Zoekresultaten 20751-20800 van de 47494 resultaten
-
ECLI:NL:TDIVBC:2016:11 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 15/07
- Datum publicatie: 11-06-2018
- Datum uitspraak: 02-09-2016
- ECLI:NL:TDIVBC:2016:11
Hond. Tuchtrechtelijk verwijtbaar, dat de dierenarts zich onvoldoende op de hoogte heeft gesteld van de medische voorgeschiedenis van de hond en van het actuele verloop van de bevalling. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORARL:2017:57 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/322240 KL RK 17-75 C/05/322241 KL RK 17-76
- Datum publicatie: 11-06-2018
- Datum uitspraak: 21-12-2017
- ECLI:NL:TNORARL:2017:57
De notaris had rekening moeten houden met de mogelijkheid dat klaagster oneigenlijk beïnvloed werd voor wat betreft de door haar gewenste wijziging in haar testament. Niet alleen omdat de gewenste wijziging in het testament een begunstiging inhield van de zoon van de hulp waarvan erflaatster in verregaande mate afhankelijk was, maar ook omdat deze begunstiging een aanmerkelijke verslechtering betekende voor de positie van de enige zoon en oorspronkelijk enige erfgenaam van erflaatster. De notaris heeft nagelaten haar afwegingen in dit verband op enigerlei wijze inzichtelijk te maken. Deze nalatigheid leidt tot gegrondverklaring van de klacht, met oplegging maatregel. Ook maatregel vanwege het feit dat de notaris - als testamentair bewindvoerder over het vermogen van de zoon en mede-erfgenaam van erflaatster - onvoldoende overleg heeft gevoerd over verkoop van de woning uit de nalatenschap aan de zoon van de hulp, de andere c.q. mede-erfgenaam. Vanwege betrokkenheid kandidaat-notaris bij verkoop woning wordt aan laatstgenoemde ook een maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2017:10 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 16/15
- Datum publicatie: 11-06-2018
- Datum uitspraak: 05-09-2017
- ECLI:NL:TDIVBC:2017:10
Kat. Van de juistheid en volledigheid van een operatieverslag moet in beginsel worden uitgegaan.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2017:7 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 16/07 VB 16/08 VB 16/09
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 13-04-2017
- ECLI:NL:TDIVBC:2017:7
Kat.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/384
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 08-06-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:61
Verweerder heeft de opdracht gekregen een psychiatrische expertise te verrichten bij klager in verband met arbeidsongeschiktheid door een slaapstoornis. Klager verwijt verweerder een onjuist rapport. Verweerder heeft geen rekening gehouden met de slaapproblematiek van klager. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 065/2017
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 08-06-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:113
Klachten tegen een revalidatiearts in opleiding (066/2017) en de revalidatiearts die haar superviseerde over de behandeling van klaagsters inmiddels overleden echtgenoot. De 13 klachtonderdelen gaan enerzijds over de bejegening en anderzijds over de behandeling. Patiënt werd als wilsbekwaam beschouwd en dan is voorstelbaar dat klaagster zich in de communicatie wat aan de zijlijn voelde staan. Gelet op de omstandigheden van dit geval was voorstelbaar geweest dat verweerster de communicatie met klaagster wat meer naar zich had toegetrokken. Niettemin klacht in zijn geheel ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:38 Accountantskamer Zwolle 17/740 Wtra AK
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 08-06-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:38
Klacht AFM tegen accountant FC Twente. De Ack is van oordeel dat betrokkene bij het afgeven van de goedkeurende verklaring bij de jaarrekening van FC Twente over het boekjaar 2012/2013 niet beschikte over voldoende en geschikte controle-informatie over de verwerking van de transactie (de boeking van 12 miljoen in de netto-omzet uit de overdracht van toekomstige TV-rechten aan een nog op te richten entiteit en de afboeking van schulden van € 12 miljoen als gevolg van de overdracht daarvan aan die entiteit) in die jaarrekening aanvaardbaar te achten. Bij het afgeven van de goedkeurende verklaring bij de jaarrekening van FC Twente over het boekjaar 2013/2014 heeft betrokkene geen toereikende controlewerkzaamheden uitgevoerd ten aanzien van de consolidatieplicht. Datzelfde geldt voor de controlewerkzaamheden met betrekking tot de in die jaarrekening doorgevoerde (gewijzigde) schatting van de restwaarde van het stadion van FC Twente. Klacht in alle onderdelen gegrond. Tijdelijke doorhaling van 1 maand.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2016:9 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 16/06
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 21-12-2016
- ECLI:NL:TDIVBC:2016:9
