Zoekresultaten 42251-42300 van de 47536 resultaten

  • ECLI:NL:TNOKZUT:2011:YC0674 Kamer van toezicht Zutphen 10-2010

    omschrijving klacht: het onzorgvuldig handelen van de kandidaat-notaris, door zonder zich voldoende te vergewissen van de handelings- en wilsbekwaamheid van erflaatster medewerking te verlenen aan de wijziging van het testament en zich te laten benoemen tot executeur van de nalatenschap van erflaatster. oordeel: De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris dienaangaande op onvoldoende zorgvuldige wijze heeft gehandeld. Er zijn belangrijke wijzigingen in het testament opgenomen. Gelet hierop diende de kandidaat-notaris een hogere mate van zorgvuldigheid te betrachten dan wanneer slechts sprake was van een geringe wijziging, en diende zij te onderzoeken of erflaatster in staat was tot een redelijke waardering terzake. Bij het passeren van het testament was geen notariële getuige aanwezig. Voorts zat tussen de bespreking aangaande de wijzigingen in het testament en de ondertekening van het testament een kort tijdsbestek. Gelet op de hoge leeftijd en de gesteldheid van erflaatster had het op de weg van de kandidaat-notaris gelegen om bij het tweede bezoek te verifiëren of erflaatster nog steeds de wil had om de eerster besproken wijzigingen in het testament op te nemen, en om een verslag op te stellen van hetgeen besproken was. Door dit na te laten heeft de kandidaat-notaris op onvoldoende zorgvuldige wijze de wilsbekwaamheid van erflaatster beoordeeld. Klacht gegrond.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0662 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/970

    Klager raakte pas ná de akte van levering op de hoogte van een erfdienstbaarheid. Hij verwijt de notaris dat hij onvoldoende zorgvuldig kadastrale recherche heeft gedaan. De Kamer is van oordeel dat er in dit geval voor de notaris geen aanleiding was om verdergaande recherche in de vorm van een erfdienstbaarhedenonderzoek te verrichten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0663 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2011/989

    Klaagster verwijt de notaris dat hij onvoldoende voortvarend de tot een nalatenschap behorende aandelen heeft verkocht. Door de waardedaling van de aandelen heeft klaagster schade geleden. Klacht gegrond, maatregel waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2011:YG1166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen T2010/10

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2011:YG1393 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 177/2010

    Raadkamerbeslissing. Klacht tegen huisarts over het niet duidelijk uitleggen van de situatie op de huisartsenpraktijk en niet heeft gecommuniceerd over het al dan niet tijdelijk waarnemen door een collega. En dat verweerster de klachten van de partner van klaagster niet serieus heeft genomen. Gedeeltelijk niet-ontvankelijk en voor het overige afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1934 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 231 - 2010

    Van een advocaat mag worden verwacht dat hij direct na ontvangst van betaling een de deurwaarder daarvan op de hoogte stelt. Onnodige (over-)betekening. Advocaat draagt verantwoordelijkheid voor in zijn opdracht verrichte executiemaatregelen. Doorzetten van executiemaatregelen nadat klaagster was overgegaan tot betaling van de hoofdsom valt de advocaat aan te rekenen. Voor het overige klacht ongegrond. klacht gedeeltelijk gegrond; enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1935 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 259 - 2010

    Niet gebleken dat verweerder betrokken is geweest bij het heimelijk plaatsen van afluisterapparatuur en evenmin dat gebruik is gemaakt van de heimelijk opgenomen gesprekken. Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door, vergezeld van de twee directeuren van zijn cliënte en een beveiliger het pand binnen te gaan en zich vervolgens op dan wel in de richting van de etage te begeven waar klager werkzaam was. Voorstelbaar dat klager zich hierdoor in de gegeven omstandigheden geïntimideerd voelde. Klacht deels gegrond. Enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2011:YG1394 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2010-180

    Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij bij het medisch onderzoek van klaagster niet zijn voorschriften in acht heeft genomen, waardoor klaagster gedupeerd is geraakt. Klacht gegrond, waarschuwing en publicatie.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1936 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 17 - 2011

    Advocaat mag, behoudens spoedeisende omstandigheden, de beslissing op de toevoegingsaanvraag afwachten vooraleer hij een aanvang maakt met zijn werkzaamheden. Niet komen vast te staan dat verweerder herhaaldelijk onjuiste en misleidende informatie heeft verstrekt met schadelijk gevolg voor de zaak van klager, noch dat het door verweerder verrichte werk van slechte kwaliteit was. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2011:YG1395 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2010-157a

    Klager verwijt de revalidatiearts, samengevat en naar de kern genomen, dat de overdracht van het revalidatiecentrum naar het verpleeghuis te snel is verlopen. Voorts heeft klager zijn verwijten bij repliek nader gespecificeerd en op onderdelen kritiek geleverd op de wijze van behandeling en verzorging. Ook verwijt klager de arts een onprofessionele en slordige verslaglegging, waarbij tevens sprak is van privacyschending. Klacht wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1937 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch B 257 - 2010

    Vastleggen van en communiceren over financiële aangelegenheden en afspraken. Een advocaat behoort duidelijkheid te scheppen over de gemaakte afspraken omtrent de kosten van de rechtsbijstand en de financiële afwikkeling van de zaak. Klacht gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1933 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 221 - 2010

    Het staat een advocaat vrij datgene ter kennis van de rechter te brengen wat hij in het belang van zijn cliënt nodig acht. Het valt de advocaat niet te verwijten dat de door zijn cliënt aan hem overhandigde brief niet exact gelijk was als de aan klager toegezonden brief. Niet onbegrijpelijk dat het in het verweerschrift gestelde door klager als grievend is ervaren, maar niet als van onnodig grievend aan te merken. klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1947 Raad van Discipline Arnhem 10-123

    Advocaat heeft onjuist gehandeld door zonder duidelijke mededeling vooraf zijn uurtarief drastisch te verhogen, temeer daar geen argumenten zijn aangevoerd die deze forse verhoging kunnen rechtvaardigen. Advocaat heeft ten onrechte een dubbel betaalde nota, die verweerder met nog gedeclareerde uren wilde verrekenen, niet gerestitueerd en heeft zonder dat daarvan een noodzaak is gebleken, althans zonder vooroverleg, op een zitting de zaak door twee advocaten laten behandelen en dubbele kosten in rekening gebracht. Klachten zijn gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1942 Raad van Discipline Amsterdam 10-446U

    Klager wilde dat zijn advocaat een kort geding zou beginnen tegen zijn ex-echtgenote omdat er nog zaken uit de boedel moesten worden afgegeven. Verweerster schrijft namens klager een sommatiebrief waarin zij het kort geding aankondigt. Na de schriftelijke reactie van de advocaat van de ex-echtgenote ziet verweerster geen aanleiding om een kort geding te starten. Zij bericht dit als zodanig aan klager en beëindigt haar werkzaamheden voor klager. Andere wijze van communiceren was wenselijk geweest, maar geen tuchtrechtelijk verwijt.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1960 Raad van Discipline Arnhem 11-40

    Beslissing na verzet tegen voorzittersbeslissing. De raad oordeelt de klacht met de voorzitter kennelijk ongegrond. De voorzittersbeslissing wordt door de raad aangevuld met een alinea over de betekenis van een kennelijk ongegrondverklaring.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1954 Raad van Discipline Arnhem 10-162

