Zoekresultaten 91-100 van de 46787 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:13 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/766554 DW RK 25/97 BB/SM

    Klacht ongegrond. Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder weigert het gemotiveerde verzoek van klaagster tot opheffing van het beslag aan de opdrachtgever voor te leggen. De reden voor het niet voorleggen heeft er (primair) mee te maken dat klaagster terugvalt op inhoudelijke argumenten die reeds in de kort geding procedure aan de orde zijn geweest. Deze argumenten zijn bekend en hebben in een eerder stadium niet geleid tot opheffing van het beslag. Overigens bestaan tussen de gerechtsdeurwaarder en de opdrachtgever afspraken op welke gronden (dergelijke) verzoeken worden voorgelegd aan de opdrachtgever. De kamer volgt de gerechtsdeurwaarder in diens standpunt. Het tuchtrecht dient er niet voor inhoudelijke bezwaren (opnieuw) over het voetlicht te brengen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:30 Raad van Discipline Amsterdam 26-013/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over een advocaat in andere hoedanigheid (redacteur juridisch tijdschrift). Niet gebleken is dat verweerder met zijn nevenwerkzaamheden als redacteur het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:31 Raad van Discipline Amsterdam 25-912/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening is kennelijk ongegrond. Verweerder heeft geprobeerd aan zijn zorgplicht te voldoen, nadat hij had begrepen dat er mogelijk fatale termijnen liepen die nog gered konden worden. Klaagster stelt dat het door verweerder gelegde contact met de Belastingdienst prematuur was, maar daarvan was volgens verweerder geen sprake en dit is de voorzitter ook niet gebleken. Als 23 april 2025 de laatste dag van een lopende bezwaartermijn zou zijn geweest, had verweerder mogelijk verwijtbaar gehandeld als hij niet meteen op die dag bezwaar had ingediend. Een advocaat mag zich daarbij niet enkel op interpretaties van niet professionele anderen verlaten, maar dient zelf vast te stellen of er mogelijk termijnen lopen. Het is de voorzitter niet gebleken dat de kwaliteit van dienstverlening ondermaats is geweest. Er is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:6 Accountantskamer Zwolle 25/904 Wtra AK 25/911 Wtra AK

    Gegronde klacht over de controle van de jaarrekening en OKB. Betrokkene 1 heeft de controle van de posten onderhanden werk en debiteuren niet met de vereiste diepgang en professioneel-kritische instelling verricht. Mede in het licht van het significante risico op een afwijking van materieel belang ten gevolge van fraude ten aanzien van de post vooruitgefactureerde omzet, heeft betrokkene geen voldoende en geschikte controle-informatie heeft verkregen. Ten aanzien van het bestaan van de debiteuren had betrokkene 1 een significant risico geïdentificeerd wat eisen stelt aan de omvang en diepgang van de controlewerkzaamheden, waaraan betrokkene 1 niet heeft voldaan. Betrokkene 2 heeft de OKB bij deze opdracht uitgevoerd. De klacht komt inhoudelijk overeen met die tegen betrokkene 1, met dien verstande dat betrokkene 2 in zijn hoedanigheid van opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar is aangeklaagd. De Accountantskamer heeft aan betrokkene 1 de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand opgelegd en aan betrokkene 2 een berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:32 Raad van Discipline Amsterdam 25-911/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is kennelijk ongegrond. Het is de voorzitter niet gebleken dat de kwaliteit van dienstverlening van verweerder ondermaats is geweest. Naar het oordeel van de voorzitter is door verweerder gemotiveerd betwist dat hij klager onder druk zou hebben gezet en hem zou hebben opgedragen om ter zitting te zwijgen. Dit volgt ook niet uit de inhoud van het proces-verbaal van de zitting. Hieruit blijkt dat ter zitting ook door klager het woord is gevoerd en dat door verweerder (uitgebreid) verweer is aangedragen. Daarbij heeft klager, blijkens het proces-verbaal, ter zitting desgevraagd naar voren gebracht dat de zitting ook buiten aanwezigheid van een tolk, mocht doorgaan. Het besluit om de zitting voort te zetten, is hierop door de rechtbank genomen. Ook ten aanzien van dit onderdeel kan verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:39 Raad van Discipline Amsterdam 26-030/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Niet is komen vast te staan dat verweerster onzorgvuldig is omgegaan met de vertrouwelijke stukken van klager in een bestuursrechtelijke procedure. Klacht is in zoverre kennelijk ongegrond. Voor zover klager de juridische zorgvuldigheid en professionaliteit van verweerster in twijfel trekt, geldt dat dit een aangelegenheid is tussen verweerster en haar cliënte waar klager als wederpartij buiten staat. In zoverre is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:33 Raad van Discipline Amsterdam 25-910/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Verweerder heeft zijn advies aan klager uitgelegd. Dat waren geen dreigementen van verweerder, maar een juridisch advies. Dat klager zich hierdoor onder druk gezet heeft gevoeld, is vervelend maar dit betekent niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Dat verweerder de “beschuldigingen van de IND” namens klager zomaar zou hebben geaccepteerd en niet heeft betwist, is de voorzitter niet gebleken. Het verwijt dat verweerder met de IND zou hebben samengewerkt, in plaats van de belangen van klager te behartigen, mist feitelijke grondslag.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:60 Hof van Discipline 's Gravenhage 260038

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het indienen van een klacht over verweerder is niet het ge-eigende middel om de wijze van behandeling van verweerder van het (naar het hof begrijpt) gehonoreerde verzoek van klager tot aanwijzing van een advocaat ter discussie te stellen. Klager dient zich hierover te verstaan met verweerder. Er is ook geen wettelijke grondslag op grond waarvan het hof aan klager een advocaat kan aanwijzen of daaromtrent aanwijzingen kan geven aan verweerder. Het is verder voor het hof onvoldoende duidelijk geworden op welke wijze verweerder volgens klager tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld, waarmee het ook voor verweerder onduidelijk is waartegen hij zich dient te verweren.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8435

    Klacht tegen gz-psycholoog kennelijk ongegrond. Klager verblijft op longstay-afdeling. Er kan niet worden vastgesteld dat verweerster jegens klager een valse beschuldiging van vermoedelijk vluchtgevaar heeft geuit. Niet gebleken is dat verweerster zich bij het geven van een advies zou hebben laten leiden door verkeerde informatie. Hoewel het college zich kan voorstellen dat klager nog steeds wenst in te zetten op curatieve behandeling, kan verweerster van het karakter van de gesprekken geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt gezien het hoofddoel van verblijf op de longstay-afdeling.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9161

    Voorzittersbeslissing. Klager kennelijk niet-ontvankelijk. RTG kan alleen binnen de wettelijk gestelde kaders met de door klager genoemde informatie opvragen bij het BIG-register. Naam beklaagde is niet herleidbaar tot BIG-geregistreerde zorgverlener. Daarnaast zijn de feiten en gronden waarop de klacht berust, niet vermeld.