Zoekresultaten 11-20 van de 46787 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8081

    Kennelijk ongegronde klacht tegen cosmetisch arts. Patiënte klaagt over onjuiste wijze van informeren over gevolgen en complicaties van de liposuctie en over het niet zorgvuldig uitvoeren van de ingreep. Normale, voorzienbare risico’s. Verklevingen. Informed consent correct opgesteld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8736

    Ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster verwijt de psychotherapeut dat hij haar onheus en onprettig heeft bejegend en dat hij de behandeling voortijdig en onzorgvuldig heeft beëindigd. Het college kan niet vaststellen dat er sprake is geweest van onheuse bejegening. De ontstane dynamiek tussen partijen leverde een voldoende gewichtige reden op om de behandelingsovereenkomst te beëindigen. Mogelijk had de psychotherapeut meer tijd kunnen nemen voor uitleg over de redenen van de beëindiging. Alles in ogenschouw genomen is de wijze waarop de psychotherapeut de behandelingsovereenkomst heeft beëindigd niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Alle klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:27 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-050/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerster haar afspraken niet is nagekomen, onvoldoende heeft gecommuniceerd of haar werkzaamheden op onzorgvuldige wijze heeft beëindigd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8735

    Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster was in therapie bij een collega van de psychotherapeut. Bij een gesprek dat plaatsvond toen de collega de behandeling met klaagster wilde beëindigen, was de psychotherapeut als toehoorder aanwezig. Klaagster verwijt de psychotherapeut (onder meer) dat zij het handelen van haar collega niet ter discussie heeft gesteld. Eerste en tweede tuchtnorm zijn hier niet van toepassing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8561

    Klacht tegen GZ-psycholoog deels kennelijk-niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Klager was in behandeling bij een GGZ-instelling waarvan de GZ-psycholoog bestuurder was. Klager verwijt de GZ-psycholoog dat hij a) zich onjuist heeft opgesteld in zijn rol als bestuurder, b) heeft nagelaten om instructies en adviezen richting de zorgverleners te geven en c) zich schuldig heeft gemaakt aan declaratiefraude, oplichting en valsheid in geschrifte. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen a) en b): deze klachtonderdelen hebben betrekking op de organisatie van zorg en de samenhang met individuele gezondheidszorg ontbreekt. Voor het overige is de klacht ongegrond. Niet gebleken is van declaratiefraude, oplichting of valsheid in geschrifte.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8562

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog was als regiebehandelaar bij de behandeling van klager betrokken. De feitelijke uitvoering werd door een masterpsycholoog gedaan. Klager verwijt de GZ-psycholoog onder meer onjuiste dossiervoering, het toepassen van een onjuiste behandelmethode, onterechte en onzorgvuldige beëindiging van de behandeling en onvoldoende regievoering. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:40 Raad van Discipline Amsterdam 26-029/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond. Van enige belangenverstrengeling bij verweerster is de voorzitter niet gebleken. Verweerster lijkt zich juist steeds voor klager te hebben ingespannen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:41 Raad van Discipline Amsterdam 25-673/A/A/D

    Dekenbezwaar dat samenhangt met klacht 25-669. Verweerster heeft vrijwel niets gedaan voor haar cliënt, die daarover een klacht heeft ingediend bij de deken. Tijdens het onderzoek van de deken reageert verweerster eerst traag en daarna niet meer. Net als de deken ziet de raad in het gedrag van verweerster een zorgwekkend patroon. De raad legt aan verweerster een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken op. Als bijzondere voorwaarde legt de raad aan verweerster de verplichting op om zich gedurende zes maanden te houden aan de aanwijzingen van de deken aangaande haar praktijkvoering.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:68 Hof van Discipline 's Gravenhage 250363

    Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Klager heeft zijn klacht over mr. H ingetrokken en zijn klacht over mr. O is reeds ter verdere behandeling naar de raad toegestuurd. De Advocatenwet voorziet niet in de mogelijkheid voor verweerster in haar hoedanigheid van deken – en evenmin voor het hof – om een ingetrokken klacht alsnog tegelijk met een andere klacht (waarin reeds een dekenonderzoek heeft plaatsgevonden) door te sturen naar de raad voor verdere behandeling. Klager kan, als hij dat wil, opnieuw een klacht indienen over mr. H bij verweerster die deze dan zal onderzoeken waarna klager ook die klacht, na voldoening van het griffierecht, ter verdere behandeling naar de raad van discipline kan laten doorsturen. Reeds daarom is er ook geen sprake van strijd met de artikelen 6 en 13 EVRM zoals klager stelt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:42 Raad van Discipline Amsterdam 25-669/A/A

    Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerster heeft klager in een familiezaak in de steek gelaten. Zij nam zijn zaak in behandeling, werd vervolgens ziek, maar informeerde haar cliënt niet. Als gevolg hiervan is geen verweer gevoerd in een rechtbankprocedure. De klacht is gegrond, maar de raad legt geen maatregel op. Dat gebeurt in het met deze zaak samenhangende dekenbezwaar (25-673).