Zoekresultaten 41151-41200 van de 47536 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2428 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3877/12.11

    Geen sprake van door klager gestelde valsheid in geschrifte. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2403 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3559/10.189

    De advocaat heeft de leden van de wrakingskamer die het verzoek tot wraking van mr. F., mrs. G., H., I. en mr. J., zouden behandelen, gewraakt. Hierdoor ontstaat een situatie die zich laat omschrijven als een verzoek tot wraking van de wrakingskamer die het initiële verzoek tot wraking dient te behandelen. Deze wrakingskamer houdt het ervoor dat een dergelijke gang van zaken evident in strijd komt met de goede tuchtprocesorde en dat verzoeker misbruik van het middel wraking maakt. Voorts is de wrakingskamer van oordeel dat de andere klachtzaak waar verzoeker op doelt niet verknocht is aan de onderliggende klachtzaak. De behandeling van het verzoek tot wraking van de mrs. F., G., H., I. en mr. J. wordt aangehouden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2397 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3515/10.145

    Klager behartigt als gemachtigde de belangen van een cliënt in een arbeidsgeschil. Verweerder behartigt de belangen van de werkgever. Verweerder heeft een brief aan klager, waarin hij het standpunt van klagers cliënte bestreed, aan klager gezonden met rechtstreekse verzending van een kopie aan klagers cliënte. Klacht dat verweerder in de brief grievende uitspraken jegens klager heeft gedaan en dat hij aan klagers cliënte een kopie van die brief heeft gestuurd; voorts dat verweerder in de brief op onrechtmatige wijze heeft getracht klagers cliënte te manipuleren en op het verkeerde been te zetten. Verweerder heeft klager zijn excuus gemaakt over een bepaalde opmerking in de brief. Klacht kennelijk ongegrond. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2398 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3849/11.251

    De feiten waarover klager klaagt hebben zich voorgedaan in 2006. Dat betekent dat er inmiddels vijf jaar is verstreken. Klager heeft niet gemotiveerd waarom hij zijn klacht niet eerder heeft ingediend, terwijl niet is gebleken van omstandigheden die meebrengen dat klager desondanks in zijn klachten zou moeten worden ontvangen. Het klachtenonderdeel is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk. De tuchtrechter is niet bevoegd te oordelen over een vordering dat een advocaat een door zijn gedraging veroorzaakte schade geheel of gedeeltelijk dient te vergoeden. Een vordering tot vergoeding van schade in dat kader kan alleen aanhangig worden gemaakt bij de civiele rechter. Dit klachtenonderdeel is derhalve eveneens kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2430 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3876/12.10

    In de behandeling van een zaak geniet de advocaat een grote mate van vrijheid. Uit de feiten blijkt niet dat de advocaat in de belangenbehartiging van klaagster te kort is geschoten. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2399 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3866/11.269

    Feitelijk beschuldigt klager de advocaat van valsheid in geschrifte. Van een klager mag verwacht worden van een dergelijke stelling deugdelijk bewijs bij te brengen. Dat ontbreekt. Gelet op het vorenstaande kan niet worden vastgesteld dat de advocaat jegens klager tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. Dit klachtenonderdeel wordt als kennelijk ongegrond afgewezen. Niet kan worden vastgesteld dat klager ter zake - door hem gestelde grievende uitlatingen jegens een andere advocaat - rechtstreeks in zijn belang is getroffen, zodat dit klachtonderdeel kennelijk niet-ontvankelijk is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2393 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3731/11.133

