Zoekresultaten 1201-1210 van de 48123 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:58 Hof van Discipline 's Gravenhage 250069

    Klacht van erfgenaam over advocaat wederpartij. Kantoorgenoten van verweerster hebben in het verleden opgetreden voor de (inmiddels overleden) vader van klager. Tussen klager en zijn broer is een geschil ontstaan over de afwikkeling van de nalatenschappen van hun ouders. Verweerster heeft in deze kwestie opgetreden als advocaat van de broer van klager. Klager kan als enig erfgenaam van zijn vader niet worden aangemerkt als (oud-)cliënt van het kantoor van verweerster. Van (schijn van) belangenverstrengeling is geen sprake. Verweerster mocht in het partijdig belang van haar cliënt handelen. Verweerster heeft de haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid van handelen niet overschreden toen zij haar cliënt adviseerde om een ten laste van klager gelegd conservatoir beslag te handhaven. Verweerster heeft geen op voorhand evident onjuist juridisch standpunt ingenomen en daarom heeft verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld nadat later is gebleken dat dit juridisch standpunt onjuist was. De klacht is ook in hoger beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8237

    Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. De orthopedisch chirurg heeft tweemaal een heupoperatie bij klaagster uitgevoerd. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg, samengevat, nalatigheid in medisch handelen en het leveren van inadequate (na)zorg. Daarnaast is volgens klaagster sprake geweest van tekortkomingen in de communicatie. Het college oordeelt dat de orthopedisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:41 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-026/DB/ZWB

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:78 Hof van Discipline 's Gravenhage 260063

    Klacht tegen de deken niet verwezen. Het hof stelt vast dat er sprake is van een patroon dat zodra een door klager gevoerde tuchtprocedure niet de door hem gewenste uitkomst heeft, hij een klacht indient over de deken die het onderzoek naar de betreffende klacht heeft gedaan. Zoals klager zeer goed weet omdat hem dat al een en andermaal is duidelijk gemaakt, is de geëigende weg om onvrede over de uitkomst van een dekenonderzoek aan de orde te stellen, het voorleggen van de onderzochte klacht aan de Raad van Discipline. Klager kiest er, door het verschuldigde griffierecht niet te betalen, echter voor om die weg niet te bewandelen. Hierdoor maakt klager misbruik van zijn klachtrecht in de zin van de Advocatenwet. Aan dit handelen van klager moet paal en perk worden gesteld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8746

    (kennelijk) ongegronde klacht van een klager tegen een orthopedisch chirurg die bij klager wegens progressief stenoserend vaatlijden een broekprothese plaatste. In verband met aanhoudende klachten na de operatie werd klager gezien in een ander ziekenhuis, waar wordt gedacht aan een neurologische oorzaak als mogelijke verklaring voor de klachten. De verwijten gaan over diagnosestelling, informed consent en nazorg.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:42 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-826/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De klacht houdt in dat verweerder de rechtbank in het verzoek om aanhouding van het faillissementsrekest onjuist heeft geïnformeerd. Vast staat dat op het onder verantwoordelijkheid van verweerder bij de rechtbank ingediende formulier is vermeld dat (1) het aanhoudingsverzoek mede namens RV (althans haar advocaat) wordt gedaan, (2) partijen in onderhandeling zijn en (3) RV (althans haar advocaat) hiervan op de hoogte is gesteld en dat deze heeft medegedeeld ook niet te zullen verschijnen, terwijl (1) van een eenstemmig verzoek geen sprake was, (2) partijen niet in onderhandeling waren en (3) RV (althans haar advocaat) hiervan niet op de hoogte was gesteld en deze ook niet heeft medegedeeld niet te zullen verschijnen. Op het formulier zijn aldus drie feiten gesteld waarvan verweerder de onjuistheid kende. Verweerder heeft de rechtbank in het verzoek om aanhouding van het faillissementsrekest dan ook onjuist geïnformeerd. Anders dan verweerder heeft gesteld, vormt de wijze waarop het digitale formulier is ingericht, geen rechtvaardiging voor het handelen van verweerder. Verweerder heeft gesteld dat het formulier slechts twee gronden voor aanhouding vermeldt, namelijk “partijen zijn in onderhandeling” en “de regeling is nog niet volledig uitgevoerd”. Verweerder heeft voorts gesteld dat de optie “partijen zijn in onderhandeling” de enige optie was die aansloot bij het beoogde doel: het verkrijgen van uitstel om een minnelijke regeling mogelijk te maken. De raad volgt verweerder niet in dit verweer. Vast staat dat het formulier moest worden uitgeprint en dat mr. V handmatig (met een pen) de datum heeft ingevuld en zijn handtekening heeft geplaatst. Het was dan ook wel degelijk mogelijk om op het formulier handmatig een andere grond (die wel feitelijk juist was) voor het verzoek tot aanhouding te vermelden. Verweerder heeft verder gesteld, dat het in de faillissementspraktijk usance is om op het formulier de optie “partijen zijn in onderhandeling” aan te vinken, ook als dit feitelijk niet het geval is. Ook dit verweer moet worden gepasseerd. Voor zover van de door verweerder gestelde usance al sprake zou zijn, heeft te gelden dat er in de onderhavige zaak sprake was van een wederpartij die de vordering betwistte, die werd bijgestaan door een advocaat en die een rechterlijk oordeel wenste over de (betwiste) vordering. Onder die omstandigheden had het op de weg gelegen van verweerder om in contact te treden met klager en overleg te plegen over de door hem gewenste aanhouding. Verweerder heeft dit niet gedaan en daarmee de belangen van klager (en klagers cliënte) onnodig geschaad. Klager moest immers in actie komen om de rechtbank alsnog naar waarheid te informeren en te verzoeken om afwijzing van het aanhoudingsverzoek. Klacht gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8841

