Zoekresultaten 13511-13520 van de 46847 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:214 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.022 en c2019.023
- Datum publicatie: 01-12-2020
- Datum uitspraak: 01-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:214
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Verweerder heeft klager drie keer aan de schouder geopereerd. Klager heeft tien klachtonderdelen geformuleerd waarmee hij verweerder – samengevat – verwijt dat deze de drie operaties zonder indicatie en onzorgvuldig heeft verricht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager deels niet-ontvankelijk verklaard, twee klachtonderdelen gegrond verklaard en aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing voor een deel, verklaart een van de twee gegrond verklaarde onderdelen ongegrond maar een ander klachtonderdeel gegrond, bepaalt dat de maatregel van waarschuwing gehandhaafd blijft en gelast publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:208 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.337
- Datum publicatie: 01-12-2020
- Datum uitspraak: 01-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:208
Klacht tegen huisarts. De beklaagde huisarts heeft klager regelmatig op consult gezien voor buikklachten. Klager verwijt de beklaagde dat hij klager op een onzorgvuldige manier medicatie heeft voorgeschreven, zijn medisch beroepsgeheim heeft geschonden en klager op een onzorgvuldige manier heeft doorverwezen met verklaringen van niet ter zake deskundigen in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:25 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/34
- Datum publicatie: 01-12-2020
- Datum uitspraak: 02-11-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:25
In opdracht van klaagster heeft de notaris een conceptakte van verdeling opgesteld op basis van een vonnis van de rechtbank. Daarbij had de rechtbank onder meer de (wijze van) verdeling vastgesteld van de aandelen van klaagster en haar ex-partner in een appartementencomplex. Er is discussie ontstaan over de vraag of de notaris in de conceptakte een juiste peildatum had gehanteerd om de waarde van de te verdelen hypotheekschuld te berekenen: klaagster had het vonnis anders geïnterpreteerd. De kamer stelt voorop dat het niet aan de tuchtrechter is om te oordelen over de inhoud van het vonnis van de rechtbank. De tuchtrechter moet (enkel) beoordelen of de notaris in de gegeven omstandigheden heeft gehandeld overeenkomstig de tuchtnorm. Hoewel de notaris er in verband met de vraag die het vonnis bij hem zélf had opgeroepen over de in acht te nemen waarde van de hypotheekschuld wellicht beter aan zou hebben gedaan als hij zijn concepten direct bij het toesturen daarvan op dat punt zou hebben toegelicht, is de kamer van oordeel dat het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat hij dat niet heeft gedaan. Daarbij neemt de kamer in aanmerking dat niet is gesteld of gebleken dat (de vader van) klaagster en de notaris eerder met zoveel woorden hadden gesproken over de waarde van de hypotheekschuld, zodat het voor de notaris niet op voorhand duidelijk was dat hij een “afwijkend standpunt” innam, zoals klaagster heeft gesteld. Bovendien heeft de notaris na vragen daarover van de broer van klaagster alsnog voortvarend uitleg gegeven over de wijze waarop hij meende uitvoering te moeten geven aan de opdracht van klaagster. Naar het oordeel van de kamer is het standpunt van de notaris over de te hanteren waardepeildatum van de hypotheekschuld in de gegeven omstandigheden bovendien zeker verdedigbaar. Klaagster heeft verder gesteld dat de notaris zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door de conceptakte toe te sturen aan de vader van haar ex-partner. Omdat de vader voorheen als vertegenwoordiger van de ex-partner was opgetreden, acht de kamer dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:209 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.338
- Datum publicatie: 01-12-2020
- Datum uitspraak: 01-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:209
Klacht tegen huisarts. De beklaagde huisarts heeft naar aanleiding van een hulpvraag van klager een verwijsbrief opgesteld voor klager. Klager verwijt de beklaagde dat hij zijn medisch beroepsgeheim heeft geschonden door zonder toestemming van klager informatie over hem te delen met de gemeente en zijn participatiecoach, dat hij het medisch dossier van klager heeft aangepast en specialisten in het ziekenhuis ongewenst heeft beïnvloed door zonder toestemming van klager telefonisch overleg over hem te voeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-054
- Datum publicatie: 01-12-2020
- Datum uitspraak: 14-09-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:180
