Zoekresultaten 21-30 van de 47441 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:157 Hof van Discipline 's Gravenhage 250108D

    Dekenbezwaar. Samenhang met 250119. De raad heeft geoordeeld dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de kernwaarde financiële integriteit (artikel 10a Advocatenwet), omdat het onder zijn verantwoordelijkheid gedreven Advocatenkantoor, waarvan verweerder (middellijk) enig aandeelhouder en enig bestuurder is, excessief heeft gedeclareerd. De raad heeft verweerder een schorsing voor de duur van twaalf weken opgelegd. Verweerder komt van die beslissing in hoger beroep.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8378

    Klager klaagt over een door de psychiater opgesteld Pro Justitia-rapport waarin hij vaststelt dat klager lijdt aan ASS, PTSS en een (ongespecificeerde) psychotische stoornis, en tbs met dwangverpleging en een vrijheidsbeperkende maatregel adviseert. Volgens klager bevat het rapport veel feitelijke onjuistheden. Klager heeft bovendien contra-expertises laten uitvoeren die de diagnose en risicotaxatie bekritiseren. Daarnaast klaagt hij over de bejegening door klager. Het college oordeelt dat klager geen gebruik heeft gemaakt van zijn inzage- en correctierecht, zodat eventuele feitelijke onjuistheden in beginsel voor zijn rekening en risico komen. Daarnaast oordeelt het college dat de psychiater zorgvuldig heeft gehandeld en dat zijn bevindingen steun vinden in de aan hem n het kader van het onderzoek beschikbaar gestelde informatie. De risicotaxatie is volgens de geldende richtlijnen uitgevoerd en navolgbaar. Dat verweerder klager onheus heeft bejegend, heeft het college niet kunnen vaststellen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:158 Hof van Discipline 's Gravenhage 250114D 250115D 250116D

    Dekenbezwaar. Verhouding tuchtrechter en bestuursrechter. De deken heeft tegen verweerder dekenbezwaren ingediend wegens het niet voldoen aan de uitvraag van de financiële kengetallen. Verweerders hebben gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen deze uitvraag en latere uitvragen en hebben geweigerd aan alle verzoeken te voldoen. Na de uitspraak van dit hof van 15 november 2021 (“de kengetallenzaak”) hebben verweerders een bestuursrechtelijke procedure gestart. Aanvankelijk is de tuchtrechtelijke procedure in afwachting daarvan aangehouden. In mei 2024 heeft de deken aan verweerders ook een last onder dwangsom opgelegd. De raad heeft op enig moment verdere aanhouding afgewezen. De raad heeft het dekenbezwaar gegrond verklaard maar geen maatregel opgelegd. Na de beslissing van de raad heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 mei 2024 bevestigd. In die uitspraak was geoordeeld dat de uitvraag een feitelijke handeling is, waartegen bestuursrechtelijk geen bezwaar en beroep openstaat. Inmiddels loopt er bij de Afdeling een hoger beroepszaak over de rechtmatigheid van de uitvraag naar aanleiding van een door de deken Gelderland opgelegde last onder dwangsom wegens het niet voldoen aan een uitvraag. Het hof acht het opportuun om de uitkomst van thans lopende procedure over de rechtmatigheid van de uitvraag bij Afdeling af te wachten. Het hof houdt de behandeling van de wederzijdse beroepen aan.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8371

    Klager klaagt over een door de gz-psycholoog opgesteld Pro Justitia-rapport waarin zij vaststelt dat klager lijdt aan ASS, PTSS en een (ongespecificeerde) psychotische stoornis, en tbs met dwangverpleging en een vrijheidsbeperkende maatregel adviseert. Klager heeft contra-expertises laten uitvoeren die de diagnose en risicotaxatie bekritiseren. Het college oordeelt dat de gz-psycholoog zorgvuldig heeft gehandeld en haar conclusies voldoende heeft onderbouwd op basis van de beschikbare informatie. Er staan geen aantoonbaar feitelijke onjuistheden in het rapport en klager heeft de kans had om correcties aan te geven. De risicotaxatie is volgens de geldende richtlijnen uitgevoerd en navolgbaar. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8528

