Zoekresultaten 161-170 van de 46698 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:25 Hof van Discipline 's Gravenhage 260006

    Het hof verwijst de klacht niet. Een tuchtklacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen of een manier voor klager om te ageren tegen een proceshandeling van de deken. Een tuchtklacht is daarvoor niet bedoeld en daarmee wordt er dan ook misbruik van gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8576

    Klacht tegen gynaecoloog deels gegrond. Klaagster was bij verweerder onder behandeling voor secundaire amenorroe. Hij schreef dit toe aan intensief sporten door klaagster en adviseerde om drie keer per jaar een onttrekkingsbloeding op te wekken. Bij bloedonderzoek werd een afwijkende waarde oestrogeen bepaald, maar verweerder heeft niet de waarde, maar “geen bijzonderheden” genoteerd. Klaagster stelt dat verweerder haar had moeten waarschuwen over de kans op verminderde vruchtbaarheid en dat zij door het nalaten van verweerder later dan noodzakelijk is gediagnostiseerd met ernstige osteoporose. Deze klachten zijn ongegrond. Verweerder heeft in 2019 gedaan wat toen van hem verwacht mocht mogen worden, omdat de verwachte waarschuwing toen nog geen standaard was. De klacht over de onjuiste kwalificatie van het bloedonderzoek is wel gegrond verklaard, omdat de geconstateerde waarde wel een bijzonderheid betrof. Het verwijt is van gering gewicht, verweerder is onmiddellijk volledig open en transparant geweest en heeft lering getrokken. Omdat een maatregel daarmee geen redelijk doel dient legt het college geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8325

    Door nabestaande ingediende klacht tegen een MDL-arts over de zorg aan een patiënte die is overleden aan de gevolgen van een pancreatitis (alvleesklierontsteking) na een ERCP-procedure. Klacht gaat over de vraag of de MDL-aarts, die op verzoek van een collega mee heeft gekeken bij de procedure, ook verslag had moeten doen van zijn bevindingen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:26 Hof van Discipline 's Gravenhage 260012

    Klacht tegen de deken wordt niet verwezen. Een (tucht)klacht tegen een deken is geen middel om zich te verzetten tegen de werkwijze van de deken in het onderzoek naar de klacht tegen een andere advocaat. Het tuchtrecht is daarvoor niet bedoeld. Voor de kwestie waarover wordt geklaagd is een andere klachtenprocedure met voldoende waarborgen omkleed.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8324

    Door nabestaande ingediende klacht tegen een MDL-arts over de zorg aan een patiënte die is overleden aan de gevolgen van een pancreatitis (alvleesklierontsteking) na een door de MDL-arts uitgevoerde ERCP-procedure. Klacht gaat – onder meer - over de vraag of had moeten worden afgezien van een ERCP-procedure en over verslaglegging en nazorg. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8323

    Door nabestaande ingediende klacht tegen een arts over de zorg aan een patiënte die is overleden aan de gevolgen van een pancreatitis (alvleesklierontsteking) na een ERCP-procedure. Klacht gaat over de indicatiestelling voor de ERCP-procedure en het informeren van patiënte. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8903

    Klacht tegen een orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. Klaagster kwam bij de orthopedisch chirurg vanwege pijnklachten aan haar heupen. De orthopedisch chirurg heeft klaagster geopereerd. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg, samengevat, dat hij geweigerd heeft haar te helpen nadat zij een afgekneld gevoel had aan haar linkerbeen na de operatie en dat hij onvoldoende zorg heeft verleend. Het college oordeelt dat de orthopedisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:22 Hof van Discipline 's Gravenhage 250130

    Verweerder trad in zijn hoedanigheid van advocaat op als contactpersoon voor een gemeente. De Raad van Discipline heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat verweerder bij de invulling van zijn rol als contactpersoon verder is gegaan dan het zijn van (slechts) aanspreekpunt. Verweerder heeft over de invulling van zijn beide rollen helder gecommuniceerd. De raad ziet geen reden waarom verweerder als advocaat, naast het zijn van contactpersoon voor de gemeente, in dit geval niet ook als procesadvocaat van de gemeente tegen klager had mogen optreden. Naar het oordeel van de raad conflicteren deze twee hoedanigheden in dit geval niet met elkaar en is van belangenverstrengeling geen sprake. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:18 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-539/DB/LI

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:23 Hof van Discipline 's Gravenhage 240373

    Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft klagers bijgestaan in fiscaal-strafrechtelijke procedures. De raad heeft geoordeeld dat verweerder niet met de zorgvuldigheid heeft gehandeld die van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Voor ogenschijnlijk beperkte inspanningen, waarbij de inhoudelijke werkzaamheden vooral door een collega-advocaat lijken te zijn verricht, heeft verweerder forse declaraties aan klagers gestuurd. Ook heeft verweerder onvoldoende laten zien over de (strafrechtelijke) vakkundige kennis te beschikken die noodzakelijk was voor een goede behandeling van de zaken. Verder is niet gebleken dat verweerder klagers op enig moment heeft geadviseerd over hun positie in de betreffende procedures of over hun procedurele kansen en risico’s. Tot slot heeft verweerder niet transparant gedeclareerd. De raad heeft de klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard en heeft als maatregel een voorwaardelijke schorsing van vier weken, met kostenveroordeling, passend geacht. Het hof verklaart het hoger beroep tegen het door de raad ongegrond verklaarde klachtonderdeel c) -inhoudende dat verweerder op de zitting van 20 oktober 2022 een ongeïnteresseerde en niet-actieve houding heeft getoond- gegrond en legt als maatregel een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van zes weken op.