Zoekresultaten 11-20 van de 22866 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:144 Hof van Discipline 's Gravenhage 250334
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:144
Voorvragen over de ontvankelijkheid en omvang van het hoger beroep. Appelverbod. Verder geldt op grond van artikel 57 lid 4 Advocatenwet dat het hof onderzoek doet op grondslag van de beslissing van de raad. Dat betekent dat de klacht niet kan worden uitgebreid in hoger beroep. Hoger beroep ontvankelijk ten aanzien van één van de in totaal vijf klachtonderdelen. Verweerder was de wederpartij van klager in een procedure met betrekking tot de onderbewindstelling van een cliënte van klager. Verweerder was de advocaat van de bewindvoerder /mentor. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat klager zijn cliënte (financieel) heeft benadeeld en is in dat verband een procedure bij de Geschillencommissie Advocatuur gestart. Klagers verwijten verweerder dat hij in die procedure standpunten heeft aangevoerd waarvan hij wist, of behoorde te weten, dat deze onjuist zijn, dan wel zaken heeft weggelaten of onjuist heeft weergegeven. De Raad van Discipline in het ressort Den Haag (hierna: de raad) heeft de klacht ongegrond verklaard. Klagers zijn het met die beslissing niet eens en zijn in hoger beroep gekomen. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:92 Raad van Discipline Amsterdam 25-904/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:92
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat is in alle onderdelen ongegrond. Het is de raad niet gebleken dat verweerster onvoldoende voortvarend zou hebben opgetreden, of dat sprake is geweest van een verkeerde uitleg aan klager of een ontbrekend inzicht van verweerster.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:145 Hof van Discipline 's Gravenhage 250269
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:145
Verweerster was de advocaat van de wederpartij van klaagster in een arbeidsrechtelijk geschil. Verweerster heeft namens haar cliënt de rechtsgeldigheid betwist van een aantal in de arbeidsovereenkomst van haar cliënt opgenomen bedingen. Daarnaast heeft verweerster uitleg gegeven over waarom haar cliënt na zijn uitdiensttreding bij klaagster gebruik is blijven maken van het handelsgegevenssysteem van klaagster. Daarbij heeft verweerster zich volgens klaagster onnodig grievend over klaagster uitgelaten (klachtonderdeel a) en onjuiste informatie aan de rechter verstrekt (klachtonderdeel b). De Raad van Discipline in het ressort Den Haag heeft beide klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klaagster is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld. Het Hof van Discipline bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:93 Raad van Discipline Amsterdam 26-032/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:93
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels gegrond. Verweerder heeft onvoldoende voortvarend opgetreden in zijn bijstand aan klager. Ook heeft verweerder klager niet goed op de hoogte gehouden van de stand van zaken en alle ontwikkelingen in de procedure van klager. Verweerder heeft klager nauwelijks meegenomen in de correspondentie met onder meer de wederpartij en de rechtbank, waardoor klager bijvoorbeeld niet op de hoogte was van de datum van een rolzitting en hij ook over veel overige informatie niet beschikte. Klager heeft bij verweerder meermaals en herhaaldelijk aangedrongen op het verstrekken van informatie en het verkrijgen van duidelijkheid over de voortgang van zijn zaak, maar verweerder gaf hier niet of nauwelijks gehoor aan. Verweerder heeft hiermee niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van hem in de gegeven omstandigheden kon en mocht worden verwacht. Dit valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Mede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder, acht de raad de oplegging van een berisping passend.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:94 Raad van Discipline Amsterdam 25-707/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:94
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle onderdelen ongegrond. Het is de raad niet gebleken dat verweerder steken zou hebben laten vallen bij het aanbrengen van de procedure voor een Nederlandse rechter of dat hij op dit punt op enige andere wijze onzorgvuldig heeft gehandeld. Dat verweerder niet in overeenstemming heeft gehandeld met hetgeen er tussen klaagster en hem was afgesproken, is de raad evenmin gebleken. Het verwijt dat verweerder er zorg voor had moeten dragen om de auto aan klaagster ter beschikking te stellen, mist naar het oordeel van de raad feitelijke grondslag.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:95 Raad van Discipline Amsterdam 25-763/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:95
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak is deels gegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door haar declaraties aan de gezamenlijke onderneming te sturen. Klaagster dreigde hierdoor (aanvankelijk) mee te betalen aan de advocaatkosten van verweerster in een procedure die tegen klaagster zelf werd gevoerd. Alles overziend acht de raad de oplegging van een maatregel in de vorm van een waarschuwing passend.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:112 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-212/AL/MN
- Datum publicatie: 07-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:112
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil Verweerster mocht uitgaan van de juistheid van de informatie die zij van haar cliënte kreeg. Niet gebleken dat er onjuiste informatie is opgenomen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:140 Hof van Discipline 's Gravenhage 250283
- Datum publicatie: 07-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:140
Het hof onderschrijft het oordeel van de raad dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld doordat hij in een familierechterlijk geschil onjuiste en schadelijke informatie over klager heeft verspreid. Verweerder heeft in de door hem ingediende processtukken in de procedure tussen zijn cliënte en klager over een omgangsregeling diverse zeer negatieve uitlatingen en beschuldigingen over klager gedaan, onder meer over het drugsgebruik van klager. Het hof is van oordeel dat verweerder, op basis van (een gebrek aan) de informatie die verweerder op het moment van deze uitlatingen had, niet deze sterk negatieve uitspraken en beschuldigingen aan het adres van klager had mogen doen. Verweerder heeft hiermee de belangen van klager in het familierechtelijk geschil onnodig geschaad. .
