Zoekresultaten 13511-13520 van de 47654 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-099b
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:37
Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Dat, zoals klagers aanvoeren, beklaagde aanvullende diagnostiek in de vorm van een transvaginale echo met doppler had moeten verrichten, volgt niet uit de toepasselijke richtlijnen van de NVOG, waaronder de (destijds geldende) richtlijn ‘Bloedverlies in de tweede helft van de zwangerschap’ uit 2008. Er was geen sprake van de daarin genoemde situaties (zoals een placenta bilobata, laagliggende placenta of placenta previa) waarin dergelijk aanvullend onderzoek wordt aanbevolen, zodat een indicatie daarvoor op dat moment ontbrak. Het College voegt daaraan toe dat het onvoldoende aanwijzingen ziet dat sprake was van vasa praevia, nu dit echografisch al was uitgesloten, het ruime bloedverlies optrad alvorens de vliezen waren gebroken en de conditie van de baby op grond van het CTG als goed beoordeeld werd. Geconcludeerd wordt dat het door beklaagde bepaalde expectatieve behandelbeleid verdedigbaar is, te meer nu de zwangerschap nog niet de 37 weken had bereikt. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:18 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-797
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 15-02-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:18
Klacht tegen advocaat wederpartij. Gelet op Gedragsregel 9 mag van een advocaat verwacht worden dat, indien hij per e-mail met derden communiceert, uit zijn e-mail duidelijk blijkt in welke hoedanigheid hij deze derden benadert en dat de kantoorgegevens in de e-mail vermeld staan. Gezien de omstandigheden van het onderhavige geval had voor klager hierover geen verwarring behoeven te ontstaan. Ten aanzien van het klachtonderdeel over schending van de persoonlijke levenssfeer, oordeelt de raad dat niet valt in te zien hoe een beperking van de kring van geadresseerden ten opzichte van de kring van geadresseerden in de eerdere e-mail van klager een schending van de persoonlijke levenssfeer van klager zou kunnen opleveren. Beide klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-099a
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:38
Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klagers verwijten beklaagde dat hij gedurende de opname van klaagster in het ziekenhuis is tekortgeschoten in de zorg voor klaagster en de diagnose velamenteuze navelstrenginsertie en/of vasa previa heeft gemist. Bij klaagster was bij een zwangerschap van 31 weken en vier dagen sprake van vaginaal bloedverlies en contracties. Er waren voor beklaagde geen medische redenen om af te wijken van de eerder gestelde werkdiagnose en/of om de zwangerschap direct te beëindigen. Gedurende de dienst van beklaagde heeft hij zelf in de avond het CTG als goed beoordeeld en in de nacht, bij de beoordeling door een aios, was het CTG ook in orde. Er was voor beklaagde ook geen (andere) aanleiding om gericht onderzoek te doen naar velamenteuze navelstrenginsertie of vasa previa. Verder is er geen aanleiding om beklaagde in dit verband als hoofdbehandelaar of regiebehandelaar extra verantwoordelijkheid voor het beleid van zijn collega’s toe te kennen. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 104-2020
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:34
Klacht tegen longarts. Bij patiënt wordt op PET-scan tumor in long gezien, mogelijk een uitzaaiing van eerdere darmkanker, hetgeen bij lobectomie ook blijkt. Het verslag van de PET-SCAN vermeldt voorts: Aspecifieke klier kaakhoek rechts, advies: target echografie en evt punctie. Beklaagde doet geen nader onderzoek naar de aspecifieke klier omdat dit vaker voorkomt en de kans dat sprake is van kwaadaardigheid klein is. College: op zich komt een a-specifieke klier op die plek vaker voor en wijst zelden op een uitzaaiing van een long- of darmtumor. Daar staat tegenover dat de klier wel een behoorlijke omvang had en ook heel duidelijk oplichtte op de PET-scan. Daarbij komt dat analyse van een dergelijke bevinding niet tijdrovend of bijzonder belastend voor een patiënt is, terwijl de mogelijkheid altijd bestaat dat een nevenbevinding op andere problematiek wijst. Tegen deze achtergrond