Zoekresultaten 9911-9920 van de 48314 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:273 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-245/AL/OV

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de beslissing van de voorzitter te twijfelen. Klager heeft niet duidelijk vermeld op welke specifieke punten de voorzittersbeslissing op een verkeerde grondslag en een verkeerde lezing van de feiten berust. Dat klager van mening is dat hij zijn klacht over verweerster wel voldoende heeft gespecificeerd en onderbouwd, betekent niet dat de voorzitter haar beslissing op onjuiste gronden heeft genomen. De voorzitter heeft de zeven klachtonderdelen op grond van het klachtdossier beoordeeld, waarbij de juiste maatstaf is toegepast en rekening is gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. De door klager ter zitting gegeven toelichting dat verweerster niet integer heeft gehandeld wordt niet ondersteund door de stukken in het klachtdossier. Klacht is terecht en op juiste gronden in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:222 Raad van Discipline Amsterdam 22-758/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond. De brief van verweerder is niet als een bedreiging aan te merken. Dat er onjuistheden in de brief staan heeft klager onvoldoende onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:216 Raad van Discipline Amsterdam 22-501/A/A

    Raadsbeslissing; Ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:185 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-324/DH/DH

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke kwestie ongegrond. Verweerder heeft een brief waarin hij een kort geding aankondigde om verhuizing van klager te voorkomen in verband met een zorgregeling naar de makelaar gestuurd die door klager was ingeschakeld voor de verkoop van zijn huis. De raad acht dit geoorloofd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:179 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1122

    Klacht tegen kinderarts. Klager heeft een minderjarige dochter die is gediagnosticeerd met anorexia nervosa. Na een opname hiervoor in het ziekenhuis is de dochter enkele weken later in stabiele toestand ontslagen en aangemeld bij een kliniek gespecialiseerd in de behandeling van eetstoornissen. Klager was het niet eens met het daar aangeboden behandelplan en is door een kinderarts van het ziekenhuis voor een second opinion verwezen naar verweerster die kinderarts is in een ander ziekenhuis. Verweerster heeft klager en zijn dochter eenmalig gezien (24 augustus 2020). Tot een inhoudelijk consult is het toen niet gekomen, omdat klager aangaf dat het hem niet bekend was dat het ging om een second opinion en hij (dus) niet voorbereid was. Verweerster heeft de huisarts en de verwijzende kinderarts hierover schriftelijk geïnformeerd. Klager heeft tegen de kinderarts een klacht ingediend, omdat zij geen integraal medisch diagnostisch onderzoek heeft verricht en niet naar het onderliggende probleem heeft gekeken, zij onzorgvuldig heeft gehandeld omtrent de uitnodiging voor een consult en de huisarts onjuist heeft geïnformeerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:268 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-782/AL/GLD

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1024

    Klager heeft een minderjarige dochter die kampt met (eet)problematiek. De huisarts in opleiding heeft de dochter twee keer op consult gezien. Na het tweede consult heeft de huisarts in opleiding haar met spoed doorverwezen naar de kinderarts. Tussen deze consulten door heeft zij klager op consult gezien. Tijdens dat consult is de (eet)problematiek van de dochter besproken. De kinderarts heeft de diagnose anorexia nervosa gesteld, waarna de dochter meteen is opgenomen voor behandeling. Klager vindt dat de huisarts in opleiding niets heeft gedaan met de zorgen en informatie die klager met haar heeft gedeeld in het consult, geen invulling heeft gegeven aan haar medische zorgplicht door middel van het zorgen voor de vereiste verwijzingen en de vereiste ingrepen en klager geen informatie heeft gegeven over haar handelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:269 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-559/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over privégedraging van verweerder kennelijk ongegrond. Het stond verweerder vrij om aangifte tegen klager te doen van stalking.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:180 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1175

    Klacht tegen huisarts. Klacht tegen huisarts. Klaagster is de zus van de overleden patiënte. Bij patiënte was sprake van een pancreascarcinoom waarvoor een palliatief beleid werd gevoerd. Een collega-huisarts van de arts werkzaam bij dezelfde praktijk was de vaste huisarts van patiënte vanaf september 2020 en tot en met een dag voor het overlijden van patiënte in november 2020. Zij was niet werkzaam op de woensdagen. De klacht houdt in dat de arts 1) op woensdag heeft geweigerd patiënte te verwijzen naar het ziekenhuis om daar een PICC-lijn te laten plaatsen, 2) zonder kennisgeving niet is verschenen op een gepland huisbezoek, en 3) niet adequaat heeft gereageerd op de spoedmelding in de ochtend van het overlijden van patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022-4058

    De klacht tegen een verpleegkundige gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag. De IGJ verwijt de verpleegkundige dat hij een affectieve en seksuele relatie is aangegaan met een cliënte en dat erkent de verpleegkundige. Het college verklaart de klacht gegrond en legt de verpleegkundige een voorwaardelijke schorsing op van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaar. Aan deze schorsing zijn bijzondere voorwaarden verbonden.