Zoekresultaten 281-300 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:158 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-434/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. De voorzitter heeft begrip voor de behoefte van klager om contact te kunnen hebben met de advocaat van zijn ex-partner om afspraken te kunnen maken over het door hem zo gewenste contact met zijn dochter. Dit gaat echter niet zover dat je daarom een recht hebt op een reactie van die advocaat of dat kunt afdwingen door aan die advocaat een termijn te stellen. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster klager telkens binnen een redelijke termijn op de hoogte gebracht van het standpunt van haar cliënte. Daarbij is ook gemeld dat mediation voor haar cliënte geen optie was. Als partijdige belangenbehartiger van haar cliënte diende verweerster instructies van haar cliënte op te volgen. Dat heeft verweerster gedaan zonder daarbij de grenzen van de haar toekomende vrijheid als advocaat wederpartij te overtreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2656

    Klacht tegen een orthopedisch chirurg over een door haar in opdracht van de rechtbank opgemaakt deskundigenrapport. Klager is het niet eens met de manier waarop dit rapport tot stand is gekomen. Hij verwijt de orthopedisch chirurg onder meer dat zij niet met de second opinion-arts in overleg is getreden en dat zij niet onpartijdig was. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:215 Hof van Discipline 's Gravenhage 260134

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het gaat om twee verzoeken. Klager wil bij de Hoge Raad om herziening vragen. De deken heeft verzocht om toezending van de uitspraak waarvan klager herziening wil vragen. Dat heeft klager niet gedaan. Gelet op de informatieverplichting van de verzoeker, mocht de deken afwijzend beslissen op het aanwijzingsverzoek. Ten aanzien van het tweede verzoek is het hof is van oordeel dat de deken het verzoek van klager op goede gronden heeft afgewezen. Bij het onderzoek naar aanleiding van dit verzoek van klager heeft de deken vastgesteld dat klager reeds wordt bijgestaan door een advocaat. Deze advocaat heeft bevestigd dat hij klager bijstaat en dat hij een procesadvies zal geven inzake het door klager gewenste herzieningsverzoek bij de Hoge Raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:216 Hof van Discipline 's Gravenhage 260130

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klaagster heeft, ten tijde van de behandeling van haar aanwijzingsverzoek door de deken, twee advocaten bereid gevonden haar bij te staan. Hierdoor heeft klaagster geen belang bij de behandeling van haar aanwijzingsverzoek en zal haar beklag reeds daarom ongegrond worden verklaard. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat klaagster er zelf voor heeft gekozen om geen gebruik te maken van de diensten van die advocaten. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat met een aanwijzing van een advocaat door de deken niet kan worden bereikt dat de aangewezen advocaat zijn werkzaamheden verplicht op toevoegingsbasis moet verrichten, terwijl de rechtzoekende geen recht heeft op gefinancierde rechtsbijstand.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2948 Verzet

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing. Klacht tegen GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog, werkzaam bij een instelling die forensische ambulante zorg, klinische zorg en reclassering verleent, heeft zorg verleend aan klager. Klager bedreigt verweerster langdurig na het beëindigen van de behandelrelatie tussen hen. Aan klager is door de rechtbank een contactverbod opgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat tijdens de procedure is gebleken dat klager zijn klacht enkel heeft willen indienen met als doel het opgelegde contactverbod te omzeilen en bedreigingen te kunnen uiten aan het adres van de GZ-psycholoog en dus dat sprake is van misbruik van recht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9414

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager verwijt de fysiotherapeut dat hij drie keer door hem is behandeld, zonder dat de fysiotherapeut een medisch dossier heeft bijgehouden. Het bijhouden van een medisch dossier is wettelijk verplicht (artikel 7:454 BW). Dat de behandeling kortstondig was en klager familie was van een medewerker van de praktijk, doet daar niet aan af. De fysiotherapeut erkent ook dat hij dit had moeten doen. Het college is niet bevoegd om een klacht over schadevergoeding te beoordelen. Voor het overige is de klacht ongegrond. Geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:217 Hof van Discipline 's Gravenhage 260034 

    Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. Het verzoek van klaagster ziet het aanwijzen van een advocaat die haar belangen in de procedure betreffende het verlenen van een zorgmachtiging in de volle breedte behartigt. Klaagster is van mening dat de rechtbank onbevoegd was om nog enige beschikking te wijzen en zij vindt daarom dat de beschikking van 18 december 2025 onbevoegd is genomen. Voor het aanvechten van die beschikking heeft klaagster om een advocaat verzocht. Het hof is, overeenkomstig het standpunt van de deken, van oordeel dat klaagster met het instellen van cassatie niet kon bereiken wat zij wilde, namelijk de vernietiging van de beslissing van de rechtbank Den Haag van 18 december 2025. Dit betekent dat aanwijzing van een advocaat voor dat doel zinloos was geworden. De deken heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat toewijzing van een (stam)advocaat niet zal leiden tot een samenwerking waarin klaagster vertrouwen in heeft. Gelet op de voorgeschiedenis, waarin reeds meermalen -zowel door de deken als door de rechtbank- een advocaat is aangewezen, onderschrijft het hof dit standpunt van de deken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:154 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-639/AL/OV