Hond. Behandeling abces.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/014F
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 08-06-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:62
Klaagster dient een klacht in namens haar dochter. Klaagster verwijt verweerster (fysiotherapeut) dat zij haar dochter niet heeft verteld dat zij zelf de kosten moest betalen voor een behandeling. Tevens verwijt zij de fysiotherapeut geen goede dossiervorming en het maken van krenkende opmerkingen. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2018:4 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/10
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 25-01-2018
- ECLI:NL:TDIVTC:2018:4
Dierenarts wordt verweten veterinair onjuist te hebben gehandeld bij de advisering en levering van medicatie voor een zogenoemde ‘veulenspuit’. Daarbij zou verkeerde medicatie, Procapen, zijn geadviseerd in een te hoge dosering, hetgeen volgens klager tot gevolg heeft gehad dat er drie veulens kort na hun geboorte zijn overleden.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2018:1 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 17/08 VB 17/09 VB 17/10
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 14-03-2018
- ECLI:NL:TDIVBC:2018:1
Hond. Behandelafspraken. Reanimatieverklaring.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2017:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 17/11
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 24-11-2017
- ECLI:NL:TDIVBC:2017:2
Hond. Verweerder wordt verweten, samengevat, dat hij ten aanzien van de hond van klaagster veterinair nalatig heeft gehandeld door een operatie (urethrocystoscopie met laserablatie) onjuist te hebben uitgevoerd, als gevolg waarvan een tweede (herstel)operatie noodzakelijk was waarbij de hond is overleden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 066/2017
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 08-06-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:114
Klachten tegen een revalidatiearts in opleiding en de revalidatiearts die haar superviseerde (065/2017) over de behandeling van klaagsters inmiddels overleden echtgenoot. De 13 klachtonderdelen gaan enerzijds over de bejegening en anderzijds over de behandeling. Patiënt werd als wilsbekwaam beschouwd en dan is voorstelbaar dat klaagster zich in de communicatie wat aan de zijlijn voelde staan. Gelet op de omstandigheden van dit geval was voorstelbaar geweest dat de revalidatiearts de communicatie met klaagster wat meer naar zich had toegetrokken. Niettemin klacht in zijn geheel ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:39 Accountantskamer Zwolle 16/2455 Wtra AK
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 08-06-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:39
Ook bij advieswerkzaamheden kan vakbekwaamheid als accountant worden aangewend zodat daarbij sprake is van een professionele dienst als bedoeld in artikel 1 VGBA en op het handelen van de adviserende accountant de VGBA en alle fundamentele beginselen van toepassing zijn. Betrokkene had bij aanvang van de besprekingen in het kader van een aandelenovername tussen klagers als kopende partij en zijn cliënt als verkopende partij duidelijkheid moeten verschaffen over zijn positie en rol als adviseur van zijn cliënt bij die besprekingen. Verder had hij klagers moeten adviseren om zich door een deskundige te laten bijstaan. Betrokkene had moeten beseffen dat (aanzienlijke) privé-leningen aan zijn cliënt en de hoge, alsmaar oplopende vordering van zijn kantoor een bedreiging inhielden voor de naleving van het fundamentele beginsel van objectiviteit. Deze bedreiging heeft betrokkene echter, evenmin als de beoordeling en de maatregel, niet in zijn dossier vastgelegd. Door dit na te laten heeft hij het bepaalde in artikel 21, derde lid VGBA (en zodoende eveneens artikel 13, eerste lid VGBA) niet nageleefd. Door zijn werkzaamheden voor zijn cliënten vennootschappen voort te zetten, heeft betrokkene verder het fundamentele beginsel van objectiviteit daadwerkelijk geschonden. Maatregel: berisping. Daarbij is onder meer meegewogen dat betrokkene geen blijk heeft gegeven van enig inzicht in het verwijtbare karakter van zijn handelen.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2018:5 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/50+51
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 12-01-2018
- ECLI:NL:TDIVTC:2018:5
Dierenartsen wordt verweten dat zij ten aanzien van een kat veterinair onjuist c.q. nalatig hebben gehandeld, nadat bij een klinisch onderzoek een harde massa in de buik van het dier werd gevoeld. Ten aanzien van één van de dierenartsen gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2018:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 17/02 VB 17/03 VB 17/04
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 14-03-2018
