Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TNORSHE:2020:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/58

ECLI: ECLI:NL:TNORSHE:2020:18
Datum uitspraak: 31-07-2020
Datum publicatie: 15-09-2020
Zaaknummer(s): SHE/2019/58
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen:
  • Klacht niet-ontvankelijk
  • Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klager verwijt de notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld rondom de totstandkoming van de verklaring van erfrecht in erflaters nalatenschap. De klacht valt uiteen in twee onderdelen. Het eerste klachtonderdeel betreft het verwijt dat de notaris er op basis van informatie van drie van erflaters erfgenamen (de zussen) en zonder ruggespraak met de overige erfgenamen ten onrechte van is uitgegaan dat alle overige erfgenamen de drie zussen volmacht wilden geven om erflaters nalatenschap af te wikkelen. Dit klachtonderdeel wordt door de kamer ongegrond verklaard. Bij het opmaken van de (concept-)verklaring van zuivere aanvaarding inclusief boedelvolmacht is de notaris in eerste instantie weliswaar afgegaan op informatie van de zussen, maar de notaris heeft deze informatie naar het oordeel van de kamer voldoende toegelicht aan en geverifieerd bij klager. Het tweede klachtonderdeel betreft het verwijt dat de notaris heeft nagelaten een opdrachtbevestiging aan klager toe te zenden, klager vooraf te infomeren over de te verrichten werkzaamheden en de daarmee gepaard gaande kosten en hem een declaratie toe te zenden. Ook dit klachtonderdeel wordt door de kamer ongegrond verklaard. Klager heeft namelijk niet weersproken dat de zus opdracht heeft gegeven aan de notaris om de verklaring van erfrecht inzake het overlijden van erflater op te maken. Dat de zus als opdrachtgever van de notaris moet worden beschouwd, volgt ook uit de door de notaris overgelegde opdrachtbevestiging. Op de notaris rustte daarom niet de verplichting de door klager gestelde informatie en stukken ongevraagd aan hem te verstrekken. Indien klager bedoelde informatie en stukken desondanks rechtstreeks van de notaris had willen ontvangen, had het op zijn weg gelegen om de notaris hiervan in kennis te stellen en haar een redelijke termijn te geven voor het verstrekken van de door hem gewenste informatie, alvorens een klacht in te dienen. Niet is gebleken dat klager dit heeft gedaan. Voor zover klager de kamer verzoekt om de notaris te veroordelen tot het betalen van een vergoeding van kosten, overweegt de kamer dat de Wna niet in deze mogelijkheden voorziet. Klager wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard in dit verzoek.

Klachtnummer    : SHE/2019/58

Datum uitspraak : 31 juli 2020

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH

De kamer voor het notariaat neemt de volgende beslissing naar aanleiding van de klacht van:

[klager] (hierna: klager),

wonende in [woonplaats] ([land]),

tegen

[de notaris] (hierna: de notaris),

gevestigd in [vestigingsplaats].

1.         De procedure

1.1.       Bij brief van 25 september 2019 heeft klager een klacht geformuleerd tegen de notaris. Deze brief is op 28 september 2019 door de kamer voor het notariaat (de kamer) per e-mail ontvangen.

1.2.       Bij brief van 28 oktober 2019 heeft de kamer een kopie van de klacht aan de notaris gezonden en haar verzocht om haar standpunt binnen drie weken kenbaar te maken.

1.3.       De notaris heeft bij brief van 15 november 2019 een verweerschrift ingediend. Deze brief (met bijlagen) is op 18 november 2019 door de kamer ontvangen.

1.4.       Bij brieven van 27 september 2019 heeft de kamer partijen uitgenodigd om bij de mondelinge behandeling van de klacht aanwezig te zijn op 16 maart 2020.

1.5.       Bij e-mailbericht van 16 maart 2020 om 9:04 uur heeft de kamer aan partijen meegedeeld dat de mondelinge behandeling van de klacht op die dag niet kan doorgaan in verband met de in het kader van het coronavirus getroffen maatregelen.