    Klager bezocht de apotheek met een buitenlands recept voor onder meer een antibioticum. Na overleg tussen apothekersassistent en apotheker, die niet aanwezig was, besloot de apotheker het antibioticum niet te verstrekken. Klager diende een klacht in bij de apotheek en correspondeerde later via een advocaat met de apotheker. Uiteindelijk beëindigde de apotheker de behandelingsovereenkomst met klager, zijn echtgenote en hun minderjarige zoon. Klagers verwijten de apotheker dat het antibioticum ten onrechte is geweigerd, dat de klacht onzorgvuldig is afgehandeld en dat de behandelingsovereenkomst onterecht is beëindigd. De apotheker voert verweer. Het college verklaart de klacht gegrond. Volgens het college is de apotheker ernstig tekortgeschoten in de zorg die zij had moeten leveren. Van een apotheker mag een actievere en zorgvuldigere houding worden verwacht. Maatregel: berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8181

    Ongegronde klacht tegen een (vaat)chirurg. Bij klager werd door middel van een endovasculaire operatie een stent geplaatst vanwege een aneurysma van de buikslagader. Na de operatie bleek dat sprake was van spinale ischemie, leidend tot een (incomplete) dwarslaesie. Klager verwijt de chirurg onder meer dat zij onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn familiaire voorgeschiedenis en dat hij onvoldoende is geïnformeerd over het risico op spinale ischemie/dwarslaesie.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:30 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/776162 / DW RK 25/368 KM/SM

    Beslissing op verzet. Verzet gegrond en klacht gegrond. Maatregel: berisping. Ten aanzien van het in verzet onder b. aangevoerde heeft de gerechtsdeurwaarder betwist dat een verband zou bestaan tussen het tijdstip van het opnieuw gelegde beslag en het innen van het (gehele) vakantiegeld. In dit verband is de gerechtsdeurwaarder in de gelegenheid gesteld uit te leggen hoe de berekening van de beslagvrije voet (gedurende de afgelopen periode) tot stand is gekomen. Daaruit volgt dat de gerechtsdeurwaarder de daartoe geldende regelgeving onjuist toepast wat tot benadeling van schuldenaren kan leiden. De standaardbrieven die de gerechtsdeurwaarder naar de werkgever van in dit geval klaagster heeft doen uitgaan, waarin zonder voorbehoud aanspraak wordt gemaakt op onkostenvergoeding, overuren en vakantiegeld, terwijl de 95% regeling van toepassing is, zijn daar een concreet voorbeeld van. Onbelaste vergoedingen vallen nooit onder het beslag. Dit is voor de kamer aanleiding om, ondanks dat zij niet gaat over het vaststellen van de juiste beslagvrije voet, de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder in dit geval wel tuchtrechtelijk laakbaar te oordelen. Dat sprake is geweest van ‘bewuste’ omzeiling van de beslagvrije volgt overigens niet uit het dossier.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:60 Raad van Discipline Amsterdam 25-782/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. De raad kan op grond van de overgelegde stukken, waaronder de e-mails tussen klager en verweerder, niet vaststellen dat verweerder in zijn bijstand aan klager in de zaken over de zorgmachtiging en de schadevergoeding op enigerlei wijze tekort is geschoten. Verder kan de raad niet vaststellen dat verweerder tekort is geschoten in de communicatie met klager. Uit de overgelegde e-mails leidt de raad af dat verweerder klager op verschillende momenten heeft geïnformeerd. De raad ziet in de diverse contactmomenten tussen verweerder en klager dan ook geen patroon van gebrekkige communicatie zoals klager heeft gesteld. Klacht ongegrond.