- ECLI:NL:TDIVBC:2018:2
Hond. Onvoldoende onderzoek.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2017:3 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 16/16 VB 16/17
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 05-09-2017
- ECLI:NL:TDIVBC:2017:3
Hond. Ten onrechte toegediende medicatie. Dossiervorming. Beroep tegen door VTC gegrond verklaarde klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2017:46 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2016/93
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 14-11-2017
- ECLI:NL:TDIVTC:2017:46
Dierenarts wordt verweten m.b.t. een hond een uit urineonderzoek gebleken verhoogde pH-waarde niet met klaagster te hebben besproken en geen antibioticumkuur te hebben overwogen. Verder heeft de dierenarts bij röntgenonderzoek contrastvloeistof gebruikt en is het verwijt dat klaagster niet is gewezen op de risico’s (in de vorm van pijn, incontinentie), die zich hier daadwerkelijk zouden hebben verwezenlijkt.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2018:6 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/8+9
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 29-03-2018
- ECLI:NL:TDIVTC:2018:6
Klachtambtenaarzaken. Beklaagden wordt verweten als begeleidend dierenartsen op een varkenshouderij onvoldoende actie te hebben ondernomen ten aanzien van de leefsituatie van de varkens op het bedrijf, die in hun welzijn en gezondheid werden aangetast. Ook wordt beklaagden verweten dat zij op onzorgvuldige wijze antibiotica hebben voorgeschreven. Niet ontvankelijk, op grond van door de NVWA gedane en in de stukken neergelegde toezegging dat geen berechtingsrapport voor de klachtambtenaar zou worden opgemaakt, waardoor het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat geen tuchtrechtelijke procedure zou volgen.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2017:4 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 16/14
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 13-04-2017
- ECLI:NL:TDIVBC:2017:4
Hond. Voortzetting van de behandeling met en toediening van volgens de bijsluiter contra-geïndiceerd middel treft een verdergaand verwijt dan het verwijt dat het Veterinair Tuchtcollege heeft gemaakt.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2017:47 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2016/83
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 05-12-2017
- ECLI:NL:TDIVTC:2017:47
Dierenarts wordt verweten dat hij bij een keuring van een paard onzorgvuldig heeft gehandeld doordat hij niet heeft opgemerkt en in het keuringsrapport niet heeft genoteerd dat het paard littekens aan de rechteroogleden en cataracten in beide ogen had. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2017:5 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 16/12
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 07-06-2017
- ECLI:NL:TDIVBC:2017:5
Kat. Hartprobleem niet onderkend, verkeerde medicatie. Onvoldoende onderzoek.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2017:48 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/13
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 21-12-2017
- ECLI:NL:TDIVTC:2017:48
Klachtambtenaarzaak: Dierenarts wordt verweten dat hij via zijn online webshop UDD-gekanaliseerde diergenees¬middelen (Enrofloxoral Drops en Sulfatrim Drops) aan houders van dieren heeft geleverd zonder voorafgaande diagnostiek. Gegrond. Matiging verzochte boete.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2017:6 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 16/10 Vb 16/11
- Datum publicatie: 08-06-2018
- Datum uitspraak: 13-04-2017
- ECLI:NL:TDIVBC:2017:6
Hond. Onvoldoende (nader) onderzoek.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 287/2017
- Datum publicatie: 07-06-2018
- Datum uitspraak: 07-06-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:112
Klacht tegen kinderarts naar aanleiding van het overlijden van het zoontje van klaagster. Het zoontje van klaagster is na een complexe zwangerschap geboren en voor ontslag uit het ziekenhuis en bij een latere controle gezien door de kinderarts. Gelet op de goede toestand van de baby was ontslag uit het ziekenhuis verantwoord. Na de eerste vervolgafspraak was er geen reden de volgende poliklinische controle eerder te laten plaatsvinden dan de al gemaakte afspraak. De kort na de geboorte geconstateerde lichte hydronefrose links was geen reden voor verder onderzoek of controle op korte termijn. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 057/2018
- Datum publicatie: 07-06-2018
- Datum uitspraak: 07-06-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:110
Klacht tegen verpleegkundige. De verpleegkundige zou hebben gezegd dat katheterwisselingen in het ziekenhuis niet meer zouden worden vergoed en zou klager onheus hebben bejegend. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 261/2017
