre hij de patiënt op zijn benauwdheidsklachten heeft bevraagd en zich heeft vergewist van de ernst van de klachten alvorens hij patiënt naar huis stuurde. Tijdens het tweede contact heeft de huisarts nagelaten om volgens de NHG-richtlijnen astma voor volwassenen zelf maatregelen te nemen om de zuurstof-saturatie te doen stijgen. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/187

    Klager verwijt verweerster het niet serieus nemen van bestaande klachten, het nalaten om een PSA-meting te laten doen en heeft niet samen gewerkt met de collega's in de praktijk. Klager lijdt inmiddels aan uitgezaaide prostaatkanker. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:20 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/12

    Klaagsters verwijten de notaris dat hij als vereffenaar hun klachten wegwuift, een onnavolgbare koers vaart en de samenwerking laat escaleren. Meer concreet verwijten klaagsters de notaris, dan wel zijn medewerker de heer [naam medewerker notaris], dat: hij relevante informatie achterhoudt en onvoldoende communiceert (klachtonderdeel 1); zonder reden een onjuiste en onvolledige boedelstaat ter griffie heeft gedeponeerd (klachtonderdeel 2); bedenkelijk gedrag vertoont (klachtonderdeel 3); wettelijke regels niet nakomt (klachtonderdeel 4) en de erfgenamen onnodig op kosten jaagt (klachtonderdeel 5). Klachtonderdelen 1, 3, 4 en 5 ongegrond. Klachtonderdeel 2 is gegrond: De kamer is van oordeel dat klaagsters terecht hebben aangevoerd dat de taxateur, die onder de verantwoordelijkheid stond van de notaris, als vereffenaar, wel degelijk had moeten kijken in kasten, lades en op zolder. Klaagsters hebben zich terecht op het standpunt gesteld dat de meeste mensen waardevolle spullen niet open en bloot op tafel hebben liggen. Dat het niet economisch zou zijn daar wel in te kijken, gelet op het uurtarief, zoals de notaris stelt, volgt de kamer dan ook niet. Door niet in kasten, lades en op zolder te (doen) kijken heeft de notaris de mogelijkheid gecreëerd dat goederen aan de boedel onttrokken konden worden. De notaris had in dit geval slagvaardiger kunnen en moeten optreden en ook veel meer van de mogelijkheden gebruik moeten maken die de wet hem biedt. Naar het oordeel van de kamer heeft hij daardoor het vertrouwen geschaad dat rechtzoekenden in een notaris moeten kunnen stellen. Daardoor heeft hij tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld, zodat dit onderdeel van de klacht gegrond zal worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-026a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Of de assistente van de huisarts, voor wie de huisarts mede verantwoordelijk kan worden geacht, nu wel of niet heeft gezegd dat patiënte paracetamol mocht innemen komt niet vast te staan. Bij het overige gegeven advies heeft het College geen bedenkingen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-072

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De lezingen van partijen lopen uiteen over het contact dat heeft plaatsgehad. Geen aanwijzingen dat de arts de psychiatrische stoornis niet op juiste wijze/ onjuist heeft vastgesteld. De medicatie die is toegediend is een van de mogelijke middelen die in geval van een dergelijke diagnose kan worden toegepast. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:15 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-12

    Klaagster verwijt –naar de Kamer begrijpt– dat de volmacht van 19 juli 2017 door de notaris is misbruikt en dat de notaris haar zorgplicht heeft geschonden. Verder stond er een omissie in de akte van tweede hypotheek op het woonhuis van klaagster en erflater.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 083/2018

    Klacht tegen psychiater, werkzaam in een Fact-team. Grote werkdruk. Vast staat dat klaagster op een gegeven moment van het team in de RIBW waar zij verbleef onvoldoende zorg heeft gekregen wat betreft ADL, eten en drinken en hygiëne. Dit is verweerder echter niet te verwijten, evenmin als het feit dat niet eerder polyneuropathie bij klaagster is gediagnosticeerd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:29 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/330213 KL RK 17-204

    De notaris wordt de maatregel van schorsing uit het ambt gedurende drie maanden opgelegd. Daarbij weegt naar het oordeel van de kamer zwaar dat de notaris zonder voorwaarden te stellen zijn kwaliteitsrekening beschikbaar heeft gesteld voor de geldstromen tussen partijen, om vervolgens de daarmee gemoeide bedragen uitsluitend op instructie van één van deze partijen weer verder door te betalen. Juist door zich op deze wijze aan te passen aan de wijze waarop partijen gebruikelijk zaken met elkaar hebben gedaan, heeft de notaris de geboden van onafhankelijkheid, onpartijdigheid en zorgvuldigheid van de notariële dienstverlening ernstig verwaarloosd .

