Zoekresultaten 20471-20480 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1822
- Datum publicatie: 24-10-2018
- Datum uitspraak: 24-10-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:77
Bedrijfsarts wordt onder meer verweten dat hij klaagster binnen enkele minuten arbeidsgeschikt heeft verklaard zonder haar op het spreekuur te hebben gezien en zijn beroepsgeheim heeft geschonden. College: verschil arbeidsomstandighedenspreekuur en verzuimspreekuur. De bedrijfsarts heeft nagelaten zich te vergewissen of de status van het spreekuur duidelijk was voor klaagster. Klaagster dacht dat zij op het arbeidsomstandighedenspreekuur kwam; in dat geval mocht de bedrijfsarts geen informatie delen met klaagsters werkgever. Nu de bedrijfsarts wel informatie heeft gedeeld, zal hij gehandeld hebben in het kader van verzuimbegeleiding. De door de bedrijfsarts richting de werkgever gebruikte kwalificaties ‘scherp’ en ‘persoonlijk’ vallen niet onder gegevens die de bedrijfsarts mocht doorgeven aan de werkgever: er is dus sprake van een schending van de geheimhoudingsplicht. De bedrijfsarts plaatste klaagsters verzuim in het kader van een arbeidsconflict. Ook dan had hij éérst klaagsters gezondheidssituatie medisch moeten beoordelen (zie ook STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten, versie 6, oktober 2014). Niet gebleken is dat de bedrijfsarts dat in voldoende mate heeft gedaan. Gedeeltelijk gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1857
- Datum publicatie: 24-10-2018
- Datum uitspraak: 24-10-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:78
Bedrijfsarts wordt onder meer verweten dat hij 1) de benadering van klagers leidinggevenden en de beleidskeuze niet als belemmerende factor wilde benoemen in de FML, 2) in het deskundigenoordeel van UWV expliciet heeft laten opnemen dat klager bij het derde consult na 5 minuten is opgestapt en 3) aan de arbeidsdeskundige heeft aangegeven dat bij klagers inzetbaarheid en plaatsing geen rekening behoeft te worden gehouden met zijn cognitief niveau. College: 1) In een FML worden beperkingen en mogelijkheden van de werknemer weergegeven en niet het gedrag of het beleid van de werkgever. 2) De informatie in het deskundigenoordeel over het weglopen van klager uit het gesprek was hoe dan ook afkomstig van verweerder (zij het wellicht niet rechtstreeks). Die informatie valt niet onder gegevens die de bedrijfsarts in de terugkoppeling met derden mocht delen (zie ook de ‘KNMG-code Gegevensverkeer’ en de ‘Leidraad bedrijfsarts en privacy’). 3) Dat de bedrijfsarts deze uitlating heeft gedaan, is niet komen vast te staan. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:140 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-406/DB/OB
- Datum publicatie: 24-10-2018
- Datum uitspraak: 22-10-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:140
Niet gebleken dat door optreden van verweerder het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:141 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-423/DB/OB
- Datum publicatie: 24-10-2018
- Datum uitspraak: 22-10-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:141
Niet gebleken dat door optreden van verweerder het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2002:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1841
- Datum publicatie: 24-10-2018
- Datum uitspraak: 24-10-2002
- ECLI:NL:TGZREIN:2002:1
KNO arts wordt verweten door zoon overleden patiënt: 1. niet (tijdig) stellen van juiste diagnose, 2. niet onderkennen van urgente situatie, 3. onvoldoende informeren, klachten niet serieus genomen, 4. 12 weken lang second opinion afgewezen, 5. niet reageren op verzoek huisarts tot gesprek. 1+ 2 gegrond, missen juiste diagnose (maligne otitis externa) is niet doorslaggevend, wel onvoldoende nemen van regie, verantwoordelijkheid als hoofdbehandelaar niet waar gemaakt zeker nu arts zelf al eerder aan diagnose dacht, onvoldoende stevige professionele rol, 3+4 op onderdelen gegrond, onvoldoende, onduidelijke verslaglegging waardoor handelen niet kan worden beoordeeld voor wat betreft geven informatie en overleg in MDO, second opinion op medisch inhoudelijke gronden onjuiste en zinloze verwijzing, 5. ongegrond. Berisping, onvoldoende inzicht en reflectie.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:142 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-432/DB/ZWB
- Datum publicatie: 24-10-2018
- Datum uitspraak: 22-10-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:142
