Zoekresultaten 9921-9930 van de 48314 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1025
- Datum publicatie: 07-11-2022
- Datum uitspraak: 07-11-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:174
Klacht tegen waarnemend huisarts. Klager is gescheiden en heeft een minderjarige dochter die kampt met (eet)problematiek. Na een ziekenhuisopname is de dochter in stabiele toestand ontslagen en aangemeld bij een kliniek gespecialiseerd in de behandeling van eetstoornissen. De huisarts was werkzaam als waarnemend huisarts en heeft klager op consult gezien nadat de dochter naar de eetkliniek was doorverwezen. Klager heeft tegen de huisarts een klacht ingediend omdat de huisarts volgens klager onzorgvuldig is omgegaan met een brief voor de kinderarts die klager aan het dossier van zijn dochter wilde toevoegen, geen goede invulling heeft gegeven aan de rol als zorgverlener en heeft geweigerd een second opinion aanvraag te verstrekken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:152 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-237/DB/OB
- Datum publicatie: 07-11-2022
- Datum uitspraak: 07-11-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:152
Raadsbeslissing. Tussenbeslissing. De raad ziet aanleiding om verweerder toe te laten tot het leveren van bewijs en houdt de verdere behandeling van de zaak en iedere verdere beslissing aan.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1176
- Datum publicatie: 07-11-2022
- Datum uitspraak: 07-11-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:181
Klacht tegen huisarts. Klaagster is de zus van de overleden patiënte. Bij patiënte was sprake van een pancreascarcinoom waarvoor een palliatief beleid werd gevoerd. De arts was vanaf september 2020 tot en met een dag voor het overlijden van patiënte in november 2020 de vaste huisarts van patiënte. De klacht houdt in dat de arts 1) patiënte niet heeft doorverwezen naar het ziekenhuis voor het aanleggen van een PICC-lijn, 2) geen oplossing heeft gezocht voor het ontstane acute probleem (het niet meer toegediend krijgen van vocht door het infuus) en het verlies aan comfort daardoor, en 3) de wensen van patiënte niet heeft betrokken bij het bepalen van het palliatieve beleid. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3740
- Datum publicatie: 07-11-2022
- Datum uitspraak: 04-11-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:146
Klacht tegen psychiater, inhoudende dat het door de psychiater uitgebrachte rapport niet voldoet aan de daarvoor geldende richtlijnen en dat het beginsel van hoor- en wederhoor niet is toegepast. Ook zou het – blijkens het rapport - de psychiater ontbreken aan kennis van de psychoanalyse. In lijn met uitspraak ECLI:NL:TGZCTG:2013:52 van het Centraal Tuchtcollege (CTG) oordeelt het college ten aanzien van de ontvankelijkheid, dat klager aangemerkt kan worden als rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 65 lid 1 Wet BIG, omdat diens handelen als psychiater in het rapport wordt gekwalificeerd als normoverschrijdend en niet in overeenstemming met de professionele standaard. De klacht is ontvankelijk. Verder was beklaagde naar het oordeel van het college niet verplicht het beginsel van hoor- en wederhoor toe te passen en is het college niet gebleken dat het beklaagde ontbrak aan kennis van de essentie van de psychoanalyse. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1036
- Datum publicatie: 07-11-2022
- Datum uitspraak: 07-11-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:175
Klacht tegen gz-psycholoog. Klager is gescheiden en heeft een minderjarige dochter die is gediagnosticeerd met anorexia nervosa. Na een opname hiervoor in het ziekenhuis is de dochter in stabiele toestand ontslagen en aangemeld bij een kliniek gespecialiseerd in de behandeling van eetstoornissen. Het aangeboden behandelplan is door die met klager en de moeder besproken. Klager was het met het behandelplan niet eens en heeft de directie verzocht om met spoed in te grijpen en passende maatregelen te nemen. De gz-psycholoog is werkzaam als directeur van de kliniek en heeft klager nadien gesproken. Klager heeft tegen de gz-psycholoog een klacht ingediend, omdat hij geen juiste en passende behandeling aan de dochter heeft aangeboden en onvoldoende informatie en voorlichting heeft gegeven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht kennelijk ongegrond is.Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:270 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-431/AL/GLD