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:16 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-26

    Klager verwijt de kandidaat-notaris het volgende: 1. klager was niet bevoegd om de verkoopvolmacht te tekenen. 2. er is zonder overleg aan een derde partij verkocht en geleverd. 3. het aandeel in de verkoopopbrengst van klager had bij de notaris in depot moeten blijven en had niet uitgekeerd mogen worden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:197 Raad van Discipline Amsterdam 18-657/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder oneigenlijke druk op klager heeft uitgeoefend tijdens de schikkingsonderhandelingen en onvoldoende rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van klager. Ook geen sprake van schending van beginsel hoor- en wederhoor.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:198 Raad van Discipline Amsterdam 18-658/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Geen sprake van schending beginsel hoor- en wederhoor. Ook overigens niet gebleken dat verweerder elementaire rechten van klager zou hebben geschonden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:193 Raad van Discipline Amsterdam 18-344/A/NH/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft de in het tussenvonnis gegeven termijn laten verlopen. Hierdoor heeft de heer A geen gebruik kunnen maken van de aan hem door de rechter geboden gelegenheid om bewijs te leveren, en zijn de vorderingen van Stadgenoot toegewezen. Aangezien het eindvonnis in eerste aanleg uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, heeft Stadgenoot dit vonnis direct ten uitvoer kunnen leggen en is de woning van de cliënt van verweerder ontruimd. Daarnaast is niet gebleken dat verweerder zijn cliënt (tijdig) heeft geïnformeerd over het laten verlopen van de termijn, het ontruimingsvonnis en de procesrisico’s. Door te handelen zoals hij heeft gedaan heeft verweerder zich onbetamelijk gedragen. Dekenbezwaar grotendeels gegrond. De raad spreekt uit dat verweerder niet de zorgvuldigheid heeft betracht die bij een behoorlijke rechtshulpverlening betaamt en legt aan verweerder een schorsing voor de duur van 16 weken op, waarvan 8 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:194 Raad van Discipline Amsterdam 18-364/A/A

    Klacht over eigen advocaat. Klaagster deels niet-ontvankelijk vanwege verstrijken driejaarstermijn, klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:195 Raad van Discipline Amsterdam 18-084/A/A

    Verzet niet-ontvankelijk, vezetschrift te laat ingediend. Geen aanleiding om termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:72 Accountantskamer Zwolle 18/512 Wtra AK

    Aan de accountant wordt verweten dat hij onrechtmatig en in strijd met de wet en de fundamentele beginselen van professionaliteit, integriteit, objectiviteit en vakbekwaamheid heeft gehandeld door niet met de belangrijkste schuldeisers van zijn besloten vennootschap te overleggen over een activa-passiva transactie, door zijn besloten vennootschap te ontbinden terwijl er nog een schuld openstond en door wel een schuld van € 47,07 aan zijn energieleverancier te voldoen maar niet de schuld aan klaagster. Deze klacht is ongegrond nu deze deels een feitelijke grondslag mist en overigens is gebaseerd op een onjuiste rechtsopvatting.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:196 Raad van Discipline Amsterdam 18-210/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:262 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.487

    Klaagster is in het kader van de bemoeizorg enkele keren bezocht door de aangeklaagde verpleegkundige. Klaagster heeft gezegd dat zij rust wilde en niet bereid was tot opname in een kliniek. De verpleegkundige heeft deze wens gerespecteerd. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij zonder haar instemming informatie over klaagster heeft verstrekt aan derden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:263 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.484

