Zoekresultaten 11-20 van de 46730 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025-8892

    Klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster wordt door de voorzitter (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard omdat zij al eerder en klacht tegen de verzekeringsarts heeft ingediend en de nieuwe klacht in de kern op hetzelfde neerkomt. De door klaagster genoemde feiten en omstandigheden zijn in de vorige procedure meegewogen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8821

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager is door twee huisartsen, verweerster en verweerder in de zaak A2025/8362, gezien en beoordeeld. Enkele dagen later is in het ziekenhuis de diagnose fasciitis necroticans gesteld en heeft klager zeer intensieve maar ook mutilerende behandelingen ondergaan die hem uiteindelijk hebben gered maar met zeer ernstig en blijvend letsel tot gevolg. Het is in het kader van de tuchtklacht niet aan het college om het ingebrachte deskundigenbericht te beoordelen. Het college betrekt dit wel bij de beoordeling van de klachtonderdelen. Het college overweegt dat in de situatie van klager het geenszins voor de hand lag dat de klachten waarmee klager eerst bij de waarnemend huisarts en vervolgens ook bij de andere huisarts presenteerde, zich uiteindelijk zo zouden ontwikkelen zoals zij hebben gedaan. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8426

    Klacht tegen verpleegkundige. De (coördinerend) verpleegkundige heeft een verklaring opgesteld over een bezoek van klager aan de woonzorglocatie waar zijn moeder verbleef, en dit verslag aan de mentor verstrekt. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het opstellen van het verslag en het beroepsgeheim heeft geschonden. De klacht ten aanzien van de zorgvuldigheid bij het opstellen van het verslag is gegrond. De verpleegkundige had deze verklaring niet zelf moeten opstellen en ondertekenen. Ook maakt de verpleegkundige onvoldoende onderscheid tussen waarnemingen van anderen en haar (beperkte) eigen waarnemingen en is het verslag onvoldoende objectief geformuleerd. Het klachtonderdeel dat ziet op schending van het beroepsgeheim is ongegrond. Het college legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8652

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij onredelijk lang met een risico van een hartinfarct heeft gelopen en dat zijn herstelproces is vertraagd doordat er geen adequate behandeling heeft plaatsgevonden. Het college is van oordeel dat de huisarts voldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan. Gezien de hoge hartslag is voor het college navolgbaar dat de huisarts klager heeft doorverwezen voor een holteronderzoek en een fietsergometrie. Tijdens de spreekuurcontacten was er geen sprake van symptomen die duidden op een dreigend hartinfarct.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:50 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-695/AL/MN

    Verweerster wordt beklaagd in haar (toenmalige) hoedanigheid van deken. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster met haar handelwijze niet het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Zij heeft op verzoek van de advocaat van de wederpartij van klaagster in het kader van haar toezichthoudende taak een onafhankelijk feitenonderzoek gedaan naar een haar toegezonden document dat volgens de advocaat van de wederpartij door klaagster in de procedure in hoger beroep als productie was ingebracht en vals was. Die productie betrof een e-mail op naam van een voormalig advocaat van klaagster. Die advocaat heeft zich op zijn geheimhoudingsplicht beroepen bij vragen van de wederpartij over de echtheid van genoemde e-mail. Verweerster heeft de vermeende schrijver/advocaat van de e-mail gehoord. Niet valt in te zien dat ook klaagster als ontvanger van die e-mail gehoord had moeten worden. De informatie die verweerster van de voormalig advocaat heeft gekregen viel onder de bescherming van haar eigen geheimhouding. Niet is gebleken dat verweerster die geschonden heeft, of van de onderzochte advocaat. Vervolgens heeft verweerster in een e-mail aan de advocaat van de wederpartij haar bevindingen gemaild. Die verklaring is in door de wederpartij in het geding gebracht. Klaagster heeft daarvan toen kennis genomen en daartegen verweer gevoerd. Verweerster heeft klaagster de gelegenheid geboden om het volgens klaagster juiste document alsnog te onderzoeken. Van dat aanbod heeft klaagster om haar moverende redenen geen gebruik gemaakt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:24 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-752/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 25 juli 2022, is deze met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. De raad is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder klager niet op de juiste wijze heeft bijgestaan. Vast staat dat verweerder de strategie en de aanpak van de zaak met klager heeft afgestemd en conform die afgesproken aanpak heeft gehandeld en dat verweerder de processtukken steeds tijdig in concept aan klager heeft voorgelegd en met klagers instemming heeft ingediend. Klager heeft ter zitting van de raad naar voren gebracht dat het hem dwarszit dat er geen juridische consequenties zijn verbonden aan het feit hij niet heeft meegetekend bij de bedrijfsoverdracht. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder in dit verband toereikend gemotiveerd toegelicht dat hem uit de overdrachtsakte was gebleken dat klager niet had meegetekend, maar dat dit ook niet was vereist omdat de onderneming niet aan klager is overgedragen. Dat klager niet heeft meegetekend bij de bedrijfsoverdracht in de verdelingskwestie heeft volgens verweerder geen juridisch relevante betekenis hetgeen verweerder naar het oordeel van de raad, voldoende heeft onderbouwd.. Dat verweerder de benodigde kennis van het erfrecht mist en klager had moeten verwijzen naar een advocaat met de juiste kennis is de raad op basis van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht evenmin gebleken. De klacht is, voor zover ontvankelijk, in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:17 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769718 / DW RK 25/172 MK/RH

