Zoekresultaten 20471-20480 van de 47654 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:226 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.499
- Datum publicatie: 27-07-2018
- Datum uitspraak: 05-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:226
Klacht tegen psychiater. De psychiater was de behandelaar van klagers (inmiddels ex-) vriendin (verder: patiënte). Klager heeft de psychiater medio oktober 2016 ongevraagd een brief geschreven waarin hij zijn zorgen uitte over het gedrag van zijn ex-vriendin. Deze brief was door klager niet als vertrouwelijk aangemerkt. Op 5 januari 2017 heeft klager verweerder nogmaals een brief geschreven over zijn ex-vriendin die hij wel als vertrouwelijk heeft aangemerkt. De psychiater heeft beide brieven aan zijn patiënte gegeven. De patiënte heeft de brieven gebruikt bij haar aangifte van stalking door klager. Klager verwijt de psychiater dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden doordat hij zonder klagers toestemming de door klager aan verweerder geschreven brieven aan klagers ex-vriendin heeft gegeven. Het RTG heeft vastgesteld dat tussen klager en de psychiater geen behandelrelatie bestond. De bemoeienis van klager met de zorgrelatie tussen de psychiater en patiënte verdient geen bescherming in de zin dat hij gerechtigd zou zijn om een tuchtklacht in te dienen tegen de psychiater nu de patiënte gedurende twee maanden een relatie heeft gehad met klager en die relatie, toen patiënte bij de psychiater in behandeling kwam, reeds een maand voorbij was. Het handelen van verweerder waar de klacht op ziet heeft geen betrekking op het belang van de individuele gezondheidszorg en klager kan daarom evenmin als klachtgerechtigd worden aangemerkt op grond van de tweede tuchtnorm. Het RTG verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beroep, nu de aanvullende gronden van het beroep buiten de termijn zijn ingekomen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep omdat de gronden van het beroep niet binnen de gestelde termijn zijn aangevuld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:227 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.101
- Datum publicatie: 27-07-2018
- Datum uitspraak: 05-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:227
Klacht tegen psychiater. Klager, geboren in 1925, is onder andere bekend met een cognitieve stoornis met gedragsverandering. Klagers zoon belde in mei 2017 met de SEH omdat de thuissituatie van klager onhoudbaar was geworden, waarna klager op de SEH werd onderzocht. De behandelend geriater vroeg de psychiater te beoordelen of er een indicatie bestond voor gedwongen opname. De psychiater concludeerde dat hiervan sprake was en gaf een geneeskundige verklaring af. Klager werd vervolgens overgeplaatst naar een bejaardentehuis. Klager is van mening dat de psychiater zich beter had moeten verdiepen in de oorzaak van zijn klachten alvorens hem gedwongen op te laten nemen. Dan had de psychiater kunnen constateren dat klagers situatie het gevolg was van een delier als gevolg van klagers blaasontsteking en was klager een gedwongen opname bespaard gebleven. Klager verwijt de psychiater: 1) dat hij klager ten onrechte gedwongen heeft laten opnemen, en; 2) dat hij medisch onzorgvuldig en ondeskundig heeft gehandeld. Het RTG heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het RTG en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:153 Raad van Discipline Amsterdam 18-420/A/NH
- Datum publicatie: 27-07-2018
- Datum uitspraak: 20-07-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:153
Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van deken in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 111/2018
- Datum publicatie: 26-07-2018
- Datum uitspraak: 26-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:148
Klacht tegen huisarts. Het college is van oordeel dat verweerster zorgvuldig heeft gehandeld door bij zichzelf na te gaan of zij zichzelf bekwaam en bevoegd achtte om het middel PrEp voor te schrijven. Naar het oordeel van het college is het alleszins te billijken dat verweerster de beslissing heeft genomen om niet zelf deze medicatie voor te schrijven. Zij heeft klager verwezen naar andere zorgverleners deskundig op dit gebied. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 112/2018
- Datum publicatie: 26-07-2018
- Datum uitspraak: 26-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:149