Zaak inzake herberekening kinderalimentatie onvoldoende voortvarend behandeld door deze pas twee maanden na het eerste gesprek door te geleiden naar de behandelende kantoorgenoot. Ten onrechte niet gewezen op de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand en de mogelijkheid van peiljaarverlegging. Gelet op het geringe belang van de zaak en de te verwachten (hoge) (advocaat)kosten had van de advocaat mogen worden verwacht dat hij zijn cliënt had voorgehouden dat het wellicht verstandiger was een schikking te betrachten dan wel te voldoen aan de vordering. Dat, zoals de advocaat stelt, een schikking met de wederpartij is betracht, is niet gebleken. Declaraties van de advocaat staan niet in verhouding tot het belang van de zaak en mede op grond daarvan excessief.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:138 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-495/DB/OB/D
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 22-10-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:138
Voortdurende en hinderlijke gedragingen van verweerder in de privésfeer die absoluut ongeoorloofd zijn. In het midden kan blijven hoe deze feiten strafrechtelijk kunnen worden gekwalificeerd. Vertrouwen in de advocatuur en in de eigen beroepsuitoefening geschaad en gehandeld in strijd met de kernwaarden van de advocatuur. Toezegging niet nagekomen. Dekenbezwaar gegrond. Voorwaardelijke schorsing 12 weken. Proceskostenveroordeling. Verkorting termijn ex art. 8a lid 3 tot twee jaar.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/206VP
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:128
Klager vindt dat verweerster, diabetesverpleegkundige, zijn diabetes onvoldoende heeft begeleid tijdens zijn chemokuur, waardoor een gevaarlijks situatie is ontstaan. Verweerster heeft de klachtonderdelen betwist. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-062
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:160
Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Niet is vast komen te staan dat de gz-psycholoog onvoldoende zorg heeft verleend aan de cliënt van klager. Dat verweerster ondanks haar toezegging vergat om een afschrift van de resultaten van een psychologisch onderzoek naar klager te sturen verdient niet de schoonheidsprijs, maar is onvoldoende voor een tuchtrechtelijk gegrond verwijt, mede gezien het feit dat het rapport bij eerste navraag door klager alsnog aan hem is verzonden. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:39 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/323500 KL RK 17-96
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 18-10-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:39
Klager verwijt de notaris dat hij bij zijn werkzaamheden in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap, in ieder geval in schijn, heeft gehandeld in strijd met de notariële onafhankelijkheid en onpartijdigheid zoals neergelegd in artikel 17 Wna. De kamer overweegt dat de stichting is opgericht in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster, bij welke afwikkeling de notaris in zijn functie als notaris betrokken was. Zijn benoeming als bestuurder kwam voort uit zijn functie als notaris. In zijn functie als bestuurder heeft hij één certificaat aan zichzelf uitgegeven. Met het aanvaarden van het certificaat ontstond voor de notaris een economische gerechtigdheid tot het vermogen van de stichting. Doordat de notaris certificaathouder werd, heeft hij zichzelf in de positie gebracht dat hij in privé een economisch belang kreeg in de nalatenschap waarbij hij als notaris betrokken was. Er kon geen sprake meer zijn van dienstverlening zonder eigen belang. Hierdoor konden zijn cliënten benadeeld worden. De kamer acht dit tuchtrechtelijk verwijtbaar, omdat de notaris aldus in strijd heeft gehandeld met de onpartijdigheid en onafhankelijkheid zoals neergelegd in artikel 17 Wna. Met betrekking tot de op te leggen maatregel overweegt de kamer dat te allen tijde op de onpartijdige en onafhankelijke positie van de notaris moet kunnen worden vertrouwd. Ter zitting heeft de notaris geen blijk gegeven de klachtwaardigheid van zijn handelen te zien. Het handelen van de notaris toont aan dat de notaris onvoldoende besef heeft van de hoge eisen die de maatschappij aan het notariaat stelt. Daarom acht de kamer het niet langer verantwoord dat de notaris zijn ambt voortzet. Gezien deze feiten en omstandigheden acht de kamer de maatregel van ontzetting uit het ambt passend en geboden.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2047
- Pagina: 2048
- Pagina: 2049
- ...
- Pagina: 4816
- Volgende pagina zoekresultaten