    Klagers zijn erfgenamen van mevrouw V. Over het vermogen van mevrouw V was een bewind ingesteld, waarbij stichting C als bewindvoerder was aangesteld. Verweerder heeft de belangen behartigd van een derde, die een vordering op de nalatenschap van mevrouw V pretendeerde. Algemeen gevolmachtigde van mevrouw V was mevrouw H. De cliënt van verweerder had een boedelvolmacht van mevrouw H overgelegd, waarop een niet gelegaliseerde handtekening staat en waarbij een legitimatiebewijs van mevrouw H ontbreekt. Verweerder heeft, nadat hem bekend was gemaakt dat namens mevrouw H de boedelvolmacht werd ingetrokken, aan de stichting C, onder verwijzing naar de boedelvolmacht, verzocht een aanzienlijk bedrag over te maken op de derdenrekening van verweerders kantoor. Tegelijkertijd verzocht verweerder aan mevrouw H om te bevestigen dat de boedelvolmacht niet zou zijn ingetrokken. De klacht behelst dat verweerder aan zijn cliënt een onjuiste boedelvolmacht heeft verstrekt met de instructie daarvan gebruik te maken bij twee banken; dat verweerder onder gebruikmaking van een onjuiste boedelvolmacht heeft getracht de stichting C te bewegen om een aanzienlijk bedrag op zijn derdenrekening te laten storten; en dat verweerder zich in een belangenverstrengeling heeft begeven, daar het notariaat van zijn kantoor de (ingetrokken) boedelvolmacht had opgemaakt. Eerste klachtonderdeel ongegrond. Tweede en derde klachtonderdeel gegrond. Verweerder heeft zijn brief aan de stichting C gebaseerd op niet-geverifieerde en onjuiste informatie en op een gebrekkige volmacht waarvan hij op dat moment de informatie had dat die was ingetrokken. Verweerder diende voorts rekening te houden met een mogelijk tegenstrijdig belang tussen zijn cliënt, die een beroep op de boedelvolmacht wenste te doen en mevrouw H, namens wie was meegedeeld dat de boedelvolmacht, opgemaakt door het notariaat van verweerders kantoor, werd ingetrokken. Schorsing voor de duur van één maand, met een bijzondere bepaling ten aanzien van het tijdstip van ingang daarvan.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2431 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3871/12.5

    De termijn waarbinnen klager de klacht heeft ingediend tegen verweerder is zo onredelijk lang, voor zover het de tot en met september 2004 verleende rechtsbijstand betreft, dat de voorzitter de klacht als kennelijk niet-ontvankelijk afwijst.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2419 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3840/11.242AII

    Niet kan worden vastgesteld dat klaagster door toedoen van de advocaat rechtstreeks in haar belang is getroffen. Aan de beantwoording van de vraag of sprake is geweest van handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt wordt reeds daarom niet toegekomen. De voorzitter heeft de klacht als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2394 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3842/11.244a

    Op basis van de tegenstrijdige verklaringen van klager en de advocaat kan niet worden vastgesteld dat de advocaat voor klagers aanhouding en detentie verantwoordelijk is. De advocaat is overigens niet bevoegd tot het nemen van de beslissing om klager aan te houden en een gerechtelijke uitspraak ten uitvoer te leggen. Een beslissing tot de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf wordt genomen door het Openbaar Ministerie. Uit de stukken, noch anderszins is gebleken dat de advocaat de hem toekomende ruime mate van vrijheid om de belangen van zijn client te behartigen te buiten is gegaan dan wel zich in enig ander opzicht niet heeft gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Klager heeft zijn stellingen onvoldoende nader onderbouwd, zodat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar gedrag van de advocaat. Voorts heeft klager geen feiten en omstandigheden gesteld en aangetoond, waaruit afgeleid kan worden dat het de advocaat niet vrijstond zich als advocaat van klagers wederpartij op verjaring van klagers vordering te beroepen. De tuchtrechter is niet bevoegd te oordelen over een vordering dat een advocaat een door zijn gedraging veroorzaakte schade geheel of gedeeltelijk dient te vergoeden. Een vordering tot vergoeding van schade in dat kader kan alleen aanhangig worden gemaakt bij de civiele rechter. De klachtenonderdelen a tot en met d zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2400 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3853/11.255

    Verweerder heeft - in zijn hoedanigheid van deken - geprobeerd de geschillen tussen klaagster en haar voormalig echtgenoot door middel van mediation tot een oplossing te brengen. Het is daarbij niet de taak van verweerder – in zijn hoedanigheid van deken - klaagster bij te staan of haar belangen te behartigen. Voorts behoort het tot de beleidsvrijheid die een advocaat in die functie toekomt op welke wijze hij invulling geeft aan zijn taak als bemiddelaar. De Raad wijst klachtonderdelen a tot en met f als kennelijk ongegrond en klachtonderdeel g als kennelijk niet-ontvankelijk af.

