Zoekresultaten 12071-12080 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:220 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2019.351
- Datum publicatie: 21-12-2021
- Datum uitspraak: 14-12-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:220
Klacht tegen huisarts. De klacht is ingediend door de zoon van een overleden patiënte van de huisarts. Klachtonderdeel 1 gaat over de door de huisarts aan de patiënte in de maanden voor haar overlijden verleende medische zorg. Klachtonderdeel 2 gaat over het niet geven van informatie over de behandeling voorafgaand aan het overlijden van patiënte en de gang van zaken die tot haar dood heeft geleid. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klager niet-ontvankelijk is in klachtonderdeel 1. Klager kan ter zake van klachtonderdeel 1 niet worden geacht de wil van patiënte te vertegenwoordigen en was dus niet gerechtigd om dit klachtonderdeel in te dienen. Klager is wel ontvankelijk in klachtonderdeel 2, maar dit klachtonderdeel is ongegrond. De huisarts heeft met recht een beroep gedaan op het beroepsgeheim. Het beroep op misbruik van tucht(proces)recht (gedaan door de huisarts) slaagt in deze procedure niet.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:214 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2019.221
- Datum publicatie: 21-12-2021
- Datum uitspraak: 10-12-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:214
Klacht tegen een huisarts. Klaagster is tot mei 2017 patiënt geweest in de huisartsenpraktijk van de huisarts. Daarna is zij naar een nieuwe huisarts gegaan. Het dossier van klaagster is naar de nieuwe huisarts gestuurd. Klaagster verwijt de huisarts dat hij ondanks herhaalde verzoeken niet is overgegaan tot verstrekking van haar medisch dossier. Hij heeft daarbij niet de zorg van een goed hulpverlener in acht genomen. Klaagster heeft door deze weigerachtige houding zowel immateriële als materiële schade opgelopen. Klaagster heeft een gelijkluidende klacht ingediend tegen de praktijkmanager/verpleegkundige van de huisartsenpraktijk (C2019.222). Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:286 Raad van Discipline Amsterdam 21-422/A/NH
- Datum publicatie: 20-12-2021
- Datum uitspraak: 13-12-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:286
Raadsbeslissing. Ongegronde klacht van advocaat over advocaat na overname zaak. Verweerder heeft zich jegens klager bij de behandeling van de van klager overgenomen zaak niet in strijd met artikel 10a lid 1, sub d Advocatenwet en gedragsregel 24 gedragen. Het belang van verweerder om zijn cliënte goed bij te staan weegt zwaarder dan het belang van klager bij verrekening van de toevoeging.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3067
- Datum publicatie: 20-12-2021
- Datum uitspraak: 14-12-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:111
Klacht tegen chirurg. Klaagster klaagt er onder meer over dat beklaagde zonder haar toestemming in haar medisch dossier heeft gekeken. Tevens verwijt zij hem dat hij een neerbuigende brief over haar heeft opgesteld. Klaagster had bij de raad van bestuur van het ziekenhuis geklaagd over een grensoverschrijdende seksuele relatie met haar behandelend chirurg. Beklaagde was de directe leidinggevende van die chirurg. Hij heeft op verzoek van het hoofd van de afdeling chirurgie in het dossier gekeken om de feiten op een rij te zetten, maar realiseerde zich achteraf dat hij dit niet zonder toestemming van patiënte had mogen doen. Tevens heeft hij in een schrijven zijn bevindingen vastgelegd. Hij erkent dat hij daarbij bewoordingen heeft gebruikt die irrelevant en ongelukkig waren. Het college acht de klacht tot zover gegrond en legt een waarschuwing op. Van verdere betrokkenheid van beklaagde bij het interne onderzoek is niet gebleken. De klacht is in zoverre ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:213 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-026/DB/LI
- Datum publicatie: 20-12-2021
- Datum uitspraak: 13-12-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:213
Verzetzaak. Verweerster is het niet eens met de voorzittersbeslissing omdat de voorzitter zich onvoldoende in het dossier zou hebben verdiept. Verweerster herhaalt haar klachten tegen verweerder in zijn hoedanigheid van deken maar voert geen gronden aan voor haar verzet. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 231/2020
- Datum publicatie: 20-12-2021
- Datum uitspraak: 17-12-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:112
Klager verwijt de huisarts dat deze de bijwerkingen van de voorgeschreven fentanylpleisters niet heeft onderkend. Voorstelbaar dat beklaagde niet meteen heeft onderkend dat de door klager benoemde klachten bijwerkingen van de fentanyl konden zijn die voor klager – anders dan voorheen – mogelijk niet langer acceptabel waren. De dosering was niet onverantwoord hoog. Beklaagde is voldoende tegemoet gekomen aan het verzoek van klager te reflecteren op haar handelen en uit het dossier blijkt dat beklaagde de voorgeschiedenis van klager heeft bestudeerd. Klacht (kennelijk) ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/2621
- Datum publicatie: 20-12-2021
- Datum uitspraak: 20-12-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:113
