Zoekresultaten 19201-19250 van de 47599 resultaten

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:28 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/7

    Klager heeft kandidaat-notaris opdracht gegeven om overeenkomst van geldlening mét hypothecaire zekerheid op te stellen. In afwijking daarvan heeft hij overeenkomst van geldlening zónder hypothecaire zekerheid opgesteld. Het had op de weg van de kandidaat-notaris gelegen om klager schriftelijk te informeren over de risico’s die voor hem zouden voortvloeien uit het ontbreken van de gevraagde hypothecaire zekerheid en de rechtsgevolgen en risico’s van de clausule die hij in plaats daarvan heeft opgenomen en/of om de mondeling verstrekte informatie nadien schriftelijk aan klager te bevestigen. Dat heeft de kandidaat-notaris niet gedaan waardoor hij is tekortgeschoten in zijn voorlichtings- en informatieplicht. Dit is tuchtrechtelijk verwijtbaar, waarbij mede in aanmerking wordt genomen dat het voor risico van de (kandidaat-)notaris dient te komen indien in de correspondentie met de cliënt onvoldoende wordt vastgelegd wat in het kader van de informatieplicht met de cliënt is besproken (HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:288). Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:22 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.508

    Klacht tegen een operationeel leidinggevende verpleegkundige. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de verpleegkundige verweten gedragingen vallen onder de tweede tuchtnorm en verklaart klaagster ontvankelijk in haar klacht. Het Centraal Tuchtcollege acht klaagster niet-ontvankelij k in haar klacht omdat het aan de verpleegkundige verweten handelen onvoldoende weerslag heeft gehad op de individuele gezondheidszorg . Het incidenteel beroep slaagt en aan een inhoudelijke beoordeling wordt niet toegekomen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:35 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.146

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster is eenmalig bij de bedrijfsarts op het spreekuur geweest. Zij verwijt de bedrijfsarts dat zij klaagster onheus heeft bejegend, dat zij over klaagsters gezondheidssituatie heeft geoordeeld zonder te beschikken over de juiste informatie van haar behandelaars en meer in het bijzonder heeft geweigerd om informatie in te winnen bij haar psycholoog. Volgens klaagster heeft de bedrijfsarts een onjuist advies gegeven. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond, legt de bedrijfsarts de maatregel van berisping op, wijst de klacht voor het overige af en gelast de publicatie van de beslissing zodra deze onherroepelijk is geworden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gegrond voor zover dit ziet op de opgelegde maatregel (berisping) en de publicatie en legt alsnog een waarschuwing op. Het beroep wordt voor het overige verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:16 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.502

    Klacht tegen een uroloog. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). In totaal heeft klaagster klachten tegen twaalf artsen en verpleegkundigen ingediend. Patiënt heeft een uitgebreide medische voorgeschiedenis in verband met een (uiteindelijk gediagnostiseerde) iliaco-ureterale fistel. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster in alle onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:29 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.082

    Klacht tegen een huisarts en twee ambulanceverpleegkundigen. Klagers zijn de echtgenoot en dochter van patiënte, inmiddels overleden. Patiënte heeft twee dagen voor overlijden de eigen huisarts bezocht voor uiteenlopende klachten. Een dag later heeft patiënte vanwege toenemende klachten en wegrakingen en niet aanspreekbaar de SEH bezocht. Na onderzoek is patiënte naar huis gestuurd. De huisarts van een andere huisartsenpraktijk heeft later die dag een ambulance aangevraagd. De ambulance-verpleegkundigen, zijnde verweerster en haar collega (eveneens aangeklaagd: C2018.083) hebben patiënte onderzocht en op basis van hun bevindingen geconcludeerd dat vervoeren naar het ziekenhuis niet noodzakelijk leek. Verweerster heeft vervolgens telefonisch contact gehad met de waarnemend huisarts (eveneens aangeklaagd: C2018.081). De waarnemend huisarts heeft ermee ingestemd om patiënte niet naar het ziekenhuis te vervoeren en heeft geadviseerd om de volgende dag de eigen huisarts van patiënte te consulteren. De volgende dag is patiënte naar de IC overgebracht alwaar zij is overleden. Verweerster was in opleiding tot ambulance-verpleegkundige. Volgens klagers is patiënte ten onrechte niet ingestuurd met de ambulance naar het ziekenhuis voor specialistische hulp. Klagers verwijten verweerster dat zij: 1. niet mocht vasthouden aan de eerder door de huisarts en de SEH-arts gestelde diagnose ‘mogelijke gastritis’, gelet op de toestand van patiënte en het feit dat zij eerder gecollabeerd was; 2. het ECG verkeerd heeft afgelezen; 3. onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de gezondheidstoestand van patiënte, waaronder onvoldoende vragen aan de dochter van patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:29 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/69