    Klaagster is onder behandeling geweest bij aangeklaagde psychiater. Klaagster verwijt de psychiater dat hij haar tijdens haar traumabehandeling onvoldoende heeft gehoord en onvoldoende heeft geholpen. Tevens zou de psychiater achter haar rug om contact hebben opgenomen met haar huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:264 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.084

    Klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij haar privacy in zeer ernstige mate heeft geschonden door haar CV zonder haar toestemming te verspreiden omdat de verpleegkundige het niet eens was met de aanstelling van klaagster als GGZ-consulent bij een gezondheidscentrum voor asielzoekers. Klaagster heeft vervolgens vervelende berichten ontvangen in haar mailbox. Deze berichten hebben haar ernstig verstoord in haar zorg naar de kwetsbare patiëntengroep en hebben daarmee de individuele patiëntenzorg onder druk gezet. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk op grond van het bepaalde in artikel 47 lid 1 en 65 lid 1 onder a van de Wet BIG. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:265 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.104

    Klager is voor een preventieve controle langsgegaan in de praktijk waar verweerder, tandarts, werkzaam is. De vaste tandarts van klager was niet aanwezig. Verweerder heeft klager onderzocht, een wortelkanaalbehandeling geadviseerd, een begroting opgesteld en een afspraak bij de vaste tandarts van klager gemaakt voor de behandeling. Een dag voor die afspraak is klager in de praktijk langsgekomen op zoek naar verweerder. Naar aanleiding daarvan heeft de wijkagent met klager gesproken en teruggemeld dat klager niet meer in de praktijk wilde komen, waarop hij is uitgeschreven. Klager verwijt verweerder – zakelijk weergegeven – dat hij een tang met stalen kogel in de bek op ijzige temperatuur met productie van stoom tegen zijn naakte tandhalzen heeft gedrukt, hetgeen hem een aantal dagen een felle pijn heeft bezorgd. Verder meent klager dat er geen sprake is van een ontsteking in een wortelkanaal. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de k lacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze uitspraak en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:259 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.102

    Klacht tegen uroloog. Klager is vanwege urologische klachten verwezen naar de uroloog, die klager in totaal drie maal heeft geopereerd. Bij de laatste operatie is een katheter geplaatst die de dag na de operatie weer is verwijderd. Klager verwijt verweerder dat de katheter foutief is geplaatst waardoor hij onherstelbare schade aan de sluitspier heeft opgelopen met incontinentie als gevolg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat op grond van de beschikbare medische gegevens niet kan worden vastgesteld dat er bij de operatie in november 2015 beschadiging van de sluitspier met ongewild urineverlies als gevolg heeft plaatsgevonden en heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:260 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.485

    Klaagster is onder behandeling geweest van de aangeklaagde gz-psycholoog. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat zij heeft gezegd tegen klaagster dat ze moet leven in het heden en dat klaagster niets aan de therapie bij de gz-psycholoog heeft gehad. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:261 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.486

    Klaagster is in het kader van de bemoeizorg enkele keren bezocht door de aangeklaagde verpleegkundige. Klaagster heeft gezegd dat zij rust wilde en niet bereid was tot opname in een kliniek. De verpleegkundige heeft deze wens gerespecteerd. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij zonder haar instemming informatie over klaagster heeft verstrekt aan derden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen VP2018/12

    Klacht tegen verpleegkundige, ingediend door voormalig werkgeefster. Klaagster verwijt verweerder dat hij een seksuele relatie is aangegaan met een patiënte. De klacht is gegrond. Gelet op alle omstandigheden, waaronder het feit dat het een psychisch kwetsbare patiente betrof en verweerder geen tot onvoldoende blijk heeft gegeven van zelfinzicht, beveelt het college de doorhaling van verweerders inschrijving in het BIG-register.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:187 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180065

    Klacht over advocaat wederpartij. Klager is niet-ontvankelijk in klachtonderdeel a vanwege termijnoverschrijding. Bekrachtiging beslissing raad. Voor de overige klachtonderdelen is het appel afgewezen, omdat sprake is van een appelverbod (46h lid 7).

