Zoekresultaten 1201-1210 van de 46428 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:139 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-005/DH/DH
- Datum publicatie: 21-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:139
Raadsbeslissing. Verweerder heeft klaagster in de cassatieprocedure onjuist geadviseerd over de gevolgen van vernietiging van de bestreden beschikking voor de mogelijkheid voor klaagster om de maandelijkse alimentatiebetalingen te blijven innen. Na het gewonnen cassatieberoep, met verwijzing naar een ander gerechtshof, bleek dat klaagster de alimentatie niet langer (direct) kon innen. Verweerder heeft hier bij zijn advisering onvoldoende rekening mee gehouden en daarmee gehandeld in strijd met de kernwaarde deskundigheid. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:178 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-220/AL/GLD
- Datum publicatie: 21-07-2025
- Datum uitspraak: 21-07-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:178
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Uit de gang van zaken kan niet worden afgeleid dat verweerder stil heeft gezeten en geen enkele progressie voor klager heeft geboekt. Van onzorgvuldige behandeling en onvoldoende voortvarendheid is geen sprake. Niet komen vast te staan dat verweerder onvoldoende met klager heeft gecommuniceerd. Klacht in beide onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:140 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-006/DH/DH
- Datum publicatie: 21-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:140
Raadsbeslissing. Verweerder heeft in februari 2022 de opdracht van klaagster aangenomen. Zij heeft hem ruim € 7.000,- betaald. Verweerder heeft niets schriftelijk vastgelegd. Hij heeft meerdere toezeggingen gedaan, maar is die steeds niet nagekomen. In april 2024 heeft klaagster de opdracht daarom beëindigd. Verweerder heeft de zaak vervolgens niet voortvarend financieel afgerekend en niet blijkt dat hij klaagster het dossier heeft toegestuurd. Verweerder is aanzienlijk tekortgeschoten in de behartiging van klaagsters belangen. Twee weken schorsing onvoorwaardelijk. De raad verklaart de deken – die meeklaagt in deze zaak – niet-ontvankelijk, omdat de deken een dekenbezwaar heeft ingediend tegen verweerder, waarin deze klachtzaak integraal is meegenomen. De deken heeft in deze zaak daarom geen belang.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:141 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-021/DH/DH
- Datum publicatie: 21-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:141
Raadsbeslissing. Verweerder heeft namens klaagster bij deurwaardersexploot een brief aan klaagsters huurders gestuurd, met daarin een opzegging van de huurovereenkomst. Verweerder heeft dit gedaan zonder daartoe van klaagster opdracht te hebben gekregen. Dat is onzorgvuldig en tuchtrechtelijk laakbaar. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:142 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-045/DH/DH/D
- Datum publicatie: 21-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:142
Beslissing op dekenbezwaar. Verweerder handelt onzorgvuldig door opdrachten van en afspraken met cliënten niet schriftelijk vast te leggen. Zijn informatievoorziening aan cliënten is stelselmatig onder de maat. Ook handelt hij in strijd met de bewaarplicht door dossiers aan de cliënt te retourneren, zonder zelf een kopie van dit dossier te bewaren. Verder heeft verweerder onvoldoende gevolg gegeven aan de toezichthoudende instructies van de deken. Tuchtrechtelijk verleden. Van belang is nu dat verweerder een verbetering laat zien in zijn manier van dossierbeheer, informatievoorziening aan cliënten en het opvolgen van de instructies van de deken. De raad acht het daarom noodzakelijk dat verweerder zich op korte termijn laat bijstaan door een coach op het gebied van advocatuurlijke administratie en kantooradministratie. Voorwaardelijke schorsing van 8 weken met als bijzondere voorwaarden een coach.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:124 Raad van Discipline Amsterdam 24-853/A/NH
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:124
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij is gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klaagster rauwelijks te dagvaarden en een bericht van klaagster in de dagvaarding onvermeld te laten. De raad ziet echter af van het opleggen van een maatregel. Verweerder heeft ter zitting erkend dat hij niet goed heeft opgelet, dat hij het bericht van klaagster heeft gemist en dat het beter was geweest als hij hierop wel had gereageerd en dit bericht ook in de dagvaarding had vermeld. Verder heeft de raad niet kunnen vaststellen dat er als gevolg van het handelen van verweerder nodeloos een procedure moest worden gevoerd of dat het handelen van verweerder op enige andere wijze gevolgen voor klaagster heeft gehad.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:180 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8058
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 18-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:180
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar klachten niet serieus heeft genomen en tweemaal een verkeerde diagnose heeft gesteld, in juni 2024 voor klaagster geen spoedafspraak bij de neuroloog heeft gemaakt, maar instemde met een afspraak voor drie weken later en haar op een zakelijke manier heeft behandeld in september 2024 en niet heeft gevraagd hoe het met haar ging. De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de huisarts de klachten van klaagster niet serieus heeft genomen. Zij heeft klaagster bij ieder consult bevraagd, lichamelijk onderzoek gedaan behorende bij de klachten waarmee klaagster op de consulten verscheen en waar nodig nader onderzoek ingesteld. Ook kan niet worden vastgesteld dat zij tweemaal een verkeerde diagnose heeft gesteld. Het college kan de huisarts volgen in haar verweer dat op het moment van verwijzen (juli 2024) geen acute of neurologische (uitvals)verschijnselen waren en dat er daarom geen indicatie voor een spoedverwijzing was. De indicatie voor de wachttijd bedroeg drie weken. Tenslotte is het college van oordeel dat niet is gesteld of gebleken dat de huisarts klaagster onheus of onprofessioneel heeft te woord gestaan. De klacht is kennelijk ongegrond in al zijn onderdelen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:125 Raad van Discipline Amsterdam 25-065/A/A
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:125
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is ongegrond. De raad is van oordeel dat het enkele instemmend knikken door verweerder tijdens een gesprek, onvoldoende is om vast te kunnen stellen dat verweerder ook een actief aandeel heeft gehad in het aan klager verstrekte advies.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:126 Raad van Discipline Amsterdam 25-066/A/A
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:126
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is deels gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een dagvaardingsexploot over het hoofd te zien. Ook de hierna door het Hof aan verweerder gestuurde berichten hierover heeft verweerder gemist, waardoor hij zich niet op tijd als advocaat voor klager heeft gesteld. Verweerder heeft hiermee naar het oordeel van de raad zeer onzorgvuldig gehandeld. Alhoewel verweerder zijn fout ter zitting heeft erkend, heeft hij naar het oordeel van de raad geen inzicht getoond in de hoge mate van verwijtbaarheid van zijn handelen. Dit alles bij elkaar genomen, maakt dat de raad de oplegging van de maatregel van een berisping passend vindt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:127 Raad van Discipline Amsterdam 25-145/A/A
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:127
Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij is gegrond. Verweerder heeft de in zijn processtukken opgenomen uitlatingen over klager onvoldoende geverifieerd. Gelet op de ernst van deze uitlatingen en de context van het familierechtelijk geschil waarbinnen deze door verweerder zijn gedaan, had verweerder deze uitlatingen niet zomaar mogen doen en dit valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. De raad acht de oplegging van een maatregel in de vorm van een waarschuwing passend.