    Schending informatieplicht bij passeren akte van levering garage bij volmacht in 2014. De notaris moet de partijen bij de akte en de bij het verlijden van de akte eventueel verschijnende andere personen tijdig voor het passeren de gelegenheid geven om van de inhoud van de akte kennis te nemen. Bovendien moet hij voorafgaand aan het passeren een toelichting geven op de zakelijke inhoud van de akte en moet hij daarbij zo nodig ook wijzen op de gevolgen die voor partijen uit de inhoud van de akte voortvloeien. Hoewel klager als enig eigenaar van de garage partij was bij de akte, is niet gesteld of gebleken dat de notaris aan deze verplichtingen heeft voldaan, terwijl evenmin is gesteld of gebleken dat de notaris klager eerder dan in 2017 een afschrift van de akte van heeft toegezonden. Opmerking verdient daarbij dat de notaris dit niet op eigen initiatief heeft gedaan, maar pas na herhaald verzoek van klager. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:23 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.509

    Klacht tegen een operationeel leidinggevende verpleegkundige. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de verpleegkundige verweten gedragingen vallen onder de tweede tuchtnorm en verklaart klaagster ontvankelijk in haar klacht. Het Centraal Tuchtcollege acht klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht omdat het aan de verpleegkundige verweten handelen onvoldoende weerslag heeft gehad op de individuele gezondheidszorg. Het incidenteel beroep slaagt en aan een inhoudelijke beoordeling wordt niet toegekomen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:36 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.153

    Klagers’ zoon is op de leeftijd van 6 maanden in december 2016 in het ziekenhuis opgenomen vanwege Failure to Thrive, onvoldoende gewichtstoename. Er is toen onderzocht of de differentiaal diagnose Pediatric Condition Falsification (PCF) kon worden uitgesloten. De mogelijkheid van PCF werd in januari/februari 2017 verworpen. In mei 2017 is klagers’ zoon opnieuw opgenomen in het ziekenhuis vanwege achterblijven in de groei en verminderd bewustzijn. De kinderarts is na zeer uitgebreid onderzoek tot de opvatting gekomen dat de ernstige klachten van klagers’ zoon niet konden worden verklaard vanuit alleen een somatische diagnose en dat PCF niet kon worden uitgesloten. Na een MDO medio juni 2017 heeft de kinderarts Veilig Thuis (VT) geraadpleegd en een melding gedaan. Klagers verwijten de kinderarts: 1. dat zij ten onrechte een melding heeft gemaakt bij VT inzake klagers’ zoon daar deze melding is geschied op basis van onvoldoende dossierbeheer; 2. dat zij bij het doen van de melding niet de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld heeft gevolgd; 3. dat zij het medisch beroepsgeheim heeft geschonden daar zij VT van meer informatie heeft voorzien dan waar deze aanspraak op zou kunnen maken en dit niet vooraf met klagers heeft besproken c.q. toestemming heeft verkregen; 4. dat zij de privacy van klagers en haar beroepsgeheim heeft geschonden door samen met een collega arts de videoregistratie te bekijken nadat klagers’ zoon was overgedragen aan een ander ziekenhuis; 5. dat zij in het kader van haar onderzoek naar de kindermishandeling geen optimale zorg heeft gegeven aan klagers’ zoon. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Klagers richten hun beroep alleen tegen de ongegrondverklaring van de klachtonderdelen 1, 2 en 5. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat deze klachtonderdelen terecht ongegrond zijn verklaard en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:17 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.503

