Zoekresultaten 11-20 van de 46762 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:57 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-582/AL/MN

    De raad verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:67 Hof van Discipline 's Gravenhage 250360

    Verzet ongegrond. Het hof ziet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. De voorzitter heeft overwogen dat het indienen van een klacht niet de geëigende wijze is om een weigering van verweerder om een advocaat aan te wijzen aan de orde te stellen en dat de klacht verder geen (andere) omschrijving bevat van enig handelen of nalaten van verweerder. Klaagster heeft in het verzet geen gronden aangevoerd die zien op de toetsingsmaatstaf of de feiten die aan de beslissing van 6 november 2025 ten grondslag liggen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8529

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een KNO-arts. Klager is geopereerd vanwege een uitzaaiing van een glomustumor. Bij deze operatie zijn twee zenuwen doorgenomen. Sinds de operatie heeft klager slikpassageklachten. Klager verwijt de KNO-arts onder andere dat hij de operatie onzorgvuldig heeft uitgevoerd en dat hij klager voorafgaande aan de operatie onvoldoende heeft geïnformeerd. Het college oordeelt dat de KNO-arts niet onzorgvuldig heeft gehandeld door de zenuwen bij de operatie door te nemen. Ook hoefde hij het risico op de klachten die klager heeft niet te bespreken, omdat deze klachten niet onder de in redelijkheid te verwachten risico’s van deze ingreep vielen. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:10 Accountantskamer Zwolle 25/1557 Wtra AK

    Betrokkene heeft in een notitie een opstelling gemaakt van de elementen die partijen hebben gebruikt om te komen tot een koopsom van de aandelen. Betrokkene heeft erkend dat in die opstelling een fout is gemaakt doordat in de jaarrekening een belastinglatentie was gevormd en betrokkene in zijn berekening is uitgegaan van het eigen vermogen in de jaarrekening en ten behoeve van de berekening opnieuw een belastinglatentie heeft bepaald zonder rekening te houden met de in de jaarrekening al gevormde latentie. Dat verwijt is dan ook terecht gemaakt. De Accountantskamer geeft betrokkene een waarschuwing, omdat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. Klaagster vindt ook dat betrokkene de zoons had moeten adviseren een eigen adviseur in de arm te nemen, maar dat verwijt is volgens de Accountantskamer onterecht.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:25 Kamer voor het notariaat Amsterdam 772538 / NT 25-22

    In de kern komt de klacht erop neer dat de notaris structureel onvoldoende zorgvuldig met en over klager heeft gecommuniceerd in een situatie waar juist zorgvuldige communicatie was geboden: zijn moeder, erflaatster, had hem onterfd en ook in haar testament bepaald dat hij niet bij de begrafenis aanwezig mocht zijn.De kamer acht de klacht gegrond en overweegt daartoe als volgt. Tot uitgangspunt strekt dat de notaris moest opereren in een voor klager in emotioneel opzicht gevoelige context. Daarin heeft de notaris (te) weinig geduld voor klager weten op te brengen en een onnodig grievende toonzetting jegens klager gebezigd. Vast staat dat de notaris niet meer op de e-mails van klager (...) heeft gereageerd. Op enige manier reageren had van zorgvuldigheid getuigd, zeker waar klager zich duidelijk gegriefd voelde door de aantijging dat hij de zoon van de echtgenoot op een bepaalde wijze zou hebben bejegend. Op de e-mails van klager van (...) heeft de notaris wél gereageerd, maar niet inhoudelijk. Dat de notaris naar eigen zeggen toen niet begreep waar het verzoek van klager over ging valt gelet op het tijdsverloop te begrijpen, maar neemt niet weg dat de notaris de moeite had kunnen nemen het dossier op te vragen om daarachter te komen of om contact op te nemen met klager.(...) Dit alles in onderling verband en samenhang bezien leidt tot de conclusie dat de notaris heeft gehandeld op een wijze die niet bij een professionele beroepsbeoefenaar zoals, in dit geval, een notaris past. Het – summiere – verweer van de notaris en de behandeling van de zaak ter zitting hebben geen ander licht op de zaak geworpen. De kamer is van oordeel dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en acht de klacht daarom gegrond. (...) Door te handelen als hiervoor omschreven heeft de notaris een zorgvuldigheidsnorm geschonden. Daarom acht de kamer de maatregel van waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:11 Accountantskamer Zwolle 25/2055 Wtra AK