1.6.       Bij brieven van 6 april 2020 heeft de kamer aan partijen voorgesteld de zaak schriftelijk af te doen en is hen verzocht binnen veertien dagen te reageren, indien zij een mondelinge behandeling van de klacht wensen.

1.7.       Aangezien door beide partijen niet is gevraagd om een mondelinge behandeling, heeft de kamer klager bij brief van 21 april 2020 in de gelegenheid gesteld om binnen drie weken repliek in te dienen op het verweerschrift van de notaris.

1.8.       Klager heeft vervolgens bij brief van 8 mei 2020 repliek ingediend. Deze brief (met bijlagen) is op 15 mei 2020 door de kamer ontvangen.

1.9.       Bij brief van 15 mei 2020 heeft de kamer de notaris in de gelegenheid gesteld om binnen drie weken dupliek in te dienen.

1.10.      Bij brief van 2 juni 2020 heeft de notaris dupliek ingediend. Deze brief (met bijlagen) is op 5 juni 2020 door de kamer ontvangen.

1.11.      Ten slotte is aan partijen op 8 juni 2020 bericht dat op 31 juli 2020 uitspraak zal worden gedaan.

2.          De feiten

2.1.       Op [datum] 2018 is de heer [naam], broer van klager (hierna: erflater), overleden. Erflater heeft niet bij testament over zijn nalatenschap beschikt en op grond van de wet onder meer klager als één van zijn erfgenamen achtergelaten.

2.2.       Op 12 november 2018 heeft mevrouw [naam], één van de zussen van klager (hierna: de zus), de notaris (die destijds toegevoegd notaris was en per [datum] is benoemd tot notaris), opdracht gegeven om naar aanleiding van erflaters overlijden een verklaring van erfrecht op te maken.

2.3.       Op 3 december 2018 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen de zus, twee andere zussen van klager (zijnde mevrouw [naam] en mevrouw [naam]) en de notaris. De drie zussen (hierna: de zussen) hebben in dit gesprek aan de notaris medegedeeld dat zij namens de familie voor de afwikkeling van de nalatenschap van erflater zouden zorgdragen.

2.4.       Bij brief van 21 januari 2019 heeft de notaris een brief gestuurd naar klager. Bij deze brief heeft de notaris klager medegedeeld dat hij voor één/dertiende gedeelte gerechtigd is in de nalatenschap van erflater. Verder heeft de notaris hem geïnformeerd over de keuze tussen het verwerpen, zuiver aanvaarden of beneficiair aanvaarden van de nalatenschap en de gevolgen van de verschillende keuzemogelijkheden. Ook heeft de notaris klager op de hoogte gebracht van haar bespreking met de zussen op 3 december 2018. In de brief staat onder meer het volgende vermeld:

“Vooralsnog ben ik uitgegaan van zuivere aanvaarding van de nalatenschap, aangezien uw zussen (…) mij dat hebben aangegeven tijdens onze bespreking van 3 december 2018.

Uw genoemde zussen hebben mij gemeld dat zij mede namens u de nalatenschap zouden mogen afwikkelen, waaronder de verkoop en levering van de woning, zijnde het appartement (…), onder de voorwaarde en tegen de prijs als de gevolmachtigden raadzaam zullen achten. Hiertoe is in de verklaring een volmacht aan uw genoemde zussen opgenomen.

Indien u hierover meer informatie wenst danwel de gevolmachtigden nadere beperkingen wenst op te leggen/nadere afspraken wenst te maken verneem ik dat graag van u. Overigens zijn de gevolmachtigden slechts tezamen bevoegd en zijn zij verplicht rekening en verantwoording af te leggen over de door hen verrichte handelingen.”

Bij de brief is een “verklaring zuivere aanvaarding nalatenschap en boedelvolmacht” gevoegd.

