Zoekresultaten 11-20 van de 46571 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:27 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-850/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster bij haar optreden voor haar cliënte voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:28 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-828/AL/NN

    De voorzitter heeft in de voorzittersbeslissing ook beslist op het door klager aangedragen punt, zij het niet zo uitvoerig als klager kennelijk had gewild. Klager kan dit in de onderhavige klacht, op grond van het ne bis in idem-beginsel, dan ook niet nogmaals onderdeel van de klacht laten zijn. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:33 Hof van Discipline 's Gravenhage 250408

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Evenals de rechtbank in eerste aanleg heeft ook het gerechtshof geoordeeld dat de vordering tot schadevergoeding van klager is verjaard als gevolg waarvan klager volgens het gerechtshof geen belang meer heeft bij de gevorderde verklaring voor recht omdat deze strekt tot het verkrijgen van schadevergoeding. Klager heeft niet bestreden dat hij geen cassatie heeft ingesteld tegen het arrest van 10 juni 2025. Daarmee staat vast dat het arrest onherroepelijk is geworden en heeft de uitspraak in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht (artikel 236 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Het hof is met de deken van oordeel dat het aanhangig maken van een nieuwe procedure tegen dezelfde partij over feitelijk dezelfde kwestie geen redelijke kans van slagen heeft.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:34 Hof van Discipline 's Gravenhage 250179

    Het betreft hier een hoger beroep van verweerder. Klaagster is advocaat van een huurder, verweerder van een verhuurder. De huur wordt beëindigd omdat het gehuurde wordt verkocht. Huurder en verhuurder spreken af dat de huurder het pand zal verlaten en dat de verhuurder een vergoeding zal betalen, na ontvangst van de koopsom. In deze zaak ligt de vraag voor of verweerder zich in relatie tot klaagster bij de afwikkeling van de gemaakte afspraken onwelwillend heeft opgesteld. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft geoordeeld dat klaagster verweerder terecht heeft verweten dat hij zich in relatie tot haar onwelwillend heeft opgesteld en heeft verweerder hiervoor een berisping opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, maar ziet aanleiding een fors zwaardere maatregel op te leggen dan de raad, te weten een onvoorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9002

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. De neuroloog heeft klager beoordeeld in het kader van een CBR-keuring van de rijvaardigheid van klager. Voor het college is te volgen dat de neuroloog op grond van de medische gegevens van klager aannemelijk heeft geacht dat sprake is geweest van meerdere epileptische aanvallen. Vanwege de door klager aan de behandelend neuroloog beschreven déjà vues is de neuroloog ervan uitgegaan dat klager eerder insulten had gehad. De neuroloog hoeft voor een keuring geen diagnose te stellen, maar kan volstaan met voldoende verdenking op een neurologische oorzaak. Het rapport is kort, maar voldoet aan de eisen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:26 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-573/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in beide onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:29 Hof van Discipline 's Gravenhage 250323

    Verzet na afwijzende verwijzing niet-ontvankelijk. Uit de ingebrachte verklaringen van klager blijkt niet dat klager gedurende de verzettermijn niet in staat was om een verzetschrift in te dienen. Klager heeft in de periode waarin verzet kon worden ingesteld bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aangewend (naar het hof begrijpt onder meer tegen de afwijzende beslissing van verweerder 1 van 3 oktober 2025 op het bezwaarschrift van klager) en klager heeft de acht data (in de periode 9 oktober 2025 tot en met 23 oktober 2025) en achttien tijdstippen op deze data waarop hij volgens verweerders stukken heeft ingediend in de bestuursrechtelijke procedures niet weersproken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9104

    Voorzittersbeslissing. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. Klaagster is student verpleegkunde in opleiding (MBO niveau 4) en heeft een klacht ingediend tegen de verpleegkundige bij wie zij haar praktijkstage heeft gelopen. Zij klaagt over de totstandkoming en inhoud van de beoordeling van haar praktijkstage. De klacht valt niet onder de eerste tuchtnorm. Ook niet onder de tweede tuchtnorm omdat het handelen geen weerslag op de individuele gezondheidszorg heeft. Klaagster kennelijk niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:30 Hof van Discipline 's Gravenhage 250317

    Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de voorzitter. Deze heeft de juiste maatstaf gehanteerd en niet is gebleken dat hij van onjuiste of onvolledige feiten is uitgegaan. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de voorzitter en neemt die over. Het hof is niet gebleken dat verweerder zich in de behandeling van de klacht van klager over de deken heeft uitgelaten of gedragen op de wijze zoals klager in zijn verzet aanvoert. Verweerder heeft de klacht onderzocht en daarover een dekenstandpunt gegeven, waarna klager zijn klacht ter beslissing heeft laten voorleggen aan de raad van discipline ’s-Hertogenbosch waar nog een verzetprocedure loopt. In die procedure kan klager ook ingaan op het dekenstandpunt van verweerder en wat daarin volgens klager niet juist is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:31 Hof van Discipline 's Gravenhage 250138

    Het gaat in deze tuchtrechtelijke procedure om een klacht tegen verweerder, die heeft opgetreden als vereffenaar in een nalatenschap. De Raad van Discipline in het ressort Den Haag (hierna: de raad) heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof onderschrijft dat oordeel en bekrachtigt de beslissing van de raad. Zie ook 250139, de samenhangende klachtzaak tegen de advocaat van de vereffenaar.