- Datum publicatie: 07-06-2018
- Datum uitspraak: 07-06-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:111
Klacht tegen gynaecoloog naar aanleiding van het overlijden van het zoontje van klaagster. Het zoontje van klaagster is na een complexe zwangerschap geboren. Bij de begeleiding van de zwangerschap is niet alleen het middelengebruik door klaagster maar ook de ander van belang zijnde zaken onderkend. Verweerster heeft het belang van rijping van het ongeboren kind terecht vooropgesteld. Een enkele groeivertraging is onvoldoende reden het kindje te vroeg geboren te laten worden. Tijdens de zwangerschap was geen aanleiding voor meer onderzoek dan de intensieve controles die hebben plaatsgevonden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/456
- Datum publicatie: 07-06-2018
- Datum uitspraak: 07-06-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:60
Klager dient een klacht in namens zijn partner. De klacht is gericht tegen een bedrijfsarts vanwege een onjuist rapport en omdat hij onvoldoende medische informatie heeft opgevraagd. Tevens verwijt hij verweerder dat de conclusie van het rapport niet met partner van klager is besproken. Ook wordt verweerder een onheuse bejegening verweten. Verweerder voert verweer.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:161 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.379
- Datum publicatie: 06-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:161
Klacht tegen psychiater van Bureau Rijbewijs Keuringen (BRK). Verweerder heeft met betrekking tot klager in het kader van een vorderingsprocedure ex artikel 130-134a van de Wegenverkeerswet 1994 van het Centraal Bureau Rijvaardigheid, in opdracht van het BRK een rijbewijskeuring verricht. Verweerder werkt als freelance psychiater voor het BRK. In die hoedanigheid heeft hij samen met de keuringsarts (eveneens aangeklaagd) de rijbewijskeuring verricht. De keuringsarts heeft de anamnese afgenomen aan de hand van gestandaardiseerde vragenlijsten en heeft lichamelijk onderzoek verricht. Verweerder heeft daarna kort psychiatrisch onderzoek verricht. Klager verwijt verweerder dat: 1 de duur en de wijze van het onderzoek onzorgvuldig was; 2. hij een onzorgvuldig rapport heeft opgemaakt; 3. geen antwoord is gegeven op vragen van klager; 4. geen bespreking heeft plaatsgevonden; 5. geen rekening is gehouden met het correctie- en blokkeringsrecht; en 6. de 4e versie van het rapport alleen ter inzage is gegeven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft ten aanzien van de eerste vier klachtonderdelen geoordeeld dat het feit van verschillende aangepaste versies van de rapportage niet de schoonheidsprijs verdient, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Ten aanzien van klachtonderdelen 5 en 6 heeft het Regionaal Tuchtcollege geoordeeld dat verweerder een tuchtrechtelijk verwijt treft wat betreft de vierde versie van het rapport dat slechts ter inzage aan klager is toegezonden zonder dat hem gewezen is op het blokkeringsrecht. Verweerder heeft weliswaar in een begeleidende brief de aanpassingen in deze versie toegelicht maar klager is bij deze laatste versie niet gewezen op het blokkeringsrecht. Dit had wel gemoeten, te meer daar deze versie wezenlijk veranderd was ten opzichte van de eerdere versies. Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klager heeft principaal beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van de eerste vier klachtonderdelen. Het Centraal Tuchtcollege neemt ter zake van deze klachtonderdelen het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege over en verwerpt het principaal beroep. De psychiater heeft incidenteel beroep ingesteld van de gegrondverklaring van de klacht ter zake van het blokkeringsrecht. Dit beroep slaagt. Van een structurele organisatorische tekortkoming betreffende het wijzen op het blokkeringsrecht, waarvan de psychiater een tuchtrechtelijk verwijt zou kunnen worden gemaakt, is geen sprake. Dat de psychiater bij de toezending van de vierde versie van het rapport niet heeft gecontroleerd of de genoemde standaardbrief daadwerkelijk door het secretariaat aan klager is verzonden, levert hem onder deze omstandigheden geen tuchtrechtelijk verwijt op. De maatregel van waarschuwing komt te vervallen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:80 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-100/DB/Li
- Datum publicatie: 06-06-2018
- Datum uitspraak: 28-05-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:80
Kwaliteit van de bijstand van verweerder tijdens de bespreking d.d. 10 juli 2015 onvoldoende. Zich niet zodanig jegens zijn cliënt uitgelaten dat hem hiervan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Deels gegrond, deels ongegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.380
- Datum publicatie: 06-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:162