    Klacht tegen een uroloog. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). In totaal heeft klaagster twaalf tegen klachten artsen en verpleegkundigen ingediend. Patiënt heeft een uitgebreide medische voorgeschiedenis in verband met een (uiteindelijk gediagnostiseerde) iliaco-ureterale fistel. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster deels gegrond verklaard en voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege acht klaagster in haar beroep ten aanzien van de door het Regionaal Tuchtcollege gegrond verklaarde klachtonderdelen niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18128 en 18160a

    Psychiater (tevens psychotherapeut) wordt -onder meer- verweten dat hij onvoldoende randvoorwaarden heeft geschapen om naleving van de professionele grenzen te bewaken, dat er in ernstige mate en bij herhaling sprake is geweest van grensoverschrijdend handelen zowel tijdens als na de behandelrelatie, dat hij het cliënte moeilijk heeft gemaakt om de behandelrelatie te beëindigen en niet (tijdig) heeft doorverwezen naar een andere behandelaar, zijn eigen belang boven dat van zijn cliënte heeft gesteld, de diagnose van cliënte heeft verzwaard zonder voorafgaand onderzoek en zonder dit met haar te bespreken en dat er sprake is van onzorgvuldige en onvolledige dossiervorming. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Ernstig en langdurig grensoverschrijdend gedrag door een persoonlijke, affectieve en virtuele seksuele relatie met cliënte aan te gaan. Extreme frequentie. Verweerder had diagnose en symptomen van zijn ziekte, het medicatiegebruik en de mogelijke effecten daarvan op zijn gedrag met werkgever of collega’s moeten bespreken. Behandeling met cliënte voortgezet terwijl hij verder ontspoorde. Uitbreiding diagnose cliënte niet met haar besproken. Dossier bevat onvoldoende informatie. Geen doorleefd besef van de ernst en de ontoelaatbaarheid van gedrag. Doorhaling. Voorlopige voorziening: schorsing van de inschrijving. Publicatie.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:219 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180130

    Beklag tegen weigering tot inschrijving van advocaat door de raad van de orde (art. 5 Advocatenwet) na schrapping van het tableau. Niet gebleken is van bijzondere omstandigheden die een hernieuwde inschrijving van klager rechtvaardigen. Klager heeft niet op overtuigende wijze blijk gegeven van een gedragspatroon die nieuwe ontsporingen in hoge mate onwaarschijnlijk maakt. Van belang is het verdere tuchtrechtelijk verleden van klager, zijn slechte bereikbaarheid en het zich voordoen als advocaat nadat hij was geschrapt. Afwijzing van het beklag.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18128 en 18160b

    Psychotherapeut (tevens psychiater) wordt -onder meer- verweten dat hij onvoldoende randvoorwaarden heeft geschapen om naleving van de professionele grenzen te bewaken, dat er in ernstige mate en bij herhaling sprake is geweest van grensoverschrijdend handelen zowel tijdens als na de behandelrelatie, dat hij het cliënte moeilijk heeft gemaakt om de behandelrelatie te beëindigen en niet (tijdig) heeft doorverwezen naar een andere behandelaar, zijn eigen belang boven dat van zijn cliënte heeft gesteld, de diagnose van cliënte heeft verzwaard zonder voorafgaand onderzoek en zonder dit met haar te bespreken en dat er sprake is van onzorgvuldige en onvolledige dossiervorming. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Ernstig en langdurig grensoverschrijdend gedrag door een persoonlijke, affectieve en virtuele seksuele relatie met cliënte aan te gaan. Extreme frequentie. Verweerder had diagnose en symptomen van zijn ziekte, het medicatiegebruik en de mogelijke effecten daarvan op zijn gedrag met werkgever of collega’s moeten bespreken. Behandeling met cliënte voortgezet terwijl hij verder ontspoorde. Uitbreiding diagnose cliënte niet met haar besproken. Dossier bevat onvoldoende informatie. Geen doorleefd besef van de ernst en de ontoelaatbaarheid van gedrag. Verbod tot herregistratie. Publicatie.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:10 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-570/DB/ZWB

