Zoekresultaten 281-300 van de 47536 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:88 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-818/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een arbeidsrechtelijk geschil. Verweerder heeft nagelaten om bij aanvang een kosteninschatting te geven aan klager en hem op de hoogte te houden van zijn tijdsbesteding. Niet voldaan aan gedragsregel 17. Berisping.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:44 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/768843 / DW RK 25/156 KM/WdJ

    Klacht (gedeeltelijk) gegrond, maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in de proceskosten. De gerechtsdeurwaarder kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt voor het niet voortvarend handelen bij de geplande ontruiming en het niet professioneel corresponderen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:89 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2891

    Gegronde klacht tegen een arts. De arts is om een consult gevraagd voor een arrestant op een politiebureau (hierna: de patiënt). De patiënt klaagde over hevige pijn in zijn bovenbeen die was ontstaan bij zijn arrestatie. De arts heeft hem pijnstilling in de vorm van paracetamol en methadon verstrekt. De Inspectie verwijt de arts dat hij op onzorgvuldige wijze off-label methadon heeft verstrekt aan de patiënt en dat hij geen zorg heeft gedragen voor een zorgvuldige en volledige dossiervorming van de zorg die hij aan de patiënt heeft verleend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van voorwaardelijke schorsing van zes maanden met een proeftijd van twee jaren opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van de arts verwerpen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:101 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-584/AL/GLD

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8279

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Klager verwijt de psychiater met het voorschrijven van CBD-olie als pijnbestrijding te zijn gestopt. Het college oordeelt dat de psychiater tot dit besluit heeft kunnen komen, omdat de werking van deze medicatie naar zijn mening niet de meest aangewezen was, hij klager alternatieven heeft geboden en meerdere urine controles onverklaarbaar waren waardoor het vermoeden ontstond dat klager het gebruik van CBD-olie gebruikte om zijn heimelijk gebruik van cannabis te verhullen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:89 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-896/DH/DH/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft erkend niet te hebben voldaan aan zijn informatie- en opleidingsverplichtingen en dat zijn kantoororganisatie niet op orde is. Voorwaardelijke schorsing van 4 weken met als bijzondere voorwaarde het doorlopen van een (reeds ingezet) coachingstraject.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:45 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769351 / DW RK 25/164 KM/WdJ

    Klacht gedeeltelijk gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd. De gerechtsdeurwaarder kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt voor het te laat en niet volledig reageren. Dat de gerechtsdeurwaarder gebruik maakt van twee verschillende e-mailadressen is niet tuchtrechtelijk laakbaar.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:102 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-456/AL/NN

    De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:53 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-563/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van faillissementscurator. Vast staat dat zowel de rechter-commissaris als de civiele rechter zich reeds over het optreden van verweerder in zijn hoedanigheid van curator hebben gebogen. Beiden zijn niet tot het oordeel gekomen dat de curator handelingen heeft verricht die hij niet had behoren te verrichten. De raad overweegt voorts dat het tuchtrecht niet is bedoeld voor het (opnieuw) voeren van een discussie over de juistheid van de standpunten die partijen in het civielrechtelijke geschil verdeeld houden en die zij over en weer in de civielrechtelijke procedure naar voren hebben gebracht. Indien en voor zover klager zich in de door verweerder verwoorde standpunten niet kon vinden, konden klager en zijn advocaat dit in de civiele procedure naar voren brengen. Het was vervolgens aan de civiele rechter, en niet thans aan de tuchtrechter, om daarover een oordeel te geven. Het feit dat de curator in zijn procedure tegen klager in het ongelijk is gesteld maakt niet dat daarmee klachtwaardig handelen is komen vast te staan. In de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht heeft de raad overigens geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat door verweerders optreden het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. De raad zal de klachtonderdelen 1, 2, 3 en 4 daarom ongegrond verklaren. Klager verwijt verweerder tot slot dat hij geen inhoudelijke reactie heeft gegeven op de klacht. Dit klachtonderdeel mist feitelijke grondslag en is daarom eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:46 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/774049 / DW RK 25/294 KM/WdJ

    Beslissing op verzet niet-ontvankelijk, want niet tijdig ingediend.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8048

