Zoekresultaten 31-40 van de 47604 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:73 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-294/DB/LI
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:73
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerder dat hij namens NN in de randnummer 38 tot en met 41 van de conclusie van antwoord van 10 juli 2025 een apert onjuist en onpleitbaar verweer gevoerd en gehandhaafd. Verweerder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. De voorzitter is van oordeel dat verweerder genoegzaam gemotiveerd heeft toegelicht dat en waarom hij het nodig vond om in de gerechtelijke procedure de rechtsgeldigheid van de cessie te betwisten en dit verweer (ook nadat klaagster nadere stukken had ingediend) te handhaven. Niet gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:67 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-324/DB/ZWB
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:67
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. De tuchtrechtelijke verwijten over de verzonden declaraties zijn deels niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop en deels kennelijk ongegrond, omdat niet van excessief declareren is gebleken en omdat verweerder wel degelijk op klagers bezwaren heeft gereageerd. De klacht dat verweerder klager ten onrechte heeft geadviseerd om te schikken is kennelijk ongegrond omdat van onjuiste advisering niet is gebleken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8842
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:134
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is van mening dat de huisarts in de behandelrelatie structureel grensoverschrijdend, nalatig en psychisch schadelijk heeft gehandeld en dat het niet mogelijk was om dit bij de huisarts aan te kaarten. Het college overweegt dat de vragen van de huisarts vragen zijn die op grond van de NHG Standaard Depressie/module suïcidaliteit relevant zijn om een inschatting van het gevaar te kunnen maken. Het college gaat er dan ook vanuit dat de opmerkingen van de huisarts zijn gemaakt in die context, en niet in de betekenis die klaagster aan die woorden heeft gegeven. Omdat er verder twee verschillende lezingen zijn en onderbouwing ontbreekt, kan het college niet vaststellen wat er precies is gezegd. Van bagatellisering van de situatie van klaagster door de huisarts is het college niet gebleken. Alles afwegende komt het college tot de conclusie dat de huisarts correct en adequaat heeft gehandeld in een situatie die uitermate complex is. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:68 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-326/DB/ZWB
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:68
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klagers verwijten verweerder dat hij een overeenkomst van geldlening in het geding heeft gebracht, terwijl hij wist of behoorde te weten dat dit stuk vals was. Naar het oordeel van de voorzitter is uit de overgelegde stukken niet gebleken dat verweerder reden had om te twijfelen aan de authenticiteit van de overeenkomst van geldlening. Niet gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8936
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:135
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klagers hebben een klacht ingediend in verband met de behandeling van hun moeder voorafgaand aan haar overlijden. Het college overweegt dat de huisarts de geldende protocollen ten aanzien van de palliatieve sedatie op een juiste wijze heeft doorlopen. Op medisch gebied heeft de huisarts dan ook de juiste zorg geleverd. Het college overweegt dat de communicatie met klagers en patiënte rondom het verloop van een palliatieve sedatie en hoe zich dat verhoudt ten aanzien van het verloop van een euthanasie wellicht beter had gekund. Daarbij had de huisarts eerder en helderder kunnen communiceren over haar persoonlijke bezwaren tegen euthanasie, omdat dit had kunnen bijdragen aan een beter verwachtingsmanagement voor patiënte en haar familie. Het college is echter van mening dat het handelen van de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:115 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3178 herziening
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 07-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:115
Klager heeft bij het Centraal Tuchtcollege op de voet van artikel 52 Wet BIG een verzoek ingediend tot herziening van de beslissing van het Centraal Tuchtcollege van 26 november 2025. Het Centraal Tuchtcollege concludeert dat alleen om herziening kan worden verzocht door degene over wie is geklaagd. Daarnaast is herziening bedoeld om een beslissing te herstellen die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt en niet voor een hernieuwde discussie over uitspraken. Op basis hiervan heeft het Centraal Tuchtcollege verzoeker (klager) niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot herziening van de beslissing van 26 november 2025
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:175 Hof van Discipline 's Gravenhage 260039
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 05-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:175
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. Het hof is, overeenkomstig het standpunt van de deken, van oordeel dat van een aan te wijzen advocaat in de resterende tijd tussen het moment dat het verzoek van klaagster in behandeling kon worden genomen en de datum waarop de cassatietermijn zou verstrijken, redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat deze het dossier zou opvragen, bestuderen, een cassatieadvies zou uitbrengen en - in geval van een positief advies - een verzoekschrift met cassatiemiddelen zou opstellen en indienen bij de Hoge Raad. Dit betekent dat klaagsters doel – een rechtsmiddel instellen – niet meer kon worden bereikt, zodat aanwijzing van een advocaat voor dat doel zinloos was geworden. Op die grond dient het beklag van klaagster al te worden afgewezen. Verder is het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op toegang tot een rechter niet absoluut, maar mag dit aan beperkingen worden onderworpen. Ook in dit geval komt de beslissing van de deken niet in strijd met artikel 6 EVRM omdat, ook wanneer rechtsbijstand noodzakelijk is om het recht op toegang tot de rechter effectief te doen zijn, de aanspraak daarop niet onbegrensd is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:169 Hof van Discipline 's Gravenhage 250448
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 08-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:169
De klacht gaat over de advocaat van de wederpartij in een arbeidsgeschil. Klaagster komt geen beroep toe op gedragsregel 15 (belangenverstrengeling). Verweerster heeft geen onduidelijkheid laten ontstaan voor welke partij zij optrad. De civielrechtelijke veroordeling dat B&S jegens klaagster onrechtmatig heeft gehandeld leidt niet zonder meer tot gegrondverklaring van de klacht over verweerster. Verweerster was geen partij in die procedure en geen onderdeel van de onderzoekscommissie van B&S. De tuchtrechter is ook niet zonder meer aan een uitspraak van een civiele rechter gebonden omdat de tuchtrechter oordeelt vanuit een ander kader (artikel 46 Advocatenwet) dan de civiele rechter. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad die de klacht ongegrond heeft verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:112 Raad van Discipline Amsterdam 25-865/A/A
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:112
Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Onderliggende procedure betreft een conflict in een VvE. De raad is van oordeel dat verweerder met een geldige opdracht de VvE heeft bijgestaan in de verzoekschriftprocedure die klagers tegen de VvE waren gestart. Klacht in zoverre ongegrond. Klagers hebben geen rechtstreeks belang bij hun klacht over de cliëntrelatie tussen verweerder en zijn cliënten (de VvE en individuele leden van de VvE). Klacht in zoverre niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:170 Hof van Discipline 's Gravenhage 250420
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 08-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:170
Deze zaak gaat over een klacht over de eigen advocaat en houdt in dat de schriftelijke (financiële) voorlichting door (het kantoor van) verweerder aan klaagster bij aanvang en gedurende de rechtsbijstand aan klaagster duidelijker had gemoeten. Tijdens de zaaksbehandeling is verweerder met klaagster blijven communiceren over financiële aangelegenheden. Verweerder is klaagster ook meerdere malen tegemoet gekomen door declaraties te crediteren en gewerkte uren niet (volledig) door te belasten. In het licht van de omstandigheden van het geval is het hof tot het oordeel gekomen dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het hof heeft de raadsbeslissing op dit klachtonderdeel vernietigd.