Klacht tegen psychiater. Klager heeft in het kader van een vorderingsprocedure ex artikel 130-134a van de Wegenverkeerswet 1994 van het Centraal Bureau Rijvaardigheid, in opdracht van het Bureau Rijbewijs Keuringen (BRK) een rijbewijskeuring ondergaan. Verweerder is bij BRK onder andere opleider en leidinggevende van de psychiaters en andere artsen die de keuringen uitvoeringen. De keurende psychiater heeft aan verweerder de vraag gesteld of de eerdere vorderingsprocedure voldoende was om de DSM-diagnose alcoholmisbruik te stellen, of dat daartoe eerst bij het CBR het aantal aanhoudingen in het verleden dienden te worden achterhaald. Verweerder heeft in het kader van deze vraag het dossier met betrekking tot klager ingezien en onder meer de vraag van de keurende psychiater beantwoord. Vervolgens heeft verweerder een door klager ingediende klacht over de rapportage afgehandeld. Klager verwijt verweerder: 1. Klager meent dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zijn klacht als klachtenbehandelaar in behandeling te hebben genomen terwijl verweerder inhoudelijk betrokken is geweest bij de opstelling van het gewraakte rapport. Hierdoor is geen sprake meer van een onpartijdig, onafhankelijk en zorgvuldig handelen van verweerder. 2. Vervolgens heeft verweerder nadien nogmaals inhoudelijk overleg gehad met de keurend psychiater, waarna de inhoud van het rapport weer is gewijzigd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht dat verweerder zich in de klachtafhandeling als onafhankelijk en onpartijdig heeft gepresenteerd terwijl hij bemoeienis heeft gehad met de opstelling en aanpassing van de rapportage gegrond verklaard. Het tweede klachtonderdeel is ongegrond verklaard. Aan verweerder is de maatregel van waarschuwing opgelegd. In dit beroep is alleen de ongegrondverklaring van het tweede klachtonderdeel aan de orde. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt de ten aanzien van dit klachtonderdeel gegeven beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:163 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.381
- Datum publicatie: 06-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:163
Klacht tegen keuringsarts van Bureau Rijbewijs Keuringen (BRK). Klager heeft in het kader van een vorderingsprocedure ex artikel 130-134a van de Wegenverkeerswet 1994 van het Centraal Bureau Rijvaardigheid, in opdracht van het BRK een rijbewijskeuring ondergaan. Verweerder heeft onder supervisie van de keurend psychiater de anamnese afgenomen aan de hand van gestandaardiseerde vragenlijsten en heeft lichamelijk onderzoek verricht. Verweerder heeft daarna kort psychiatrisch onderzoek verricht. Verweerder is na het opstellen van het conceptrapport niet meer betrokken geweest bij de rapportage van de keuring. Klager verwijt verweerder, keuringsarts, dat hij: 1. klager volledig zelfstandig onderzocht terwijl hij geen psychiater is en het onderzoek onzorgvuldig heeft uitgevoerd; 2. op onzorgvuldige wijze in het rapport heeft weergegeven wat klager heeft verklaard; 3. op onzorgvuldige wijze het rapport meerdere malen heeft aangepast; 4. geen contact met klager heeft opgenomen ondanks zijn verzoeken; 5. niet heeft gereageerd op vragen van klager en hem niet heeft gewaarschuwd voor de aanpassingen van het rapport door anderen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt deze uitspraak.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.386
- Datum publicatie: 06-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:164
Klacht tegen psychiater. Klager heeft in het kader van een vorderingsprocedure ex artikel 130-134a van de Wegenverkeerswet 1994 van het Centraal Bureau Rijvaardigheid, in opdracht van het Bureau Rijbewijs Keuringen (BRK) een rijbewijskeuring ondergaan. Verweerder is bij BRK onder andere opleider en leidinggevende van de psychiaters en andere artsen die de keuringen uitvoeren. De keurende psychiater heeft aan verweerder de vraag gesteld of de eerdere vorderingsprocedure voldoende was om de DSM-diagnose alcoholmisbruik te stellen, of dat daartoe eerst bij het CBR het aantal aanhoudingen in het verleden dienden te worden achterhaald. Verweerder heeft in het kader van deze vraag het dossier met betrekking tot klager ingezien en onder meer de vraag van de keurende psychiater beantwoord. Vervolgens heeft verweerder een door klager ingediende klacht over de rapportage afgehandeld. Klager verwijt verweerder: 1. zijn klacht als klachtenbehandelaar in behandeling te hebben genomen terwijl verweerder inhoudelijk betrokken is geweest bij de opstelling van het gewraakte rapport. Hierdoor is geen sprake meer van een onpartijdig, onafhankelijk en zorgvuldig handelen van verweerder. 2. dat verweerder nadien nogmaals inhoudelijk overleg heeft gehad met de keurend psychiater, waarna de inhoud van het rapport weer is gewijzigd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht dat verweerder zich in de klachtafhandeling als onafhankelijk en onpartijdig heeft gepresenteerd terwijl hij bemoeienis heeft gehad met de opstelling en aanpassing van de rapportage gegrond verklaard. Het tweede klachtonderdeel is ongegrond verklaard. Aan verweerder is de maatregel van waarschuwing opgelegd. In dit beroep is alleen de ongegrondverklaring van het eerste klachtonderdeel aan de orde. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt de ten aanzien van dit klachtonderdeel gegeven beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:165 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.394
