Zoekresultaten 21-30 van de 47078 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:41 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/751050 / DW RK 24/204 BB/WdJ
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:41
Klacht jegens gerechtsdeurwaarder sub 1 ongegrond. Klacht die ziet op het uitblijven van verzoeken van klager om een opgave van de openstaande vordering, gegrond jegens gerechtsdeurwaarder sub 2. Klacht voor het overige ongegrond. De inhoud van de e-mail van 14 mei 2024 vraagt niet persé om een reactie. Gerechtsdeurwaarder sub 2 wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:72 Raad van Discipline Amsterdam 26-056/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:72
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Dat verweerster volgens klaagster een te lage inschatting heeft gegeven van de strafmaat of over de toepassing van TBS rechtvaardigt niet de conclusie dat verweerster verwijtbaar heeft gehandeld. Het behoort tot de professionele autonomie van verweerster om de zaak naar eigen inzicht te behandelen en een – naar haar vakinhoudelijk oordeel – realistische inschatting te geven van de zaak. Niet gebleken is dat verweerster daarmee het geweldsmisdrijf heeft gebagatelliseerd of klaagsters zaak niet serieus heeft genomen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:99 Hof van Discipline 's Gravenhage 250151
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:99
Gegronde klacht tegen de eigen advocaat over een ontoereikende dienstverlening en communicatie in een artikel 12 Sv procedure. Bekrachtiging met verbetering van gronden. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:66 Raad van Discipline Amsterdam 26-128/A/A 26-129/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:66
Voorzittersbeslissing. Klachten over de eigen advocaten kennelijk ongegrond. Het stond verweerders vrij de opdracht niet aan te nemen. Niet gebleken dat zij het dossier onvoldoende hebben bijgehouden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8995
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:70
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De Inspectie verwijt de verpleegkundige seksueel grensoverschrijdend handelen jegens een cliënte die verbleef in een instelling waar hij werkte, door het aanleggen, activeren en vasthouden van een seksspeeltje. De verpleegkundige heeft het handelen erkend, maar voert verweer ten aanzien van het grensoverschrijdende karakter. Het college oordeelt dat sprake is van seksueel grensoverschrijdend gedrag en legt een voorwaardelijke schorsing van twee maanden op met als bijzondere voorwaarde het volgen van een cursus met het thema Afstand en Nabijheid in de werkrelatie. Het college merkt daarbij op dat het belangrijk is dat dit thema op de werkvloer wordt besproken met en tussen medewerkers. In een werksituatie, zeker bij een relatief langdurig verblijf van cliënten waarbij een zekere band kan ontstaan tussen cliënten en de zorgverleners, moet voldoende aandacht zijn voor afstand en nabijheid ook als het gaat om kwetsbare behoeftes zoals de behoefte aan intimiteit en seksualiteit.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:73 Raad van Discipline Amsterdam 25-790/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:73
Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij gedeeltelijk ongegrond en gedeeltelijk niet-ontvankelijk. Van het bewust onjuist informeren van de rechters is niet gebleken. Geen schending gedragsregel 8. Verder geldt dat het toezicht op de naleving van de Wwft bij de deken berust. Aan klager komt geen klachtrecht toe ter zake van de gestelde schending van die wet- en regelgeving.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:67 Raad van Discipline Amsterdam 25-804/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:67
Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij is in beide klachtonderdelen ongegrond. Dat er een tijdsverloop van slechts 11 minuten zat tussen eerst de opzegging van de bemiddeling door de heer AK, en het hierna door verweerder zenden van de sommatiebrief aan klagers, wekt (inderdaad) sterk de indruk dat de heer AK al eerder met verweerder had gesproken. Dit kan zo zijn, maar dit maakt naar het oordeel van de raad niet dat verweerder om die reden een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Er bestond voor verweerder geen reden waardoor het hem was verboden om de heer AK als advocaat bij te staan. De door klagers in dit verband aangehaalde mediationovereenkomst is niet overgelegd en het bestaan van deze overeenkomst wordt door verweerder met klem betwist, en klager 1 heeft ter zitting erkend dat deze er niet is, zodat van een schending van deze overeenkomst in ieder geval geen sprake kan zijn. Van het bestaan van een misverstand over de hoedanigheid waarin verweerder optrad, en het daarmee schenden van het bepaalde in gedragsregel 9, is evenmin sprake.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:94 Hof van Discipline 's Gravenhage 250315
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:94
Klager klaagt over de informatievoorziening door zijn eigen advocaat. De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor het instellen van hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. De raad heeft verweerder de maatregel van een berisping opgelegd. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad voor zover het de opgelegde maatregel betreft en legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.Klager klaagt over de informatievoorziening door zijn eigen advocaat. De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor het instellen van hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. De raad heeft verweerder de maatregel van een berisping opgelegd. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad voor zover het de opgelegde maatregel betreft en legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8971
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:71
Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht. Verweerster is directeur van de instelling waar klaagster gedeeltelijk verblijft. Klaagster verwijt verweerster onder andere dat zij klaagster heeft verplaatst naar een andere locatie van de instelling. Het college stelt vast dat de beslissing van de instelling om klaagster over te plaatsen is genomen na vele gesprekken en dat daarbij naast de belangen van klaagster ook de belangen van de andere cliënten van de instelling en de belangen van de instelling zelf zijn meegewogen. Daarmee gaat het om een beslissing met een organisatorisch en bedrijfsmatig karakter. Weliswaar is de beslissing genomen door verweerster, maar dat heeft zij gedaan in haar rol van directeur van de instelling en niet in haar rol van verpleegkundige. Het college oordeelt dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:74 Raad van Discipline Amsterdam 25-783/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:74
Raadsbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerster heeft een ernstige beroepsfout gemaakt door het laten verstrijken van de termijnen voor het indienen van een conclusie van antwoord in twee procedures van klaagster. Verweerster was bovendien onbereikbaar voor klaagster en heeft noch de termijnen voor het indienen van de conclusies van antwoord en het feit dat deze termijnen waren verstreken, noch de door de rechtbank bepaalde data van mondelinge behandelingen, aan klaagster gecommuniceerd. De raad rekent verweerster dit alles zwaar aan, maar heeft bij het bepalen van de hoogte van de maatregel wel rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden in het leven van verweerster en het feit dat zij niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld. Ook is in aanmerking genomen dat verweerster zelf heeft ingezien dat zij niet langer als advocaat kon functioneren en haar verantwoordelijkheid heeft genomen door zich begin 2025 uit te schrijven als advocaat. Alles in aanmerking genomen is een berisping in dit geval passend.