  • ECLI:NL:TACAKN:2012:YH0235 Accountantskamer Zwolle 11/ 1047 Wtra AK

    Misleiding, derhalve in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit, van de directie van de huisbankier door post rekening-courant, overigens in strijd met regels voor de verslaglegging, onder de post debiteuren te verwerken. Jarenlang er niet op toezien dat jaarstukken worden vastgesteld en gedeponeerd. Onvoldoende aan zorgplicht voldaan rondom kilometerregistratie auto van de zaak.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2011:YF0384 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2010/39

    Beklaagde zou hebben geweigerd een in levensnood verkerende kat medische zorg te verlenen. Onvoldoende onderbouwd en ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA2457 Raad van Discipline Arnhem 11-145

    Geen handelen i.s.m. Gedragsregel 9 doordat advocaat ondanks uitdrukkelijk verzoek van cliënt om dat niet te doen toch telefonisch contact heeft gehad met de wederpartij.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2452 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3707/11.109

    Klacht dat de advocaat heeft geweigerd om namens klager zonder voorafgaand cassatieadvies cassatie in te stellen. Voorts is de klacht dat de advocaat zich onnodig grievend jegens klager heeft uitgelaten door hem in de afsluitende brief het allerbeste te wensen. De advocaat heeft gehandeld binnen de beleidsvrijheid die een advocaat toekomt. Niet is gebleken van kennelijk onjuist optreden of adviseren. De advocaat heeft klager geïnformeerd over zijn mogelijkheden. Klager had het dossier aan de advocaat beschikbaar behoren te stellen. Klacht kennelijk ongegrond. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2446 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3856/11.258

    Niet is gebleken dat de advocaat kennelijk onjuist is opgetreden en heeft geadviseerd, als gevolg waarvan de belangen van klaagster zijn geschaad of hadden kunnen worden geschaad. Evenmin is gebleken dat de advocat klaagster niet naar behoren heeft bijgestaan dan wel niet heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem als zorgvuldig handelend advocaat mocht worden verwacht. Uit de stukken volgt niet dat klaagster de advocaat er op heeft gewezen dat de Algemene Voorwaarden bij zijn opdrachtbevestiging ontbraken. Klaagster heeft haar klacht niet nader onderbouwd. De juistheid daarvan – mede gelet op de gemotiveerde betwisting van deze stellingen door verweerder – kan dan ook niet worden vastgesteld. Op basis van de stukken kan niet worden vastgesteld dat sprake is van excessief declareren. De advocaat heeft de ontvangen ontbindingsvergoeding onder zich gehouden, omdat nog een groot bedrag aan declaraties van klager openstond. Nu de advocaat het bedrag vervolgens na overleg van partijen bij de deken op de dekenrekening heeft gestort in afwachting van de begrotingsprocedure is van klachtwaardig handelen geen sprake. Van verduistering van gelden is evenmin sprake

  • ECLI:NL:TDIVTC:2011:YF0383 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2010/2 en 2010/3

    Twee beklaagden. Beklaagde sub 1 wordt onjuiste diagnose en behandeling verweten met betrekking tot kart met dikke buik. Niet gebleken is dat voldoende onderzoek is verricht om de inzet van Furosemide te rechtvaardigen. Gegrond met waarschuwing. Klacht tegen beklaagde sub 2, die zou hebben geweigerd de kat in nood zorg te verlenen, wordt door het college ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2440 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3838/11.240

    Niet kan worden vastgesteld dat de advocaat enige bemoeienis heeft gehad met de strafzaak van klager, noch dat hij in enig ander opzicht tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1784 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2011.218

