We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 91-100 van de 47651 resultaten

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:52 Accountantskamer Zwolle 25/1002 Wtra AK

    Gegronde klacht, berisping. Klager is een van de maten van een maatschap. Volgens klager heeft betrokkene twee documenten opgesteld met verschillende afspraken over de samenwerking binnen een maatschap. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene niet integer en niet vakbekwaam en zorgvuldig heeft gehandeld bij het opstellen van en adviseren over de samenwerkingsdocumentatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:110 Raad van Discipline Amsterdam 25-867/A/A 25-871/A/A

    Raadsbeslissing; klacht is niet-ontvankelijk. Klager als bestuurder van de vennootschap heeft hoogstens een afgeleid belang bij de klacht over het handelen van verweerders in hun rol als de advocaten van de wederpartij in de procedures tegen de vennootschap.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:174 Hof van Discipline 's Gravenhage 250303

    Klacht van een advocaat tegen de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij zich met suggestieve argumenten heeft verzet tegen een verzoek tot uitstel bij het gerechtshof. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8949

    Kennelijk ongegrond klacht tegen een neuroloog. Klaagster lijdt aan MS. Zij verwijt de behandelend neuroloog – kort gezegd – dat hij de periode na de start met medicatie heeft nagelaten te reageren op herhaalde signalen van medicatiefalen. Het college overweegt onder meer dat een toename van klachten niet de conclusie rechtvaardigt dat een verkeerde diagnose is gesteld, dan wel dat de ingezette behandeling en diagnostiek niet adequaat was.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:111 Raad van Discipline Amsterdam 25-823/A/NH

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door bij de behandeling van klaagsters zaak onvoldoende voortvarendheid te betrachten en door klaagster onvoldoende te informeren over de kans van slagen van de zaak. Bovendien heeft verweerster niet voorzien in passende waarneming in de periode dat zij vanwege gezondheidsproblemen trager werkte dan gebruikelijk en klaagster hierover ook niet geïnformeerd. Hierdoor heeft verweerster klaagster de mogelijkheid ontnomen om een andere advocaat in de arm te nemen. De raad acht het opleggen van een berisping in deze omstandigheden passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:131 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-238/DH/DH

    Herstelbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9331

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster heeft zich na haar bevallingsverlof ziekgemeld. Naar aanleiding van haar ziekmelding heeft zij voor een medisch onderzoek het spreekuur van de verzekeringsarts bezocht. Klaagster heeft klachten over de wijze waarop dit spreekuur heeft plaatsgevonden en hoe de verzekeringsarts haar heeft bejegend. Het college overweegt dat als de lezingen van partijen over de feitelijke gang van zaken uiteenlopen, de klacht in beginsel slechts gegrond kan worden bevonden indien er objectieve aanknopingspunten zijn die de lezing van klaagster kunnen ondersteunen. In deze zaak ontbreken dergelijke aanknopingspunten. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:132 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-238/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7629

    Deels gegronde klacht tegen een jeugdarts. De school van klager heeft de Jeugdgezondheidzorg (JGZ) gevraagd naar de belastbaarheid van klager. De namens de JGZ aan de school verbonden jeugdverpleegkundige heeft de (jeugd)arts gevraagd mee te kijken, waarop de (jeugd)arts een uitgebreide e-mail heeft gestuurd aan de jeugdverpleegkundige, die dat bericht doorstuurde naar de school. Klager verwijt de (jeugd)arts onder andere dat zij een notitie heeft geschreven met een advies aan school. Het college is van oordeel dat de e-mail, gezien de omstandigheden, niet kan worden beschouwd als een notitie waarin de jeugdarts een behandeladvies geeft aan school, maar dat het doel was het geven van ondersteuning aan de jeugdverpleegkundige. Wel had van de jeugdarts verwacht mogen worden dat zij direct nadat zij kennis had van het doorzenden van de e-mail zij duidelijk had gemaakt dat deze tekst niet bestemd was voor de school en slechts bedoeld was als het meedenken met de jeugdverpleegkundige. De klacht is in zoverre gegrond. Het college volstaat met een gedeeltelijke gegrondverklaring van de klacht zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9813

    Klacht tegen een arts kennelijk niet-ontvankelijk. Aangeklaagde heeft in opdracht van de politie als deskundige onderzoek gedaan naar letsel, opgelopen door een buurtgenoot met wie klaagster in een handgemeen verwikkeld is geweest. Volgens klaagster heeft de aangeklaagde verkeerde aannames gedaan en ten onrechte geen scheurwond beschreven. De voorzitter oordeelt dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van de Wet BIG.