had het op de weg van beklaagde gelegen op enigerlei wijze vervolg te geven aan het advies van de nucleair geneeskundige. Hij had bijvoorbeeld met de nucleair deskundige de achtergrond van het gegeven advies kunnen bespreken, een KNO-arts om input kunnen vragen of het advies tijdens een MDO kunnen bespreken. Beklaagde heeft het advies wel gewogen, maar verder slechts als PM genoteerd. Er is nadien nergens genoteerd dat er aan de follow up van de klier aandacht zou moeten worden besteed of waarom hiervan afgezien zou kunnen worden. De klacht is gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2020:10 Kamer voor het notariaat Amsterdam 681589 / NT 20-10
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 18-06-2020
- ECLI:NL:TNORAMS:2020:10
Aan tuchtrechtelijke beoordeling kan pas worden toegekomen indien het onderhavige handelen van de notaris als partner van [X] voldoende verband houdt met zijn hoedanigheid van notaris in relatie tot het daarbij passende gedragsniveau. Dat is naar het oordeel van de voorzitter hier niet het geval. Naast dat, zoals reeds overwogen, geen sprake is van notariële werkzaamheden, is bij het onderhavige handelen in strikt besloten kring ook geen sprake van enig naar buiten toe optreden ten behoeve van het publiek, of andere voor derden waarneembare gedragingen waardoor de eer en het aanzien van het notarisambt kunnen worden geschaad. Zoals klager zelf stelt, komt het aan op schending van maatschappelijk vertrouwen in de notaris, maar niet valt in te zien dat dit hier in het geding is geweest. Anders dan klager stelt, is evenmin sprake van mogelijke verwarring over de rol en de hoedanigheid waarin de notaris optrad. De voorzitter zal daarom de klacht niet-ontvankelijk verklaren. Daarbij wordt ten overvloede opgemerkt, dat ook indien de klacht wel ontvankelijk zou zijn, klager onvoldoende concreet heeft duidelijk gemaakt in welk(e) opzicht(en) de notaris zich met zijn optreden tijdens de AVL heeft gedragen zoals het een behoorlijk notaris niet betaamt of dat hij daardoor de eer en de aanzien van het notariaat heeft geschonden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 305-2019
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:35
Klacht tegen gynaecoloog. Bij patiënt wordt na NovaSure-procedure thermisch letsel geconstateerd, waarvan patiënte ernstige gevolgen ondervindt. Klaagster verwijt beklaagde o.a. dat hij haar niet had geïnformeerd over de risico’s van de ingreep, hij ten onrechte vol hield dat de procedure probleemloos was verlopen en probeerde te verhullen dat een eerste poging door de arts-assistent om het apparaat uit te vouwen, was mislukt. Tevens verwijt zij hem dat hij ondanks haar uitdrukkelijke verzoek de ingreep niet zelf heeft gedaan maar aan de arts-assistent had overgelaten. College: Procedure zorgvuldig gevolgd. Fouten zijn niet gebleken. Beklaagde hoefde patiënt niet specifiek vooraf te informeren over risico op deze zeldzame complicatie, bij een beproefde en gangbare methode. Beklaagde had inderdaad toegezegd de procedure zelf te doen. Beklaagde mocht de afspraak zo begrijpen dat hij persoonlijk (en niet een collega) bij de ingreep aanwezig was. Rol arts-assistent daarbij is niet in strijd met deze toezegging. Beklaagde heeft de procedure overgenomen toen de arts assistent er niet in een keer in slaagde het apparaat voldoende uit te vouwen. Dit gebeurt vaker, was geen oorzaak van het thermisch letsel en hoefde beklaagde niet als complicatie te beschouwen. De NovaSure-procedure als zodanig verliep ogenschijnlijk probleemloos. Dat daarna thermisch letsel werd geconstateerd, doet aan het vlotte verloop van die procedure op zich niet af. Klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 133-2020
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:36