    Klager verwijt tandarts als gevolg van behandeling door de tandarts en de mondhygiëniste een hersenvliesontsteking te hebben opgelopen. Het Regionaal Tuchtcollege acht niet aangetoond of aannemelijk dat de tandarts een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt voor het ontstaan van de hersenvliesontsteking en wijst de klacht af. In beroep wordt het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege door het Centraal Tuchtcollege bevestigd. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2458 Raad van Discipline Arnhem 11-169

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening. Klagers hebben niet gereageerd op diverse verzoeken van de deken om een bespreking te houden met als doel de klachten nader vast te stellen. Klachten zijn te algemeen en onvoldoende concreet en onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2453 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3585/10.215

    De advocaat heeft gebrekkig dan wel niet met klager gecommuniceerd en is onzorgvuldig met klagers financiele belangen omgegaan. Klacht gegrond. Maatregel: onvoorwaardelijke schorsing voor twee weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2447 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3755/11.157

    Klacht dat de advocaat in strijd met de opdracht van klager heeft geweigerd cassatie in te stellen en dat de advocaat ten onrechte heeft geconcludeerd dat er geen cassatiegronden aangevoerd konden worden. Nevenklacht dat de advocaat met een andere advocaat contact heeft opgenomen. De advocaat heeft gehandeld binnen de beleidsvrijheid die een advocaat toekomt. Niet gebleken is van kennelijk onjuist optreden of adviseren. Bij aanvaarding van de opdracht heeft de advocaat duidelijk meegedeeld dat zij bij een negatief cassatieadvies geen cassatie zou instellen. Van contact met een andere advocaat is niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2441 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3830/11.232

    Uit het feit dat klager in de verschillende procedures in het ongelijk is gesteld, kan niet worden afgeleid dat de advocaat klager al dan niet naar behoren heeft bijgestaan. Niet kan worden vastgesteld dat de advocaat tegen de zin van klager in hoger beroep heeft ingesteld bij de Raad van State. Uit de brief van 29 september 2010 van de advocaat aan klager volgt dat verweerder de kans op succes in hoger beroep bij de Raad van State uitermate klein achtte. Verweerder heeft bovendien gesteld dat hij het hoger beroep bij de Raad van State heeft ingesteld op uitdrukkelijk verzoek van klager. Op basis van de stukken kan niet worden vastgesteld dat verweerder klager heeft getracht financieel “uit te melken”. Verweerder heeft voor drie procedures een toevoeging aangevraagd. Voorts staat vast dat de advocaat zijn omissie met betrekking tot het niet aanvragen van een toevoeging voor de rechtbankprocedure heeft gecorrigeerd door zijn declaratie te matigen tot de hoogte van de aan klager in de andere procedure opgelegde eigen bijdrage ad € 466,00. Gesteld noch gebleken is dat de anti-cumulatiebepaling van toepassing zou zijn geweest, zodat klager derhalve geen belang heeft voor zover hij de advocaat verwijt geen toevoeging te hebben aangevraagd in het kader van de procedure bij de rechtbank. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1785 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2011.252

    Klager verwijt psychologe, die als raadsonderzoeker betrokken was bij een door de Raad voor de Kinderbescherming bepaald onderzoek naar zijn zoontje, dat zij haar onderzoek van en gesprek met zijn zoontje niet zorgvuldig en niet onafhankelijk heeft uitgevoerd. Het onderzoek was volgens klager beïnvloed door vooringenomenheid, er was sprake van onzekere vaststellingen zonder eindconclusie of aanbeveling en een wetenschappelijke onderbouwing ontbrak. RTC verklaart klacht op een onderdeel gegrond en legt de psychologe de maatregel van berisping op. Psychologe komt in beroep. Het Centraal Tuchtcollege legt in plaats van een berisping de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2459 Raad van Discipline Arnhem 12-02

    Voorzittersbeslissing, niet gebleken is dat verweerder is tekortgeschoten in belangenbehartiging. Verweerder mocht beslissen om geen beroep in te stellen. Beleidsvrijheid advocaat.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2454 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3594/10.224

    De advocaat heeft de zaak onvoldoende voortvarend aangepakt door ruim zes maanden stil te blijven zitten. Klacht gegrond. Maatregel: berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2448 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3751/11.153