2.5.       Vervolgens heeft klager bij e-mailbericht van 11 februari 2019 aan het kantoor van de notaris te kennen gegeven dat hij van een andere erfgenaam had gehoord dat de notaris zich bezighoudt met de afwikkeling van erflaters nalatenschap en hem in dat kader een machtigingsformulier zou hebben gestuurd. Klager heeft de notaris op de hoogte gesteld van het feit dat hij sinds 25 november 2018 geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en dat hij geen stukken van de notaris heeft ontvangen. Klager heeft de notaris daarom zijn correspondentieadres in Nederland opgegeven. Verder heeft klager bij hetzelfde e-mailbericht een aantal vragen gesteld aan de notaris. In het e-mailbericht staat onder meer het volgende vermeld:

“Het bevreemdt mij dan ook, dat door u als notaris de erfgenamen niet bijeen zijn geroepen om te komen tot een door hen gekozen aantal personen met volmacht om de erfenis af te wikkelen. Sterker nog, dat uw als notaris enkele erfgenamen tot gemachtigden hebt verklaard zonder ruggespraak met de overige erfgenamen. Graag verneem ik op grond waarvan u e.e.a. heeft gesteld.”   

2.6.       Een medewerker van de notaris heeft klager daarna per e-mailbericht van 21 februari 2019 uitgelegd dat bij het versturen van de brief van 21 januari 2019 is uitgegaan van het adres waarop klager nog steeds stond ingeschreven bij de “gemeentelijke basisadministratie”. Verder heeft de medewerker onder meer het volgende aan klager laten weten:

“De erfgenamen (…) hebben aan mij opdracht gegeven voor het opmaken van een verklaring van erfrecht. Zij hebben mij aangegeven dat zij bereid zijn om de nalatenschap met zijn 3en verder af te wikkelen.

Op basis hiervan hebben wij dit opgemaakt. Uiteraard, zoals ook in mijn schrijven is aangegeven, kunt u zelf aangeven of u hier wel of niet mee instemt.”  

2.7.       Op 26 februari 2019 heeft klager het notariskantoor onaangekondigd bezocht en is hem voorgesteld om een afspraak te maken voor een bespreking. Klager heeft op 28 februari 2019 een e-mailbericht gestuurd naar de notaris met dezelfde strekking als het e-mailbericht van 11 februari 2019.

2.8.       Op 12 maart 2019 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen klager en de notaris. In dit gesprek heeft de notaris de brief van 21 januari 2019 en de daarbij gevoegde stukken met klager doorgenomen. Klager heeft aangegeven de zussen geen volmacht te willen verstrekken. De notaris heeft daarom het tekstblok over de volmacht uit de verklaring van zuivere aanvaarding verwijderd, waarna klager de verklaring van zuivere aanvaarding heeft ondertekend.

2.9.       Bij e-mailbericht van 12 maart 2019 aan klager heeft de notaris de bespreking van eerder die dag samengevat. In dit e-mailbericht staat onder meer het volgende vermeld:

“Uw zussen (…) hebben ons enige weken geleden verzocht een verklaring van erfrecht op te maken met betrekking tot het overlijden van uw broer. Tevens gaven zij aan bereid te zijn de afwikkeling van de nalatenschap op zich te nemen.

Daartoe is door ons een brief met verklaring/volmacht opgemaakt, welke aan u is toegezonden op het adres waarmee u bekend bent bij de Gemeente. Wij zonden u een brief met informatie over de verschillende manieren van aanvaarden van de nalatenschap, alsmede een verklaring welke u kon tekenen indien u akkoord ging met een zuivere aanvaarding, en het geven van een volmacht aan voornoemde zussen. Waarbij uitdrukkelijk is gemeld wat de volmacht inhield en waarbij is aangegeven dat we graag vernemen indien u daarover meer informatie wenst, danwel nadere vragen/opmerkingen zou hebben.

U gaf aan de brief niet te hebben ontvangen, en geen volmacht aan uw zussen te willen geven. U wil de nalatenschap echter wel zuiver aanvaarden. Daartoe ws u zojuist op kantoor.