Klacht tegen huisarts. Klacht kennelijk ongegrond. Verweerder is slechts betrokken bij de klacht in het kader van collegiaal overleg en kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de beslissing van een collega. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:235 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-691 17-692
- Datum publicatie: 26-07-2018
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:235
Voorzittersbeslissing: klacht van klagers (bestuurders van gefailleerde onderneming) over het optreden van de faillissementscurator (verweerder sub 1) en de advocaat van verweerder sub 1 (verweerder sub 2). Naar het oordeel van de voorzitter hebben verweerders een vrijheid om een schikking te beproeven en hebben zich daarbij redelijk opgesteld jegens klagers. Niet is gebleken dat verweerders misbruik hebben gemaakt van hun positie als respectievelijk curator en advocaat. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:224 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.018
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:224
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager is werkzaam als trambestuurder. Na een ziekmelding is hij gezien door de bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft ingezet op situationele arbeidsongeschiktheid. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij A) heeft verzuimd advies in te winnen en medische informatie op te vragen bij de behandelend specialist, B) dat hij het verhaal van klager niet serieus heeft genomen en de door klager meegebrachte foto’s niet heeft bestudeerd, C) dat hij pas op 8 juni 2016 beperkingen heeft vastgesteld en heeft geweigerd de beperkingen met terugwerkende kracht per 26 mei 2016 te noteren, D) dat hij de werkgever van klager volgt en daarom geen urenbeperking heeft opgelegd ten aanzien van aangepaste werkzaamheden, E) dat hij het deskundigenoordeel van het UWV gebruikt om zijn standpunt en het standpunt van werkgever te rechtvaardigen ondanks dat de werkgever verkeerde, niet bestaande, stukken in het geding heeft gebracht bij het UWV, F) dat klager door het handelen van verweerder in conflict is geraakt met zijn werkgever en G) dat hij klager niet heeft verwezen naar de bedrijfspsycholoog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-044
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:121
Ongegronde klacht tegen een psychiater. Het zou beter zijn geweest indien de ontvangst van de faxen was bevestigd aan (de gemachtigde van) klager en zij/hij was geïnformeerd over de wijze van verdere behandeling van deze faxen. Dit levert geen tuchtrechtelijk verwijt op. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:218 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.052
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:218
Klacht tegen neuroloog. Klaagster is door haar huisarts doorverwezen naar verweerder in verband met dubbelzien en geheugenstoornissen. Verweerder heeft als diagnose gesteld het syndroom van Balint op basis van een degeneratieve aandoening. Klaagster verwijt verweerder dat hij bewust een verkeerde diagnose heeft gesteld en doorverwijzing heeft geweigerd. Ook verwijt klaagster verweerder onwaarheden aan de huisarts te hebben verteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:212 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.497
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:212
Klacht van de inspectie tegen arts. Verweerster is basisarts en niet in het register ingeschreven als huisarts. De klacht van de inspectie houdt in dat verweerster zich begeeft op het terrein van de huisartsgeneeskundige zorg terwijl zij niet als zodanig geregistreerd staat, en voorts dat zij – kort gezegd – niet bekwaam is die huisartsgeneeskundige zorg te verlenen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen gegrond verklaard, de inschrijving van verweerster in het BIG-register doorgehaald, als voorlopige voorziening een schorsing van die inschrijving opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de arts. Nu het Centraal Tuchtcollege er ambtshalve van op de hoogte is dat de inschrijving van verweerster in het BIG-register reeds is doorgehaald omdat zij niet heeft voldaan aan de eisen voor herregistratie acht het Centraal Tuchtcollege de maatregel van een ontzegging van het recht tot herinschrijving in dat register aangewezen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2047
- Pagina: 2048
- Pagina: 2049
- ...
- Pagina: 4766
- Volgende pagina zoekresultaten