    Klacht dat de advocaat in strijd met de opdracht van klager geen cassatie heeft ingesteld, de behandeling van de cassatie aan een kantoorgenoot heeft overgelaten en zich schuldig heeft gemaakt aan behartiging van een tegenstrijdig belang. De advocaat heeft gehandeld binnen de beleidsvrijheid die een advocaat toekomt. Zowel voor aanvang van de opdracht als na aanvaarding daarvan heeft de advocaat duidelijk en schriftelijk gecommuniceerd over de aanpak en over hetgeen klager al dan niet mocht verwachten. Gewezen is op de mogelijkheid van een second opinion. Het stond de advocaat vrij bij de behandeling van de zaak van de expertise van een kantoorgenoot gebruik te maken. Behartiging van een tegenstrijdig belang niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond en voor zover gericht tegen de kantoorgenoot van de advocaat kennelijk niet-ontvankelijk. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2442 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3663/11.65

    Verweerster heeft verzuimd om binnen de verweertermijn het al door haar gereedgemaakte verweerschrift in te dienen bij de rechtbank. Verweerster had de cliënt erop dienen te wijzen dat deze haar diende te informeren op het moment dat hij rechtstreeks bericht zou ontvangen van de rechtbank met betrekking tot de door de rechtbank gestelde verweertermijn. Verweerster heeft zich door zich niet als advocaat van klager te stellen bij de rechtbank op het moment dat zij bekend was met het verzoekschrift van de advocaat van de wederpartij niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt en daardoor het risico laten ontstaan dat zij niet op de hoogte was van de verweertermijn. De klacht is gegrond. Aan verweerster wordt de maatregel van enkele waarschuwing opgelegd, mede in aanmerking nemende dat verweerster heeft ingezien dat zij zorgvuldiger te werk had moeten gaan en zij haar praktijk daarop heeft aangepast.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2455 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3878/12.12

    De tuchtrechter heeft niet de bevoegdheid declaratiegeschillen te beslechten. De advocaat heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld, nu uit de feiten geen belangenverstrengeling blijkt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2460 Raad van Discipline Arnhem 12-06

    Voorzittersbeslissing, verweerder trad op als advocaat van belangenstichting waarvan klager één van de deelnemers was. Klager wordt aangemerkt als derde belanghebbende. Niet gebleken is dat verweerder norm van art. 46 Advocatenwet heeft overtreden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2449 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3709/11.111

    Klacht dat de advocaat door een brief van februari 1995 onjuist heeft geadviseerd over de mogelijkheid om rekest civiel in te stellen. Over het handelen van de advocaat is in 1996 al geklaagd en beslist. Klacht wegens tijdverloop kennelijk niet-ontvankelijk. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2443 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3661/11.63b

    Verzet De advocaat heeft een grote mate van vrijheid om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt. In casu is niet gebleken dat de advocaat de hem toekomende ruime mate van vrijheid te buiten is gegaan danwel dat hij zich in enig opzicht niet heeft gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Het verzet wordt ongegrond verklaard. Er is niet gebleken van relevante feiten of omstandigheden die onbekend waren ten tijde van het afgeven van de voorzittersbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2437 Raad van Discipline 's-Gravenhage 3611/11.13

    Klacht dat de advocaat heeft nagelaten beroep in te stellen tegen een beslissing van het UWV; dat de advocaat klaagster niet heeft geïnformeerd over de beslissing op bezwaar, lange tijd onbereikbaar was, een gemaakte afspraak niet is nagekomen en klaagster daarna onjuist heeft geïnformeerd over de beslissing op bezwaar. Klacht in alle onderdelen gegrond. Beslissing hangt samen met twee andere beslissingen, in een waarvan als maatregel schrapping van het tableau wordt opgelegd. Ambtshalve uitspraak ex artikel 48 lid 7 Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2444 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3661/11.63a