    Klaagster verwijt verweerster eigen bijdragen in rekening te hebben gebracht in strijd met tussen partijen gemaakte afspraken en verwijt verweerster onvoldoende uitleg te hebben gegeven over de door haar verzonden declaraties. Klaagster verwijt verweerster daarnaast dat zij zonder haar instemming door verweerster ontvangen derdengelden heeft verrekend. De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat door verweerster bedragen ten onrechte in rekening zijn gebracht. Door verweerster is voldoende uitleg gegeven over de door haar in rekening gebrachte kosten. Verweerster heeft door haar ontvangen derdengelden verrekend zonder nadrukkelijke instemming van klaagster. Verweerster stelt dat die instemming kan worden afgeleid uit een e-mail van klaagster, maar daarin wordt slechts een betalingstoezegging gedaan en wordt niet ingestemd met verrekening van nog te ontvangen derdengelden. Nu de vereiste instemming van klaagster ontbreekt, heeft verweerster in strijd met artikel 46 Advocatenwet gehandeld. Klachtonderdeel 4 gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:251 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-146

    Klacht over het handelen van een advocaat als privépersoon in een zaak waarin hij ook als advocaat optrad. Verweerder zou eigenmachtig de kinderen van zijn cliënte, die onder toezicht stonden en uithuis waren geplaatst, zelf hebben ondergebracht in bij de zorginstelling onbekende pleeggezinnen en zou de verblijfplaats niet kenbaar willen maken aan de zorginstelling. De raad is van oordeel dat daarvan niet gebleken is. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:53 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/334622 KL RK 18-32

    Klaagster verwijt de notaris dat hij de verjaringsprocedure onjuist heeft toegepast. Door het handelen van de notaris is klaagster voor een voldongen feit geplaatst en is de gemeente in staat gesteld om bestuursdwang te kunnen toepassen jegens klaagster. De kamer overweegt dat de notaris wettelijk gezien niet verplicht was om klaagster om haar standpunt te vragen, alvorens de verklaring van verjaring op te maken. Dit kan de notaris daarom niet verweten worden. Wel merkt de kamer daarbij op dat het in zijn algemeenheid aanbeveling verdient om de argumenten van de wederpartij te horen, zodat die kunnen worden meegewogen bij de afweging om al dan niet mee te werken. Verder overweegt de kamer dat de door de notaris opgemaakte verklaring voldoet aan de wettelijke vereisten. Volgens eigen verklaring van de notaris was hij overtuigd dat de verjaring had plaatsgevonden. Daarom mocht de notaris de akte van verjaring opmaken en ter inschrijving aanbieden aan het Kadaster. De kamer heeft daarom de klacht ongegrond verklaard. Of de notaris ook overtuigd had mogen zijn van de verjaring en dus de vraag of verjaring daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, is een vraag die de kamer niet kan beantwoorden. Zoals eerder opgemerkt is die beoordeling voorbehouden aan de civiele rechter.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/202

    Klaagster dient een klacht in namens haar overleden zoon. Klaagster verwijt een arts en verpleegkundige een incompleet dossier van haar zoon. Tevens verwijt ze hen dat haar zoon diverse malen zonder behandeling naar huis is gestuurd. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:11 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-1008/DB/ZWB

    Geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding ex art. 469 lid 1 sub a Advocatenwet. Klager was geen cliënt. Het stond de advocaat derhalve niet vrij hem stukken uit het dossier van zijn cliënte toe te sturen. Klacht ged. niet-ontv. / ged. kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:252 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-987

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:54 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/337186 KL RK 18-65 C/05/337187 KL RK 18-66