- Datum publicatie: 07-11-2022
- Datum uitspraak: 07-11-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:270
Dekenbezwaar. Verweerder heeft erkend dat hij twee achtereenvolgende jaren onvoldoende opleidingspunten heeft behaald. Hiermee heeft hij in strijd gehandeld met de kernwaarde van deskundigheid en het beschikken over voldoende kennis en vaardigheden. Dekenbezwaar gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1222
- Datum publicatie: 07-11-2022
- Datum uitspraak: 07-11-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:182
Klacht tegen huisarts. Klager is patiënt van de huisarts. De (ex) echtgenote van klager is dat niet, zij is de nicht van de huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden, doordat hij 1) in een verklaring informatie uit het dossier van klager zou hebben verschaft aan de (ex) echtgenote van klager, en 2) een geneeskundige verklaring heeft opgesteld met betrekking tot de (ex) echtgenote van klager, ten behoeve van een strafrechtelijk onderzoek tegen klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/0073
- Datum publicatie: 07-11-2022
- Datum uitspraak: 04-11-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:147
Klacht tegen psychiater, inhoudende dat hij klager bij de intake tramadol heeft beloofd, hij klager ten onrechte heeft gesepareerd, hij fouten heeft gemaakt ten aanzien van de medicatie en klager in de instelling van groep 2 naar groep 1 heeft overgeplaatst. Het college oordeelt met betrekking tot klachtonderdeel 1 dat geen sprake is van een toezegging van beklaagde om tramadol voor te schrijven. Beklaagde heeft verder geen betrokkenheid gehad bij het separeren van klager en naar het oordeel van het college heeft beklaagde voor wat betreft de medicatie van klager zorgvuldig gehandeld. Enige betrokkenheid van beklaagde bij de overplaatsing van groep 2 naar groep 1 is voor het college niet vast te stellen en kan dus niet leiden tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1116
- Datum publicatie: 07-11-2022
- Datum uitspraak: 07-11-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:176
Klacht tegen kinderarts. Klager heeft een minderjarige dochter die in het ziekenhuis is gediagnosticeerd met anorexia nervosa en daarvoor in het ziekenhuis is opgenomen. Verweerder is in dit ziekenhuis werkzaam als kinderarts en medisch manager kindergeneeskunde. Een collega-kinderarts heeft de diagnose gesteld. Verweerder is bij de behandeling van de dochter betrokken geweest door diverse gesprekken met behandelend kinderartsen en klager/ouders te voeren over de behandeling van de dochter van klager. De dochter is in het ziekenhuis behandeld voor het somatische deel van de behandeling en is daarna doorverwezen voor psychiatrische behandeling. Klager heeft tegen verweerder een klacht ingediend, omdat verweerder onvoldoende onderzoek heeft verricht en geen behandelplan heeft opgesteld, hij niet naar het onderliggende probleem heeft gekeken, beslissingen heeft genomen buiten klager om en niet bevoegd is om te oordelen over klachten van klager tegen andere kinderartsen uit zijn team. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:271 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-560/AL/GLD/D
- Datum publicatie: 07-11-2022
- Datum uitspraak: 07-11-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:271
Dekenbezwaar. Verweerder heeft gedurende een lange periode van de Raad voor Rechtsbijstand ontvangen BTW niet aangegeven en niet heeft afgedragen aan de belastingdienst en dat bedrag is opgelopen tot ongeveer € 185.000,-. Tevens is sprake van de verzwarende omstandigheden dat verweerder geen bedrag heeft gereserveerd voor de nog af te dragen BTW en dat hij heeft getracht in de jaarrekeningen verborgen te houden dat hij jarenlang de ontvangen BTW niet heeft afgedragen. Ook is komen vast te staan dat verweerder niet alleen niet, traag dan wel ontwijkend op de diverse verzoeken van de deken om informatie heeft gereageerd, maar ook dat hij de deken actief onjuist heeft geïnformeerd. Dekenbezwaar in alle onderdelen gegrond. Gelet op de aard en de ernst van de gegronde dekenbezwaren alsmede het door verweerder getoonde gebrek aan inzicht daarin, is de raad van oordeel dat het niet verantwoord is dat verweerder de praktijk als advocaat nog langer uitoefent. Schrapping.