Zoekresultaten 12281-12290 van de 48147 resultaten

  • ECLI:NL:TSCTS:2021:14 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2021-13 (2021.V3-BERGFJORD)

    Het verzoek tot tuchtrechtelijke behandeling is ingediend naar aanleiding van het volgende ongeval:Op 7 januari 2021 is het schip de Bergfjord aan de grond gelopen bij het Noorse eiland Ytstegeita, enkele tientallen mijlen noordelijk van Bergen. Als gevolg van deze gronding zijn de voorpiek en de bakboord en stuurboord dieptanks lek geraakt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1064

    Klacht tegen apotheker over een medicatiewissel. Klaagster verwijt beklaagde dat zij weer de medicatie heeft gekregen waarop zij eerder al niet goed reageerde en in een zware depressie is geraakt en dat de apotheker in eerste instantie niet heeft aangegeven dat zij medicatie kreeg van een ander merk. Klaagster vraagt een schadevergoeding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard.Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:199 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.006

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klager heeft in 2012 een auto-ongeval gehad en heeft daardoor letsel opgelopen. De WAM-verzekeraar van de automobilist die klager heeft aangereden heeft de aansprakelijkheid erkend, maar over de omvang van de schade zijn partijen het niet eens geworden. Partijen hebben samen een [deskundige] neuroloog een deskundigenrapportage laten opstellen. De arts is werkzaam als medisch adviseur, is ingeschakeld door de WAM-verzekeraar van de automobilist en heeft commentaar uitgebracht op het conceptrapport van de als deskundige ingeschakelde neuroloog. De klacht houdt in dat de arts een bijzondere zorgplicht jegens klager heeft geschonden, door 1) een niet (medisch) onderbouwde stelling in te nemen dat geen sprake is (of kan zijn) van een flexie-extensietrauma omdat de airbag is uitgegaan, en 2) zich op grievende wijze over klager uit te laten in zijn beschouwing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 2 gegrond verklaard, ter zake daarvan aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd, en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. De arts heeft beroep ingesteld tegen die uitspraak. Het beroep richt zich tegen de gegrondverklaring van klachtonderdeel 2 en de opgelegde maatregel. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege, verklaart klachtonderdeel 2 opnieuw gegrond, maar vindt het niet nodig om aan de arts een maatregel op te leggen en volstaat met de vaststelling van een tuchtrechtelijk verwijt.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:190 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-081/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Beroep van verweerder op niet-ontvankelijkheid slaagt. Op grond van de stukken is het voldoende aannemelijk dat klager zijn in maart 2018 ingediende klacht over verweerder in juni 2018 zonder enig voorbehoud heeft ingetrokken naar aanleiding van de tussen verweerder en klagers ex-echtgenote tot stand gekomen regeling. Verweerder mocht er toen dan ook van uitgaan dat hij zich niet meer, ook niet op een later moment, bij de deken en de tuchtrechter hoefde te verweren tegen de verwijten die klager hem had gemaakt. Klacht in alle onderdelen niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:193 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.238

    Klacht tegen een chirurg. Bij klaagster is door de chirurg een re-excisie van een melanoom en een sentinel-node procedure uitgevoerd. Nadien volgden er meerdere controles. In 2016 vond een PET-CT scan plaats. In 2017 is klaagster door een collega van de chirurg gezien i.v.m. een afwijking onder de rechteroksel waarover klaagster ongerust was. Uit een door een radioloog onder echogeleiding verrichte okselpunctie bleek dat sprake was van een gemetastaseerd maligne melanoom. Klaagster werd verwezen naar een ander ziekenhuis voor palliatieve therapie. Klaagster verwijt de chirurg dat hij (1) nalatig en onzorgvuldig is geweest, (2) de verkeerde diagnose bij klaagster heeft gesteld, (3) een verkeerde follow-up heeft voorgesteld, (4) klaagster medisch dossier niet goed heeft bijgehouden en (5) klaagster heeft behandeld als een patiënte met een toevalsbevinding in plaats van als patiënte met een melanoom verleden. Het Regionaal Tuchtcollege Eindhoven verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.051