    beslissing op verzet, verzet gedeeltelijk gegrond. Op grond van artikel 4.6 lid 1van de Gerechtsdeurwaardersverordening dient de gerechtsdeurwaarder de opdrachtgever inlichtingen over de voor de dienstverlening relevante feiten te verstrekken. Nu is gebleken dat de debiteur wel degelijk voorkomt in de database van de gerechtsdeurwaarder en dat hij persoonlijk failliet is gegaan moet worden vastgesteld dat klaagster niet op de hoogte is gesteld van de relevante feiten. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de samenwerking met klaagsters te beëindigen. Klaagster sub 1 heeft gesteld de factuur niet te zullen voldoen. Op basis daarvan kon de gerechtsdeurwaarder besluiten ook de relatie met klaagster sub 2 te willen beëindigen. Dit bedrijf werd immers geleid door dezelfde persoon. Maatregel van waarschuwing opgelegd ivm overtreding art. 4.6 lid 1 Gerechtsdeurwaardersverordening.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:9 Accountantskamer Zwolle 25/1455 Wtra AK

    De Accountantskamer legt een doorhaling van vijf jaar en een geldboete van € 5.000 op aan een accountant die zich voor een kantoortoetsing onbereikbaar houdt en ook niet reageert op de daarmee verband houdende tuchtklacht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:61 Hof van Discipline 's Gravenhage 260027

    Verzoek om verwijzing naar een raad van discipline in een ander ressort niet-ontvankelijk. Artikel 46aa lid 3 Advocatenwet is niet van toepassing omdat de klacht niet is gericht tegen een advocaat-lid van de raad. Ook overigens is er geen wettelijke grondslag om het verzoek toe te wijzen. Het verzoek kan niet worden toegewezen. Omdat de wettelijke grondslag voor het verzoek ontbreekt zal het hof het verzoek om verwijzing van de behandeling van de klacht van klaagster over verweerder naar een raad van discipline in een ander ressort niet-ontvankelijk verklaren.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:25 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-632/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De klacht dat verweerder klaagster ten onrechte heeft betrokken in een faillissementsprocedure en ten onrechte aan klaagster een faillissementsprocedure heeft aangezegd is ongegrond. De raad is van oordeel dat verweerder genoegzaam gemotiveerd heeft toegelicht dat en waarom het in het belang van zijn cliënten was om ook klaagster in de faillissementsprocedure te betrekken en vervolgens ook aan haar nog eens indiening van een faillissementsrekest aan te kondigen. Op basis van de verweerder ter beschikking staande informatie kon hij menen dat zijn cliënten mogelijk (ook) een vordering op klaagster hadden. Dat verweerder, met het doel de levering van het chalet aan zijn cliënten te bewerkstelligen, ook klaagster in de faillissementsprocedure te betrekken, kan hem gelet op het voorgaande niet tuchtrechtelijk worden verweten. De klacht dat verweerder intimiderend en escalerend tegen klaagster heeft opgetreden, is, voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 28 november 2021, met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht ongegrond. Van intimiderend of escalerend gedrag is niet gebleken.