Zoekresultaten 1801-1820 van de 47494 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:191 Hof van Discipline 's Gravenhage 250323

    Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een aanwijzingsbesluit ter discussie te stellen, nu daartegen andere rechtsmiddelen openstaan. Klager gebruikt het klachtrecht voor een ander doel dan waarvoor het klachtrecht is bedoeld. Misbruik van klachtrecht. Het tuchtrecht is daarnaast alleen van toepassing op advocaten. De klacht wordt niet verwezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:144 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-283/DB/ZWB

    Raadbeslissing. Klacht tegen advocaat in privé deels niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop, deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk omdat niet is gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:163 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2683

    Ongegronde klacht tegen een uroloog. De uroloog heeft in verband met aanhoudende plasklachten eind 2018 bij klager een zogenoemde TURP-operatie (Trans Urethrale Resectie van de Prostaat) uitgevoerd. Klager verwijt de uroloog dat hij sindsdien last heeft van incontinentieklachten en erectieklachten. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:192 Hof van Discipline 's Gravenhage 250320

    Klachten over de deken worden niet verwezen. De klachten/verwijzingsverzoeken zijn prematuur. Eerste klacht betreft de mededeling van de deken dat hij een klacht over een advocaat pas in behandeling zou nemen nadat eerst de interne klachtenregeling van het kantoor was doorlopen, en als de klacht daarmee niet was afgedaan, nadat de klacht was ingediend bij een klachten- of geschilleninstantie en dit ook niet tot een bevredigende oplossing had geleid. Na bezwaren van klaagster heeft de deken de klacht echter wel in behandeling genomen. Tweede klacht gaat over de klachtomschrijving. De deken past de klachtomschrijving niet aan, maar betrekt de klachten daarover wel in zijn onderzoek.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:139 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-070/DB/OB

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2025:7 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/02

    Beroep van een stichting tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een klacht tegen een dierenarts. De zaak heeft betrekking op de controle door de dierenarts van een populatie grote grazers in een Natura 2000-gebied. De stichting maakt de dierenarts hierover verschillende verwijten. Het Veterinair Tuchtcollege heeft de klacht in eerste aanleg ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:181 Raad van Discipline Amsterdam 25-054/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerder is ernstig tekortgeschoten in de behandeling van klagers zaak. Een opdrachtbevestiging en plan van aanpak ontbraken, evenals een gedegen schriftelijke vastlegging van belangrijke informatie. Klager is ruim twee jaar aan het lijntje gehouden en in al die tijd zijn slechts twee inhoudelijke brieven gestuurd aan de wederpartij. Op herhaalde verzoeken van klager om een update, volgde geen (adequaat) antwoord. Van zelfreflectie is onvoldoende gebleken. Rekening houdend met verweerders tuchtrechtelijk verleden is een onvoorwaardelijke schorsing van drie weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:237 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7907

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts met name dat de huisarts haar fysieke klachten onterecht afdeed als psychische klachten, dat zij ten onrechte een ‘no-show’-boete heeft gekregen en dat haar toegang tot huisartsenzorg is ontzegd. Het college vindt dat telkens adequaat is gereageerd op de hulpvraag van klaagster en dat de klachten niet zijn afgedaan als psychisch. Het opleggen en de hoogte van de ‘no-show-boete was niet onredelijk. Niet gebleken is dat klaagster is uitgesloten van medische zorg. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:182 Raad van Discipline Amsterdam 25-647/A/DH/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:238 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7908

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts met name dat de huisarts haar fysieke klachten onterecht afdeed als psychische klachten. Het college oordeelt dat telkens adequaat is gereageerd op de hulpvraag van klaagster en dat de klachten niet zijn afgedaan als psychisch. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:183 Raad van Discipline Amsterdam 24-962/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:239 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8273

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager had pijn en zwellingsklachten bij zijn rechteronderbeen. Hij verwijt de huisarts onder meer dat hij hem zonder lichamelijk onderzoek te verrichten heeft verwezen naar een fysiotherapeut in plaats van naar een orthopeed. Later is een breuk in het scheenbeen vastgesteld. Voor het college staat voldoende vast dat de huisarts wel een lichamelijk onderzoek heeft verricht. Op basis van wat is besproken en onderzocht tijdens het consult hoefde de huisarts niet onmiddellijk uit te gaan van een breuk. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:177 Raad van Discipline Amsterdam 25-202/A/A

    Tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde schorsing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:184 Raad van Discipline Amsterdam 25-279/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. Door niet zelf te reageren op e-mails van de advocaat van de wederpartij (maar haar cliënte rechtstreeks met haar ex-partner te laten communiceren) heeft verweerster onvoldoende inspanningen verricht om te voorkomen dat er onnodig een procedure zou worden gestart en onnodig kosten zouden worden gemaakt. Dit valt verweerster te verwijten en in verband daarmee is de klacht gegrond. Tijdens de zitting is het de raad gebleken dat verweerster geen kwade bedoelingen had met haar handelwijze. Verweerster heeft meerdere malen aangegeven dat zij zich ervan bewust is dat zij anders had moeten handelen en dat zij dit in de toekomst ook zal doen. De raad ziet hierin aanleiding om geen maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:178 Raad van Discipline Amsterdam 25-104/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Eén klachtonderdeel wordt gegrond verklaard. Verweerder heeft zich met een bericht van 20 maart 2023 aan de rechtbank schuldig gemaakt aan ongeoorloofd napleiten waarop gedragsregel 21 lid 3 ziet. In de gegeven omstandigheden moet het bericht van verweerder worden gezien als een poging om de kantonrechter alsnog te beïnvloeden, hetgeen zich niet verdraagt met genoemde gedragsregel 21 lid 3. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:240 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8190

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij lichtvaardig aan de crisisdienst opdracht heeft gegeven om klaagster gedwongen te laten opnemen. Het college stelt vast dat de huisarts deze beslissing niet heeft genomen. De huisarts heeft na een telefonische melding over klaagster besloten om de crisisdienst in te schakelen. Na inschakeling van de crisisdienst is de huisarts bij de beslissing tot opname niet meer betrokken geweest.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:185 Raad van Discipline Amsterdam 25-295/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft in een klachtprocedure van klaagster tegen een zorginstelling de belangen van de zorginstelling behartigd. Daarbij heeft verweerster de grenzen van het betamelijke niet overschreden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:179 Raad van Discipline Amsterdam 25-224/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familiekwestie. Klager verwijt verweerster dat zij hem heeft weggezet als pleger van huiselijk geweld (klachtonderdeel a), dat zij ten onterechte heeft geschreven dat er drie stopgesprekken met klager zijn gevoerd door de politie (klachtonderdeel b) en dat zij de advocaat van klager heeft aangeschreven in een kwestie waarin deze advocaat hem niet bijstond (klachtonderdeel c).Alle klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. Hoewel verweerster zich met betrekking tot de klachtonderdelen a en b genuanceerder had kunnen uitdrukken, is de raad van oordeel dat verweerster hiermee geen tuchtrechtelijke grens heeft overschreden. Ook het aanschrijven van de advocaat van klager acht de raad in het licht van de veelheid van procedures tussen partijen niet onbegrijpelijk en ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:241 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8202

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar bij twee consultafspraken in de wachtkamer heeft genegeerd en niet heeft gereageerd toen klaagster contact zocht met de praktijk. De huisarts was bij één consult niet betrokken en bij het andere consult was sprake van een ongelukkig misverstand maar niet van bewust negeren. Het college kan verder ook niet vaststellen dat de huisarts klaagster heeft genegeerd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:186 Raad van Discipline Amsterdam 25-245/A/A

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Het verwijtbaar handelen heeft betrekking op een gebrekkige en slordige communicatie, het niet nakomen van de verplichting van schriftelijke vastlegging van zaken en een onzorgvuldige onttrekking aan de zaak. Bij het bepalen van de hoogte van de maatregel is als verlichtend meegewogen dat klagers slecht bereikbaar waren. Als verzwarend is meegewogen de laconieke houding van verweerder ter zitting. Rekening houdend met verweerders tuchtrechtelijk verleden is een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken passend en geboden.