ECLI:NL:TGZRZWO:2018:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 112/2018
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2018:149 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 26-07-2018 |
| Datum publicatie: | 26-07-2018 |
| Zaaknummer(s): | 112/2018 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen huisarts. Klacht kennelijk ongegrond. Verweerder is slechts betrokken bij de klacht in het kader van collegiaal overleg en kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de beslissing van een collega. Klacht kennelijk ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE
Beslissing d.d. 26 juli 2018 naar aanleiding van de op 10 april 2018 bij het Regionaal
Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van
A , wonende te B,
k l a g e r
-tegen-
F , huisarts, werkzaam te B,
v e r w e e r d e r
1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:
- het klaagschrift met de bijlage;
- het verweerschrift met de bijlagen.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid mondeling gehoord te worden in het vooronderzoek.
Klager heeft eveneens een klacht ingediend tegen een andere huisarts, zaaknummer 111/2018. Op die klacht is bij afzonderlijke beslissing van dezelfde datum uitspraak gedaan.
2. DE FEITEN
Op grond van de stukken dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.
Klager, geboren in 1969, is sinds 8 januari 2016 ingeschreven bij de huisartsenpraktijk waar verweerder praktijkhouder is.
Klager heeft via een e-consult op 30 maart 2018 een verzoek gedaan voor het uitschrijven van een recept voor het middel Pre-expositie profylaxe (hierna: PrEP).
In het dossier is opgetekend:
“Ik wil graag preventief PrEP gaan gebruiken. Wilt u hiervoor een recept voor uitschrijven en de benod[…, tekst weggevallen RTC]
onderzoeken (urine en bloed) verzorgen?
Bij voorbaat dank!”
De bij verweerder in de praktijk werkzame waarneemster (hierna: de waarneemster) heeft klager diezelfde dag bericht dat zij geen ervaring had met het voorschrijven van deze medicatie en klager verzocht contact op te nemen met de GGD. De waarneemster gaf aan bereid te zijn klager te verwijzen naar een gespecialiseerde SOA-kliniek.
Op 1 april 2018 heeft klager via een e-consult laten weten dat hij zelf voldoende over PrEP wist, ook dat het niet vergoed werd, en geen verdere voorlichting nodig had. Concreet was het verzoek om het middel voor te schrijven. Daarbij meldde klager dat de nierfunctie en het bloed onderzocht dienden te worden voor gebruik van het middel. Klager gaf bij de waarneemster aan dat zij specifieke informatie kon opvragen bij de GGD. Indien dit een probleem was voor de waarneemster wilde klager dat wel doen. Klager gaf tevens aan dat, nadat begonnen was met PrEP, de nierfunctie elke drie maanden gecontroleerd diende te worden. Ter informatie meldde klager dat zijn partner het middel ook wilde gaan gebruiken en een consult daarover had afgesproken in de huisartsenpraktijk.
Klager meldde dat het beleid van de GGD D was dat zij doorverwijzen om de (huis)artsen te informeren over PrEP.
Klager stuurde een websitelink naar de waarneemster met informatie voor professionals.
De waarneemster heeft opgetekend in het dossier dat zij zou bespreken met collega’s of zij ervaring hadden met PrEP en dan zou de waarneemster besluiten of zij het zou voorschrijven aan klager.
Op 9 april 2018 heeft een huisarts in opleiding van de praktijk contact opgenomen met de GGD. De GGD gaf aan dat zij op dat moment 17 patiënten PrEP voorschreven in trialverband. Klager kon zich aansluiten bij de in juni 2018 nieuw te starten trial of kon worden doorverwezen naar de infectiepolikliniek van een ziekenhuis.
De waarneemster heeft in de praktijk overleg gevoerd met onder meer verweerder en besloten is om klager de PrEP niet voor te schrijven. Dit heeft de waarneemster op 9 april 2018 aan klager meegedeeld.
De waarneemster heeft klager aangeboden SOA-testen af te nemen, noodzakelijke laboratoriumonderzoeken aan te vragen voor starten met PrEP en klager te verwijzen naar de GGD om alsnog aan een trial mee te kunnen doen. Tevens heeft de waarneemster klager aangeboden te verwijzen naar een gespecialiseerde kliniek.
Op 10 april 2018 heeft de waarneemster klager verwezen naar de polikliniek infectieziekten van het E te D. Klager kreeg van de waarneemster advies om beschermde seks te hebben om besmetting te minimaliseren.
3. HET STANDPUNT VAN KLAGER EN DE KLACHT
Klager verwijt verweerder -zakelijk weergegeven- dat hij hem het middel PrEP niet wil voorschrijven, waardoor klager het risico loopt een ernstig virus op te lopen. Klager ervaart hierdoor psychische druk die door verweerder in stand wordt gehouden.
4. HET STANDPUNT VAN VERWEERDER
Verweerder voert -zakelijk weergegeven- aan dat hij met zijn handelen binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven. Verweerder heeft bij de waarneemster, desgevraagd, aangegeven geen ervaring te hebben met het voorschrijven van PrEP.
5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE
5.1
Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.
5.2
In het tuchtrecht staat de persoonlijke verwijtbaarheid van een aangeklaagde ter beoordeling.
Verweerder werd op 30 maart 2018 geconfronteerd met het verzoek van klager tot voorschrijven van PrEP. De waarneemster heeft klager verzocht nader advies in te winnen bij de GGD, waarvan klager aangaf dat hij al genoeg wist. De waarneemster heeft vervolgens met collega’s overleg gehad over hun eventuele ervaringen en bij de GGD informatie ingewonnen. Na overleg in de praktijk met verweerder heeft de waarneemster klager haar beslissing meegedeeld de PrEP niet zelf voor te schrijven.
Verweerder is enkel betrokken geweest bij het overleg in de praktijk. Verweerder heeft desgevraagd door de waarneemster aangegeven geen ervaring te hebben met het voorschrijven van PrEP. Naar aanleiding van overleg heeft de in de praktijk werkzame huisarts in opleiding navraag gedaan bij de GGD.
Niet valt in te zien dat verweerder, met zijn negatieve antwoord op de vraag naar ervaring met PrEP, tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De waarneemster is zelf verantwoordelijk voor de door haar genomen beslissing, waarop bij afzonderlijke uitspraak wordt beslist naar aanleiding van klagers klacht.
Dat klager door verweerders handelen een groot risico liep kan evenmin leiden tot een tuchtrechtelijk verwijt. Eventuele gevolgen, waarvan overigens ook niet is gebleken, van het aan verweerder verweten handelen worden niet in de tuchtrechtelijke toets meegenomen. Overigens heeft de waarneemster klager daags na haar beslissing om de medicatie niet zelf voor te schrijven klager verwezen naar de polikliniek infectieziekten en werd klager gewezen op mogelijkheden om het risico op besmetting te minimaliseren.
5.3
Gelet op het voorgaande is de klacht kennelijk ongegrond en dient als volgt te worden beslist.
6. DE BESLISSING
Het college wijst de klacht af.
Aldus gegeven in raadkamer door A.L. Smit, voorzitter, J.M. Komen en
M.D. Klein Leugemors, leden-beroepsgenoten, in tegenwoordigheid van
J.W. Sijnstra-Meijer, secretaris.
voorzitter
secretaris
Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:
a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;
b. degene over wie is geklaagd;
c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.
Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.