Zoekresultaten 14281-14290 van de 47329 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264c

    Ongegronde klacht tegen een arts. Beklaagde is slechts kort bij de behandeling van klagers betrokken. Er zijn geen aanwijzingen dat beklaagde niet overeenkomstig de professionele standaard heeft gehandeld dan wel anderszins verwijtbaar nalatig is geweest. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-071

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Beklaagde heeft zich gedurende een aantal maanden geldbedragen van aan zijn zorg toevertrouwde cliënten op onrechtmatige wijze toegeëigend. Het College is van oordeel dat beklaagde door zich wederrechtelijk geld van kwetsbare en van hem afhankelijke cliënten toe te eigenen, ver buiten de professionele grenzen is gegaan die hij als verpleegkundige/persoonlijk begeleider in acht had te nemen. Nu beklaagde niet ter zitting is verschenen, heeft hij niet kunnen toelichten wat de stand van zaken is omtrent behandeling van zijn psychische problematiek. Informatie aan de hand waarvan het College in staat wordt gesteld de kans op herhaling in te schatten en te beoordelen in welke mate beklaagde inzicht toont in de laakbaarheid van zijn gedrag en de gevolgen van dat gedrag voor de benadeelde cliënten, ontbreekt. Onder deze omstandigheden acht het College het niet verantwoord om beklaagde na enige tijd terug te laten keren in zijn beroep als verpleegkundige. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Doorhaling van de inschrijving in het BIG-register en publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264h

    Ongegronde klacht tegen een kinderarts. Het College is van oordeel dat niet is gebleken van onvolkomenheden in het handelen van beklaagde. De reanimatie is volgens de Richtlijn ‘Reanimatie van pasgeborenen’ verlopen. Bovendien heeft beklaagde de uitkomst van bepaling bloedgas en lactaat afgewacht en betrokken bij het besluit om de reanimatie te staken. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen F2019/03

    Klacht tegen bekkenfysiotherapeut. Klaagster verwijt beklaagde dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld, onzorgvuldig en onbevoegd een niet-erkende behandeling (de NIMOC-methode) heeft toegepast en onvoldoende is voorgelicht over het risico dat de klachten konden verergeren door de behandeling. Daarnaast verwijt klaagster beklaagde onvoldoende dossierverslaggeving en onzorgvuldig declareren. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond. Beklaagde heeft na anamnese en lichamelijk onderzoek een passende en milde behandeling toegepast, zoals blijkt uit het dossier, waarvoor beklaagde is opgeleid. Niet gebleken is dat de verergering van klachten bij klaagster aan beklaagde toe te rekenen is noch dat beklaagde op onzorgvuldige of afwijkende wijze zorg heeft gedeclareerd.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264e

    Klacht kennelijk niet-ontvankelijk tegen een arts. In het klaagschrift hebben klagers verschillende klachten tegen verschillende zorgverleners van het ziekenhuis geuit. Uit het medisch dossier blijkt niet dat beklaagde betrokken is geweest bij de behandeling van klaagster. Wat klagers in dit verband precies van beklaagde hadden verwacht of wat volgens klagers de (verwijtbare) rol van beklaagde hierin is geweest, is niet duidelijk geworden. Beklaagde kan zich hiertegen onvoldoende verweren. Het klaagschrift voldoet daarom niet aan de eisen van artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) en artikel 4 van het Tuchtrechtbesluit BIG. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/095

    Klager dient een klacht in tegen een KNO-arts. Hij verwijt de arts dat hij onnodig voor een operatie klagers neusschelp heeft aangetast (vermoedelijk om ruimte voor zichzelf te maken bij het opereren volgens klager) met als gevolg ernstige levenslange klachten van het Lege neus syndroom tot gevolg, dat de aantasting van de neusschelp heeft ontkend en uit het operatieverslag heeft weggelaten, steeds maar verklaarde dat klagers klachten mentaal waren, dat hij een second opinion arts heeft beïnvloed door in zijn verwijzing onwaarheden over klagers opstelling heeft opgenomen etc. Verweerder voert aan dat hij het zeer scheefstaande neustussenschot heeft rechtgezet via een craniale benadering. Hij heeft geen deel van de neusschelp verwijderd of erin geknipt of deze middels eletriciteit doen slinken. Hij betwist met klem dat hij verrichtingen in of aan de neus van klager uit het operatieverslag heeft gelaten. Hij heeft de klachten van klager steeds serieus genomen; hij vindt het aannemelijk dat door de gecreëerde ruimte in de neus er een verandering in de luchtstroom is ontstaan die een andere sensatie hebben veroorzaakt. De klachten van klager zijn niet objectiveerbaar, maar verweerder zal de ervaring van klager ook niet weerleggen. Het college verklaart de klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/365140 KL RK 20-9

