Zoekresultaten 19051-19100 van de 48210 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:58 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-533

    Klager verwijt verweerder dat hij hem onvoldoende heeft geïnformeerd en onvoldoende met hem zou hebben samengewerkt. Verweerder was niet verplicht het volledige dossier of de elektronische rolberichten met klager te delen. Uit de zich in het klachtdossier bevindende stukken blijkt dat verweerder klager steeds op de hoogte heeft gehouden en processtukken in concept heeft toegezonden. De raad kan niet vaststellen dat verweerder in strijd met de wil van klager arrest zou hebben gevraagd. Ook is de raad niet gebleken dat de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder onvoldoende zou zijn. Klacht op alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:59 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-534

    Klager verwijt verweerder dat hij ondanks verzoeken van klager heeft nagelaten het volledige strafdossier met klager te delen, dat verweerder de getuigenverhoren en de zitting niet goed heeft voorbereid en dat verweerder slecht bereikbaar was. Verweerder zou voorts onduidelijkheid hebben laten bestaan over de wijze waarop de werkzaamheden zouden worden vergoed: op toevoegbasis of op betalende basis en de kwaliteit van de dienstverlening zou onvoldoende zijn. De raad is van oordeel dat verweerder niet verplicht was het volledige dossier aan klager te verstrekken. Van niet goed voorbereid zijn voor de getuigenverhoren is niet gebleken. De voorbereiding voor de zitting verdient geen schoonheidsprijs, maar het handelen van verweerder is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Niet gebleken dat verweerder niet bereikbaar was. Verweerder heeft duidelijk aangegeven klager op toevoegingsbasis bij te zullen staan. Verweerder heeft pas laat gezien dat de aanvraag was afgewezen maar heeft klager daarover direct na ontdekking geïnformeerd. Dat de toevoeging uiteindelijk pas kort voor de zitting toch werd verleend kan verweerder niet worden verweten. Niet gebleken dat de kwaliteit van de dienstverlening onvoldoende was. Klacht op alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:304 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-610

    Verzetbeslissing: verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:53 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-076

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen voormalig eigen advocaat in echtscheidingsprocedure in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerster haar geheimhoudingsplicht jegens klager heeft geschonden of op andere wijze laakbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:299 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-174

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder het dossier niet heeft afgegeven en niet heeft aangegeven of hij destijds aangifte heeft gedaan. Van traineren is de voorzitter evenmin gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:305 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-529

    De klacht betreft het optreden van de advocaat van de wederpartij. De klacht is deels niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en het ontbreken van een eigen belang, deels kennelijk ongegrond omdat verweerder de grenzen van de hem, als advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid niet heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:54 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-877

    Voorzittersbeslissing. Betreft klacht over het handelen van de wederpartij van klagers. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:63 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/333220 KL RK 18 -22

    Klager heeft geen feiten en/of omstandigheden aangevoerd die kunnen leiden tot de conclusie dat de notaris op basis van dit vonnis niet namens klager zijn medewerking aan de levering mocht verlenen en dat de notaris de akte van levering niet mocht passeren zonder de (persoonlijke) medewerking van klager.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:29 Accountantskamer Zwolle 17/2627 Wtra AK

    Beperkte administratieve werkzaamheden in een administratie waartoe de betrokkene geen toegang meer heeft. Van betrokkene kan onder de gegeven omstandigheden niet verwacht worden dat hij ter weerspreking van de klacht bewijsstukken uit die administratie overlegt. Klaagster heeft haar klacht onvoldoende aannemelijk gemaakt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:59 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/326307 / KL RK 17-134 C/05/326308 / KL RK 17-135

    De enkele omstandigheid dat partijen het ten tijde van een veilingopdracht niet eens waren over de grondslag en de omvang van de vordering waarvoor geveild werd, ontheft de notaris in beginsel niet van zijn verplichting om gehoor te geven aan bedoelde veilingopdracht. Dit is slechts anders wanneer de notaris een indicatie heeft dat de gestelde grondslag en/of omvang van de vordering apert onjuist is. 4.4.3 Toegevoegd notaris [Y] had in deze zaak echter geen reden om aan te nemen dat de grondslag en/of de omvang van de vordering onjuist zou zijn. Gelet op het advies van [Vij] en [Ve] mocht de notaris er in redelijkheid van uitgaan dat een toereikende grondslag bestond voor de vordering van zijn opdrachtgever.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 354/2018

