Zoekresultaten 11-20 van de 46829 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:40 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2817

    Klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij, ondanks verzoeken van klager en ondanks duidelijke signalen omtrent zorgen over de veiligheid van klagers kind en van andere kinderen, geen melding heeft gedaan bij Veilig Thuis. Klager verwijt de huisarts verder dat hij – door in zijn verweer tegen de klacht van klager gebruik te maken van het medisch dossier van klager – de privacy van klager ernstig heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8099

    Klaagster werd in het ziekenhuis opgenomen met verdenking van de ziekte GPA (granulomatose met polyangiitis), een zeldzame auto-immuunziekte. voorheen bekend als de ziekte van Wegener. De nefroloog (internist, gespecialiseerd in nierziektes) heeft desgevraagd enkele malen advies gegeven aan behandelaars. Klaagster verwijt de nefroloog dat hij geen regie heeft genomen en nooit heeft gecontroleerd of zijn adviezen zijn opgevolgd. De klacht is ongegrond. De nefroloog was niet een van de behandelaars van klaagster. Een arts aan wie om advies wordt gevraagd door een collega, heeft slechts een adviserende taak. Hij stelt geen diagnose en hoeft niet na te gaan of zijn advies al dan niet door de behandelaars wordt opgevolgd. Het is aan de behandelaars om te beslissen wat zij met het verkregen advies doen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8222

    Kennelijk ongegronde klacht tegen longarts. Niet gebleken dat de longarts heeft medegedeeld dat klaagster zou komen te overlijden en afscheid moest nemen van haar kinderen. Niet toedienen ivermectine voor COVID-19 was conform richtlijnen. Geen sprake van niet serieuze of niet adequate bejegening door de longarts.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:41 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2838

    Klacht tegen een huisarts. Klager is [gezaghebbende] de vader van een dochter, over wie hij het ouderlijk gezag heeft. Met het oog op een ondertoezichtstellingsprocedure bij de rechtbank heeft de huisarts (niet de eigen huisarts van moeder of dochter) in opdracht van moeder, zonder toestemming van klager, de dochter onderzocht en een schriftelijke verklaring afgelegd. Klager verwijt de huisarts dat zij: 1. zijn dochter heeft onderzocht/behandeld zonder zijn toestemming als [gezaghebbende] ouder [met gezag]; 2. ongefundeerde en belastende uitlatingen heeft gedaan over klager en zijn dochter die haar competentiegebied overstijgen. Deze uitlatingen zijn in strijd met gegronde bevindingen van de bevoegde rechtbank en in strijd met de bevindingen van de door deze rechtbank aangestelde psycholoog-deskundige en de Raad voor de Kinderbescherming; 3. klager als [gezaghebbende] ouder geen informatie heeft gegeven over het onderzoek/behandeling van zijn dochter en over de mogelijkheden tot het indienen van een klacht over haar werkwijze. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen gegrond en legt de huisarts een gedeeltelijke ontzegging op van de bevoegdheid om haar beroep uit te oefenen, in die zin dat het verweerster niet is toegestaan om in de hoedanigheid van huisarts of arts schriftelijk en/of mondeling verklaringen of rapportages over personen af te geven, onder welke naam en van welke aard ook en ongeacht met welk doel, en bepaalt dat de maatregel onmiddellijk van kracht wordt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de huisarts.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:59 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-592/AL/OV

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:32 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-842/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken van overtreding van de gedragsregels 15, 9 en 25. In zoverre ongegrond. Wel heeft verweerster onjuistheden gepresenteerd tijdens het bemiddelingsgesprek bij de deken. In zoverre gegrond. Verweerster heeft daarmee in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit in de zin van artikel 10a Advocatenwet. De raad rekent verweerster dit handelen in strijd met de kernwaarde integriteit zwaar aan. Gelet op de aard van het gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijt acht de raad een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:69 Hof van Discipline 's Gravenhage 240381 240382

    Deze zaak betreft het handelen van een advocaat van gefailleerden. Het hoger beroep richt zich tegen de ongegrond verklaarde klachtonderdelen a), e) en f). Klagers - curatoren - verwijten verweerder het medeplegen van witwassen, het niet voldoen aan de op hem rustende onderzoeks- en vergewisplicht in de zin van artikelen 7.1 en 7.3 Voda en handelen in strijd met de in artikel 10a Advocatenwet neergelegde kernwaarde integriteit door het meewerken aan heling, bedrieglijke bankbreuk en/of valsheid in geschrift, althans het faciliteren van het onttrekken van gelden aan de faillissementsboedel. De raad van discipline heeft alle klachtonderdelen (a) tot en met f)) ongegrond verklaard. Het hof sluit zich bij dat oordeel van de raad aan en bekrachtigt het oordeel van de raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:33 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-069/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over handelen in strijd met meldingsplicht op grond van Wwft kennelijk-niet ontvankelijk omdat uit de overgelegde stukken op geen enkele wijze is gebleken dat klager door het vermeend handelen van verweerder direct in zijn belang is getroffen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:60 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-797/AL/GLD

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een langdurig erfrechtelijk geschil. Na een deels uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is verkoop van een onroerende zaak uit de nalatenschap bevolen met benoeming van een rentmeester voor de verkoop en zo nodig machtiging tot verkoop op basis van dat vonnis bij uitblijven toestemming van de cliënt van verweerder. Die cliënt heeft hoger beroep ingesteld. Verweerder heeft daarna de rentmeester schriftelijk gewezen op de gevolgen van de verkoop tegen de kennelijke wil van zijn cliënt. De rentmeester heeft daarna de verkoop opgeschort totdat partijen overeenstemming hadden bereikt. Naar het oordeel van de raad stond het verweerder vrij om als partijdige belangenbehartiger zijn brieven aan de rentmeester te sturen. De advocaat van klager kon daarop reageren, en heeft dat ook gedaan. Van een dreigende toonzetting is geen sprake geweest. Dat is zo ook niet door de rentmeester opgevat. De beslissing van de rentmeester kan verweerder tuchtrechtelijk niet worden verweten. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:70 Hof van Discipline 's Gravenhage 250021 250022 250023 250024

    Deze zaak betreft een klacht over twee advocaten die rechtsbijstand hebben verleend, de advocaat-klachtfunctionaris en een advocaat-bestuurder van een advocatenkantoor. Klagers verwijten verweerders onvoldoende zorgvuldigheid en/of onvoldoende deskundigheid te hebben betracht in de wijze waarop zij twee zaken van klagers hebben behandeld. De Raad van Discipline heeft klagers 1 tot en met 3 en 5 tot en met 9 niet-ontvankelijk verklaard voor zover de klacht is gericht op het geschil met de familie A. De raad heeft de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het hof sluit zich aan bij dat oordeel van de raad. De klacht is ook in hoger beroep op alle klachtonderdelen ongegrond.