    Klacht afwikkeling nalatenschap. Klaagster verwijt de notaris tal van onzorgvuldigheden. Klachten allen ongegrond. Vanwege gebrek aan voldoende deugdelijke onderbouwing dan wel vanwege gemotiveerde weerlegging van de klachtgronden door de notaris.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/060

    Verweerder, huisarts, wordt onder meer verweten de behandelovereenkomst onrechtmatig te hebben opgezegd en niet adequaat te hebben gereageerd op een aansprakelijkstelling. Deels gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:62 Accountantskamer Zwolle 20/70 en 20/71 Wtra AK

    Klacht over waardebepaling onderneming op gezamenlijk verzoek van gescheiden echtelieden, over de totstandkoming van het rapport en over de behandeling van een interne klacht bij het accountantskantoor. Klachten ongegrond. Klager heeft niet onderbouwd waarom het rapport niet eenduidig interpreteerbaar is. De Accountantskamer is van oordeel dat onvoldoende is onderbouwd dat de accountant zich bij de uitvoering van zijn onderzoek heeft laten “verleiden” dan wel anderszins onheus heeft laten beïnvloeden door klagers voormalige echtgenote en haar advocaat. Als deskundige had de accountant een zekere vrijheid bij de inrichting van zijn onderzoek. Het behoorde niet tot de taak van de accountant, als door klager en zijn voormalige echtgenote ingeschakelde deskundige, om zich uit te laten over de civiele procedure die tussen klager en zijn voormalige echtgenote gevoerd werd. Niet gebleken is dat de accountant in zijn communicatie over het tijdsverloop dat gemoeid was met het maken van het rapport tekort is geschoten. Dat de behandeling van de interne klacht tegen de accountant niet tot het door klager gewenste resultaat heeft geleid, betekent niet dat de interne klacht daarmee onzorgvuldig is behandeld.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:84 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-857/DB/OB/D

    Dekenbezwaar. Gedragingen van verweerder in de privésfeer die absoluut ongeoorloofd zijn. In het midden kan blijven hoe deze feiten strafrechtelijk kunnen worden gekwalificeerd. Vertrouwen in de advocatuur en in de eigen beroepsuitoefening geschaad en gehandeld in strijd met de kernwaarden van de advocatuur. Administratie kantoor niet op orde. Verweerder heeft, ondanks herhaalde verzoeken, de deken niet de mogelijkheid gegeven om inzicht te krijgen in de actuele financiële positie waarin verweerders advocatenpraktijk zich bevindt. Zonder concrete aanwijzingen dat de kernwaarden van de advocatuur in het geding zijn en zonder aanknopingspunten in de regelgeving, ziet de raad geen grond om het bezwaar van de deken, voor zover dat ziet op de exploitatie door verweerder van een shisha lounge, gegrond te achten. Naar het oordeel van de raad is daarentegen wel sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen voor zover verweerder niet heeft zorg gedragen voor een gesplitste financiële administratie van de advocatenpraktijk enerzijds en de shisha lounge anderzijds. Het is als bepaald onbehoorlijk aan te merken om te laat te verschijnen bij afspraken en zittingen en de aan het adres van de deken gemaakte verwijten en door verweerder geuite insinuaties over de beweegreden van de deken voor diens optreden jegens verweerder zijn naar het oordeel van de raad ontoelaatbaar. Dekenbezwaar deels gegrond. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden: schrapping. Proceskostenveroordeling.