Ik heb daarom de brief zojuist alsnog met u doorgenomen, alles extra aan u toegelicht, en de volmacht uit uw verklaring verwijderd, waarna u de verklaring van zuivere aanvaarding heeft getekend. Een kopie van de door u getekende verklaring en de gemelde brief heb ik aan u meegegeven.

Ik heb u aldus gewezen op de gevolgen van de zuivere aanvaarding, en het feit dat u tezamen met genoemde zussen de nalatenschap dient af te wikkelen, uitgaande van het feit dat de overige erfgenamen (dan wel hun wettelijk vertegenwoordigers, indien van toepassing), hen de volmacht wel verlenen.

Wij zullen uw zussen op de hoogte stellen van het feit dat u geen volmacht heeft verleend. Na afgifte van de verklaring van erfrecht zullen wij u hierover per e-mail berichten.”

2.10.      Op 12 maart 2019 heeft klager per e-mail onder meer het volgende aan de notaris te kennen gegeven:

“Via mijn broer (…), ben ik op de hoogte gesteld dat aan (…) notarissen gevraagd is een erfverklaring te willen opmaken. Noch voor de datum van 3 december 2019, noch na deze datum hebben mijn zussen contact met mij opgenomen met betrekking tot de afwikkeling van de nalatenschap van onze broer (…) Ik heb noch aan mijn zussen, noch aan anderen fiat gegeven om mede namens mij de nalatenschap te mogen afwikkelen. Het heeft mij in hoge mate verbaasd dat mijn zussen, zich aan de telefoon, als gemachtigden opstelden lang voordat uw brief was uitgegaan.

Ik heb in het gesprek van hedenmiddag ook aangegeven dat ik verwacht had, dat u als notaris de erfgenamen bijeen had geroepen om op uw kantoor de erfverklaring te tekenen en om in onderling overleg te komen tot een door de erfgenamen gekozen aantal personen met volmacht om de erfenis af te wikkelen.”

2.11.      Op 10 mei 2019 is de verklaring van erfrecht opgemaakt. Op basis van deze verklaring is klager tezamen met de zussen bevoegd om de nalatenschap van erflater af te wikkelen. Bij brief van 16 mei 2019 heeft de notaris een afschrift van de verklaring van erfrecht aan klager toegezonden en hem medegedeeld dat de door de andere erfgenamen gevolmachtigde zussen eveneens een afschrift hebben ontvangen, alsmede de daarop betrekking hebbende declaratie.  

2.12.      Bij e-mailbericht van 18 november 2019 heeft de zus onder meer het volgende aan de notaris bericht:

“Ik ga binnenkort over op uitkeren van de erfenis.

Nu ben ik met het financiële gedeelte bezig, en ik zie in de rekening van (…) notarissen, dat er voor 5 erfgenamen kosten in rekening voor beneficiaire aanvaardingen is gebracht.

4 erfgename hebben beneficiair aanvaard, geen 5 erfgenamen.

Ik moet financieel alles kloppend maken in overzicht voor de erfgenamen.

Zou u dit voor mij aub na willen kijken in uw dossier.” 

2.13.      Bij e-mailbericht van 21 november 2019 heeft een medewerker van de notaris het volgende geantwoord aan de zus:

“De extra kosten hebben betrekking op de verklaringen die ik heb aangepast. Er zijn 4 aanvaardingen aangepast van een zuivere aanvaarding naar een beneficiaire aanvaarding en er is nog 1 aanvaarding aangepast, aangezien we de volmacht hebben verwijderd.”

3.          De klacht

3.1.       Klager verwijt de notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld rondom de totstandkoming van de verklaring van erfrecht in erflaters nalatenschap. De klacht valt (kort gezegd) uiteen in de volgende onderdelen.