    Klacht tegen gezondheidszorgpsycholoog kennelijk ongegrond. Onder de gegeven omstandigheden kan, hoewel van klager bekend was dat hij wel hulp wilde maar aangeboden hulp weigerde, kan verweerder geen terecht verwijt worden gemaakt dat er geen eindgesprek en concrete alternatieve behandeling is aangeboden aan klager. Er is een waarschuwingsbrief uitgegaan naar klager met vermelding dat als klager geen contact opnam de behandeling zou worden beëindigd. Tweede klachtonderdeel niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:60 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/327 328/ KL RK 17 - 152

    Voor de toepasselijkheid van het ne-bis-in-idem-beginsel gaat het om de vraag of de notaris zich voor bepaalde feiten al dan niet ten opzichte van de kamer heeft verantwoord. De werking van dit beginsel kan zich dus ook uitstrekken tot “nieuwe” klagers over hetzelfde feit. Op wel ontvankelijke klachtonderdelen oordeelt de kamer onder meer dat klagers de notaris terecht verwijten bedoelde kosten ten laste van de nalatenschap te hebben gebracht en te hebben gelaten, ook nadat bij vonnis bepaald was dat ieder zijn eigen kosten behoorde te dragen en klagers de notaris hierop aangesproken hebben. Voorts wordt geoordeeld dat de notaris wel eindverantwoording heeft afgelegd over zijn werkzaamheden als toegevoegd executeur, maar in gebreke is gebleven voor wat betreft het beantwoorden van tussentijdse vragen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:92 Raad van Discipline Amsterdam 19-166/A/A

    Voorzittersbeslissing. Geen sprake van strijd met regel 7 lid 4 van de Gedragsregels 1992. Evenmin sprake van schending van de fiscale geheimhoudingsplicht door verweerder. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:61 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/321061 / KL RK 17-63

    De kamer is van oordeel dat het door klager sub 1) voor hem zelf gestelde belang niet kan worden aangemerkt als een tuchtrechtelijk te beschermen belang nu het tuchtrecht niet het doel heeft om de eer en goede naam van een klager te beschermen. Ook zijn in de situatie die klager sub 1) schetst geen aanknopingspunten te vinden op grond waarvan klager sub 1) zou moeten worden aangemerkt als een kwalitatieve klager als hiervoor bedoeld. De kamer ziet daarom geen mogelijkheid klager sub 1) in zijn klachten te ontvangen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:93 Raad van Discipline Amsterdam 19-167/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Geen sprake van onnodig grievende uitlatingen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:62 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/329966 / KL RK 17-199

    De kamer overweegt het volgende. Uit het klaagschrift en uit hetgeen klagers ter zitting hebben verklaard volgt dat klagers bij gelegenheid van de bespreking van 26 maart 2012 op de hoogte zijn gesteld van het feit dat de notaris betrokken is geweest bij het passeren van een akte van volmacht. Vanaf dat moment is de termijn voor indiening klacht gaan lopen en die was ten tijde van indiening verstreken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:94 Raad van Discipline Amsterdam 19-168/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster heeft bij de onderhandelingen over een beëindigingsregeling de grenzen van de haar toekomende vrijheid niet overschreden

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:2 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/92

    Dierenarts wordt verweten, zakelijk weergegeven, dat hij met betrekking tot de operatieve verwijdering van de baarmoeder en enkele tumoren bij de hond van klaagster alsook met betrekking tot de verleende nazorg tekort is geschoten. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:200 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-830/DB/ZWB/D