Klacht tegen KNO-arts. Klager verwijt beklaagde onzorgvuldig en slordig te hebben gehandeld. Ook zou beklaagde een foutieve diagnose hebben gesteld en een verkeerde behandeling hebben uitgevoerd. Daarnaast zou klager onheus bejegend zijn. Het college oordeelt dat beklaagde een gedegen endoscopisch onderzoek heeft uitgevoerd waaruit geen bij een sinusitis passende objectiveerbare afwijkingen naar voren kwamen. Beklaagde kon volstaan met voortzetting van het reeds ingezette beleid. Niet is aannemelijk geworden dat er sprake is van een onjuiste diagnose of een foutieve behandeling ten tijde van het handelen van beklaagde. Het klachtonderdeel faalt. Met betrekking tot het tweede klachtonderdeel oordeelt het college dat klager geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit een gebrek aan communicatie blijkt. Het college kan de gang van zaken omtrent hetgeen is voorgevallen gedurende het spreekuur niet vaststellen. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-099e
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:34
Ongegronde klacht tegen een arts. Klagers verwijten beklaagde dat hij gedurende de opname van klaagster in het ziekenhuis is tekortgeschoten in de zorg voor klaagster en de diagnose velamenteuze navelstrenginsertie en/of vasa previa heeft gemist. Beklaagde was destijds in het ziekenhuis werkzaam als arts in opleiding tot specialist (aios) in het tweede jaar van zijn opleiding. Dat betekent dat hij het beleid in overleg met de dienstdoende gynaecoloog als zijn supervisor bepaalde en bij bijzonderheden de supervisor diende te raadplegen. Dat heeft hij gedaan. Het door beklaagde in overleg met zijn supervisor uitgezette beleid was verdedigbaar en in overeenstemming met de geldende richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Er waren geen medische redenen om af te wijken van de eerder gestelde werkdiagnose en/of om de zwangerschap direct te beëindigen. Er is een CTG aangelegd, dat door beklaagde is beoordeeld als normaal. Daarbij werden tevens kindsbewegingen geregistreerd. Er was daarom voor beklaagde geen aanleiding om nader onderzoek te doen, ook niet naar velamenteuze navelstrenginsertie of vasa previa, of om daarover met zijn supervisor van die dag te overleggen. Ook waren er geen contra-indicaties voor een bepaalde manier van inleiden. Uit het dossier blijkt verder dat beklaagde adequaat overleg met zijn supervisor heeft gepleegd. Verder heeft hij klagers voldoende voorgelicht over het beleid en de voorgenomen manier van inleiding, zoals blijkt uit het dossier en wat klagers ter zitting hebben verklaard. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:39 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-135/DB/LI
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 22-02-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:39
Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zich onnodig grievend over klaagster uit te laten en door zonder voorafgaand deugdelijk onderzoek en zonder enig voorbehoud zware beschuldigingen aan klaagsters adres te uiten. . Verweerder heeft in een beslagrekest gesteld dat klaagster heeft samengespannen met mevrouw S en dat zij mevrouw S behulpzaam is geweest bij malafide praktijken. Ook heeft verweerder gesteld dat klaagster het zwarte vermogen van mevrouw S bewaart of onder zich heeft en de mensen levert voor uitvoering van gijzeling en afpersing. Tot slot heeft verweerder gesteld dat klaagster werkzaam was in de illegale prostitutie, betrokken is geweest bij gijzeling, afpersing, diefstal, verduistering en witwassen. Waarschuwing proceskostenveroordeling
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-099d
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:35
Ongegronde klacht tegen een arts. Beklaagde was nog maar enkele maanden als anios werkzaam in het ziekenhuis. Indien de anios geen of weinig ervaring heeft, geldt dat het gemis aan ervaring moet worden gecompenseerd door toezicht of tussenkomst van de supervisor. In het begin van de opleiding rust daarom een aanzienlijk deel van de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid voor het handelen van de anios op de schouders van de supervisor. Voor zover al zou moeten worden geoordeeld dat onvoldoende onderzoek is verricht, dan geldt dat de supervisor daarvoor grotendeels verantwoordelijk zou zijn.. Beklaagde heeft het door de supervisor ingezette expectatieve beleid gehandhaafd en onder de omstandigheden mocht zij dit ook doen. Er waren geen signalen die aanleiding gaven tot nader overleg of om op een andere manier actie te ondernemen. Klacht ongegrond verklaard.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1351
- Pagina: 1352
- Pagina: 1353
- ...
- Pagina: 4766
- Volgende pagina zoekresultaten