    Verzet De advocaat heeft een grote mate van vrijheid om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt. In casu heeft de advocaat de aan hem toekomende grote mate van vrijheid niet overschreden. De belangen van klager zijn niet nodeloos en op ontoelaatbare wijze geschaad, terwijl niet gebleken is dat onjuistheden in overgelegde pleitnota's zijn opgenomen. Het verzet wordt ongegrond verklaard. Er is niet gebleken van relevante feiten of omstandigheden die onbekend waren ten tijde van het afgeven van de voorzittersbeslissing

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2450 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3681/11.83

    Klacht dat de advocaat is overgegaan tot incasso van een declaratie, daar klager betwist opdracht te hebben verleend. De vraag of opdracht is verstrekt is civielrechtelijk getoetst, waarbij het bestaan van de opdracht is aangenomen. Het bestaan blijkt voorts uit dossierstukken zoals de toevoegingsaanvraag en correspondentie. Bovendien heeft klager na vrijspraak in hoger beroep een vergoeding voor advocaatkosten gevraagd en gekregen. Geen tuchtrechtelijk verwijt dat de vordering wordt geïncasseerd. Klacht kennelijk ongegrond. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2438 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3622/11.24

    Klacht dat de advocaat bij de behandeling van een zaak over huwelijkse voorwaarden en pensioenverevening nalatig is geweest en klager heeft misleid. De advocaat heeft een kennelijk onjuist advies gegeven inzake de betaling van alimentatie; de advocaat heeft klager langdurig niet naar behoren geïnformeerd over zijn zaak en heeft in strijd met de waarheid te kennen gegeven dat een alimentatieverzoek was ingediend en dat een dagvaarding terzake van boedelscheiding was uitgebracht. Klacht in alle onderdelen gegrond. Maatregel hangt samen met twee andere gegrond verklaarde klachten en houdt in schrapping van het tableau. Tevens ambtshalve uitspraak ex artikel 48, lid 7 Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TVVTPVV:2012:YE0038 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV1011

    Iedere be- of verwerker van kalveren, en iedere ondernemer die kalveren houdt, behoort te voldoen aan de onderzoeksplicht inzake kritische stoffen. De afnemer van kalveren behoort zekerheid te kunnen inwinnen (via inzage) aangaande de monitoring kritische stoffen bij de hem geleverde dieren. Het niet naleven van de verordening, in casu de monitoring, kan leiden tot imagoschade in Nederland en in andere afzetlanden of in het uiterste geval tot het op de markt brengen van vlees met kritische stoffen. Daarom is een hoge standaardboete op zijn plaats. Betrokkene stelt dat hij niet onder de verordening valt omdat hij geen kalveren houdt omdat hij zijn jonge runderen na de leeftijd van 8 maanden niet mag leveren als kalfsvlees. Het Tuchtgerecht oordeelt dat uit de tekst of uit de toelichting bij de verordening nergens blijkt dat de monitoringsplicht uitsluitend zou zien op runderen met een leeftijd van één tot acht maanden. Aangenomen mag worden dat het Productschap zich met de verordening heeft gericht tot alle ondernemers in de gehele kalfsvleesproductiesector met dieren tot twaalf maanden. Ook betrokkene valt dus gewoon onder de werking van de Verordening. Betrokkene heeft tevens aangevoerd dat hij geen gebruik wenst te maken van SKV omdat hij meent dat SKV geen onafhankelijke controle-organisatie is en het door het productschap geboden alternatief geen soelaas biedt of duurder is. Het Tuchtgerecht is van oordeel dat betrokkene geen feiten en omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt dat SKV niet aan de maatstaf van onafhankelijkheid voldoet. Betrokkene heeft ondernemerskeuze door welke controle-organisatie hij wil laten monitoren. Of hij zich daarbij laat leiden door de tariefstelling van de controle-organisatie, of door andere aspecten is niet relevant. Het Tuchtgerecht treedt niet in de tariefstelling van de monitoring. Geconstateerd is dat in 2010 en in 2011 kalveren zijn afgevoerd van de twee bedrijven van betrokkene zonder dat deze waren onderzocht op afwezigheid van kritische stoffen. Het Tuchtgerecht legt voor de gecombineerde feiten een geldboete op; gelet op het feit dat de ondernemer duidelijkheid wenste over enkele voor hem onduidelijke aspecten van de verordening en overige omstandigheden van het geval, geheel voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2456 Raad van Discipline Arnhem 11-84

