Zoekresultaten 171-180 van de 46698 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:19 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-747/DB/LI
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:19
Raadsbeslissing. Ingetrokken klacht. De klacht gaat over de door verweerster verleende bijstand aan klager in een arbeidsgeschil en de afwikkeling en overdracht van het dossier. In de klacht maakt klager verweerster verwijten ten aanzien van de kwaliteit van de verleende rechtsbijstand, de financiële gang van zaken, de communicatie en het overdragen van het dossier aan de opvolgend advocaat. Nadat klager de raad had bericht de klacht te willen intrekken, hebben de deken en verweerster de raad bericht dat er in hun visie geen redenen van algemeen belang zijn om de behandeling van de klacht voort te zetten. Gelet op de tussen partijen bestaande familierelatie en het feit dat de klacht (grotendeels) ziet op een (vermeende) schending van de kernwaarde deskundigheid, is de raad van oordeel dat er geen redenen zijn van algemeen belang om de behandeling van de klacht voort te zetten. De behandeling van de klacht zal worden gestaakt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:24 Hof van Discipline 's Gravenhage 240370
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:24
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen, is een aanvullende voorziening voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem of haar bijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het aanwijzen van een advocaat en daarom in het algemeen niet gehouden is een advocaat aan te wijzen. Die ruime beleidsvrijheid brengt ook mee dat de deken niet gehouden is de advocaat te verplichten iedere door een klager gewenste procedure te voeren. De aan te wijzen advocaat heeft hierin een eigen afweging te maken. Daarnaast is het uitgangspunt dat in beginsel slechts één keer een advocaat wordt aangewezen. De omstandigheid dat klager het niet eens is met het procesadvies van de hem toegewezen advocaat brengt niet zonder meer mee dat een andere advocaat moet worden aangewezen. Van bijzondere omstandigheden die daartoe is deze zaak wel aanleiding zouden moeten geven, is naar het oordeel van het hof geen sprake.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:20 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-431/DB/LI
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:20
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. De klagers, twee advocaten, klagen over de advocaat van een voormalig cliënt van hun kantoor. De raad oordeelt dat de klacht ongegrond is en dat de raad zich niet aan de indruk kan onttrekken dat klagers lichtvaardig tot het indienen van een klacht zijn overgegaan. Het in een spoedeisende kwestie als de onderhavige verzenden van een e-mail, waarin een onjuiste term wordt gebruikt en een korte reactietermijn wordt gegeven, vormt naar het oordeel van de raad in de gegeven omstandigheden namelijk onvoldoende aanleiding voor het maken van een tuchtrechtelijk verwijt aan verweerster. Klagers worden namelijk als juridisch professionals geacht de inhoud van de gewraakte e-mail op de juiste waarde te kunnen schatten. Anders dan klagers hebben gesteld is naar het oordeel van de raad uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht bovendien geenszins gebleken dat verweersters cliënt door de inhoud van verweersters e-mail ertoe is aangezet om tegen klagers te blijven ageren, noch dat door toedoen van verweerster de belangen van klagers anderszins onnodig of op een ontoelaatbare manier zijn geschaad. Klagers hebben betoogd dat zij veel belang hechten aan de door advocaten onderling te betrachten welwillendheid en dat zij verweerster verwijten in strijd met de te betrachten welwillendheid te hebben gehandeld. Dat betoog laat zich maar moeilijk rijmen met het feit dat klagers direct na ontvangst van het gewraakte e-mailbericht de indiening van een tuchtklacht hebben aangekondigd, de uitnodiging van de deken voor een bemiddelingsgesprek zonder gerechtvaardigde reden hebben afgeslagen en om onverwijlde doorzending van de klacht aan de raad hebben verzocht, zonder dat daaraan de gebruikelijke tweede schriftelijke ronde was voorafgegaan. De raad kan zich dan ook niet aan de indruk onttrekken dat klagers in de onderhavige kwestie lichtvaardig tot indiening van een tuchtklacht zijn overgegaan.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:22 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-831/AL/NN 25-833/AL/NN
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:22