1.       De notaris is er op basis van informatie van de zussen en zonder ruggespraak met de overige erfgenamen ten onrechte van uitgegaan dat alle overige erfgenamen de zussen volmacht wilden geven om erflaters nalatenschap af te wikkelen. Zij heeft de overige erfgenamen ook niet geïnformeerd over de gevolgen van de volmacht en over de mogelijkheid om de volmacht in te trekken. De notaris had alle erfgenamen bij elkaar moeten roepen, zodat zij gezamenlijk overeenstemming hadden kunnen bereiken over de vraag wie erflaters nalatenschap namens hen zou(den) mogen afwikkelen.

2.       De notaris heeft nagelaten een opdrachtbevestiging aan klager toe te zenden, klager vooraf te infomeren over de te verrichten werkzaamheden en de daarmee gepaard gaande kosten en hem een declaratie toe te zenden.

3.2.       Naast gegrondverklaring van de hierboven genoemde klachtonderdelen verzoekt klager de kamer in repliek om de notaris “aan te sporen” in rekening gebrachte kosten aan hem terug te betalen.

3.3.       De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht. Voor zover dit verweer van belang is voor de beoordeling, zal dit hierna worden besproken.

4.          De beoordeling

Reikwijdte van het tuchtrecht

4.1.       Op grond van artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De tuchtrechter toetst of hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en andere toepasselijke bepalingen. Ook kan de tuchtrechter toetsen of zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.

4.2.       Voor zover klager de kamer verzoekt om de notaris te veroordelen tot het betalen van een vergoeding van kosten, overweegt de kamer dat de Wna niet in deze mogelijkheden voorziet. Klager zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in dit verzoek.

Klachtonderdeel 1

4.3.       Klager verwijt de notaris dat zij er op basis van informatie van de zussen en zonder ruggespraak met de overige erfgenamen van erflater (hierna: de overige erfgenamen) ten onrechte van uitgegaan is dat de overige erfgenamen de zussen volmacht wilden geven om erflaters nalatenschap af te wikkelen. Als gevolg daarvan heeft de notaris voor onder meer klager een verklaring van zuivere aanvaarding opgemaakt inclusief een boedelvolmacht, terwijl klager met deze boedelvolmacht niet instemde. De notaris heeft de overige erfgenamen ook niet geïnformeerd over de gevolgen van de volmacht aan de zussen en over de mogelijkheid om de volmacht in te trekken. Volgens klager had de notaris alle erfgenamen bij elkaar moeten roepen, zodat zij gezamenlijk overeenstemming hadden kunnen bereiken over de vraag wie erflaters nalatenschap namens hen zou(den) mogen afwikkelen. 

4.4.       De notaris betwist dat geen ruggespraak met de overige erfgenamen heeft plaatsgevonden en voert - kort gezegd - aan dat zij klager wel degelijk uitgebreid heeft geïnformeerd.

4.5.       De kamer overweegt dat de informatie- en belehrungsplicht (artikel 43 lid 1 Wna) inhoudt dat de notaris zich ervan dient te vergewissen dat partijen de inhoud van de akte begrijpen en dat de akte de wil van partijen juist weergeeft. Het vervullen van deze verplichting behoort tot de essentie van het notariële ambt. De informatieplicht van een notaris is niet beperkt tot het passeren van akten, maar geldt ook als hij andere ambtelijke werkzaamheden verricht. De kamer is met de notaris van oordeel dat zij niet is tekortgeschoten aan bedoelde plicht te voldoen rondom de totstandkoming van de verklaring van erfrecht. Bij dit oordeel speelt met name het volgende een rol.

1)      Het is in de notariële praktijk niet ongebruikelijk dat door of namens één van de erfgenamen -in dit geval de zus - om een verklaring van erfrecht wordt verzocht.