Klacht tegen oogarts. Klager komt, na meerdere voorgaande consulten, voor een consult bij de oogarts in opleiding in het ziekenhuis in verband met verdenking op glaucoom. Nadat klager was gezien door de oogarts in opleiding is beklaagde bij het consult betrokken. Deze zag op basis van uitgevoerd onderzoek aanleiding om, naast het starten van oogdrukverlagende therapie in de vorm van Xalacom en Trusopt, nog diezelfde dag bij klager een YAG-laser perifere iridotomie uit te voeren om de oogboldruk te verlagen en de kans op kamerhoekafsluiting OS > OD te verlagen (en te voorkomen). De klacht heeft betrekking op de informed consent voorafgaand aan deze laserbehandeling en de uitvoering van de behandeling zelf.De klacht is ten aanzien van beide klachtonderdelen gegrond. Onvoldoende is komen vast te staan dat de gestelde diagnose en de uitleg over de laserbehandeling aan klager zijn overgebracht en dat klager met die behandeling heeft ingestemd. Beklaagde heeft zelf ook erkend dat hij zich hiervan onvoldoende heeft vergewist. Gelet hierop dient ervan te worden uitgegaan dat de vereiste instemming voor de behandeling heeft ontbroken en dat beklaagde op dat moment dus had moeten afzien van de ingreep.De behandeling aan het rechteroog verliep zonder problemen, maar die aan het linkeroog ging moeizamer vanwege een dikke, gepigmenteerde iris. Deze behandeling is als zeer pijnlijk ervaren door klager en hij begon ook luid te schreeuwen tijdens de behandeling. Desondanks heeft beklaagde de behandeling voortgezet. Het college acht dit verwijtbaar. Er was geen medische noodzaak om de behandeling op dat moment af te maken. Ook wanneer de uitvoering van de behandeling technisch juist was, zoals door beklaagde gesteld, mocht van beklaagde verwacht worden dat hij de behandeling zou staken vanwege de uitingen van pijn en angst door klager. Aan beklaagde wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3196
- Datum publicatie: 20-12-2021
- Datum uitspraak: 17-12-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:114
.Klacht tegen huisarts, inhoudende dat beklaagde geweigerd heeft de hulp te verlenen bij het afbouwen van medicatie en verkeerde medicatie heeft voorgeschreven. Daarnaast wordt beklaagde verweten de verplichte bloedonderzoeken niet volgens de regels te hebben uitgevoerd en leugens en onwaarheden te hebben opgenomen in het medisch dossier. Ook zou beklaagde zich niet hebben verdiept in het verleden van klaagster en er voor gezorgd hebben dat klaagster moest worden opgenomen. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.Klaagster stond voor depressieve klachten onder behandeling bij een GGZ-instelling. Uit het dossier volgt dat beklaagde contact heeft opgenomen met de behandelaar om het verminderen van het medicatiegebruik te bespreken. Het college volgt het verweer van beklaagde dat verandering van medicatie met de behandelaar van de GGZ-instelling moest worden afgestemd. Van enige weigering om de medicatie af te bouwen of te veranderen wordt geen blijk gegeven. Het klachtonderdeel is ongegrond.Met betrekking tot klachtonderdeel 2. is niet aannemelijk geworden dat beklaagde zonder nadenken heeft gehandeld en daardoor verkeerde medicatie heeft voorgeschreven. Als vaststaand feit dient beschouwd te worden dat beklaagde op verzoek van klaagster de medicatie heeft aangepast in het kader van een herkeuring voor haar rijbewijs. Van het voorschrijven van verkeerde medicatie is niet gebleken. Ook dit onderdeel is kennelijk ongegrond.De klachtonderdelen 3., 4. en 5. zijn door klaagster niet onderbouwd en derhalve kennelijk ongegrond. Klaagster heeft niet aannemelijk gemaakt op welke gronden het dossier leugens en onwaarheden bevat of op grond waarvan geoordeeld moet worden dat beklaagde zich niet heeft verdiept in het verleden van klaagster. Daarnaast kan beklaagde niet worden verweten de bloedonderzoeken bij klaagster onjuist te hebben uitgevoerd, daar uit de voorliggende dossiers blijkt dat deze onderzoeken in regelmatige tussenpozen van ongeveer drie maanden werden aangevraagd en beoordeeld en dat bij afwijkende waarden adequaat werd gehandeld. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:283 Raad van Discipline Amsterdam 21-544/A/NH
- Datum publicatie: 20-12-2021
- Datum uitspraak: 13-12-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:283
Verzetbeslissing. Verzetgronden slagen niet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast. Ook heeft de voorzitter rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Klacht is terecht en op juiste gronden kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:284 Raad van Discipline Amsterdam 21-403/A/A
- Datum publicatie: 20-12-2021
- Datum uitspraak: 13-12-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:284
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. In de e-mails tussen klaagster gemachtigde en (een kantoorgenoot van) verweerder is sprake van schikkingsonderhandelingen als bedoeld in gedragsregel 27. Door in strijd met gedragsregel 27 in zijn conclusie van antwoord melding te maken van de inhoud van de schikkingsonderhandelingen zoals vervat in de e-mails en deze e-mails ook als bijlage bij zijn conclusie van antwoord te voegen en aan de voorzieningenrechter over te leggen, heeft verweerder niet gehandeld zoals dat een behoorlijk advocaat betaamt. Klacht gegrond. Waarschuwing en veroordeling in de proceskosten.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1207
- Pagina: 1208
- Pagina: 1209
- ...
- Pagina: 4816
- Volgende pagina zoekresultaten