    Omdat klager niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 99 lid 1 Wna en de klacht bovendien buiten de klachttermijn is ingediend, heeft de kamer de klacht niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/349

    Klaagster verwijt verweerster, dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het weghalen van bultjes op haar hoofd. Zij kamp hierna al maanden met klachten en bovendien is het weefsel, dat onderzocht moest worden, zoekgeraakt omdat dit in een verkeerde envelop0 was gedaan en met de normale post was meegegaan in plaats van met de koerier. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:12 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-1015/DB/LI

    Geen sprake van eenzijdige opzegging van een tussen partijen bereikt akkoord. Advocaat heeft bovendien steeds belangen van zijn clliënt behartigd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:253 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1018

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:266 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-332

    Betreft klacht van advocaat tegen een collega. Verweerder heeft telefonisch vele malen contact opgenomen met de cliënt van klager, terwijl hij wist dat de cliënt werd bijgestaan door klager. Verder heeft verweerder zich in onbehoorlijke termen uitgelaten over klager tegenover diens cliënt. Klacht gegrond, maar geen maatregel opgelegd, omdat over hetzelfde feitencomplex al een dekenbezwaar was ingediend en gegrond bevonden terwijl ook een maatregel was opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:55 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/340738 KL RK 18-110

    Anders dan de notaris heeft gesteld, is de kamer van oordeel dat de heer [ X ] door de benoeming tot executeur een belang had bij het testament. Voorafgaand aan het passeren van het testament heeft de notaris erflaatster niet alleen gesproken. Ook bij het passeren van het testament waren anderen, waaronder de heer [ X ], aanwezig. De kamer vindt het verwijtbaar dat de notaris, gelet op het feit dat de heer [ X ] een belang had bij het testament, erflaatster niet voorafgaand aan het passeren van het testament apart heeft genomen om haar alleen te spreken. Door dit na te laten heeft de notaris onvoldoende gewaarborgd dat erflaatster haar wil - ook op dat laatste moment voor het passeren - op onafhankelijke wijze heeft kunnen overbrengen aan de notaris. De omstandigheid dat de heer [ X ] en de zorgmedewerkster op verzoek van erflaatster zelf bij het passeren aanwezig waren, ontslaat de notaris niet van zijn zorgplicht om akten zorgvuldig tot stand te laten komen. De notaris had erop kunnen aansturen dat hij erflaatster alleen zou spreken voorafgaand aan het passeren. De kamer heeft daarom dit klachtonderdeel gegrond verklaard en de notaris de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/487

    De klacht ziet op de eenmalige behandeling van de moeder van klaagster (patiënte) door verweerder, toen hij patiënte als visite-arts van de huisartsenpost zag. Patiënte is twee dagen later overleden. Klaagster verwijt verweerder dat hij een onjuiste inschatting heeft gemaakt van de indicatie voor terminale sedatie en dat hij is tekort geschoten in zijn communicatieve vaardigheden. Tevens verwijt klaagster verweerder dat hij valse aantekeningen heeft gemaakt. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:254 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-501

    Klacht over optreden eigen advocaat. Niet gebleken is dat verweerder heeft gelogen over de aanwezigheid van klaagster bij een bespreking bij hem op kantoor. Omdat de nota van verweerder onbetaald bleef, heeft hij, na verkregen verstekvonnis, derdenbeslag laten leggen onder de werkgeefster van klaagster. Verweerder heeft hierbij de wettelijke regels in acht genomen en niet op slinkse wijze samengewerkt met een derde. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:255 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-275