    Verzet niet ontvankelijk wegens verstrijken verzettermijn. Gegeven de dag van verzending van de beslissing van de voorzitter, 3 december 2010, had het verzetschrift binnen veertien dagen door de raad moeten zijn ontvangen. De raad heeft te onderzoeken of sprake is van een verschoonbare overschrijding van de verzettermijn. De raad is van oordeel dat dit niet het geval is. Door klager zijn geen onregelmatigheden bij de ontvangst van de bestreden beslissing naar voren gebracht zodat moet worden aangenomen dat klager de bestreden beslissing kort na verzending heeft ontvangen. Weliswaar vond deze ontvangst in de decembermaand plaats, maar de verzettermijn verstreek ruimschoots voor de kerst, zodat de decemberfeestdagen op zich geen reden konden vormen voor het niet tijdig aanvoeren van de gronden van het verzet.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1392 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/313

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1948 Raad van Discipline Arnhem 10-193

    Klager is ontvankelijk in zijn klacht omtrent de wijze van declareren ook als de Begrotingscommissie van de Raad van Toezicht de betreffende declaraties reeds heeft beoordeeld. Advocaat heeft bij declareren een te ruim minimum forfait gehanteerd. Op grond van het enkele feit dat van bepaalde in rekening gebrachte werkzaamheden niet uit het dossier blijkt kan niet worden geconcludeerd dat sprake is van fraudeleus declareren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1943 Raad van Discipline Amsterdam 10-423Alk

    Verweerder is in de procedure opgetreden namens een vennootschap hoewel hem daartoe niet bevoegdelijk namens de vennootschap opdracht is verstrekt. Verweerder had in het handelsregister eenvoudig kunnen zien dat zijn opdrachtgever niet bevoegd was tot vertegenwoordiging van de vennootschap. Verzuim om dit te doen is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het betrof een verklaringsprocedure naar aanleiding van een loonbeslag op het salaris van de persoon die verweerder opdracht gaf om de vennootschap te vertegenwoordigen. In de procedure is de vennootschap veroordeeld tot betaling van een bedrag van EUR 37.000,-. Daarnaast heeft verweerder, nadat hij door de vennootschap aansprakelijk was gesteld voor de genoemde fout, acht maanden gewacht met het melden van de schade bij zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar. Dit is ook klachtwaardig. Ook het niet reageren op de aansprakelijkstelling en het talmen met het toezenden van het complete dossier aan de vennootschap zijn klachtwaardig. Ook heeft verweerder in de procedure stellingen ingenomen waarvan hij wist of behoorde te weten dat ze onjuist waren. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Volgt onvoorwaardelijke schorsing van een maand.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1955 Raad van Discipline Arnhem 10-161

    Verzet niet ontvankelijk wegens verstrijken verzettermijn. Gegeven de dag van verzending van de beslissing van de voorzitter, 3 december 2010, had het verzetschrift binnen veertien dagen door de raad moeten zijn ontvangen. De raad heeft te onderzoeken of sprake is van een verschoonbare overschrijding van de verzettermijn. De raad is van oordeel dat dit niet het geval is. Door klager zijn geen onregelmatigheden bij de ontvangst van de bestreden beslissing naar voren gebracht zodat moet worden aangenomen dat klager de bestreden beslissing kort na verzending heeft ontvangen. Weliswaar vond deze ontvangst in de decembermaand plaats, maar de verzettermijn verstreek ruimschoots voor de kerst, zodat de decemberfeestdagen op zich geen reden konden vormen voor het niet tijdig aanvoeren van de gronden van het verzet.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1949 Raad van Discipline Arnhem 10-190

    Klacht betreft rauwelijks dagvaarden van klaagster door verweerder en het ten onrechte een schikkingsvoorstel van klaagster afwijzen en enkel voor eigen gewin een procedure aanhangig maken. Klaagster vraagt in feite een oordeel van de raad over de deugdelijkheid van een door verweerder aan klaagster verzonden ingebrekestelling. Het is aan de civiele rechter om daarover een oordeel uit te spreken en de kantonrechter heeft de ingebrekestelling in zijn vonnis van 13 maart 2009 als voldoende beoordeeld. De raad past hierover geen oordeel. Klaagster heeft in elk geval in het begin, bij aanvang van de zaak, traag geopereerd en heeft het op het laatste moment laten aankomen. Mede tegen de achtergrond dat de zaak al lang liep kan klaagster verweerder er geen verwijt van maken, dat hij de consequenties die zij zelf had laten ontstaan bij klaagster heeft gelaten. Het was verweerder derhalve toegestaan te handelen zoals hij heeft gedaan.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1929 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 48 - 2011

    Een advocaat dient met zijn cliënt te overleggen of er termen aanwezig zijn om te trachten in aanmerking te komen voor gefinancierde rechtshulp. Voor zover mondelinge mededelingen tijdens een eerste gesprek voor de advocaat aanleiding vormen aan te nemen dat zijn cliënt niet voor gefinancierde rechtshulp in aanmerking zal komen, dient hij dit aan zijn cliënt voor te leggen en schriftelijk vast te leggen. klacht gegrond; enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1944 Raad van Discipline Amsterdam 10-242Alk

    Verweerder heeft in een echtscheidingsprocedure waarin hij de vrouw bijstond een derde aangeschreven met het verzoek informatie te verschaffen betreffende de banden van (het bedrijf van) de man met die derde, welke informatie verweerder kennelijk relevant acht voor de juridische positie van de vrouw. Verweerder verwijst voor dit verzoek naar de Wet Openbaarheid van Bestuur. Een advocaat dient zich te onthouden van het benaderen van een juridisch ongeschoolde derde, niet zijnde een van de partijen in het geschil, met het kennelijke doel die derde met evident onhoudbare juridische argumenten te bewegen tot iets waarop de advocaat namens zijn cliënt beslist geen aanspraak kan maken, terwijl die derde, als hij zou zwichten voor die (onhoudbare) argumenten, mogelijk schade zal lijden. Klacht gegrond. Enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1938 Raad van Discipline Amsterdam 10-367A

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder zou ten onrechte geen declaratie voor eigen bijdrage toevoeging aan cliënt hebben gezonden en hebben aangekondigd niet meer voor cliënt te willen optreden indien niet zou worden betaald. Tevens zou verweerder stukken onder zich hebben gehouden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1956 Raad van Discipline Arnhem 11-33

    Klaagster is ontvankelijk in haar klacht. Sinds de verweten handelwijze zijn er meer dan drie jaren verstreken alvorens de klacht is ingediend. De wet kent geen verval of verjaring van klachtrecht. Enerzijds is er het maatschappelijk belang, dat het optreden van een advocaat door de tuchtrechter kan worden getoetst en anderzijds het belang, dat de advocaat binnen een redelijke termijn wordt geconfronteerd met klachten over zijn optreden. Op zich heeft klaagster lang gewacht met het indienen van de klacht. Klaagster heeft daartoe niet meer heeft aangevoerd dan dat zij hoopte dat de zaak alsnog goed zou komen. Nu verweerder echter door het tijdsverloop niet in zijn verdediging is belemmerd kan klaagster in haar klacht worden ontvangen. De klacht betreft de handelwijze van verweerder betreffende een door klaagster op de derdengeldenrekening van verweerder, zijnde de advocaat van de wederpartij van klaagster, gestort bedrag. Klaagster verwijt verweerder dat hij het bedrag aan zijn cliënt heeft doorbetaald voordat de transactie was afgewikkeld en geen informatie heeft verschaft over deze doorbetaling. De raad overweegt dat een advocaat die zijn derdengeldenrekening ter beschikking stelt voor de uitvoering van een overeenkomst en in het kader daarvan voor de betaling van gelden verwachtingen schept en daardoor ook verplichtingen jegens de wederpartij heeft. Het stond verweerder vrij om klaagster niet specifiek te informeren op welke bankrekeningen van zijn cliënte hij het bedrag had doorbetaald. De belangen van zijn eigen cliënte mochten hier de doorslag geven. Klacht ten deze gegrond en ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1950 Raad van Discipline Arnhem 11-13

    Klager verwijt verweerster dat zij de belangen van klager en van degenen die klager vertegenwoordigde verkwanseld heeft en wanprestatie heeft geleverd met name bestaande in een onvoldoende bereikbaarheid en een ter onrechte niet instellen van een hoger beroep. Voorts verwijt klager verweerster dat zij dubbel heeft gedeclareerd, althans teveel gedeclareerd en ten onrechte bij klager heeft gedeclareerd, omdat niet hij, maar de individuele werknemers van de Ltd opdrachtgever waren. Naar het oordeel van de raad heeft klager in de stukken en ter zitting onvoldoende aangevoerd om aannemelijk te oordelen dat verweerster de belangen van klager en van degene die hij vertegenwoordigde heeft verkwanseld. Dit zelfde geldt voor het verwijt dat verweerster onvoldoende bereikbaar is geweest. Het is klager geweest, die verweerster voor de behandeling van de kwestie van de werknemers heeft ingeschakeld en dat brengt – bijzondere omstandigheden en voorbehouden daargelaten – naar het oordeel van de raad mee, dat klager dient in te staan voor de betaling van de declaratie. In zoverre klager zich er over beklaagt, dat de nota's van verweerster ter onrechte aan hem zijn toegezonden treft de klacht derhalve geen doel. Er rust op de raad slechts een taak in geval van excessief declareren. Niet uit de verf is gekomen, dat er door verweerster excessief is gedeclareerd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1930 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 243 - 2010

    Van een advocaat mag worden verwacht dat hij wacht met verrekening van diens openstaande rekeningen met door zijn cliënt op zijn derdengeldenrekening gestort geld, totdat in rechte vast staat of het geld aan zijn cliënt dan wel aan de wederpartij toekomt. klacht gegrond; enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1945 Raad van Discipline Amsterdam 10-436U

    Herstelbeslissing hoort bij beslissing d.d. 15 augustus 2011 (10-436U)

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1939 Raad van Discipline Amsterdam 11-054A

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder zou ten onrechte cliënt niet hebben bijgestaan in incassotraject ter zake van in strafzaak opgelegde incassomaatregel tegen cliënt. Verweerder stelt niet op de hoogte te zijn geweest van de gang van zaken rondom de uitvoering van de maatregel. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1957 Raad van Discipline Arnhem 11-34

    Verweerder heeft ten onrechte gebruik gemaakt van een steunvordering bij de aanvraag van het faillissement van Y. Gelet op de verstrekkende gevolgen van een faillissement behoort een advocaat als hij zich tijdens de behandeling van een faillissementsrekest op een steunvordering beroept er zeker van te zijn dat deze bestaat. Deze zekerheid had verweerder niet. Verweerder heeft erkend, dat hij heeft nagelaten voorafgaande aan de behandeling van het faillissementsrekest bij E te informeren of E nog een vordering had. Hiertoe bestond alle aanleiding, omdat er (a) sinds de archivering van de zaak op het kantoor van verweerder meer dan twee jaren was verstreken, waarin zich ten aanzien van de vordering iets had kunnen voordoen en (b) E zelf bij brief van 23 april 2008 had geschreven een en ander “in te trekken”.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1951 Raad van Discipline Arnhem 11-01

    De klacht betreft het optreden van verweerster als curator in de faillissementen van twee vennootschappen, waarvan klager DGA is. Klager verwijt verweerster dat zij de faillissementen niet correct en zorgvuldig heeft afgewikkeld en met name dat de faillissementen zijn afgewikkeld op een moment dat bepaalde vorderingen nog niet vast stonden; geen boekhoudkundige controle heeft plaatsgevonden; geld en stukken zijn verdwenen; geen informatie is verschaft aan klager en stukken niet zijn afgegeven, respectievelijk post is achtergehouden. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1931 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 201 - 2010

    Indien huidige advocaat van de wederpartij in het geheel niet reageert, mag een advocaat afgaan op uitlatingen van een eerdere advocaat omtrent de destijds door hem met de wederpartij van de cliënt van de advocaat gemaakte afspraken. De door de voorzitter in zijn beslissing weergegeven opsomming van de feiten is toereikend. Voor zover de door klager in verzet weergegeven feiten in de beslissing zouden zijn opgenomen, zouden deze feiten niet tot een andere beslissing hebben geleid. verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1958 Raad van Discipline Arnhem 11-68

    Klacht betreft onvoldoende voortvarend en deskundig optreden als advocaat van klager in een huur/schadevergoedingskwestie. Niet komen vast te staan.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1940 Raad van Discipline Amsterdam 10-273A 10-274A 10-275A

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerders zouden onjuiste stellingen in een processtuk hebben opgenomen en daarmee misbruik van procesrecht hebben gemaakt, daarbij gebruik makend van een vals stuk. Ook zouden verweerders ontoelaatbare druk hebben uitgeoefend bij het overleg over totstandkoming van een cessie tussen verschillende bij de procedure betrokken partijen. Eén van klagers niet-ontvankelijk wegens ontbreken eigen belang. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1952 Raad van Discipline Arnhem 10-88

    Klaagster is ontvankelijk in haar klacht ondanks dat 5 ½ jaar na de verweten handelwijze zijn verstreken, omdat de feiten wat betreft de indiening van de klacht niet volledig helder zijn geworden en door verweerder niet is betwist, dat het voortraject ten aanzien van de interne klachtbehandeling van het kantoor van verweerder ongeveer anderhalf jaar heeft geduurd. Klaagster verwijt verweerder, dat hij niet heeft voorkomen dat (andere) advocaten van het kantoor waar hij werkzaam is tegen haar in een bouwzaak zijn opgetreden, daar waar zij (ook) cliënte van het kantoor was en verweerder zijn invloed niet, althans onvoldoende, heeft aangewend om haar tegenpartij in de bouwzaak tot een minnelijke regeling te bewegen. In het kader van het tuchtrecht kon niet van verweerder verlangd worden, dat hij een kantoorgenoot van een procedure tegen klaagster zou afhouden als dit voor hem al mogelijk zou zijn geweest. Klaagster beklaagt zich in deze tuchtzaak niet over de kantoorgenoot van verweerder, maar over verweerder en vast staat dat verweerder in de zaak van de vaste relatie geen werkzaamheden heeft verricht. Verweerder behoeft zich alleen voor zijn eigen handelwijze te verantwoorden en deze handelwijze beoordeelt de raad niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1932 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 206 - 2010

    Ter zake van een belangenconflict komt de wederpartij slechts klachtrecht toe voor zover diens daar nodeloos dan wel op ontoelaatbare wijze zouden zijn geschaad. HIervan is niet gebleken. Advocaat mag afgaan op de juistheid van de informatie die zijn client hem verschaft. verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1946 Raad van Discipline Arnhem 10-155

    Verweerder is conform artikel 20 lid 3 jo 1 van de Onteigeningswet tot derde door de rechtbank benoemd voor de overleden vader van klagers. Verweerder is tekort geschoten in de op hem rustende verplichting duidelijkheid te scheppen of hij mede voor de erfgenamen optrad. Ten onrechte heeft hij hen niet op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen in de onteigeningsprocedure en heeft het eindvonnis niet aan de erfgenamen toegestuurd. Ook heeft verweerder niet zorgvuldig gehandeld met betrekking tot de door hem ontvangen schadeloosstelling waardoor deze veel te laat is doorbetaald.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1959 Raad van Discipline Arnhem 11-16

    Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond. Advocaat handelt niet klachtwaardig door af te gaan op mededelingen van de wederpartij bij de voorlopige vaststelling van de omvang van diens financiële verplichtingen (pensioen).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1941 Raad van Discipline Amsterdam 11-039A