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:141 Hof van Discipline 's Gravenhage 250274
- Datum publicatie: 07-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:141
Verweerder heeft de opdracht tot het bijstaan van klager in een cassatieprocedure aanvaard. In de opdrachtbevestiging die aan klager is gestuurd, zijn de argumenten die de gemachtigde van klager naar voren gebracht wilde zien, niet opgenomen. Verweerder heeft vervolgens zonder overleg met klager of zijn gemachtigde een cassatieschriftuur ingediend bij de Hoge Raad. Ook daarin zijn de door gemachtigde van klager voorgestane argumenten niet opgenomen. Verweerder heeft verklaard dat hij dit telefonisch met klager heeft afgestemd, echter een schriftelijke bevestiging hiervan ontbreekt. Het hof is van oordeel dat het van essentieel belang is dat een advocaat belangrijke afspraken met de client schriftelijk vastlegt. In de -zeer korte- opdrachtbevestiging staan geen afspraken over de aanpak van de zaak. Indien verweerder de argumenten die klager, bij monde van zijn gemachtigde, niet aan de Hoge Raad had willen voorleggen, dan past dat enerzijds bij de vrijheid die de advocaat heeft met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt, maar geldt anderzijds dat verweerder daarover bij aanvaarding van de opdracht of nadien duidelijk had moeten zijn. Verweerder heeft op geen enkel moment, tijdens de aanvaarding van de opdracht noch daarna toen hij er achter kwam dat hij de argumenten die gemachtigde van klager niet wilde gebruiken, gecommuniceerd dat hij niet bereid was om deze argumenten in rechte naar voren te brengen. Verweerder heeft evenmin gevraagd of klager dan nog wel wilde dat hij in de cassatieprocedure voor hem zou optreden. Als verweerder telefonisch met klager heeft besproken dat hij de argumenten van de gemachtigde van klager niet zou opnemen, dan had verweerder dit schriftelijk moeten vastleggen. Dat heeft verweerder niet gedaan. Het verwijt van klager dat verweerder zijn werkzaamheden heeft verricht zónder acht te slaan op de specifieke wensen van klager, wordt versterkt doordat verweerder de cassatieschriftuur heeft ingediend zonder het concept aan klager voor te leggen. Als hij dat had gedaan, dan had klager -of zijn gemachtigde- gezien dat daarin niet stond wat de gemachtigde namens klager had gevraagd. Het argument van verweerder dat hij dominus litis is, maakt niet dat hij zonder meer zonder overleg met zijn client mag handelen. Als verweerder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid als advocaat bepaalde argumenten niet naar voren had willen brengen, dan had hij dit moeten communiceren en in het meest verstrekkende geval de opdracht terug moeten geven. Verweerder heeft niet juist gehandeld door de opdracht aan te nemen en vervolgens -zonder communicatie met de client- zijn eigen gang te gaan bij de uitvoering van die opdracht. Hij heeft hierbij de wensen die namens zijn waren geuit genegeerd. Dat is een taakopvatting die niet bij de advocatuur past. Gezien de aard en de ernst van de in hoger beroep gegrond verklaarde klachtonderdelen, ziet het hof aanleiding de maatregel te verzwaren en over te gaan tot de oplegging van een berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:110 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-193/AL/OV
- Datum publicatie: 07-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:110
Voorzittersbeslissing over advocaat van de wederpartij van klaagster in een familierechtelijk geschil. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder afgaan op de van zijn cliënt verkregen informatie zonder nader onderzoek. Van misleiding van de rechter door verweerder is de voorzitter niet gebleken. Alhoewel de verwisseling van de namen van de zoons in het processtuk slordig was, is dat alleen nog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Kennelijk ongegrond.