    Ongegronde klacht. Klaagster is er niet in geslaagd om de verwijten duidelijk en aannemelijk te maken. Zij heeft de verwijten niet duidelijk omschreven met feitelijke details, zoals wanneer een bepaalde vraag is gesteld (waarop geen reactie is gekomen) of welke facturen klaagster niet kon uploaden in een bepaald systeem. Zij heeft dat ook niet gedaan bij gelegenheid van een tweede schriftelijke ronde (repliek). De verwijten zijn evenmin onderbouwd met documenten die de stellingen van klaagster zouden kunnen aantonen. Ook weerlegt zij het verweer van betrokkene nauwelijks, anders dan door te stellen dat het verweer onjuist is. De Accountantskamer kan in zo’n geval, als een ‘gesprek tussen partijen niet gevoerd wordt’, niet anders dan oordelen dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:63 Hof van Discipline 's Gravenhage 250381

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De mogelijkheid die artikel 13 Advocatenwet biedt om een advocaat aangewezen te krijgen, is in beginsel beperkt tot zaken waarin de bijstand door een advocaat verplicht is gesteld. Die situatie doet zich hier niet voor. De deken is, anders dan zij heeft aangevoerd, wel bevoegd een advocaat aan te wijzen, maar zij kan in een dergelijk geval een aanwijzing van een advocaat achterwege laten. Indien klager een procedure verkiest boven aanvaarding van de aangeboden woning kan klager die procedure zonder bijstand van een advocaat starten omdat procesvertegenwoordiging in huurgeschillen bij de kantonrechter niet verplicht is. Klager kan in die procedure ook (zo klager dat wil) hulp of bijstand van een niet-advocaat vragen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:26 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769353 / DW RK 25/165 MK/RH

    Een gerechtsdeurwaarder kan als incassodienst betaling van een vordering van zijn opdrachtgever proberen te verkrijgen als onderdeel van een zogenaamd minnelijk traject. Maar als hij daarbij ook zijn eigen kosten vordert is het zaak helder te zijn in welke hoedanigheid hij dan handelt. Dat is in dit geval niet gebeurd.Klager klaagt terecht over de aan hem verstuurde e-mail. Dit betreft een standaard mail die niet aansluit op de daaraan voorafgaande berichten van klager. De verwijzing naar Nederlandse staatsburgers, juridische soevereiniteit en een aansprakelijkstelling is in deze context ongepast en tuchtrechtelijk laakbaar. Het valt de gerechtsdeurwaarder aan te rekenen dat een helder verwoorde klacht niet als zodanig is herkend maar pas na een rappel. Dat is tuchtrechtelijk laakbaar, omdat er geen misverstand over kon bestaan dat met de brief (ook) een klacht was ingediend. De verwijzing naar de Elektriciteitswet terwijl even verderop wordt vastgesteld dat het om een aansluiting voor gas gaat, betreft een slordigheid en is niet tuchtrechtelijk laakbaar. Wel wordt de maatregel van berisping opgelegd vanwege combinatie van verschillende gegronde klachten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:64 Hof van Discipline 's Gravenhage 250389

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager heeft om aanwijzing van een advocaat gevraagd in een fiscale procedure. Het belastingrecht wordt beschouwd als een gespecialiseerd onderdeel van het bestuursrecht en in het bestuursrecht is bijstand door een advocaat niet verplicht. Uit de stukken in het dossier leidt het hof af dat klager tijdig een uitgebreid beroepschrift heeft kunnen indienen. De door klager aangehaalde uitspraken van het hof zien op andere situaties dan die van klager, waarbij het hof voorts opmerkt dat de door klager aangehaalde citaten niet in deze uitspraken te vinden zijn. De omstandigheid dat klager geen machtiging heeft toegestuurd is blijkens de beslissing van 12 november 2025 voor de deken niet redengevend geweest om het aanwijzingsverzoek af te wijzen. De de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de toetsing door de deken van een aanwijzingsverzoek ex artikel 13 Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:27 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773697 / DW RK 25/282 MK/RH

    De gerechtsdeurwaarder heeft wetsartikel geciteerd dat niet bestaat en bovendien deze fout niet direct hersteld na hier op te zijn gewezen. Dit past de gerechtsdeurwaarder niet en daar kan hem een tuchtrechtelijk verwijt van gemaakt worden. Er is te laat gereageerd op de klacht: volgens de website en de ontvangstbevestiging van de gerechtsdeurwaarder volgt een reactie binnen veertien dagen; in dit geval is de termijn twintig dagen geweest en heeft klager een rappel moeten sturen. Dat is tuchtrechtelijk laakbaar. Maatregel van waarschuwing opgelegd.