Zoekresultaten 20461-20470 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:225 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-354

    Voorzittersbeslissing. De klacht heeft betrekking op privégedragingen van verweerder. Hetgeen klaagster heeft aangevoerd is onvoldoende om tot de conclusie te komen dat de gedragingen die klaagster verweerder verwijt verband houden met zijn praktijkuitoefening. Evenmin is sprake van gedragingen van verweerder die absoluut ongeoorloofd moeten worden geacht in het licht van zijn beroepsuitoefening.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:226 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-355

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en deels kennelijk ongegrond. Dat de getuigenverklaring onjuist is en dat verweerder dat wist of redelijkerwijs had kunnen weten en hij die verklaring daarom niet had mogen aanhalen, heeft klaagster onvoldoende onderbouwd en is ook niet gebleken.  

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:220 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-522

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij van klager. Niet gebleken is dat verweerder de rechtbank opzettelijk onjuist heeft geïnformeerd over het moment van beëindiging van de mediation. Ook op andere onderdelen is de klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/113

    Klaagster dient de klacht in namens haar echtgenoot. De klacht is ingediend tegen de bedrijfsarts van haar echtgenoot, waar hij drie keer op consult is geweest. Klaagster verwijt de bedrijfsarts onder andere ontoelaatbaar en grensoverschrijdend gedrag door het gebruik van agressie, het aanzetten tot verzekeringsfraude, het schenden van beroepsgeheim on onprofessioneel handelen. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:227 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-357

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Dat verweerder heeft getracht om mr. B een onjuiste verklaring te laten afleggen is niet gebleken. Dat de verklaring van mevrouw S onjuist is en dat verweerder dat wist of redelijkerwijs had kunnen weten en hij die verklaring daarom niet had mogen inbrengen in de procedure tegen klaagster is evenmin gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:221 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1051 17-1052

    Klacht tegen advocaten in hun hoedanigheid van faillissementscurator, tevens wederpartij van klaagster. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van verweerders wordt gepasseerd: het Advocatentuchtrecht is van toepassing op hun handelen als curator. De klacht van klaagster ziet op civielrechtelijke kwesties en daarover kan de raad geen oordeel geven. Het is immers niet aan de tuchtrechter om te bepalen of verweerders zich al dan niet terecht hebben voorgedaan als eigenaar van het pand en of al dan niet sprake was van een onterechte hypotheekinschrijving. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:222 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-387

    Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet overschreden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 185/2018

    Klacht tegen verpleegkundige kennelijk ongegrond. Verweerster heeft conform afspraak met klager gecommuniceerd in de symboliek van vlaggen die deel uitmaken van het crisis signaleringsplan. Dat sprake is van onjuiste medicatieverstrekking is het college niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:223 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-388

    Klacht over advocatenkantoor deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:139 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-512/DB/ZWB/D 18-513/DB/ZWB

    Verweerder stond zichzelf bij in echtscheidingszaak en heeft daarbij onvoldoende professionele distantie in acht genomen. Inhoud en toonzetting van verweerders correspondentie aan de rechtbank, de deken, klaagsters advocaat en klaagster passen een behoorlijk handelend advocaat niet en zijn onnodig grievend. Voorwaardelijke schorsing van vier weken. Proceskostenveroordeling. Verkorting termijn ex art. 8a lid 3 tot twee jaar.