2)      Na het gesprek met de zussen heeft de notaris op 21 januari 2019 alle overige erfgenamen tegelijk aangeschreven met een brief van gelijke inhoud. Deze brief heeft klager uiteindelijk later ontvangen, omdat hij niet meer bleek te wonen op het adres waarop hij kennelijk nog steeds stond ingeschreven bij de door de notaris geraadpleegde Basisregistratie Personen (BRP), de opvolger van de Gemeentelijke Basisadministratie voor persoonsgegevens (GBA).  Dat de brief klager daarom in eerste instantie niet bereikte, kan niet aan de notaris worden toegerekend. Bij de brief van 21 januari 2019 heeft de notaris de overige erfgenamen geïnformeerd over de bespreking met de zussen. In de brief worden de verschillende keuzemogelijkheden (van zuivere aanvaarding, beneficiaire aanvaarding en verwerping) toegelicht en geeft de notaris aan dat zij er naar aanleiding van het gesprek met de zussen vooralsnog van uitgaat dat de overige erfgenamen erflaters nalatenschap zuiver willen aanvaarden. Verder bericht de notaris dat de zussen haar hebben verteld dat zij erflaters nalatenschap mede namens de overige erfgenamen zouden mogen afwikkelen. Op basis van deze informatie heeft de notaris voor onder meer klager een verklaring van zuivere aanvaarding inclusief boedelvolmacht opgemaakt en deze bij de brief van 21 januari 2019 gevoegd. Bovendien geeft de notaris in de brief informatie over het verlenen van een boedelvolnacht aan de zussen en de gevolgen hiervan.

3)      In bedoelde brief wordt klager verzocht contact met de notaris op te nemen, indien hij meer informatie wenst, de zussen nadere beperkingen wenst op te leggen en/of nadere afspraken wenst te maken. Met andere woorden: de verklaring van zuivere aanvaarding inclusief boedelvolmacht kan worden aangepast, indien klager het met de inhoud hiervan niet eens is.

4)      Op 11 februari 2019 heeft klager per e-mail aan de notaris laten weten dat hij de brief van 21 januari 2019 niet heeft ontvangen, omdat hij geen vaste woon- of verblijfplaats meer heeft en heeft hij de notaris een aantal vragen gesteld. Deze vragen zijn door een medewerker van de notaris bij e-mailbericht van 21 februari 2019 beantwoord en aan klager is bevestigd dat hij zelf kan aangeven of hij het met de boedelvolmacht eens is.

5)      Nadat duidelijk werd dat klager de zussen geen volmacht wenste te geven, heeft op initiatief van de notaris een gesprek met klager plaatsgevonden op kantoor. In dit gesprek op 12 maart 2019 heeft de notaris de brief van 21 januari 2019 met klager doorgenomen en hem een kopie van de brief verstrekt. Ook is de verklaring van zuivere aanvaarding inclusief boedelvolmacht met klager doorgenomen. Klager heeft in dit gesprek aangegeven niet in te stemmen met een boedelvolmacht aan de zussen. Op zijn verzoek is de boedelvolmacht daarom door de notaris uit de verklaring verwijderd. Vervolgens heeft klager de verklaring van zuivere aanvaarding ondertekend.

Bij het opmaken van de (concept-)verklaring van zuivere aanvaarding inclusief boedelvolmacht is de notaris in eerste instantie weliswaar afgegaan op informatie van drie van erflaters erfgenamen (namelijk de zussen), maar uit het voorgaande volgt dat de notaris deze informatie voldoende heeft toegelicht aan en geverifieerd bij klager. Naar aanleiding van deze toelichting en verificatie is op verzoek van klager de verklaring van zuivere aanvaarding inclusief boedelvolmacht aangepast door de boedelvolmacht aan de zussen te verwijderen. De verklaring van zuivere aanvaarding is vervolgens verwerkt in de nadien opgemaakte verklaring van erfrecht. Op basis van deze verklaring is klager tezamen met de zussen bevoegd om de nalatenschap van erflater af te wikkelen. 

Tegen deze achtergrond is de kamer van oordeel dat de notaris niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Integendeel: de notaris heeft door haar hiervoor geschetste handelwijze gehandeld zoals een zorgvuldig notaris betaamt en de belangen van klager niet veronachtzaamd. Klachtonderdeel 1 zal daarom ongegrond worden verklaard.