Voorzittersbeslissing in twee identieke klachten van een advocaat (in loondienst) en het bedrijf (klager 2) tegen dezelfde verweerder. De cliënt van verweerder heeft per abuis onder een e-mail aan klager 2 een lint van e-mails meegestuurd. Die e-mails zijn daarna ook bij klager 1 bekend geworden. Een van die mails betrof correspondentie tussen die cliënt en verweerder. Het is evident niet de bedoeling geweest dat die e-mail bij klagers terechtkwam, zodat in die zin geen sprake is van een opzettelijke belediging. Die vertrouwelijke cliënt-advocaat e-mail kan naar het oordeel van de voorzitter, zonder toestemming van verweerder of bemiddeling door de deken, niet ten grondslag liggen aan de klachten. Hoewel de gewraakte opmerking zeker grievend is, hadden klagers daarvan geen kennis mogen nemen of had dit anderszins openbaar gemaakt mogen worden. Naar het verdere oordeel van de voorzitter is verweerder niet verantwoordelijk voor de e-mails van zijn cliënt. Dat verweerder daarop inhoud heeft uitgeoefend en heeft geprobeerd om via die weg zijn tuchtklacht van tafel te krijgen, is de voorzitter uit de stukken niet gebleken. Overige verwijten zijn niet vast te stellen. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7402
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 28-01-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:18
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde ongegrond. Geen sprake van te zware sedatie van de patiënte, nalatigheid ten aanzien van het algemeen welzijn van patiënte wat betreft inname voeding, toedienen insuline en het wel/niet toedienen van andere medicijnen. Niet gebleken dat de specialist ouderengeneeskunde heeft geweigerd mee te werken aan klachten/verzoeken/bezwaren van familieleden of in bepaalde bewoordingen aan de familie heeft medegedeeld dat patiënte snel zou overlijden en dat de bemoeienissen van de familie haar overlijdensproces alleen maar bemoeilijkten.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:23 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-376/AL/MN
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:23
Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7510
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 28-01-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:19
Deels gegronde klacht tegen gz-psycholoog. Klaagster is onvoldoende geïnformeerd over inhoud Individueel Behandelplan (IBP). Geen sprake van gezamenlijke besluitvorming. College heeft niet kunnen vaststellen dat de gz-psycholoog de handtekening van klaagster op het toestemmingsformulier zou hebben vervalst. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8161
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 28-01-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:20
Deels gegronde klacht tegen psychotherapeut. Klaagster is onvoldoende geïnformeerd over inhoud Individueel Behandelplan (IBP). Geen sprake van gezamenlijke besluitvorming. College heeft niet kunnen vaststellen dat de psychotherapeut de handtekening van klaagster op het toestemmingsformulier zou hebben vervalst. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:21 Hof van Discipline 's Gravenhage 250140
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:21
Bekrachtiging beslissing raad. Berisping. Verweerder heeft in hoger beroep zijn stelling gehandhaafd dat hij klaagster in een huurgeschil als vriendendienst van advies heeft voorzien. Het hof is, met de raad, van oordeel dat klaagster ervan mocht uitgaan dat verweerder haar als advocaat bijstond. Van verweerder mag als advocaat worden verwacht dat hij vanaf het begin af aan duidelijk is over zijn rol en daarover duidelijk communiceert en correspondeert, zodat daarover geen misverstand kan ontstaan. Dat betekent dat verweerder op het moment dat klaagster zich tot hem wendde ofwel duidelijk had moeten aangeven en bevestigen dat hij als advocaat in de huurkwestie voor haar zou optreden, waarna hij de huurkwestie dan ook met de nodige voortvarendheid had moeten oppakken, ofwel duidelijk had moeten aangegeven dat hij daarvoor niet over de vereiste expertise beschikte, waarna hij klaagster uitdrukkelijk had moeten adviseren een advocaat in te schaken die wel over die expertise beschikte. Niet is gebleken dat verweerder daaraan heeft voldaan. Het hof sluit zich voorts aan bij de overwegingen en conclusies van de raad over de communicatie van verweerder met klaagster en de zorgvuldigheid en voortvarendheid die van verweerder verwacht mochten worden en neemt die over. Verweerder heeft gehandeld in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt, wat hem tuchtrechtelijk te verwijten is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:17 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-704/DB/OB
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:17
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een incassozaak. De verwijten dat in de door verweerster verzonden sommatiebrief buitensporige extra kosten worden gevorderd, die bij een andere partij thuishoren, dat verweerster geen afstand heeft genomen van het pestgedrag van haar cliënte door met opzet een e-mail te sturen op het algemene e-mailadres van klaagsters onderneming, zodat klaagsters collega’s de e-mail hebben kunnen lezen, terwijl klaagster de e-mail wegens een technische storing niet heeft ontvangen, dat zij, ondanks betaling van de volledige vordering niet het bericht heeft gestuurd dat de zaak was afgewikkeld en dat zij niet op klaagsters e-mail van 18 december 2024 heeft gereageerd zijn ongegrond.