Zoekresultaten 11-20 van de 15007 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:230 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9157

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat zij haar klachten niet serieus heeft genomen, niet tijdig medische informatie heeft ingewonnen en druk heeft uitgeoefend om te re-integreren. Het college stelt voorop dat het beter was geweest als de bedrijfsarts klaagster fysiek had gezien. De werkgever waar de bedrijfsarts voor werkte had echter als beleid dat gesprekken telefonisch plaatsvonden omdat de arbodienst landelijk werkt en de reisafstand in veel gevallen te groot is om werknemers op een fysiek spreekuur te beoordelen. Een bedrijfsarts die onder deze omstandigheden moet werken, moet daarop alert zijn door waarborgen te creëren die maken dat toch een zo goed mogelijk beeld kan worden gevormd. Dat heeft de bedrijfsarts voldoende gedaan. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:226 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8846

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft een crisismaatregel opgelegd gekregen. Zij verwijt de psychiater onder meer dat zij voorafgaand aan die crisismaatregel niet is onderzocht en gehoord, dat zonder medische onderbouwing tijdelijke verplichte zorg is toegepast en dat er geen volledige verslaglegging is. In deze specifieke situatie is het begrijpelijk en te billijken dat de psychiater, als zorgverantwoordelijke, niet aan de wettelijke verplichting om klaagster opnieuw te beoordelen heeft voldaan. Wel had zij haar gevoerde beleid in het medisch dossier moeten opnemen. Klacht deels gegrond, overige klachtonderdelen ongegrond verklaard. Geen maatregel

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:227 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9254

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft een medische verklaring opgesteld in het kader van de aanvraag van een crisismaatregel voor klager. Klager verwijt de psychiater in kwestie met name – samengevat – dat zij in haar medische verklaring feitelijke onjuistheden heeft opgenomen, waarbij zij deze verkeerde informatie heeft ontvangen van de ex-partner van klager. Daarnaast verwijt klager de psychiater dat zij haar diagnose heeft gebaseerd op basis van deze verkeerde informatie en daarnaast haar diagnose ook niet goed heeft onderbouwd. Het college kan de psychiater volgen in haar diagnostische overwegingen en voorlopige diagnose. Overige klachtonderdelen ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:228 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9373

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is op vrijwillige basis behandeld door verschillende psychiaters en de zorgmachtiging is uiteindelijk niet aangevraagd. Klager verwijt de psychiater onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld in de diagnostiek en voorbereiding van de zorgmachtiging. Het feit dat de psychiater PTSS niet als primaire diagnose heeft gesteld acht het college navolgbaar. Van onzorgvuldigheid is niet gebleken. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:229 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9375

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is op vrijwillige basis behandeld door verschillende psychiaters. Verweerder heeft een verklaring opgesteld in het kader van de voorbereiding van een zorgmachtiging. Het college kan de psychiater volgen in zijn diagnostische overwegingen om tot de voorlopige diagnose van psychotische stoornis en PTSS te komen. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9166

    Klacht tegen een arts in opleiding tot specialist bedrijfsgeneeskunde kennelijk ongegrond. Klager heeft zich bij zijn werkgever ziekgemeld na een ongeval. De arts (verweerster) heeft de verzuimbegeleiding van klager onder supervisie van de bedrijfsarts op zich genomen. Klager verwijt de arts dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden door informatie zonder toestemming te delen met de werkgever van klager, en dat de verslaglegging onzorgvuldig en partijdig is. Het college oordeelt dat bij de door de bedrijfsarts aan de werkgever doorgegeven informatie geen medische informatie zat en de bedrijfsarts binnen de grenzen van het beroepsgeheim is gebleven. Daarnaast is het college niet gebleken van onzorgvuldig of partijdig handelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:225 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9862

    Voorzittersbeslissing. Aan de hand van de stellingen van partijen concludeert de voorzitter dat inderdaad niet kan worden vastgesteld dat de huisarts een dergelijke vermelding (dat klaagster een lastige patiënt is) heeft gemaakt in het medisch dossier van klaagster. De stelling van klaagster dat deze opmerking staat vermeld is bovendien niet of althans onvoldoende onderbouwd. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:223 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10113

    Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift voldoet niet aan de daaraan in de wet gestelde eisen (artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verbinding met artikel 4 lid 1 van het Tuchtrechtbesluit BIG). Daarom is klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:224 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10144

    Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift voldoet niet aan de daaraan in de wet gestelde eisen (artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verbinding met artikel 4 lid 1 van het Tuchtrechtbesluit BIG). Daarom is klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9407

    Klager dient een klacht in tegen een klinisch psycholoog. Hij klaagt over gebrekkige dossiervoering, over het volgens hem door verweerster onterecht gegeven verlengingsadvies in het kader van zijn opgelegde tbs met dwangverpleging, over het gebruikte instrument voor de risicoanalyse en over zijn overplaatsing naar een andere afdeling. Het college verklaart alle klachten van klager kennelijk ongegrond. Dat zijn schizofreniestoornis in remissie was had duidelijker kunnen worden vermeld in het dossier maar dat dit niet is gedaan levert geen tuchtrechtelijk verwijt op. Het verlengingsadvies bevat geen verkeerde diagnose: dat de psychotische verschijnselen in remissie zijn, betekent niet, zoals klager kennelijk veronderstelt, dat er geen onderliggende stoornis meer is. Het gebruikte HKT-R-risicotaxatie-instrument is geschikt en verweerster was niet verantwoordelijk voor de beslissing om klager over te plaatsen naar een andere afdeling.