    De klacht heeft betrekking op de vraag of verweerder in het verleden in een echtscheidingsprocedure op gemeenschappelijk verzoek alleen als advocaat van de vrouw is opgetreden of ook als advocaat van de man (klager), zoals klager stelt en verweerder ontkent. Thans is er een geschil tussen partijen over de afwikkeling van het convenant. Verweerder treedt op namens de vrouw tegen de man. Klager stelt dat dat verweerder niet vrijstaat omdat verweerder destijds ook zijn belangen heeft behartigd. De raad is van oordeel dat de feiten en argumenten die verweerder naar voren heeft gebracht onvoldoende zijn. Voor klager is destijds niet zonder meer duidelijk geweest dat verweerder niet voor hem optrad. Daarover had verweerder geen onduidelijkheid mogen laten bestaan. In die omstandigheden staat het verweerder niet vrij om in het thans ontstane geschil voor de vrouw tegen de man op te treden. Verder had verweerder de vragen van klager over diens huidige optreden tijdig moeten beantwoorden. Dat heeft hij niet gedaan. Klacht gegrond; waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:57 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170317

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Voor een deel van de door verweerder van klaagster gevorderde dwangsommen was geen titel aanwezig. Met de raad is het hof van oordeel dat verweerder zich had moeten beperken tot het innen van de dwangsommen waarvoor wél een titel aanwezig was. Door dat, ondanks dat de advocaat van klaagster op het gebrek aan een titel had gewezen, niet te doen heeft hij tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Dat verweerder ten tijde van de inning van de dwangsommen enige tijd op non-actief was gesteld, maakt dit niet anders. Vast staat dat hij daarna weer bij de zaak betrokken is geraakt en dat hij een kort geding heeft aangespannen tegen klaagster, waarbij de dwangsommen eveneens aan de orde zijn geweest in het kader van de door klaagster ingestelde reconventionele vordering. Het had op de weg van verweerder gelegen na te gaan wat er in het dossier was gebeurd in de periode waarin hij stelt niet bij de zaak betrokken te zijn geweest. Bekrachtiging van beslissing van de raad waarbij aan verweerder een waarschuwing is opgelegd. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-174

    Deels gegronde klacht tegen een psychiater. Er is geen aanwijzing dat de diagnose door de psychiater is heroverwogen toen de afbouw van de medicatie stagneerde, terwijl evenmin duidelijk is geworden wat de beweegredenen zijn geweest om andere medicatie voor te schrijven. Niet duidelijk hoe de psychiater heeft gereageerd op de steeds duidelijk wordende suïcidale gedragingen van patiënt en welk beleid vervolgens is ingezet. Uit het dossier is niet af te leiden waarom de familie van klager niet betrokken is geweest bij de behandeling, zoals op grond van de multidisciplinaire richtlijn diagnostiek en behandeling suïcidaal gedrag. Berisping.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:51 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/339919 / KL RK 18-93 en C/05/339921 / KL RK 18-94

    De kamer constateert dat de statutenwijziging en de uitgifte van de preferente aandelen waarbij de nominale waarde van die aandelen is verhoogd, heeft plaatsgevonden in 2012. De in artikel 99 lid 21 Wna bedoelde termijn van drie jaren vangt aan vanaf dat moment, tenzij de gevolgen van de verhoging van de nominale waarde van de preferente aandelen pas later redelijkerwijs bekend zijn geworden. Dat is naar het oordeel van de kamer niet het geval. Het staat vast dat de accountant van [Y] betrokken is geweest bij de statutenwijziging en uitgifte van preferente aandelen waarbij is besloten om de nominale waarde van deze aandelen te verhogen. De kamer is van oordeel dat een accountant van een vennootschap bij uitstek moet worden geacht op de hoogte te zijn van de fiscale gevolgen van de keuze om de nominale waarde van preferente aandelen te verhogen. In 2012 had de accountant dus al moeten weten dat de verhoging van de nominale waarde negatieve fiscale gevolgen voor klagers zou kunnen hebben. Deze kennis van de accountant dient aan klagers te worden toegerekend.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-075

    Ongegronde klacht tegen een arts. De arts heeft een rapport naar aanleiding van de aanvraag voor hulp bij huishouding in het kader van de WMO opgesteld. Een punt van kritiek is dat de arts zeer summier heeft uiteengezet op welke gronden de conclusies in het rapport steunen. Met de conclusie en de weergave van het lichamelijk functioneren levert welwillende lezing op dat de arts de klachten niet ernstig genoeg vindt om te kunnen concluderen dat klaagster in aanmerking komt voor huishoudelijke hulp. Het College acht dit echter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ook van belang is dat de arts in redelijkheid tot zijn advies heeft kunnen komen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-294

    Klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht tegen de specialist ouderengeneeskunde, omdat haar mentor/echtgenoot niet instemt met indiening van de klacht en zij zelf niet in staat is haar belangen deugdelijk te behartigen. Klaagster niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-204

    Ongegronde klacht van een zorgverzekeraar (klaagster) tegen een kno-arts. Klaagster verwijt de kno-arts dat hij niet meewerkt aan het fraudeonderzoek door niet de ruim 200 gevraagde verwijsbrieven over te leggen. Klaagster is ontvankelijk in de klacht. Het College oordeelt dat klaagster een specifiek controleplan en controledoel had moeten opstellen en de kno-arts hierover had behoren te informeren. Door dit na te laten is het invoelbaar en verdedigbaar dat de kno-arts, mede in het licht van de op hem rustende geheimhoudingsplicht, terughoudend is geweest in het overleggen van de ruim 200 opgevraagde verwijsbrieven. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-169a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Niet is gebleken dat de huisarts klager niet serieus heeft genomen, zijn medicatie heeft stopgezet of heeft gewijzigd. De huisarts heeft klager op goede gronde arbeidsgeschikt geoordeeld. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-162

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De lezingen over het consult lopen uiteen, zodat het College dit niet kan vaststellen. Er is geen onjuiste medicatie voorgeschreven. Het staken van de medicatie gebeurde terecht met een afbouwschema. De huisarts heeft niet te lang gewacht met een doorverwijzing naar een dermatoloog, hij heeft zelf eerst een behandeling geïnitieerd. Klacht afgewezen. Kenm

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:12 Raad van Discipline Amsterdam 18-542/A/A 18-543/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-237

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De urinecontrole is conform het protocol afgenomen en de gz-psycholoog is als hoofd behandeling en bedrijfsvoering op grond van het protocol bevoegd te beslissen dat bij klager een urinecontrole zou worden afgenomen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:9 Raad van Discipline Amsterdam 18-561/A/A 18-562/A/A 18-563/A/A 18-564/A/A 18-565/A/A 18-566/A/A

    Verweerders hebben door het als productie overleggen van een niet-geanonimiseerd vonnis niet de gerechtvaardigde belangen van klager als bedoeld in regel 10 van de Gedragsregels 1992 geschaad. Het vonnis is slechts in kleine kring verspreid. Daar komt bij dat het in 2015 nog regelmatig voorkwam dat gerechtelijke uitspraken niet werden geanonimiseerd. Ook heeft klager onvoldoende gesteld op welke wijze hij in zijn belangen is geschaad door het overleggen van het vonnis. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:13 Raad van Discipline Amsterdam 18-508/A/A

    Kwaliteitsklachten over eigen advocaat. Het door verweerster opgestelde petitum in een echtscheidingsprocedure die zij voor klaagster voerde was op meerdere punten rechtens niet juist en voldeed daarmee niet aan de kwaliteitseisen en de professionele standaard die in de advocatuur gelden. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:52 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/329308 KL RK 17-186

    Klaagster stelt dat de notaris de opdracht van de vereffenaar tot het passeren van de leveringsakte niet had mogen aannemen omdat de vereffenaar niet beschikkingsbevoegd zou zijn geweest. De kamer is van oordeel dat de notaris de beschikkingsbevoegdheid van de vereffenaar wel degelijk voldoende zorgvuldig gecontroleerd heeft en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-226

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De lezingen over de gevoerde gesprekken over de MRI-scan voor klager lopen uiteen. Onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat het aan de gz-psycholoog te wijten is dat de huisarts of de medische dienst geen aanvraag voor een MRI-scan hebben gedaan. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:5 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-721

    Klacht tegen advocaat wederpartij in erfrechtkwestie kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerster bij de behartiging van de belangen van de moeder zich onnodig grievend jegens klager (zoon) heeft uitgelaten of diens belangen onnodig of onevenredig heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:14 Raad van Discipline Amsterdam 18-320/A/A