    Kennelijk ongegronde klacht tegen klinisch psycholoog. Klager verblijft in een tbs-kliniek. Hij wenst te worden overgeplaatst naar een kliniek voor langdurige forensische psychiatrische zorg. Verweerder heeft een psychologisch onderzoek verricht en een rapport uitgebracht. Klager stelt dat verweerder in zijn rapport ten onrechte heeft opgenomen dat sprake is geweest van meerdere ontvluchtingsplannen en dat verweerder deze onjuistheid heeft gebruikt ter onderbouwing van het door hem geadviseerde beveiligingsniveau. Het college is van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. De klinisch psycholoog baseerde zich op documenten van anderen en heeft geen gebruik gemaakte van zijn inzage- en correctierecht. Uit het rapport volgt verder dat verweerder het bestaan van een of meerdere ontvluchtingsplannen juist niet heeft gebruikt ter onderbouwing van het door hem geadviseerde beveiligingsniveau.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8620

    Kennelijk ongegronde klacht gezondheidspsycholoog. Klager was bij de gezondheidspsycholoog onder behandeling in verband met trauma-gerelateerde klachten. Die behandeling is door verweerster beëindigd in verband met gevoelens van verliefdheid van klager jegens verweerster. Klager stelt dat verweerster de behandeling eerder had moeten stopzetten en dat verweerster haar beroepsgeheim heeft geschonden door e-mails van klager door te sturen naar de politie. Het college is van oordeel dat klager in zijn klacht kan worden ontvangen. Er staat geen rechtsregel in de weg aan de klacht van klager bij zowel het college als het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). Verweerster wordt ook niet gevolgd in haar standpunt dat klager misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid door een klacht bij het college in te dienen. De omstandigheid dat klager is veroordeeld voor het stalken van verweerster en het feit dat hij over hetzelfde feitencomplex als in deze zaak een klacht bij het NIP heeft ingediend, zijn zowel op zichzelf als in onderlinge samenhang bezien, hiervoor onvoldoende. Het college is verder van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Verweerster heeft, toen bleek dat klager gevoelens van verliefdheid voor haar had, de zorg heeft verleend die van haar mocht worden verwacht. Zij heeft haar beroepsgeheim niet geschonden.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7390

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Nabestaanden van patiënt klagen onder meer over de weigering mee te werken aan een second opinion, het onterecht opleggen van een maatregel aan klager, onvoldoende toezicht en onvoldoende correctieve actie, onvoldoende bekend zijn met de patiënt en het niet waarborgen van complexe zorg. Klacht over second opinion en onvoldoende bekendheid met patiënt zijn gegrond. Verschillende rollen van verweerder: mediator, medebehandelaar, supervisor. In zijn rol van medebehandelaar had verweerder moeten verifiëren of een second opinion nog wel gewenst was. Verweerder heeft zich onvoldoende in het patiëntendossier verdiept. Voor het overige ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:102 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2947

    Klacht van een zorgverzekeraar tegen en verpleegkundige. De verpleegkundige was enig aandeelhouder/bestuurder van een onderneming in de vorm van een besloten vennootschap die (thuis)zorg verleende. De onderneming declareerde zorgvergoedingen bij klaagster als zorgverzekeraar. Klaagster verwijt de verpleegkundige het declareren van niet geleverde zorg, het declareren van zorg die niet voor vergoeding in aanmerking komt en het niet voldoen aan de dossierplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de verpleegkundige de maatregel van doorhaling van haar inschrijving in het BIG-register opgelegd. De verpleegkundige komt in beroep op tegen de zwaarte van de aan haar opgelegde maatregel en vraagt het Centraal Tuchtcollege om te volstaan met een lichtere maatregel. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de verpleegkundige.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:6 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-37

    De klacht komt er in de kern op neer dat klaagster de notaris verwijt dat hij geen alternatieve oplossingen heeft geboden om de kadastrale registratie van de woning te wijzigen. Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris niet meer gedaan dan uitvoering geven aan de vaststellingsovereenkomst en het vonnis van de voorzieningenrechter, waarbij klaagster is veroordeeld haar medewerking te verlenen aan het passeren van de akte van verdeling. Hij heeft daarbij niet in strijd gehandeld met enige tuchtnorm. De klacht is op alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8526

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg. De verpleegkundig specialist was regiebehandelaar van klaagster en heeft na het MDO klaagster geïnformeerd dat er contact zou worden opgenomen met haar moeder, ook nadat klaagster had aangegeven dit niet te willen. De verpleegkundig specialist is betrokken geweest bij het bepalen van dat beleid. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De verpleegkundig specialist heeft gereflecteerd op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing.