We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 11-20 van de 23125 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:222 Hof van Discipline 's Gravenhage 250379

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerster, de advocaat van zijn ex-partner, dat zij in haar processtukken onjuiste en onnodig grievende uitlatingen heeft gedaan, waaronder de uitlating dat er sprake zou zijn geweest van huiselijk geweld en dat er drie stopgesprekken met klager zijn gevoerd. De Raad heeft de betreffende klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof oordeelt dat verweerder de uitlatingen beter hadden kunnen nuanceren, maar dat ze in het licht van het geschil tussen klager en zijn ex-partner niet tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:223 Hof van Discipline 's Gravenhage 260020

    Intrekking hoger beroep. De raad heeft geoordeeld dat verweerder zijn cliënte over zijn kosten en over een aspect van de processtrategie onvoldoende heeft geïnformeerd en heeft de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Klaagster heeft aanvankelijk hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing, maar heeft vervolgens kort voor de mondelinge behandeling bij het hof haar klacht ingetrokken. Het hof ziet geen reden om de behandeling van de klacht in het algemeen belang voort te zetten. Vernietiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:224 Hof van Discipline 's Gravenhage 260125

    Appelverbod. Artikel 46h Advocatenwet maakt verzet mogelijk tegen een voorzittersbeslissing zoals in deze zaak. Op grond van artikel 46h lid 7 Advocatenwet staat tegen de beslissing op verzet geen rechtsmiddel open. Er geldt een appelverbod. Er kan een uitzondering op deze regel worden gemaakt, als de procedure bij de raad geen eerlijk proces betrof doordat bij de behandeling van het verzet door de raad een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden. Het hof stelt vast dat wat klager aanvoert betrekking heeft op de motivering van de beslissing op verzet, die volgens klager onjuist is, en dat klager ter onderbouwing van zijn standpunt nader ingaat op de inhoud van de onderliggende zaak. Dat is echter geen grond voor doorbreking van het appelverbod (zie HvD 20 september 2021, ECLI:NL:TAHVD:2021:183).

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:225 Hof van Discipline 's Gravenhage 260123

    Termijnoverschrijding. Hoger beroep niet-ontvankelijk. De termijn van artikel 56 lid 1 Advocatenwet wordt strikt gehanteerd. Slechts op grond van bijzondere omstandigheden is daar een uitzondering op mogelijk. Het hof is van oordeel dat de door klager aangevoerde omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonbaar maken. Het verzenden van een beroepschrift per post is voor eigen rekening en risico van klager. Het is klagers eigen verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het beroepschrift het hof tijdig bereikt. Klager had daarvoor maatregelen kunnen treffen, zoals het aangetekend verzenden van het beroepschrift. Dat heeft klager niet gedaan en hij heeft ook geen andere reden aangevoerd op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar zou kunnen zijn. Niet is gebleken dat klager niet in staat was om tijdig het hoger beroep in te stellen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:219 Hof van Discipline 's Gravenhage 260014

    Klacht over eigen advocaat. Klaagster verwijt verweerster onder meer dat zij oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van de derdengeldrekening door middels deze zonder haar uitdrukkelijke instemming één van haar declaraties te hebben voldaan, alsmede dat zij niet alle belangrijke informatie en afspraken schriftelijk heeft vastgelegd. De raad heeft deze twee klachtonderdelen gegrond verklaard en aan verweerster de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de raad wat betreft de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid, maar ziet aanleiding om de zwaardere maatregel van berisping op te leggen. Vernietiging raadsbeslissing voor wat betreft de maatregel. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:156 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-868/AL/MN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:213 Hof van Discipline 's Gravenhage 250254

    Klacht over advocaat van de wederpartij dat verweerder betaling van declaraties vorderde, terwijl hij een toevoeging had en dat verweerder willens en wetens een onjuist gedateerde overeenkomst in het geding had gebracht. De raad heeft deze klachten gegrond verklaard. Het hof heeft vastgesteld dat er geen toevoeging was en kan niet vaststellen dat verweerder opzettelijk een gepostdateerd exemplaar in het geding heeft gebracht. Vernietiging, ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:157 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-396/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:214 Hof van Discipline 's Gravenhage 260118

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voorwaarde voor aanwijzing van een advocaat is – onder meer - dat de advocaat moet worden betaald. Ingeval er een toevoeging wordt verleend moet de eigen bijdrage worden betaald en eventuele bijkomende kosten. De deken heeft erop gewezen dat het budget van klaagster van € 500,- redelijkerwijze onvoldoende is voor een advocaat om klaagster van juridische bijstand te voorzien in het onderliggende geschil. Daarbij heeft de deken in aanmerking genomen dat het geschil door klaagster wordt beschreven als een juridisch complexe zaak met een lange voorgeschiedenis. Zelfs al zou aan een advocaat een beperkte opdracht worden gegeven zoals klaagster voorstelt, dan nog vergt het indienen van processtukken een inhoudelijke voorbereiding van de zaak. Het hof acht het voorstelbaar dat het beperkte budget van klaagster al niet voldoende is om de kosten daarvan te kunnen dekken. Gelet hierop heeft de deken het aanwijzingsverzoek naar het oordeel van het hof wegens een gegronde reden afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:158 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-434/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. De voorzitter heeft begrip voor de behoefte van klager om contact te kunnen hebben met de advocaat van zijn ex-partner om afspraken te kunnen maken over het door hem zo gewenste contact met zijn dochter. Dit gaat echter niet zover dat je daarom een recht hebt op een reactie van die advocaat of dat kunt afdwingen door aan die advocaat een termijn te stellen. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster klager telkens binnen een redelijke termijn op de hoogte gebracht van het standpunt van haar cliënte. Daarbij is ook gemeld dat mediation voor haar cliënte geen optie was. Als partijdige belangenbehartiger van haar cliënte diende verweerster instructies van haar cliënte op te volgen. Dat heeft verweerster gedaan zonder daarbij de grenzen van de haar toekomende vrijheid als advocaat wederpartij te overtreden. Kennelijk ongegrond.