- Datum publicatie: 06-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:165
Klacht tegen arts werkzaam als medisch adviseur bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Verweerder is betrokken geweest bij de beoordeling van een keuringsrapport van de psychiater in het kader van een vorderingsprocedure van het rijbewijs van klager. Bij besluit van maart 2016 is het rijbewijs van klager door het CBR ongeldig verklaard. Klager was al tweemaal eerder in een dergelijke vorderingsprocedure betrokken. Klager verwijt verweerder dat hij in de vorderingsprocedure onzorgvuldig heeft gehandeld, door het rapport van de psychiater van oktober 2015 te volgen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt deze uitspraak.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.088
- Datum publicatie: 06-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:159
Klacht tegen verzekeringsarts werkzaam als zelfstandig medisch adviseur in BMA-zaak. Klaagster heeft een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking medische behandeling aangevraagd. Klaagster heeft psychiatrische klachten (PTSS), een depressieve stoornis van matige ernst en heeft tenminste twee suïcide pogingen gedaan. Zij wordt ondersteund door haar vroegere buurman en een kerkgenote. Verweerder heeft aan het BMA advies uitgebracht. Klaagster verwijt verweerder dat hij 1) ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen sprake is van mantelzorg in de zin van de Vreemdelingencirculaire en 2) dat hij zich ten onrechte niet heeft uitgelaten over de relatie verhoogd suïciderisico en het ontbreken van een veilige behandelomgeving in het land van herkomst. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen op grond van de overweging dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat geen sprake is van mantelzorg in de zin van de Vreemdelingencirculaire 2000 en dat hij zich kon beperken tot de aan hem voorgelegde vraag of het uitblijven van behandeling zal leiden tot een medische noodsituatie op korte termijn. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2018:10 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-76 en 17-77
- Datum publicatie: 06-06-2018
- Datum uitspraak: 23-05-2018
- ECLI:NL:TNORDHA:2018:10
De klacht bestaat uit de volgende drie klachtonderdelen: 1. schending van de onderzoeksplicht (artikel 17 Wna) naar de prijs van het verkochte en naar de wilsbekwaamheid van [U] en het mogelijk bestaan van feitelijk overwicht. De volgende signalen hadden voor de notaris en de kandidaat-notaris redenen moeten zijn om onderzoek te verrichten naar de wilsbekwaamheid van verkoper [U] en het mogelijk bestaan van feitelijk overwicht: - de korte tijd tussen het sluiten van de koopovereenkomst en de levering bij het woonhuis; - de verkoper heeft geen eigen e-mail en daardoor is geen rechtstreekse schriftelijke communicatie met hem mogelijk, alles verloopt via het e-mailadres van een derde persoon; - de betrokkenheid van de onbekende derde persoon, te weten dat hij bij de bespreking op 31 oktober 2012 aanwezig is waarin alles wordt besproken met de kandidaat-notaris en de volmachten worden ondertekend, de stukken voor de verkoper naar de onbekende derde worden gestuurd en de onbekende derde, dezelfde persoon is die genoemd wordt in artikel 25 van de koopovereenkomst als begunstigde van de betaling van € 10.000,- door de verkoper; - het in een persoonlijke bespreking met de verkoper hem op zijn gemak moeten stellen en rustig alles in jip-en-janneketaal met hem moeten doornemen; - de lage koopsom voor het woonhuis en de zeer lage koopsom voor de percelen weiland; - de bevoordeling van de kopers; en verder dat: - de verkoper zelf asbest zal verwijderen uit de woning en dat alle kosten die daarmee gemoeid zijn voor zijn rekening komen; - de verkoper onder onbekende voorwaarden in de woning mag blijven wonen; - de verkoper de percelen weiland verkoopt en vervolgens terughuurt met onbekende redenen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:160 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.329
- Datum publicatie: 06-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:160