    Verzet niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de verzettermijn.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:26 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/25

    Klaagster stelt dat de notaris partijdig heeft gehandeld door een bijdrage te leveren aan een poging van haar ex-echtgenoot om haar financieel te benadelen door op gewiekste wijze en heimelijk een voor klaagster nadelige geldleningconstructie te hanteren bij het passeren van een akte verdeling registergoed. De kamer stelt voorop dat het in het algemeen niet ongebruikelijk of dubieus is, dat iemand geld leent van een ander om de verwerving van een onroerende zaak te bekostigen. Van een dubieuze constructie is de kamer dan ook niet gebleken. Als klaagster, gelet op haar ervaringen met haar ex-echtgenoot, niet vertrouwde dat het bedrag ten tijde van het passeren van de akte zou zijn gestort, had zij de notaris kunnen vragen of zij er zeker van kon zijn het geld zou zijn gestort op het moment van het passeren van de akte en wat er zou gebeuren als het geld op dat moment niet zou zijn gestort. Dat heeft klaagster echter niet gedaan. Klaagster heeft de dag voor het passeren van de akte geïnformeerd of het geld er was. Daarop heeft de notaris naar waarheid geantwoord dat het geld er niet was. Klaagster heeft vervolgens eigenmachtig de conclusie getrokken dat het bedrag er op het moment van passeren van de akte dan ook wel niet zou zijn.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-266

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Bij de overplaatsing van klager naar een andere afdeling binnen de kliniek is gebleken dat voldoende rekening is gehouden met zijn licht verstandelijke beperking. Klager heeft niet onderbouwd waarom zijn gezondheid door deze overplaatsing zou zijn geschaad. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:15 Raad van Discipline Amsterdam 18-965/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat in alle onderdelen ongegrond. Klager heeft onvoldoende onderbouwd dat verweerder totaal niet geïnteresseerd is in de kwestie die hij voor klager in behandeling heeft en de zaak niet voortvarend heeft behandeld. Dat verweerder op basis van valse gegevens een toevoeging voor klager heeft aangevraagd, heeft klager op geen enkele wijze onderbouwd.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:27 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/11 SHE/2018/39

    De oud-notaris heeft zich niet gehouden aan het bepaalde in artikel 476a en 477 Rv. De oud-notaris had zich wel aan deze wettelijke bepalingen moeten houden. Op deze onderdelen is de klacht gegrond. Voorts stellen klagers terecht dat de oud-notaris, nadat deze in de proceskosten van een kort geding was veroordeeld, deze kosten niet zonder afspraak en overeenstemming van klagers bij hen in rekening mocht brengen. Ook dit onderdeel van de klacht is gegrond. Voor zover de klacht betrekking heeft op de hoogte van de declaratie is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:16 Raad van Discipline Amsterdam 18-968/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Verweerster heeft de grenzen van de haar toekomende vrijheid niet overschreden.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-133

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Geen aanwijzingen in het rapport voor de door klager gestelde onjuistheid of gebrek aan objectiviteit. Het is aannemelijk dat de in het rapport opgenomen diagnose inderdaad niet door de gz-psycholoog is gesteld, maar afkomstig is van de verwijzer. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:10 Raad van Discipline Amsterdam 18-621/A/NH

    Kwaliteitsklacht over eigen advocaat ongegrond. Verweerder heeft gemotiveerd uiteen gezet waarom een verzoek of vordering tot betaling van een gebruiksvergoeding door de ex-echtgenote van klager weinig kans van slagen zou hebben gehad. De raad ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de door verweerder gekozen strategie. Klachtonderdeel dat verweerder klager ten onrechte niet zou hebben gewezen op interne klachtenregeling eveneens ongegrond. Het had op de weg van klager gelegen eerst aan verweerder te melden dat hij geen genoegen nam met diens verklaring, alvorens een klacht in te dienen bij de deken.