    Dekenbezwaar in alle onderdelen gegrond. Niet nakomen tuchtrechtelijke beslissingen. Niet voldoen ordebijdrage. Onvoldoende opleidingspunten. Voorwaardelijke schorsing 4 weken. Proceskostenveroordeling. Verkorting termijn 8a lid 3 tot 2 jaar.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:47 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/634444 DW RK 17/855

    beslagvrije voet bij bankbeslag. Beslag op een bankrekening mag niet worden misbruikt om beslagvrije voet te omzeilen. De gerechtsdeurwaarder was op de hoogte dat klager een bijstandsuitkering had. Uit het feit dat klager was verhuisd, kon niet zomaar de conclusie worden getrokken dat klager geen uitkering meer zou hebben. Mede gelet op de hoogte van het getroffen bedrag had de gerechtsdeurwaarder moeten overgaan tot het doen van nader onderzoek om te bepalen of de rekening alleen werd gevoed door de uitkering. Er was onvoldoende aanleiding te veronderstellen dat de beslagen bankrekening door andere inkomsten dan een bijstandsuitkering werd gevoed. De gerechtsdeurwaarder heeft onvoldoende zorgvuldig gehandeld, reden waarom de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:1 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/35

    Klacht tegen twee dierenartsen: Een van hen wordt verweten dat zij bij de kat van klaagster een sonde heeft geplaatst waarvan op een later moment is vastgesteld dat deze twee knikken bevatte, waardoor de doorgang werd bemoeilijkt c.q. geblokkeerd en de kat onvoldoende medicatie en voeding toegediend heeft gekregen en ernstig is verzwakt. De andere dierenarts wordt verweten, zakelijk weergegeven, dat zij bij het op een later moment constateren van de knikken in de sonde, ter oplossing van de ontstane problemen anders had moeten handelen dan zij heeft gedaan. Ten aanzien van beide beklaagde dierenartsen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:66 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-113/DB/ZWB

    Niet gebleken dat verweerder te hoog voorschot in rekening heeft gebracht, nocht dat hij klagers broer en notaris niet had mogen aanschrijven. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:67 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-115/DB/ZWB

    Verweerder heeft klagers zaak niet behandeld en is niet verantwoordelijk voor handelen van kantoorgenoot. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:61 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-945/DB/ZWB

    Advocaat is door zijn cliënt bewust buiten het inschakelen van een deskundige voor een second opinion gehouden. Een tegenvallend resultaat kan de advocaat dan niet worden aangerekend. De rechtbank heeft de standpunten ten aanzien van de hoogte van de alimentatiebehoefte afgewogen in is tot een alimentatievaststelling gekomen. Dat deze lager is uitgevallen dan door klager was verzocht, valt de advocaat niet te verwijten. Klager is akkoord gegaan met een financiële regeling tijdens de zitting in de voorlopige voorzieningenprocedure en met een aanhouding in de bodemprocedure. Advocaat valt hiervan achteraf geen verwijt te maken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:68 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-217/DB/LI

    Over het optreden van een advocaat in diens hoedanigheid van curator staat ingevolge artikel 69Fw de weg open om bij de rechter-commissaris op te komen. Niet gebleken dat vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:62 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-139/DB/LI

    Klacht ingediend na het verstrijken van de termijn van 3 jaar ex art. 46g lid 1 aanhef en sub a. NIet gebleken dat klager klacht niet eerder kon indienen. Klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:69 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-114/DB/ZWB

    NIet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door per brief met klager te delen het vermoeden dat klagers broer is overleden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:63 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-1002/DB/OB

    Advocaat heeft als advocaat van de wederpartij gehandeld binnen de grens die hem als advocaat van de wederpartij vrijstond. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:64 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-215/DB/LI

    Klacht niet-ontvankelijk wegens verstrijken van de termijn als bedoeld in art. 46g Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/510

    Klager voelde zich tijdens een consult in 2018 niet gehoord en verwijt huisarts dat hij niet is onderzocht. Ook verwijt klager de huisarts van ondeskundig, niet adequaat en niet empathisch handelen. Afgewezen

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:65 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-179/DB/HvD

    Klacht niet-ontvankelijk wegens verstrijken van de termijn als bedoeld in artikel 46g Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-222a

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. De klacht betreft onder meer de toediening van een bijna tweemaal hogere dosis ropivacaïne tijdens de operatie van het destijds drie maanden oude zoontje van klager. Klager stelt dat onder meer hierdoor het zoontje hersenbeschadiging heeft opgelopen. De chirurg had als hoofdbehandelaar van het zoontje wel een bepaalde regieverantwoordelijkheid voor de gehele operatie, maar de anesthesie bij een operatieve ingreep behoort primair tot de verantwoordelijkheid van de anesthesioloog. Hierop mocht de chirurg vertrouwen. Geen aanleiding om de chirurg een tuchtrechtelijk verwijt te maken van het niet-melden van de situatie bij de IGZ. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/484