Klacht tegen psychiater. In eerste aanleg heeft klaagster verweerder het verwijt gemaakt dat hij zich tegen haar zin op grensoverschrijdende wijze jegens haar heeft gedragen door seksuele en seksueel getinte contacten met haar te hebben gedurende een periode van enkele maanden, terwijl sprake was van een behandelrelatie tussen verweerder en klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard, aan verweerder de maatregel van voorwaardelijke schorsing voor de duur van drie maanden opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. De Inspectie heeft op grond van artikel 73 lid 1 onder c van de Wet BIG beroep ingesteld tegen de voorwaardelijkheid van de maatregel. In incidenteel beroep heeft verweerder geconcludeerd tot ongegrondverklaring van de klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het incidenteel beroep, vernietigt in het principaal beroep de beslissing in eerste aanleg voor wat betreft de maatregel, legt aan verweerder op de maatregel van onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van vier maanden en gelast publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:79 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-129/DB/LI/D
- Datum publicatie: 06-06-2018
- Datum uitspraak: 28-05-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:79
Aan een advocaat in diens hoedanigheid van procespartij komt de vrijheid toe de aanpak van zijn zaak te bepalen. Een uitvoerbaar bij voorraad verklaring van een veroordelend vonnis betekent dat het vonnis ten uitvoer kan worden gelegd, ook indien door de veroordeelde procespartij een rechtsmiddel tegen dat vonnis is aangewend.. Het stond een advocaat vrij om nog niet over te gaan tot voldoening aan een niet onherroepelijk vonnis. Het lag op de weg van de wederpartij van de advocaat om al dan niet over te gaan tot het nemen van executiemaatregelen. Dekenbezwaar ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-285
- Datum publicatie: 05-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:82
Ongegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. De specialist heeft, anders dan klager meent, geen diagnose gesteld maar een beoordeling gedaan over de indicatie over aan klager te verlenen revalidatiezorg (triage). Geen aanleiding om de gestelde indicatie te herzien of om klager eerst zelf te zien of te spreken. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-008
- Datum publicatie: 05-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:83
Ongegronde klacht tegen een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige. De verpleegkundige is niet betrokken geweest bij de besluitvorming rond het aanvragen van het bevel uithuisplaatsing. Het bespreken van een eventuele vrijwillige tijdelijke uithuisplaatsing acht het College niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Of er druk op klaagster is uitgeoefend kan niet worden vastgesteld nu de lezingen van partijen uiteenlopen. De verpleegkundige was geen behandelaar van het gezin of van de dochter van klaagster. Het was niet haar taak om een behandelplan op te stellen, maar die van de gezinscoach. Zij is met name als begeleidster van de gezinscoach opgetreden. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/168
- Datum publicatie: 05-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:57
Een comité dient een klacht in tegen twee artsen. Het comité verwijt de artsen dat zij het wetgevingsproces omtrent de Wet op de Orgaandonatie op onaanvaardbare wijze hebben beïnvloed. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-229
- Datum publicatie: 05-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:84
Ongegronde klacht tegen een psychiater. Niet gebleken dat de psychiater klaagster door de verschafte informatie aan de Raad voor de Kinderbescherming in diskrediet heeft gebracht. Ook niet vast komen te staan welke afspraken de psychiater niet zou zijn nagekomen. Over de nazorg lopen de lezingen van partijen uiteen, ongegrond. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/169
- Datum publicatie: 05-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:58
Een comité dient een klacht in tegen twee artsen. Het comité verwijt de artsen dat zij het wetgevingsproces omtrent de Wet op de Orgaandonatie op onvaardbare wijze hebben beïnvloed.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-215a
- Datum publicatie: 05-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:85
Ongegronde klacht tegen een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige. Het College kan niet vaststellen dat de verpleegkundige haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden en dus evenmin dat zij verantwoordelijk zou zijn voor de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de dochter van klaagster. Op diverse plaatsen in het dossier is de toestemming van klaagster te vinden, vast staat ook dat zij met instemming van klaagster contact heeft gehad met betrokken instanties. Verder niet geconcretiseerd wanneer toestemming ontbrak. Wel vastgesteld dat de verpleegkundige niet alle vakjes voor toestemming in het EPD aanvinkte. Dit alleen niet voldoende om tot een tuchtrechtelijk verwijt te concluderen. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-215b