    Verweerder treedt op voor zijn cliënt in een burengeschil. Hij heeft zich schriftelijk bij de advocaat van de wederpartij van zijn cliënt gemeld als advocaat. Kort daarna worden de buren door de woningbouwvereniging uitgenodigd voor een gesprek. Verweerder verschijnt zonder aankondiging aan de advocaat van de wederpartij met zijn cliënt op het gesprek. De advocaat van de wederpartij is bij het gesprek niet aanwezig. Overtreding van gedragsregel 18. Enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1953 Raad van Discipline Arnhem 10-185

    Klagers verwijten verweerder sub 2 dat hij hun faillissement heeft aangevraagd zonder voorafgaand overleg met de deken en zonder dat de vordering in rechte was vastgesteld (gedragsregel 27 lid 7). Omdat gedaagden geen cliënt van verweerder sub 1 zijn geweest is deze gedragsregel niet van toepassing. Tevens verwijten klagers verweerder sub 1 dat hij ten onrechte betaling van klagers vordert. Niet valt in te zien waarom het verweerder sub 1 niet was toegestaan om met klager sub 1 af te spreken dat hij, althans zijn B.V., de declaraties die betrekking hebben op hetgeen verweerder sub 1 voor X heeft gedaan zal betalen. Beide onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1391 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/365

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0192 Accountantskamer Zwolle 10/1789 Wtra AK

    Onvoldoelde kritische en met te weinig diepgang uitgevoerde controle m.b.t. de in de jaarrekening opgenomen waardering van leningen aan buitenlandse dochtervennootschappen en vorderingen op buitenlandse vennootschappen. In het controledossier, mede gezien alle omstandigheden van het geval, ontbreekt elke onderbouwing op grond waarvan kon worden besloten om de fiscale waardering tot uitgangspunt te nemen bij de waardering in de gecontroleerde jaarrekening. Ten onrechte als groepsaccountant geen contact opgenomen met de accountant van de buitenlandse dochtervennootschap (RAC 600), te zeer afgegaan op mededelingen van de directie en te weinig zich een zelfstandig oordeel gevormd hebbend aan de hand van voldoende actuele informatie. Geen deugdelijke grondslag ex art. 11 GBR-1994.

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0193 Accountantskamer Zwolle 10/1788 Wtra AK

    Onvoldoelde kritische en met te weinig diepgang uitgevoerde controle m.b.t. de in de jaarrekening opgenomen waardering van leningen aan buitenlandse dochtervennootschappen en vorderingen op buitenlandse vennootschappen. Ten onrechte als groepsaccountant geen contact opgenomen met de accountant van de buitenlandse dochtervennootschap (NVCOS 600), te zeer afgegaan op mededelingen van de directie en te weinig zich een zelfstandig oordeel gevormd hebbend aan de hand van voldoende actuele informatie. Ten onrechte een in het kader van eigen aansprakelijkheid voor een brand van een opslaglocatie met de gelaedeerde/client overeengekomen kortingsregeling niet als schuld op de balans gepassiveerd. ten onrechte, en in strijd met RJ252, een hoofdelijk schuldenaarschap niet vermeld in de toelichting op de jaarrekening. Ten onrechte, en in strijd met RJ 290, een renteswap niet in de toelichting op de jaarrekening vermeld. Berisping.

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0194 Accountantskamer Zwolle 11/351 Wtra AK

    Klacht over optreden van betrokkene als accountant van voormalige zakenpartner in de afwikkeling van die zakelijke samenwerking. Onterechte verwijten van schending van geheimhoudingsverplichting, van belangenverstrengeling, van achterstelling van klagers belangen, van het verzaken van een onderzoeksverplichting en van het onthouden van financiële informatie. Terecht verwijt over brief en voorafgaand emailbericht van betrokkene aan de advocaat van cliënt, welke brief nogal stellig verwoord is, geen voorbehouden kent en niet voorzien is van cijfermatige onderbouwing, waarbij betrokkene zich had te realiseren dat die brief door die advocaat zou kunnen worden gebruikt in het geschil tussen de zakenpartners. Zodanig onzorgvuldig dat dit leidt tot de maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0195 Accountantskamer Zwolle 11/14 Wtra AK

