Zoekresultaten 12271-12280 van de 48147 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2273-2021-019

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Beklaagde heeft bij klaagster een maagverkleiningsoperatie (laparoscopische sleeve gastrectomie) uitgevoerd. Klaagster ervaart tot op heden klachten. Niet gebleken is dat bij de operatie fouten zijn gemaakt waardoor een kromming van de maag en verklevingen zijn ontstaan. Toen klaagster pijn- en passageklachten bleef houden is er aanvullend onderzoek verricht om de oorzaak van deze klachten te achterhalen. Dat dit onderzoek onvolledig is geweest, is gesteld noch gebleken. Tijdens het onderzoek zijn geen objectiveerbare afwijkingen gevonden; in het bijzonder is niet komen vast te staan dat een draaiing van de maag heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van het college heeft beklaagde adequaat en met voldoende urgentie gehandeld en deugdelijk onderzoek (laten) verricht(en) naar de klachten van klaagster. Dat beklaagde klaagster onvoldoende serieus zou hebben genomen en dat hij haar onnodig zou hebben laten lijden, is het college evenmin gebleken. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2046-2020-178

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een chirurg. De klacht heeft betrekking op de overleden echtgenote van klager. Klager verwijt de chirurg dat hij een onjuiste inschatting heeft gemaakt door deelname aan een experimentele behandeling voor te stellen in plaats van direct te opereren. In tegenstelling tot hetgeen klager heeft aangevoerd was er geen sprake was van een experimentele behandeling, maar van een op dat moment al gangbare voorbehandeling die ook zou zijn geadviseerd als patiënte niet had meegedaan aan de studie. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2248-A2021/049

    Klager is diabetespatiënt en bekend met triggerfingerproblematiek. Klager heeft een klacht ingediend tegen de plastisch chirurg die een triggerfingeroperatie bij hem heeft uitgevoerd. De operatie is ongecompliceerd verlopen.Klager verwijt de plastisch chirurg dat 1) de hechtingen te vroeg na de operatie zijn verwijderd, waardoor er weefsel is ontstaan om de pees, 2) zij een verkeerd revalidatieadvies heeft gegeven en 3) zij klager niet heeft gehoord. De plastisch chirurg heeft gemotiveerd verweer gevoerd.Het college is van oordeel dat het beter was geweest als de plastisch chirurg eerst de wond zou hebben beoordeeld voordat de hechtingen werden verwijderd en dan mogelijk de hechtingen nog enkele dagen had laten zitten. Het college merkt op dat richtlijnen wat betreft de termijn voor het verwijderen van hechtingen in de hand niet eenduidig zijn. In dit geval zijn de hechtingen niet te vroeg verwijderd. De littekens waren rustig, klager heeft niet laten weten dat de wond niet goed dicht ging en de handtherapeut heeft geen bijzonderheden genoteerd. Verder is een standaard revalidatieadvies aan klager gegeven, dat ook blijkt uit de folder die aan klager is meegegeven. Het standaard doorverwijzen naar een handtherapeut na een triggerfingeroperatie is niet gebruikelijk. De plastisch chirurg heeft klager wel op diens eerste verzoek doorverwezen naar een handtherapeut. Het college heeft tot slot geen aanwijzing dat klager niet serieus is genomen door de plastisch chirurg. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:215 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210165D

    Dekenbezwaar in familierechtelijke kwestie. Verweerster zou onvoldoende hebben gecommuniceerd met klaagster en de kwaliteit van de dienstverlening zou ondermaats geweest zijn. Onder verwijzing naar zaak 210164 wordt de beslissing van de raad bekrachtigd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:196 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.001

    Klacht tegen een arts. Klager heeft een verkeerongeval gehad. De verzekeringsmaatschappij heeft aansprakelijkheid van haar verzekerde jegens klager erkend. De arts treedt op als medisch adviseur van de verzekeringsmaatschappij en heeft een medisch advies uitgebracht. De medisch adviseur van klager heeft vervolgens ook een advies uitgebracht, waar de arts op heeft gereageerd. Daarna is een gezamenlijke neurologische expertise verricht. Naar aanleiding van diens conceptrapport heeft de arts een aantal vragen aan de neuroloog gesteld zonder klager hiervan direct op de hoogte te stellen. De klacht houdt in dat de arts zijn advies niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft vastgesteld en onvoldoende heeft onderbouwd, en dat hij vragen heeft gesteld aan de keurend neuroloog zonder (tijdig) de medisch adviseur van klager daarvan op de hoogte te stellen. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond, omdat de arts niet in gebreke is geweest bij het doorsturen van zijn aanvullende vragen aan de neuroloog. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:194 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-356/DB/OB

    Verzetbeslissing. De raad is van oordeel dat de voorzitter terecht en op juiste gronden toepassing heeft gegeven aan artikel 46j Advocatenwet, op grond waarvan de klacht zonder voorafgaande mondelinge behandeling bij beslissing van de voorzitter kan worden afgedaan. Nu het verzet van klager tegen de beslissing van de voorzitter ook overigens geen nieuwe gezichtspunten oplevert is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht en moet het verzet ongegrond worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1003

    Klacht tegen allergoloog. Klaagster verwijt verweerder – kort gezegd – dat hij eerst aangaf medicatie nodig te vinden en daar bij het volgende consult toch vanaf zag. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:197 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.003

    Klacht tegen verzekeringsarts. De klacht houdt in dat de arts zonder toestemming en kennisgeving vooraf het medisch dossier van klager aan een psychiater heeft overhandigd voor een ‘collegiaal advies’, en dat sprake is van schending van het beroepsgeheim. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beroep tegen die uitspraak, gelet op het bepaalde in artikel 73 eerste lid, onder a, van de Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1004

    Klacht tegen internist. Klaagster verwijt verweerster – kort gezegd – dat zij het, na triage, niet nodig vond om klaagster zelf te zien en dat met haar adviezen niets is gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.005

    Klacht tegen verzekeringsarts. De klacht houdt in dat de arts zonder toestemming en kennisgeving vooraf het medisch dossier van klager aan een psychiater heeft overhandigd voor een ‘collegiaal advies’, en dat sprake is van schending van het beroepsgeheim. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd. De arts heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege en verklaart de klacht alsnog ongegrond.