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:257 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.077

    Klacht tegen psychiater. Verweerster heeft in opdracht van de Officier van Justitie een psychiatrisch rapport uitgebracht over klager. Klager verwijt verweerster dat zij de informatie die haar door de referenten is verstrekt onjuist in het rapport heeft vermeld en dat zij heeft nagelaten de verzochte correcties in het rapport aan te brengen. Voorts verwijt klager verweerster dat zij, na als voorlopig advies een voorwaardelijke PIJ-maatregel genoemd te hebben, in het definitieve rapport zonder nadere motivering oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel heeft geadviseerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:258 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.171

    Klacht tegen gz-psycholoog. Verweerster heeft in opdracht van de Officier van Justitie een psychiatrisch rapport uitgebracht over klager. Klager verwijt verweerster dat zij, na als voorlopig advies een voorwaardelijke PIJ-maatregel genoemd te hebben, in het definitieve rapport zonder nadere motivering oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel heeft geadviseerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1818

    Huisarts wordt verweten dat hij op een onfatsoenlijke, neerbuigende wijze met klager en zijn echtgenote heeft gecommuniceerd en dat hij klager een onfatsoenlijk opgestelde brief heeft meegegeven. KNMG-richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’. Verweerder heeft de geneeskundige verklaring welbewust aan klager verstrekt. Verklaring niet opgesteld op basis van medisch-inhoudelijke argumenten. Niet uitsluitend relevante, feitelijke informatie is opgenomen. Door inhoud en toonzetting van de verklaring is de vertrouwensrelatie tussen klager en verweerder geschonden en de behandelrelatie niet vrij gebleven van belangenconflicten. Onheuse bejegening erkend. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1842

    Chirurg wordt i.v.m. verwijdering tumor in knie verweten: het nalaten van preoperatieve anamnese en onderzoek; het klakkeloos overnemen van diagnose huisarts; het uitvoeren van de ingreep in een niet adequaat geoutilleerde ruimte en zonder het regelen van assistentie; dat hij klaagster 15 minuten alleen heeft gelaten; onnodig risico heeft genomen en zonder toestemming van klaagster een structuur uit haar lichaam heeft verwijderd die niet vooraf was bepaald; klaagster niet geïnformeerd heeft over mogelijke risico’s; blijvende schade heeft veroorzaakt; onvoldoende ervaring had met het verwijderen van een dergelijke tumor. Eerstelijns zorg. Chirurg mocht als verlengstuk huisarts afgaan op de door huisarts gestelde en door echo-onderzoek bevestigde diagnose. Na de incisie hoefde chirurg er niet van uit te gaan dat het tumortje geen ganglion was. Daarom kon hij klaagster niet informeren en om toestemming vragen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1864

    Verwijt aan chirurg dat met het oog op operatie endeldarmkanker niet is gesproken over risico van impotentie. Kans op seksuele stoornissen is een veel voorkomend risico dat moet worden besproken. Uit het dossier kan niet worden opgemaakt dat het is besproken. Niet voldaan aan informatieplicht. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:186 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180064

    Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klaagster door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1867

    Arts wordt in verband met operatie tot borstvergroting schending van informatieplicht en dossierplicht verweten alsmede dat zij de ingreep niet lege artis heeft verricht. Aan informatieplicht is niet in alle opzichten voldaan. Risico van de gecompliceerde wondgenezing bij siliconenimplantaten had moeten worden besproken. De dossiervoering is onzorgvuldig en ver onder de maat. Niet duidelijk is wie de aantekeningen maakt. Essentiële informatie, waaronder het ontbreken van een beschrijving van de opgetreden complicatie, ontbreekt. Niet kan worden vastgesteld dat de ingreep niet lege artis is uitgevoerd. Gedeeltelijk gegrond. Voorbeeldfunctie verweerster als directeur van de kliniek. College neemt ook in aanmerking dat er geen anesthesiemedewerker aanwezig was bij de ingreep. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/146

    De klacht betreft de behandeling van klagers vader. klager verwijt de neuroloog dat hij nalatig heeft gehandeld door niet tijdig de juiste diagnose te stellen, door de noodzakelijke aanvullende (beeldvormende) onderzoeken achterwege te laten, zodat pas na vertraging een juiste behandeling kon worden ingezet. Klager verwijt de neuroloog voorts dat hij onvoldoende het dossier heeft geraadpleegd en/of naar waarde heeft getoetst. Gegrond, waarschuwing.