    Klaagster is de nicht van een inmiddels overleden patiënte. Verweerder was arts in een verpleeghuis. Klaagster verwijt hem in strijd met de gemaakte afspraken aan patiënte morfine te hebben toegediend en de gemaakte afspraken daarover niet in het medisch dossier te hebben vastgelegd. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 337/2018

    Klacht tegen physician assistant kennelijk ongegrond. Ten tijde van het stoppen van de Prolia-medicatie bij klaagster was er onvoldoende bewijs was voor een verhoogd risico op wervelfracturen als gevolg van het staken van de medicatie. Dat verweerster onvoldoende op de hoogte was van de ontwikkelingen omtrent de medicatie en de vermeende rebound-effencten is het college evenmin gebleken. Verweerster heeft naar het oordeel van het college gehandeld rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardige geachte handelen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:302 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-571

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij in een echtscheidings- en aanverwante procedure(s) kennelijk ongegrond. Van enig misbruik of een onjuiste houding jegens klager is de voorzitter niet gebleken.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:27 Accountantskamer Zwolle 18/606 Wtra AK

    De klacht waarin aan betrokkene onder meer wordt verweten dat hij opdrachten heeft aanvaard en uitgevoerd, niet tijdig een Wwft-melding heeft gedaan en zich niet toetsbaar heeft opgesteld, is in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:28 Accountantskamer Zwolle 18/1391, 1392, 1393, 1394, 1395 en 1396 Wtra AK

    Klagers zijn in dienst geweest van de maatschap waarvan betrokkenen lid zijn of zijn geweest. Bij de civiele rechter wordt tussen klagers en drie van de betrokkenen een schadestaatprocedure gevoerd over de hoogte van de schade die klagers hebben geleden ten gevolge van het inbrengen van het onder de (gematigde) eindloonregeling opgebouwde pensioenkapitaal in een nieuwe pensioenregeling. In deze procedure is nog geen vonnis gewezen. Klagers verwijten betrokkenen dat zij meerdere fundamentele beginselen hebben geschonden bij de afwikkeling van de schade door onder meer geen voorschot op het vastgestelde pensioentekort vast te stellen en in de onderhandelingen geen constructief tegenvoorstel te doen. De klacht is ongegrond. Volgens vaste jurisprudentie van de Accountantskamer staat het een accountant immers in beginsel vrij om in zijn zakelijke betrekkingen, ook in rechtsgedingen, een (civielrechtelijk) standpunt in te nemen en zal slechts onder bijzondere omstandigheden een klacht over een daarin ingenomen (civielrechtelijk) standpunt slagen. Niet gebleken is van bijzondere omstandigheden.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:25 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/344853/KL RK 18-160

    Klagers verwijten de notaris dat hij in strijd handelt met artikel 25 Wet op het notarisambt. De kamer heeft de klacht deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:89 Raad van Discipline Amsterdam 18-871/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:90 Raad van Discipline Amsterdam 18-733/A/A

    Klacht over eigen advocaat. Dat verweerder de opdracht niet schriftelijk aan klaagster heeft bevestigd en zijn advies om niet direct een kort geding tot vaststelling van de kinderalimentatie op te starten niet heeft vastgelegd valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Gelet op het feit dat verweerder zijn beslissing om zich aan de zaak te onttrekken kennelijk tijdens (of vlak voorafgaand aan) de mondelinge behandeling van de zaak van klaagster heeft kenbaar gemaakt, heeft verweerder niet aan zorgvuldigheidseisen voldaan. Klacht deels gegrond, deels ongegrond. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:20 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/334610/KL RK 18-29