    Ernstige tekortkomingen bij het samenstellen van jaarverslaggeving, het verzorgen van belastingaangiften en de communicatie met de cliënt. Doorhaling 2 jaar.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0660 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/965

    Klager verwijt de notarus primair dat hij zijn ministerie niet heeft geweigerd terzake van het passeren van de leverings- en hypotheekakte voor het appartement waarvoor klager een hypothecaire geldlening heeft verstrekt. Subsidiair voert klager aan dat de notaris klager op de hoogte had moeten stellen van de aan de notaris bekende omstandigheden met betrekking tot de verkoop van het appartement. De Kamer is van oordeel dat de klacht op de subsidiare grondslag gegrond is. De notaris had gezien de hem bekende omstandigheden (onder andere de verkoop via een derde zonder duidelijke reden en de binnen korte tijd door verschillende instellingen verstrekte hypotheken aan dezelfde natuurlijke persoon) vóór het passeren van de hypotheekakte klager uitgebreid en indringend moeten informeren over die omstandigheden. Aan de notaris wordt, gezien de ernst van het klachtwaardig handelen, de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0657 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2011/986

    Afwikkeling nalatenschap. Klaagster verwijt de notaris dat zij niet tijdig de testamenten van haar vader heeft ontvangen en dat deze testamenten niet echt zijn. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0658 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2007/865

    Nalatenschap. De notarissen hebben naar het oordeel van de Kamer meer dan op grond van een vonnis van de rechtbank gerechtvaardigd was de belangen van één van de erfgenamen rekening gehouden. Voorts is een door de notarissen gedaan voorstel tot verkoop van de in de boedel vallende woning wat te dwingend geformuleerd. Gezien de uiterst gecompliceerde nalatenschap waarin sprake is van een reeds lang bestaande moeizame verhouding tussen de vele erfgenamen, is de Kamer van oordeel dat gegrond verklaarde klachtonderdelen niet moeten leiden tot het opleggen van een maatregel aan de notarissen.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0659 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/974

    Koop. De notaris heeft slechts gecontroleerd of de gehele koopsom ontvangen was op het moment van ondertekenen van de akte, maar hij heeft nagelaten om te controleren van wie het geld afkomstig was. Naderhand bleek dat een groot gedeelte van de koopsom niet van de koper kwam. De Kamer is van oordeel dat de notaris bij het passeren van de akte van dit feit op de hoogte had moeten zijn. Doordat de notaris niet op de hoogte was, zijn relevante vragen, zoals of het een schenking of een lening betrof, achterwege gebleven. Gelet op de financiële zekerheid die het notariaat dient te bieden, één van de peilers van het notariaat, rekent de Kamer de notaris dit zwaar aan en legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1372 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.072

    Klacht tegen gynaecoloog die bij klaagster laporoscopisch een cyste heeft verwijderd en betrokken is geweest bij een later dezelfde dag in verband met een nabloeding verrichtte laparotomie, waarbij onder meer een scheur in het mesenterium van de dunne darm is gehecht. Klacht afgewezen door het Regionaal Tuchtcollege. Hoger beroep ongegrond. De gynaecoloog is tuchtrechtelijk geen verwijt te maken ter zake van de uitvoering van de laparotomie. Niet komen vast te staan dat sprake is geweest van een langdurig zuurstoftekort bij klaagster voorafgaand aan dan wel tijdens laparotomie. Geen aanleiding voor het oordeel dat de gynaecoloog de scheur in het mesenterium niet zelf had mogen hechten. Voorts kan de gynaecoloog niet worden verweten dat zij na de laparotomie te lang heeft gewacht met het betrekken van een chirurg bij de beoordeling van klaagster, dan wel dat zij eerder had moeten (laten) ingrijpen.