    Klacht tegen een arts. Klager is werkzaam geweest bij het Ministerie van Defensie. De klacht gaat over de manier waarop zijn medisch dossier is bijgehouden en hoe daarmee is omgegaan. De arts is als commandant van de Defensie Gezondheidszorg Organisatie (DGO) de hoogste medische autoriteit en verantwoordelijk voor de kwaliteit van de militaire gezondheidszorg en de dagelijkse leiding. De klacht houdt in dat de arts heeft nagelaten een volledig loggingsbestand over te dragen; hem te informeren over de ontbrekende loggings en over de onrechtmatige toegang tot zijn dossier en/of de uitkomst op de controle-onderzoek naar onrechtmatige toegang; te handelen naar aanleiding van de onrechtmatige toegang tot zijn medisch dossier; een ieder (alle medewerkers die dit aangaat) te informeren over het niet bijhouden van loggingsbestanden gedurende voornoemde periode in 2010, en dat onder de verantwoordelijkheid van de arts het medisch dossier van klager is vervalst. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen kennelijk niet-ontvankelijk. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:191 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-043/DB/OB

    Verzetbeslissing. De raad is van oordeel dat de voorzitter terecht en op juiste gronden toepassing heeft gegeven aan artikel 46j Advocatenwet, op grond waarvan de klacht zonder voorafgaande mondelinge behandeling bij beslissing van de voorzitter kan worden afgedaan. Nu het verzet van klager tegen de beslissing van de voorzitter ook overigens geen nieuwe gezichtspunten oplevert is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht en moet het verzet ongegrond worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:194 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.239

    Klacht tegen een radioloog. Bij klaagster werd in 2015 een mammografie uitgevoerd. De radioloog beoordeelde de mammografie en voerde vanwege palpabele massa in de rechterborst een aanvullende echo uit. Ruim anderhalf jaar later voerde de radioloog nogmaals een echo uit van klaagsters rechterborst. Begin 2017 vroeg een chirurg, werkzaam in hetzelfde ziekenhuis als de radioloog, een echo rechteroksel met okselklierpunctie onder echogeleiding aan. De radioloog constateerde een echografisch pathologisch uitziende lymfeklier. Aansluitend voerde zij een punctie uit van de lymfeklier. Hieruit bleek dat sprake was van maligniteit. Klaagster werd verwezen naar een ander ziekenhuis voor palliatieve therapie. Klaagster verwijt de radioloog dat zij (1) nalatig is geweest, (2) de verkeerde diagnose heeft gesteld, (3) onzorgvuldig is geweest, aangezien na het tweede bezoek van klaagster geen biopt is genomen en (4) klaagster heeft behandeld als een patiënte met een toevalsbevinding in plaats van een patiënte met een melanoom (high risk) verleden. Het Regionaal Tuchtcollege Eindhoven verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.119

    Klacht tegen fysiotherapeut. Klaagster heeft bij de fysiotherapeut een dry needling behandeling ondergaan. De klacht houdt in dat de fysiotherapeut klaagster niet voldoende heeft voorgelicht en niet heeft gewezen op de mogelijke gevolgen van de behandeling, de behandeling niet uitgevoerd als dry needling behandeling maar meer als een acupunctuur behandeling en dat door de dry needling behandeling de bekkenbodem en de organen van klaagster zijn verzakt en de spieren van klaagster zijn verwoest.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de fysiotherapeut daarvoor een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:192 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-042/DB/OB

    Verzetbeslissing. De raad is van oordeel dat de voorzitter terecht en op juiste gronden toepassing heeft gegeven aan de artikelen 46g en 46j Advocatenwet, op grond waarvan de klacht zonder voorafgaande mondelinge behandeling bij beslissing van de voorzitter kan worden afgedaan. Nu het verzet van klager tegen de beslissing van de voorzitter ook overigens geen nieuwe gezichtspunten oplevert is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht en moet het verzet ongegrond worden verklaard.