Klachtonderdeel 2

4.6.       Klager verwijt de notaris dat zij heeft nagelaten ten aanzien van de verklaring van erfrecht een opdrachtbevestiging aan hem te zenden, hem vooraf te infomeren over de te verrichten werkzaamheden en de daarmee gepaard gaande kosten en hem een declaratie te zenden.

4.7.       De notaris voert hiertegen aan dat de zus haar opdrachtgever is. De zus heeft de notaris op 12 november 2018 opdracht gegeven voor het opmaken van een verklaring van erfrecht. De notaris wijst op de door haar als bijlage 1 bij dupliek ingediende opdrachtbevestiging. Deze opdrachtbevestiging is getekend door de zus. In deze opdrachtbevestiging staat vermeld dat het tarief voor de te verrichten werkzaamheden € 350,-- exclusief btw bedraagt, te vermeerderen met de kosten van het opmaken van de door alle erfgenamen te ondertekenen verklaringen, te weten € 25,-- exclusief btw per verklaring.   Volgens de notaris is met de zus regelmatig contact geweest over de stand van zaken en (bijkomende) kosten en heeft de zus ook een declaratie ontvangen. Verder voert de notaris aan dat klager haar nooit rechtstreeks heeft verzocht om informatie over de opdrachtbevestiging en de kosten. Klager heeft de notaris dus niet in de gelegenheid gesteld om hem voorafgaand aan zijn klacht hierover rechtstreeks te informeren.

4.8.       De kamer overweegt het volgende. Klager heeft niet weersproken dat de zus opdracht heeft gegeven aan de notaris om de verklaring van erfrecht inzake het overlijden van erflater op te maken. Dat de zus als opdrachtgever van de notaris moet worden beschouwd, volgt ook uit de door de notaris overgelegde opdrachtbevestiging. Gelet hierop rustte op de notaris niet de verplichting om klager - ongevraagd - een (kopie van de door de zus getekende) opdrachtbevestiging toe te zenden, klager vooraf te infomeren over de te verrichten werkzaamheden en de daarmee gepaard gaande kosten en hem een declaratie toe te zenden.

Indien klager bedoelde informatie en stukken desondanks rechtstreeks van de notaris had willen ontvangen, had het op zijn weg gelegen om de notaris hiervan in kennis te stellen en haar een redelijke termijn te geven voor het verstrekken van de door hem gewenste informatie, alvorens een klacht in te dienen. Weliswaar stelt klager dat hij de notaris in hun gesprek van 12 maart 2019 hierop heeft gewezen, maar dit blijkt niet uit het door de notaris opgemaakte en aan klager toegezonden verslag van dit gesprek, noch uit de daarop gevolgde reactie van klager en de andere door partijen overgelegde stukken. De kamer heeft tegen deze achtergrond onvoldoende informatie/aanknopingspunten om tot het oordeel te komen dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en is van oordeel dat klager met het indienen van dit klachtonderdeel voorbarig is.

4.9.       Op grond van het voorgaande zal klachtonderdeel 2 ongegrond worden verklaard.

5.          De beslissing

De kamer:

5.1.       verklaart de klacht niet-ontvankelijk voor zover deze ziet op het verzoek om een vergoeding;

5.2.       verklaart de klacht voor het overige ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. P.M. Knaapen, plaatsvervangend voorzitter, mr. J.D. Streefkerk, plaatsvervangend rechterlijk lid en mr. L.J.M. Teunissen, notarislid.

Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2020 door mr. T. Zuidema, plaatsvervangend voorzitter.

mr. A.R. Jansen-Castelein, secretaris                           mr. T. Zuidema, plaatsvervangend voorzitter

buiten staat      

Hoger beroep tegen deze beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van de aangetekende brief waarbij van deze beslissing kennis is gegeven - bij het gerechtshof in Amsterdam, postadres: Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.