- Datum publicatie: 05-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:86
Ongegronde klacht tegen een arts verstandelijk gehandicapten. Het College kan niet vaststellen dat de arts zijn medisch beroepsgeheim heeft geschonden en dus evenmin dat hij verantwoordelijk zou zijn voor de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de dochter van klaagster. Ten aanzien van de verstuurde toeleidingsbrief naar de organisatie van ambulante gezinsondersteuning, waarvan klaagster zegt dat dat zonder haar toestemming is gebeurd, ziet het College geen aanwijzing dat de arts hierbij betrokken is geweest. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:122 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-335
- Datum publicatie: 04-06-2018
- Datum uitspraak: 30-05-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:122
Voorzittersbeslissing. Niet is komen vast te staan dat verweerster ter zitting heeft gelogen door te zeggen dat partijen overeenstemming hadden bereikt over een gezamenlijk te benoemen deskundige in een echtscheidingsprocedure. Uit het bericht van de advocaat van klaagster mocht verweerster afleiden dat er overeenstemming was.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:37 Accountantskamer Zwolle 17/1143 Wtra AK
- Datum publicatie: 04-06-2018
- Datum uitspraak: 04-06-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:37
Door onvoldoende acht te slaan op de bedreigingen voor het zich houden aan de fundamentele beginselen in het kader van de onderhandelingen tussen zijn cliënten over de overname van de aandelen en de verslechterende verhoudingen tussen zijn cliënten, deze bedreigingen niet vast te leggen en geen afdoende maatregelen te treffen, maar daarentegen bij die onderhandelingen hoofdzakelijk de belangen van één cliënt te behartigen en op verzoek van diezelfde cliënt eenzijdig een verklaring op te stellen, wetende dat die in een civiele procedure tegen de andere cliënt (klaagster) zou worden gebruikt, heeft betrokkene niet alleen in strijd met de artikelen 21 en 22 van de VGBA, en daarmee met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid (artikel 13, tweede lid VGBA) gehandeld, maar ook in strijd met het fundamentele beginsel van objectiviteit. Maatregel: berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:117 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-182/DH/DH
- Datum publicatie: 04-06-2018
- Datum uitspraak: 04-06-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:117
Schrapping naar aanleiding van gegrond dekenbezwaar. In een door verweerder gehuurde loods zijn zaken aangetroffen die werden herkend als grondstoffen/chemicaliën voor het fabriceren van synthetische drugs. In het onderzoeksmateriaal zijn volgens het NFI onder meer amfetamine en een grondstof daarvan aangetroffen. Verweerder wist dat de heer X, zijn (voormalige) cliënt, voor een andere kwestie strafrechtelijk is veroordeeld. Desondanks heeft verweerder ervoor gekozen om een huurovereenkomst te ondertekenen waarbij de heer X als tussenpersoon fungeerde. Vaststaat dat verweerder het huurcontract voor de loods heeft ondertekend terwijl hij niet alle verhuurders had ontmoet, terwijl hij niet wist wie de eigenaar van de loods was en terwijl hij de loods nooit had gezien en bovendien niet over een sleutel van die loods beschikte. De deken heeft verweerder hierover diverse vragen gesteld. Een plausibel antwoord van verweerder is echter uitgebleven. Verweerder heeft ervoor gekozen om niet ter zitting van de raad te verschijnen, zodat hij ook op die zitting geen opheldering heeft kunnen geven. Verweerder heeft minst genomen de schijn gewekt dat hij is opgetreden als facilitator van criminele activiteiten.
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:230 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-788
- Datum publicatie: 04-06-2018
- Datum uitspraak: 18-12-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:230
Voorzittersbeslissing: de voorzitter oordeelt klager niet-ontvankelijk in de klacht ex artikel 46 g lid 1 sub a Advocatenwet wegens termijnoverschrijding van indiening van de klacht. Van verschoonbare termijnoverschrijding niet gebleken.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:4 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/85
- Datum publicatie: 04-06-2018
- Datum uitspraak: 26-03-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:4
Klacht over wijze waarop notaris uitvoering heeft gegeven aan zijn taak als bewindvoerder t.a.v. beheersregeling over woning als bedoeld in 3:168 lid 2 BW. Ongegrond
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 415
- Pagina: 416
- Pagina: 417
- ...
- Pagina: 950
- Volgende pagina zoekresultaten