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9415

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. De fysiotherapeut is praktijkeigenaar. Klager is drie keer behandeld door een collega-fysiotherapeut binnen de praktijk, zonder dat hiervan een medisch dossier is opgesteld. Het is de fysiotherapeut niet persoonlijk tuchtrechtelijk aan te rekenen dat geen dossier is bijgehouden. De casus en het belang van zorgvuldige dossiervoering is uitgebreid binnen de praktijk besproken, zodat situaties als deze in de toekomst worden voorkomen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:218 Hof van Discipline 's Gravenhage 260068V

    Verzet tegen voorzittersbelissing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Verweerster heeft er terecht op gewezen dat klaagster in haar verzetschrift expliciet toegeeft dat, en waarom, het haar bedoeling is om met haar klacht tegen verweerster dier dekenvisie aan de orde te stellen. Wat in verzet naar voren is gebracht, is daarmee een herhaling van wat klaagster aan haar klacht tegen verweerster ten grondslag heeft gelegd en daarvoor is het klachtrecht niet bedoeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:155 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-775/AL/OV

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3141 VZ

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een huisarts. De huisarts is één van de twee praktijkhouders van een grote huisartsenpraktijk. Klaagster heeft een klacht ingediend tegen vier huisartsen van deze praktijk. De huisarts is niet persoonlijk betrokken geweest bij de zorg aan klaagster. De voorzitter van Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat het klaagschrift van klaagster niet voldoet aan de wettelijk vereisten. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:150 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-397/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiegeschil. Niet blijkt dat verweerder de telefoon en laptop in bezit heeft gekregen. Ook wat betreft de door verweerder ingediende stukken blijkt niet van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:151 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-339/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht omdat zij geen belang heeft bij de klacht.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:83 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-048/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop. Voor zover de klacht wel ontvankelijk is getuigt de bijstand zoals geschetst, niet van een kwaliteit van dienstverlening die onder de maat blijft van wat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat mag worden verwacht. De klacht, voor zover ontvankelijk, is dan ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:152 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-834/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder is een zitting vergeten, waardoor hij te laat arriveerde en de zaak niet met klaagster heeft kunnen voorbespreken voorafgaand aan de zitting. Klaagster had eerder juist om een voorbespreking gevraagd. Dat laatste is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:146 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-565/DH/DH/D

    Verzoek artikel 60ab en 60b van de Advocatenwet. Verweerder heeft er blijk van gegeven zijn praktijk al een langere periode niet behoorlijk uit te (kunnen) oefenen. Zo hebben zijn cliënten en kantoorgenoten langdurig geen contact met hem kunnen leggen en is hij meermaals niet op zittingen verschenen. Afspraken met de deken over de gesignaleerde praktijkvoering hebben niet geleid tot verbetering. Toewijzing verzoek artikel 60b van de Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:84 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-684/DB/LI 26-031/DB/LI 26-230/DB/LI

    Raadsbeslissing. Gevoegde behandeling van klachten. De raad heeft in de klachtzaken 26-031/DB/LI en 26-230/DB/LI meerdere wezenlijke tekortkomingen in de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder vastgesteld. In de zaak 25-684/DB/LI heeft verweerder in zijn brief van 28 maart 2025 onjuiste stellingen geponeerd. Met het handelen van verweerder is het vertrouwen in de advocatuur geschaad. De onderhavige klachtzaak staat bovendien niet op zichzelf. Verweerder is reeds meerdere malen tuchtrechtelijk veroordeeld. Verweerder heeft zijn kerntaak als rechtsbijstandsverlener ernstig veronachtzaamd. Zowel bij gelegenheid van het onderzoek naar de klacht door de deken als in de procedure bij de raad heeft verweerder er echter onvoldoende blijk van gegeven inzicht te hebben in het kwalijke van zijn handelen. In de zaak 26-031/DB/LI heeft verweerder klager, de deken en de raad in strijd met de waarheid bericht dat hij reeds een dagvaarding aan klagers wederpartij had doen uitbrengen. In de zaak 26-230/DB/LI heeft verweerder de herhaalde verzoeken van de deken om te dupliceren onbeantwoord gelaten. Verweerder heeft meerdere malen om aanhouding van de door de raad bepaalde mondelinge behandeling gevraagd en gekregen, maar is uiteindelijk zonder opgaaf van redenen niet ter zitting van de raad verschenen. Blijkbaar ziet verweerder de ernst van de situatie niet in. De raad heeft ook, gezien de opstelling van verweerder, grote zorgen over een goede belangenbehartiging van toekomstige cliënten van verweerder. De raad is van oordeel dat het niet verantwoord is dat verweerder de praktijk als advocaat nog langer uitoefent. Gelet op alle feiten en omstandigheden is de raad van oordeel dat de maatregel van schrapping van het tableau de enige passende maatregel voor verweerder is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:153 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-384/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een curator deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en deels kennelijk ongegrond wegens gebrek aan concretisering.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:147 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-380/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een familierechtelijke aangelegenheid. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat het niet aan de raad is te oordelen over de hoogte van de door de advocaat in rekening gebrachte bedragen. Klacht over de kwaliteit van bijstand in alle onderdelen kennelijk ongegrond.