    Uit vaste jurisprudentie volgt dat voor het begin van de vervaltermijn bepalend is het moment waarop een klager redelijkerwijze kennis heeft kunnen nemen van de gebeurtenis of akte waarover hij of zij klaagt, niet het moment waarop klager tot de conclusie komt dat er sprake is van klachtwaardig handelen of nalaten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:91 Raad van Discipline Amsterdam 18-959/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij in verband met beschuldigingen in verweerschrift enquêteprocedure. Uit het verweerschrift volgt dat klager daarin wordt beschuldigd van (onder meer) valsheid in geschrifte, diefstal en verduistering. Bij het uiten van dergelijke beschuldigingen mag van een advocaat worden verwacht dat hij zich er tevoren van vergewist dat hier voldoende grond voor bestaat. Naar het oordeel van de raad had verweerder terughoudend behoren te zijn met het presenteren van dergelijke beschuldigingen als vaststaand feit. Verweerder kan zich niet verschuilen achter zijn cliënten, aangezien verweerder de verdenkingen van zijn cliënten in het verweerschrift zonder voldoende afstand en zonder voldoende voorbehouden als feiten heeft gepresenteerd. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder daarmee jegens klager onbetamelijk en niet professioneel gehandeld. Klager is daardoor onevenredig in zijn belangen geschaad. Dat er ten onrechte een strafrechtelijke aangifte tegen klager is gedaan door (een medewerkster van het kantoor van) verweerder kan niet worden vastgesteld. Klacht deels gegrond, deels ongegrond. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:21 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/338646/KL RK 18-78

    De kamer heeft niet kunnen vaststellen dat klager eerder heeft kunnen beschikken over de voor indiening van de klacht van belang zijnde gegevens. De klacht wordt daarom aangemerkt als tijdig ingediend en klager wordt in zijn klacht ontvangen. De kamer stelt voorop dat de notaris hier is opgetreden als boedelnotaris. Dit gegeven is van invloed op de aard en de omvang van de tuchtrechtelijke aansprakelijkheid van de notaris. Binnen de per definitie beperkte ruimte die de notaris in deze zaak voor exclusief contact met klager ter beschikking stond, heeft zij zich de belangen van klager voldoende aangetrokken. Van onzorgvuldig of anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen in dit verband is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:85 Raad van Discipline Amsterdam 19-146/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder hoefde het initiële verzoek van klager om stukken niet op te vatten als een verzoek om inzage in persoonsgegevens in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Overigens heeft verweerder aan klager laten weten welke persoonsgegevens hij van klager heeft, namelijk zijn naam en e-mailadres. Daarmee heeft verweerder voldoende informatie aan klager verstrekt. Klager deels kennelijk niet-ontvankelijk, klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:22 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/342701/KL RK 18-133

    Klager stelt dat de kandidaat-notaris niet had mogen meewerken aan het opstellen van de tweede koopovereenkomst tussen verkoopster en de heer X, terwijl er reeds een eerste koopovereenkomst was gesloten tussen klager en verkoopster, hetgeen ook kenbaar was voor de kandidaat-notaris. De kandidaat-notaris had op grond van artikel 21 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) en artikel 6 Verordening beroeps- en gedragsregels 2011 zijn dienst moeten weigeren. Dit klemt te meer omdat de kandidaat-notaris, volgens de verklaringen van verkoopster, ook heeft meegewerkt aan het opstellen van een handgeschreven sideletter bij de koopovereenkomst. Voorts had het verschil tussen de verkoopprijs in de tweede koopovereenkomst en de getaxeerde waarde van de onroerende zaak, van welke waarde de kandidaat-notaris volgens klager op de hoogte was, aanleiding voor de kandidaat-notaris moeten zijn om terughoudend te zijn. De kamer overweegt dat klager – gelet op de betwisting door de kandidaat-notaris – zijn stelling dat de kandidaat-notaris op de hoogte was van de eerste koopovereenkomst ten tijde van het opstellen van de tweede koopovereenkomst onvoldoende heeft onderbouwd. Uit de door klager overgelegde stukken blijkt dat diverse partijen bij de verkoop betrokken waren en dat die over en weer van allerlei dingen al dan niet op de hoogte waren. Nergens blijkt echter uit dat de kandidaat-notaris ten tijde van het opstellen van de tweede koopovereenkomst op de hoogte was, dan wel had moeten zijn, van de eerste koopovereenkomst. Voorts is niet gebleken dat de kandidaat-notaris ten tijde van het opstellen van de tweede koopovereenkomst op de hoogte was, dan wel had moeten zijn, van de getaxeerde waarde van de onroerende zaak. Naar het oordeel van de kamer blijkt uit de afgespeelde geluidsopnamen niet dat de kandidaat-notaris betrokken was bij het opstellen van de gestelde sideletter. Bij gebrek aan feitelijke grondslag heeft de kamer de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:86 Raad van Discipline Amsterdam 19-177/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:23 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/344153/KL RK 18-156

