Zoekresultaten 11-20 van de 14995 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3039

    Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij het inzage- en correctierecht niet goed heeft uitgevoerd. Daarnaast verwijt klager de verzekeringsarts dat in de adviesrapportage onjuiste medische gegevens staan en het onmogelijk is dat, zoals in het rapport zou staan, dat de verzekeringsarts dezelfde dag als het spreekuurcontact met klager contact heeft gehad met de gemeente. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3172

    Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in haar sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts haar sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een rapportage. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klaagster voor een deel niet-ontvankelijk is in haar klacht en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3171

    Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in zijn sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts dat zijn sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een medische rapportage. Ook verwijt zij de arts dat hij haar tijdens het spreekuur onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klaagster voor een deel niet-ontvankelijk is in haar klacht en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:184 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3137

    Klacht tegen een arts. Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK). De arts heeft geadviseerd tot afwijzing van de aanvraag. Klager verwijt de arts dat hij een onjuist sociaal-medisch advies heeft gegeven en dat hij heeft geweigerd om aan klager medische stukken te sturen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9204

    Klager, toen 33 jaar, bezocht spoedeisende hulp vanwege aanhoudende ernstige buikpijn. Hij is een dag later door verweerder herbeoordeeld. Klachten worden geduid als passend bij gastritis/gastro-enteritis. Een aantal dagen later bleek klager een aortadissectie te hebben. Klager verwijt verweerder, samengevat, dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan waardoor hij deze diagnose heeft gemist. Het college oordeelt dat een dissectie een weinig voorkomende, lastig vast te stellen en voor deze patiënt niet voor de hand liggende aandoening was. Bij differentiaal diagnostisch ‘doorredeneren’ had de mogelijkheid van een dissectie of aneurysma echter wellicht wel in beeld kunnen komen, nu klager terug naar het ziekenhuis was gekomen met verergerde pijnklachten in de bovenbuik. Verweerder, die kort daarvoor arts was geworden en nog weinig ervaring had, heeft de casus en het voorgestelde beleid besproken met de dienstdoende chirurg-supervisor. Daarbij werd het beeld van de patiënt geduid als passend bij een gastritis/gastro-enteritis in combinatie met spierpijn als gevolg van het braken. Onder de hiervoor geschetste omstandigheden heeft de verweerder voldoende zorgvuldigheid betracht en acht het college een tuchtrechtelijk verwijt niet op zijn plaats. De klachtonderdelen zijn dan ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:221 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9189

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Klaagster vindt dat de internist haar dochter zelf fysiek had moeten onderzoeken en haar had moeten laten opnemen in het ziekenhuis. Haar dochter is na het bezoek aan de SEH enkele dagen later plotseling overleden. Het college overweegt dat patiënte die week driemaal is onderzocht en dat mede gelet op het feit dat er op redelijk korte termijn een gastroscopie gepland stond, de beslissing van de internist om patiënte niet op te nemen in het ziekenhuis met de kennis van dat moment verdedigbaar is. Dat de internist deze beslissing heeft genomen zonder patiënte zelf te zien, maakt het voorgaande niet anders.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:222 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9019

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Verweerster heeft in het kader van een aansprakelijkstelling een medisch advies uitgebracht aan de verzekeraar van de woningcorporatie. Klager verwijt verweerster, kort gezegd, dat het medisch advies onzorgvuldig is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9281

    Essentie:Kennelijk ongegronde klacht over een uitgevoerde gastroscopie door een MDL-arts. Klaagster is via de huisarts doorverwezen naar het ziekenhuis voor een eerstelijns gastroscopie. Klaagster is ontevreden over het uitvoeren van deze gastroscopie, omdat er volgens klaagster geen voorgesprek of overleg heeft plaatsgevonden, de medische voorgeschiedenis van klaagster is genegeerd en klaagster niet is verdoofd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:183 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3102

    Klacht tegen een arts die werkzaam is op een consultatiebureau. Klagers zijn de ouders van een baby die twee maanden na zijn geboorte is overleden. De arts heeft de baby tweemaal op het spreekuur gezien. Klagers verwijten de arts dat zij hun kind niet met spoed naar een kinderarts heeft verwezen. Zij stellen dat adequate herkenning van alarmerende symptomen en daarbij passend tijdig handelen van de arts zou hebben geleid tot een eerdere diagnose en een effectiever behandeltraject. Zij klagen er voorts over dat het shared decision making heeft gemaakt dat zij onvoldoende geïnformeerd medeverantwoordelijk zijn gemaakt voor medische beslissingen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9591

    Klacht tegen een dermatoloog. Klager maakt de dermatoloog een groot aantal verwijten, waaronder dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over een proctoscopie, het onderzoek zonder verdoving heeft uitgevoerd, onvoldoende verslag heeft gedaan, geen nader onderzoek heeft verricht naar de oorzaak van zijn klachten en schade heeft veroorzaakt. Het college oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is, omdat de dermatoloog op basis van de destijds beschikbare informatie mocht uitgaan van perianaal eczeem, de proctoscopie een passende onderzoeksmethode was en de later vastgestelde zeldzame auto-immuunziekte ten tijde van de behandeling niet hoefde te worden vermoed. Ook kan de dermatoloog geen persoonlijk verwijt worden gemaakt van de gestelde vertraging bij de afgifte van het medisch dossier.