    Klacht over kwaliteit dienstverlening ongegrond. Dat verweerster ten onrechte de rechtbank heeft laten weten dat partijen volledige overeenstemming hadden over de gevolgen van de echtscheiding is niet gebleken. Klager is niet ontvankelijk in zijn verzoek tot schadevergoeding. Van excessief declareren is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2451 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3720/11.122

    De advocaat heeft klager en zijn echtgenote bijgestaan in een echtscheidingsprocedure. Klacht dat de advocaat onzorgvuldig heeft gehandeld door klager onvoldoende te informeren over de gevolgen van het convenant, alsmede dat de advocaat zich in de behartiging van een tegenstrijdig belang heeft begeven of kon begeven. Na een eerste gezamenlijk gesprek heeft klager ook afzonderlijk met de advocaat gesprekken gevoerd. De advocaat heeft ten onrechte nagelaten de opdracht schriftelijk te bevestigen, waarbij zij aandacht had behoren te geven aan de mogelijkheid dat zich een tegenstrijdig belang zou voordoen en aan de daaraan dan te verbinden consequenties. Onvoldoende is gebleken dat de advocaat klager naar behoren heeft geïnformeerd over zijn positie, hetgeen de advocaat gelet op de omstandigheden schriftelijk had behoren te doen. In het eerste afzonderlijk met de advocaat gevoerde gesprek heeft klager een ander beeld over zijn privéomstandigheden gegeven dan in het gezamenlijk gevoerde gesprek. De advocaat had daardoor de beschikking over eenzijdige informatie, die niet aan de andere partij is meegedeeld, waardoor aannemelijk werd dat een tegenstrijdig belang tussen klager en zijn echtgenote bestond althans zou kunnen ontstaan. De advocaat heeft ten onrechte de belangenbehartiging voortgezet. Klacht in beide onderdelen gegrond. Enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2439 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3839/11.241

    Niet kan worden vastgesteld dat de advocaat klager tegen diens zin heeft bijgestaan. De klacht wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2445 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3657/11.59

    De opvolgend advocaat heeft niet gehandeld in overeenstemming met de welwillendheid en het vertrouwen dat advocaten onderling in elkaar moeten kunnen stellen, door de voormalig advocaat van client in het ongewisse te laten over de afwikkeling van de zaak. Dit, terwijl de opvolgend advocaat op de hoogte was van het feit dat uit de ontvangen schadevergoeding nog zou moeten worden afgerekend met de voormalig advocaat. De Raad verklaart klachtonderdeel c niet-ontvankelijk en de klachtonderdelen a en b gegrond en legt terzake aan verweerder de maatregel van een enkele waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2011:YF0382 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2010/69 en 2010/70

    2010/69: Klachtambtenaarzaak. Beklaagde kan worden verweten onvoldoende toezicht te hebben gehouden waardoor er door zijn praktijk structureel T-61 en Chorulon aan varkenshouder is geleverd zonder voorafgaande diagnostiek. Ernstig verwijtbaar. Naar het oordeel van het college dient een signaal naar de beroepsgroep uit te gaan dat dit soort praktijken zeer ongewenst zijn, ook al heeft beklaagde reeds een strafrechtelijke boete betaald. Volgt onvoorwaardelijke geldboete van € 3.000,= en voorwaardelijke schorsing. 2010/70: Klachtambtenaarzaak. Beklaagde levert structureel T-61 en Chorulon aan varkenshouder zonder voorafgaande diagnostiek, opdat de varkenshouder de middelen zelf kan toepassen. Ernstig verwijtbaar. Naar het oordeel van het college dient een signaal naar de beroepsgroep uit te gaan dat dit soort praktijken zeer ongewenst zijn, ook al heeft beklaagde reeds een strafrechtelijke boete betaald. Volgt onvoorwaardelijke geldboete van € 3.000,= en voorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2420 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3840/11.242BII