    Klager verwijt verweerder in brede zin nalatig en onprofessioneel handelen, onder meer vanwege gebrekkige ondersteuning richting de gemeente, onvoldoende opvolging van verwijzingen, onjuiste advisering en communicatie en onjuistheden in het medisch dossier. Het college oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is. Verweerder heeft zorgvuldig gehandeld. Zo heeft hij een feitelijke medische brief voor de gemeente opgesteld, de gevraagde verwijzingen verzorgd en passend medisch advies gegeven. Voor zover feiten niet kunnen worden vastgesteld, kan door het college geen tuchtrechtelijk verwijt worden aangenomen. Daarnaast zijn verschillende klachtonderdelen onvoldoende onderbouwd of feitelijk onjuist gebleken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:90 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2892

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een uroloog. De echtgenote van klager was onder behandeling bij de uroloog. Klager verwijt de uroloog dat er sprake is van verspilling van medicatie en het onnodig op kosten jagen. Tevens klaagt hij erover dat hij aan het lijntje is gehouden door patiëntenbelang, dat hij van het kastje naar de muur werd gestuurd toen zijn echtgenote incontinentiemateriaal nodig had en dat hij voor paal stond bij de apotheek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager voor een gedeelte kennelijk niet ontvankelijk in de klacht verklaard en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:103 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-716/AL/GLD

    Klager maakt als eigenaar van een appartement in een complex deel uit van een vereniging van eigenaren. Verweerder is sinds 2019 de advocaat van de VvE. Dat door de gang van zaken rondom onder meer de instemming met een vaststellingsovereenkomst na mediation bij klager verwarring is ontstaan over de hoedanigheid van verweerder, betekent nog niet dat hem daarvan ook tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Uit de stukken is de raad namelijk niet gebleken dat verweerder klager onjuist heeft geadviseerd over zijn rol of hoedanigheid of dat verweerder daarin op enigerlei andere wijze is tekortgeschoten. Verweerder heeft als advocaat in opdracht van (het daartoe bevoegde bestuur van) de VvE gehandeld en kon in die hoedanigheid ook de VvE vertegenwoordigen in een procedure die een aantal leden - waaronder klager - tegen de VvE hadden aangespannen. Verder is de raad van oordeel dat verweerder met de gewraakte uitlatingen niet de grens van het toelaatbare heeft opgezocht of overschreden. Hij heeft die uitlatingen gedaan namens de VvE. Dat klager de door verweerder gebruikte bewoordingen als kwetsend en intimiderend hebben ervaren, is onvoldoende om daarvan aan verweerder tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:54 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-637/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:47 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/777047 / DW RK 25/389 KM/WdJ

    Beslissing op verzet niet-ontvankelijk, want niet tijdig ingediend.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8238

    Klaagster had een geschil met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen over de toekenning van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Verweerder is verzekeringsarts bezwaar en beroep bij het UWV. Hij heeft een herbeoordeling verricht in bezwaar, beroep en hoger beroep. In hoger beroep heeft verweerder uiteindelijk zijn standpunt herzien, hetgeen leidde tot de toekenning van een uitkering. Klaagster maakt verweerder uiteenlopende verwijten, onder meer over het ten onrechte volharden in zijn eerder ingenomen standpunt met betrekking tot de diagnose ME/CVS in 2019 en de weigering om direct daarna de behandelaren van klaagster te raadplegen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2885

    Ongegrond klacht tegen een psychiater. Klager was onder ambulante behandeling bij de crisisdienst van een GGZ-instelling. De psychiater was zijn regiebehandelaar. Klager is van mening dat de psychiater hem niet serieus heeft genomen en dat daardoor ten onrechte de diagnose waanstoornis is gesteld en medicatie is voorgeschreven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:85 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-314/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de (voormalige) eigen advocaat. Verweerder heeft opgetreden voor de maatschap van drie broers, waaronder klager. Omdat een maatschap geen rechtspersoonlijkheid heeft, heeft hij direct opgetreden voor hun afzonderlijke belangen. Nadat er tussen de broers verschil van inzicht is ontstaan over het al dan niet accepteren van een schikkingsvoorstel, kon verweerder de twee andere broers niet meer bijstaan zonder tegen de belangen van klager in te gaan. Schending van gedragsregel 15 lid 1 en 2. Verweerder heeft daarbij wel oog gehad voor klagers belangen omdat hij een beter financieel resultaat wilde bereiken. Klager mag echter zelf bepalen wat zijn daadwerkelijke belang is. Verweerder heeft onvoldoende afstand bewaard tot de zaak, hoewel hij integere intenties heeft gehad. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:104 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-107/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:48 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/774460 / DW RK 25/310 KM/WdJ

    Beslissing op verzet niet-ontvankelijk, want niet tijdig ingediend.