Schriftelijke afdoening, waarbij door partijen afstand is gedaan van een recht op een zitting. Verweerder heeft jarenlang als accountant voor een familiebedrijf met diverse vennootschappen en familieleden gewerkt en een nauwe zakelijke en privéband met de verschillende familieleden opgebouwd. Naar buiten toe is verweerder, die in 1998 ook als advocaat aan de slag is gegaan, ook als advocaat voor (een aantal) klagers gaan opgetreden. Eind 2017 is verweerder een van de familieleden gaan bijstaan in haar geschillen met klagers en heeft hij geweigerd om zich desverzocht vanwege vermeende belangenconflict met klagers terug te trekken (Regel 15). De raad oordeelt dat de klagers ontvankelijk zijn in hun klacht jegens verweerder. Het verweer van verweerder dat het hem vanwege tijdsverloop vrij stond om voor zijn cliënte tegen klagers op te treden, wordt door de raad verworpen, evenals het verweer dat klager aan de voorwaarden van Regel 15 lid 3 sub a tot en met c heeft voldaan. Verweerder had naar het oordeel van de raad dan ook niet tegen klagers mogen optreden, zoals hij heeft gedaan. Bij de op te leggen maatregel heeft de raad het totale gebrek aan inzicht van verweerder in het onbetamelijke van zijn handelen jegens klagers meegewogen. Niet alleen heeft verweerder met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur geschaad, hij heeft daarmee ook de kernwaarden integriteit en vertrouwelijkheid geschonden. Gelet op alle omstandigheden en mede gelet op de talloze tuchtrechtelijke veroordelingen van verweerder, in ernst toenemend, heeft de raad besloten tot schrapping van verweerder van het tableau.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:210 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.349
- Datum publicatie: 01-12-2020
- Datum uitspraak: 01-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:210
Klacht tegen jeugdarts. Klaagster is de moeder van een zoon die onderwijs volgt en leerplichtig is. Beklaagde is werkzaam als jeugd- en schoolarts en heeft een onderzoek ingesteld wegens veelvuldig ziekteverzuim van klaagsters zoon. Klaagster heeft haar bevindingen teruggekoppeld aan de school. Klaagster verwijt beklaagde onzorgvuldige verslaglegging en onheuse bejegening. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:211 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.057
- Datum publicatie: 01-12-2020
- Datum uitspraak: 01-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:211
Klacht tegen huisarts. Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar door zelfmoord overleden echtgenoot. Haar echtgenoot kampte met slaapproblemen en stress gerelateerde klachten. Een aantal dagen voor zijn overlijden is hij bij de beklaagde huisarts op het spreekuur geweest met klachten van slapeloosheid. De huisarts heeft hem Temazepam voorgeschreven. Volgens klaagster heeft de huisarts daarmee onzorgvuldig gehandeld, omdat uit de medische gegevens van haar echtgenoot bleek dat hij op dat moment al drie andere medicijnen gebruikte die effect hebben op het centrale zenuwstelsel. Ook had zij volgens klaagster grondig onderzoek moeten inzetten om de oorzaak van de klachten te achterhalen en heeft zij onvoldoende rekening gehouden met de effecten van het opstapelen van de medicatie, de (bij)werkingen van de verschillende geneesmiddelen en in het bijzonder met de interactie die deze geneesmiddelen op elkaar (kunnen) hebben. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigd deze beslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:237 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190212
- Datum publicatie: 01-12-2020
- Datum uitspraak: 16-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:237
Herstelbeslissing. Een advocaat-lid van het hof stond abusievelijk niet vermeld in de staart van de beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:212 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.067
- Datum publicatie: 01-12-2020
- Datum uitspraak: 01-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:212
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klaagster heeft na een door verweerder geplaatste totale knieprothese veel pijn gehouden. Zij is door een andere chirurg opnieuw geopereerd. Klaagster verwijt verweerder dat zij voor de operatie lang heeft moeten wachten, dat zij hem voor en na de operatie bijna niet heeft gezien en dat hij tijdens de knieoperatie niet zorgvuldig heeft gehandeld omdat de knie na de operatie instabiel was en her-operatie nodig was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Klaagster stelt in beroep alleen het klachtonderdeel dat betrekking heeft op het onzorgvuldig handelen tijdens de operatie aan de orde. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:238 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190080HH en 190237HH
- Datum publicatie: 01-12-2020
- Datum uitspraak: 27-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:238
Eindbeslissing. Nadat het hof de herzieningsbeslissing heeft vernietigd omdat de herzieningskamer van het hof een wrakingsverzoek van verzoeker voorafgaand aan de herzieningsbeslissing niet in behandeling heeft genomen, dient het hof nog te oordelen over het herzieningsverzoek van de herzieningsbeslissing. Nu het wrakingsverzoek van de herzieningskamer inmiddels in behandeling is genomen en is afgewezen, heeft de herzieningskamer opnieuw een herzieningsbeslissing gewezen. Derhalve heeft verzoeker geen belang meer bij de herziening van de herzieningsbeslissing. Het herzieningsverzoek van de herzieningsbeslissing is niet-ontvankelijk.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1351
- Pagina: 1352
- Pagina: 1353
- ...
- Pagina: 4685
- Volgende pagina zoekresultaten