    De taakuitoefening van de advocaat als bijzonder curator behoort niet tot het terrein dat door het advocatentuchtrecht wordt bestreken. Uitsluitend indien de advocaat zich in die hoedanigheid zou misdragen en daardoor het vertrouwen in de advocatuur zou schaden, kan er voor tuchtrechtelijke toetsing aanleiding zijn. Dit laaste is op basis van de stukken niet gebleken. Als bijzonder curator behartigt de advocaat de belangen van de minderjarige dochter van klaagster. Niet is gebleken dat zij daarbij tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2408 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3602/11.04

    Klacht dat verweerder in een alimentatiezaak drie jaar niets voor klaagster heeft gedaan en haar niet op de hoogte heeft gehouden. De advocaat heeft de zaak na een eerste brief aan de wederpartij bijna drie jaar laten liggen. Hij heeft geen gevolg gegeven aan telefonische verzoeken van klaagster om in actie te komen. Geen schriftelijke berichtgeving. Klacht gegrond. Schorsing drie maanden onvoorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2433 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3884/12.18

    De advocaat is terecht overgegaan tot openbare betekening van de dagvaarding. Niet aannemelijk is dat de advocaat wist dan wel op de hoogte had kunnen zijn van een bekend adres buiten Nederland. Een mogelijke bekendheid met de stad waar klagers woonachtig zouden zijn is onvoldoende om op grond daarvan aan te nemen dat niet openbaar betekend had mogen worden. De klacht is als kennelijk ongegrond afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2414 Raad van Discipline 's-Gravenhage 3463/10.93

    Verweerster heeft een gemotiveerde beslissing genomen op het verzoek van klager ex artikel 13 Advocatenwet. Een beklag tegen een dergelijke beslissing dient aan het Hof van Discipline te worden voorgelegd. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2427 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3894/12.28

    Verweerder is gearresteerd en in hechtenis is genomen in verband met de verdenking van het plegen van ernstige misdrijven. Mede gelet op de aard en de ernst van de verdenking, het feit dat verweerder ten gevolge van zijn hechtenis niet in staat is zijn praktijk uit te oefenen en de belangen van de clienten van verweerder velig te stellen, dienen de door de deken verzochte voorlopige voorzieningen ex art. 60ab Adovcatenwet te worden toegewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2421 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3840/11.242BI

    Op basis van de stukken kan worden vastgesteld dat de advocaat bij brief van 26 mei 2011 aan de advocaat van klaagster tekst en uitleg heeft gegeven over het ontstane misverstand. Klaagster noch haar gemachtigde hebben op voornoemde brief gereageerd, waardoor bij de advocaat het gerechtvaardigd vertrouwen was gewekt dat het misverstand naar tevredenheid van beide partijen was afgewikkeld. Niet aannemelijk is geworden dat klaagster de advocaat zodanige informatie heeft verstrekt dat voor de advocaat duidelijk had moeten zijn dat er al een procedure m.b.t. de vernietiging van de erkenning aanhangig was. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2415 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3745/11.147

    De advocaat heeft niet of onvoldoende gereageerd op verzoeken van de deken om aan te tonen dat hij aan zijn CCV verplichtingen heeft voldaan. De klacht is derhalve gegrond. De Raad acht de maatregel van een enkele waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2409 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3673/11.75

    Klacht dat de advocaat klaagster ten onrechte heeft afgeraden op basis van een toevoeging procederen, althans dat de advocaat hierover verkeerd heeft geadviseerd. De advocaat heeft van belang zijnde informatie over de mogelijkheid van een toevoeging schriftelijk bevestigd en heeft bevestigd dat haar kantoor geen zaken op toevoegingsbasis behandelt. Tevens is gewezen op een risico dat het verkrijgen van een toevoeging tot discussie in de zaak zelf zou kunnen leiden. De advocaat adviseerde klaagster daarmee rekening te houden. De advocaat heeft niet onjuist gehandeld door te wijzen op het risico. Niet is gebleken dat zij klaagster heeft afgeraden om op basis van een toevoeging te procederen. Klacht ongegrond.