Zoekresultaten 11-20 van de 46186 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7994
- Datum publicatie: 11-12-2025
- Datum uitspraak: 05-12-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:157
Klager heeft een aanvraag gedaan op grond van de Wet studiefinanciering 2000. Deze aanvraag is afgewezen. Klager heeft hiertegen geprocedeerd. De Centrale Raad van Beroep heeft DUO opgedragen een medisch adviseur over de zaak van klager te laten oordelen. Verweerder heeft als medisch adviseur op verzoek van DUO medische rapportages uitgebracht. Klager beklaagt zich over deze rapportages. Het college is van oordeel is dat de rapportages voldoen aan de daaraan te stellen eisen en verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7588
- Datum publicatie: 10-12-2025
- Datum uitspraak: 10-12-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:138
Deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegronde klacht tegen verpleegkundig specialist. De klacht van patiënt betreft onder meer het stellen van een onjuiste diagnose, het voorschrijven van verkeerde medicatie en het opstellen van foutieve rapportages. Geen reden om de reeds gestelde diagnose aan te passen. Toegediende medicatie was passend bij het ziektebeeld. Rapportage voldoet aan de richtlijnen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:238 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-488/DH/DH
- Datum publicatie: 10-12-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:238
Verzetbeslissing. In zijn verzetschrift heeft klager geen verzetgronden aangevoerd die de raad aanleiding geven om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Verzet ongegrond. Voor zover klager in zijn verzetschrift een nieuwe klacht over verweerder heeft ingediend, is het verzet niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:171 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-740/DB/OB
- Datum publicatie: 10-12-2025
- Datum uitspraak: 09-12-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:171
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat die is aangewezen op grond van artikel 13 Advocatenwet. Verweerder hoefde enkel te beoordelen of klagers tegenvorderingen voldoende kansen hadden. De memo waarin verweerder de tegenvorderingen heeft beoordeeld is niet kwalitatief ondermaats. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:294 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7860
- Datum publicatie: 10-12-2025
- Datum uitspraak: 10-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:294
Kennelijk ongegronde klacht tegen een kinderarts-neonatoloog. Bij de dochter van klaagster is kort na de geboorte geconstateerd dat zij geïnfecteerd was geraakt met de Serratia marcescens bacterie en dat zij een hersenvliesontsteking had. Na een aantal weken waarin sprake was van toenemend weefselverval in de hersenen is vervolgens in een multidisciplinair overleg (MDO) geconcludeerd dat genezing niet meer mogelijk was en dat een palliatief beleid werd ingezet.Klaagster verwijt de kinderarts-neonatoloog dat zij in de periode tussen 31 januari tot en met 4 februari 2020 onvoldoende maatregelen heeft genomen om de bacteriële infectie te voorkomen, zowel in haar rol als behandelaar als van hoofd van de afdeling waar de dochter van klaagster was opgenomen. Daarnaast verwijt klaagster de kinderarts-neonatoloog dat zij op basis van de klinische signalen eerder had moeten ingrijpen bij haar dochter.Het college is van oordeel dat de op de afdeling gehanteerde maatregelen ter voorkoming van infecties conform de medisch-professionele standaard zijn.Wat betreft het eerder moeten ingrijpen, oordeelt het college dat de signalen die klaagster als ‘red flags’ heeft geduid, gebruikelijk waren voor premature baby’s. Deze signalen kwamen voort uit de prematuriteit van de baby en deze waren in de vorm en mate waarin zij optraden, in de periode tot aan 4 februari 2020 geen reden tot intensivering of verandering van de zorg.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:251 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-658/DH/RO
- Datum publicatie: 10-12-2025
- Datum uitspraak: 03-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:251
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken. Niet kan worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een onpartijdige en onzorgvuldige klachtbehandeling. Verweerster kon ervoor kiezen geen inhoudelijk oordeel (visie) te geven. Zij heeft dat later alsnog gedaan. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerster het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:245 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-654/DH/RO
- Datum publicatie: 10-12-2025
- Datum uitspraak: 26-11-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:245
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een VvE-kwestie. Klacht deels niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet, deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan een eigen, rechtstreeks betrokken belang en voor het overige kennelijk ongegrond. Niet gebleken van onder meer opzettelijke intimidatie, het nemen van onnodige juridische stappen, onnodig kwetsende uitlatingen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7593
- Datum publicatie: 10-12-2025
- Datum uitspraak: 10-12-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:139
Deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegronde klacht tegen verpleegkundig specialist. De klacht van patiënt betreft onder meer het stellen van een onjuiste diagnose en het voorschrijven van verkeerde medicatie. Geen reden om de reeds gestelde diagnose aan te passen. Toegediende medicatie was passend bij het ziektebeeld.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:239 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-318/DH/DH
- Datum publicatie: 10-12-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:239
Raadsbeslissing. Klacht over het zonder toestemming en/of opdracht voor klager optreden. Verweerster heeft mede namens klager een verzoekschrift ingediend bij de kantonrechter, zonder daartoe strekkende opdracht van klager en zonder klager daarin te kennen. Klager is er pas veel later – ruim twee jaar later – achter gekomen dat er mede namens hem een procedure is gevoerd, terwijl hij in de veronderstelling was dat die procedure niet was gevoerd en de huurovereenkomst daarom inmiddels voor onbepaalde tijd was. Verweerster heeft daarmee onzorgvuldig en tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:295 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7861
- Datum publicatie: 10-12-2025
- Datum uitspraak: 10-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:295
Kennelijke ongegronde klacht tegen een kinderarts-neonatoloog. Bij de dochter van klaagster is kort na de geboorte geconstateerd dat zij geïnfecteerd was geraakt met de Serratia marcescens bacterie en dat zij een hersenvliesontsteking had. Na een aantal weken waarin sprake was van toenemend weefselverval in de hersenen is vervolgens in een multidisciplinair overleg (MDO) geconcludeerd dat genezing niet meer mogelijk was en dat een palliatief beleid werd ingezet.Klaagster verwijt de kinderarts-neonatoloog dat zij ten onrechte heeft besloten haar dochter over te plaatsen naar een ander ziekenhuis en dat zij ten onrechte een palliatief beleid heeft ingezet.Het college constateert dat de kinderarts-neonatoloog niet betrokken is geweest bij de besluitvorming of de uitvoering van de overplaatsing.Het college acht de beslissing op 3 maart 2020 om over te gaan tot een palliatief beleid gezien de gezondheidssituatie van de dochter van klaagster op dat moment zeer goed navolgbaar en is van oordeel dat deze beslissing ook zorgvuldig is genomen.