Zoekresultaten 12061-12070 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:211 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.292

    C2020.292Klacht tegen internist. De klacht gaat over de overleden zus van klaagster. Patiënte is gepresenteerd op de SEH van het ziekenhuis met ernstige klachten van benauwdheid, mogelijk als gevolg van een longontsteking en is die middag in het ziekenhuis overleden. Klaagster verwijt de internist dat hij:a. de urgentie van patiënte onjuist heeft ingeschat, door haar onvoldoende te controleren en aan haar lot over te laten;b. ten onrechte geen antibiotica heeft toegediend en een longfoto heeft gemaakt; enc. patiënte ten onrechte niet heeft gereanimeerd.Het Regionaal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van klaagster ten aanzien van klachtonderdelen a. en b. ongegrond en verklaart klaagster alsnog niet-ontvankelijk in haar klacht voor zover deze ziet op klachtonderdeel c, omdat klaagster niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:263 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-486

    Voorzittersbeslissing. Geen schending gedragsregel 15. De uitzondering van lid 4 doet zich voor. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:257 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-358

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:218 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.242

    Klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster is op advies van een gz-psycholoog in opleiding door de huisarts verwezen naar de GGZ. Klaagster is het met die verwijzing niet eens en verwijt de gz-psycholoog dat zij als werkbegeleider het handelen van de gz-psycholoog in opleiding niet gecontroleerd heeft. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet‑ontvankelijk in het beroep, voor zover zij in beroep een nieuwe klacht heeft ingediend, en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:212 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.266

    C2020.266 Klacht tegen een huisarts. Klager heeft zich met klachten van verkoudheid en keelpijn gewend tot zijn huisartsenpraktijk en is daar achtereenvolgens gezien door drie waarnemend huisartsen. De eerste waarnemend huisarts heeft de waarschijnlijkheidsdiagnose keelontsteking gesteld en antibiotica voorgeschreven. Klager is daarmee gestopt in verband met huiduitslag. Klager ontwikkelde ook oorpijn. Daarna is klager gezien door de beklaagde huisarts. Zij dacht aan een virusziekte met een acute middenoorontsteking als gevolg, schreef ibuprofen voor en stelde een expectatief beleid voor. Na een visite aan huis van klager door de derde waarnemend huisarts werd klager opgenomen in het ziekenhuis. Daar blijkt sprake van een hersenvliesontsteking met empyeem en herseninfarcten. Klager verwijt de huisarts dat zij de verkeerde diagnose heeft gesteld, op basis van klagers klachten op dat moment (onder andere een loopoor met pus, hoge koorts, voorhoofdsontsteking), dat zij klager geen instructie heeft gegeven om terug te komen bij verergering van de klachten, geen antibiotica heeft voorgeschreven/het antibioticabeleid niet aan de orde heeft gebracht en dat zij de medische verslaglegging niet op orde had, gelet op het niet noteren van de afspraak om terug te komen over zes tot acht weken ter beoordeling van het trommelvlies. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht in zijn geheel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de klacht van klager gedeeltelijk gegrond is, legt aan de huisarts de maatregel van waarschuwing op en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:264 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-493

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Van een impliciete of expliciete bedreiging is geen sprake. Klacht voor het overige onvoldoende onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:258 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-366

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet is gebleken van slechte communicatie van de zijde van verweerster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:219 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1014

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager is bij een instelling voor geestelijke gezondheidszorg aangemeld vanwege aanwijzingen voor een autismespectrumstoornis. Klager was daar bij een basis-psycholoog in behandeling en was verliefd op haar. De beklaagde gz-psycholoog was als (regie)behandelaar betrokken bij klagers behandeling. De klacht gaat over het gebrek aan begrenzing en regie, over het te abrupt beëindigen van de behandeling, over het niet zorgen voor adequate nazorg, over onheuse bejegening, het onrechtmatig kennisnemen van het behandeldossier en onzorgvuldige dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:213 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2019.222

    Klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster is tot mei 2017 patiënt geweest in de huisartsenpraktijk waar de verpleegkundige werkzaam is als praktijkmanager. Daarna is klaagster naar een nieuwe huisarts gegaan. Het dossier van klaagster is naar de nieuwe huisarts gestuurd. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij ondanks herhaalde verzoeken niet is overgegaan tot verstrekking van haar medisch dossier. Zij heeft daarbij niet de zorg van een goed hulpverlener in acht genomen. Klaagster heeft door deze weigerachtige houding zowel immateriële als materiële schade opgelopen. Klaagster heeft een gelijkluidende klacht ingediend tegen de huisarts (C2019.221). Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:259 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-376

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij een zogenaamd opleveringsdocument niet aan hem heeft verstrekt. De voorzitter overweegt dat klager niet heeft onderbouwd waarom hij van mening is dat verweerder dit document in zijn bezit zou hebben. Nu ook overigens uit het dossier niet is gebleken dat verweerder het verzochte document in zijn bezit heeft en dit ook door verweerder wordt ontkend, is de voorzitter van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door dit document niet aan klager te vertrekken. Klacht kennelijk ongegrond.