    Op grond van artikel 21 Wna en artikel 6 Verordening beroeps- en gedragsregels had de notaris zijn ministerie moeten weigeren en niet mogen meewerken aan het opstellen en de inschrijving van de koopovereenkomst waarbij verkoopster de onroerende zaak aan de [ B ] aan de heer [ X ] verkocht. Dit omdat de notaris wist dat de koopovereenkomst betrekking had op een pand dat feitelijk al verkocht was. In het onder 2.1. vermelde koopcontract is weliswaar vermeld dat de koop betrekking had op [ de onroerende zaak ], maar de notaris wist dat ook [ B ] verkocht was omdat dit tot het verkochte complex behoorde. De kamer overweegt dat de door de notaris opgestelde koopovereenkomst betrekking heeft op [ B ]. Onweersproken heeft de notaris in zijn verweerschrift aangevoerd dat de onroerende zaak aan [ B ] een apart gebouw is met een aparte kadastrale aanduiding. Ook staat vast dat de eerste koopovereenkomst niet is ingeschreven in het Kadaster ten behoeve van [ B ] . Omdat het om een apart pand gaat met een apart kadastraal nummer, behoefde de notaris er naar het oordeel van de kamer niet vanuit te gaan dat ook dit pand betrokken was in de koopovereenkomst tussen verkoopster en klager. De kamer heeft daarom dit klachtonderdeel ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:87 Raad van Discipline Amsterdam 19-183/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:24 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/344468/KL RK 18-159

    Klager verwijt de notaris in de kern dat zij onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij het opstellen van een levenstestament en het wijzigen van het testament van erflaatster, omdat erflaatster op dat moment niet in staat was haar wil daaromtrent te bepalen. De kamer overweegt dat de door klager aangehaalde omstandigheden niet uitsluiten dat erflaatster haar wil kon bepalen. Wel geven zij aanleiding om de wilsbekwaamheid nader te onderzoeken. Dat heeft de notaris in haar gesprekken met erflaatster ook gedaan. De notaris is daarbij tot de conclusie gekomen dat erflaatster bekwaam was om haar wil te bepalen. Het was aan de notaris om vast te stellen of erflaatster voldoende bekwaam was om de inhoud van de akte te begrijpen. Slechts als daarover bij haar gerede twijfel zou bestaan, diende zij verdere stappen, zoals genoemd in het Stappenplan, in overweging te nemen. De notaris heeft de eerste stappen van het Stappenplan gevolgd en is vervolgens tot de conclusie gekomen dat erflaatster in staat was om haar wil te bepalen. Daarom heeft de notaris geen indicerend arts ingeschakeld. Dat de notaris tot een andere conclusie had moeten komen, is niet gebleken. De verklaring van [ X ] dateert van enkele maanden na het passeren van het (levens)testament. Die zegt daarmee onvoldoende over de situatie van erflaatster ten tijde van het passeren van de aktes. Bovendien blijkt uit de verklaring niet, anders dan klager meent, dat erflaatster niet in staat zou zijn om een (levens)testament op te maken. Naar het oordeel van de kamer kon en mocht de notaris concluderen dat erflaatster wilsbekwaam was om haar (levens)testament op te maken. De kamer heeft daarom de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:88 Raad van Discipline Amsterdam 18-807/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij. Vaststaat dat verweerster informatie uit een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming en een proces-verbaal met mr. A heeft gedeeld. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster daarmee niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Verweerster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat haar cliënt een belang had bij de uitkomst van de procedure die mr. A namens zijn cliënt tegen klaagster voerde, en dat verweerster aldus in het belang van haar cliënt heeft gehandeld. Verweerster heeft voldoende rekening gehouden met de belangen van klaagster. Daarbij heeft verweerster onbetwist gesteld dat er geen sprake is van een overeenkomst tot geheimhouding welke door het handelen van verweerster zou kunnen zijn geschonden. Klacht in alle onderdelen ongegrond.