Zoekresultaten 20751-20800 van de 48172 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:184 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-459/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. De zesde klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een slepend familiegeschil gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:197 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-267/DH/DH

    Verweerder heeft onvoldoende voortvarend opgetreden voor klager. Hij heeft klager onvoldoende geïnformeerd over de proceskansen en-risico’s. berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 135/2018

    Klacht tegen physician assistant over niet-reageren op uitslagen met verhoogde CRP-waarde. Klaagster niet-ontvankelijk omdat tijdens toepassing experimenteerartikel 36a Wet BIG slecht kan worden geklaagd over voorbehouden handelingen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:203 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-942/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:197 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-253

    Voorzittersbeslissing: klacht van klaagster tegen advocaat wederpartij kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster heeft gesteld dat verweerder ten onrechte een toevoeging voor zijn cliënt heeft aangevraagd en gekregen nu het een zakelijk geschil betrof. Klaagster heeft geen eigen belang bij de klacht nu het belang om in aanmerking te komen voor door de overheid gefinancierde rechtshulp bij de aanvrager ligt, in dit geval de cliënt van verweerder.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:203 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-333

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft erkend dat hij in strijd met de Gedragsregels rechtstreeks contact heeft opgenomen met de wederpartij (particulier) nu deze werd bijgestaan door een advocaat. Daarmee staat het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen vast. Dat verweerder de wederpartij binnen enkele uren zo’n 80 keer heeft gebeld en ruim 20 keer diens voicemail heeft ingesproken met zeer ongepaste bewoordingen acht de raad bijzonder ernstig, advocaatonwaardig en onacceptabel. Voorwaardelijke schorsing van 8 weken samen met een geldboete van € 2.500,-.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:191 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-339/DH/RO

    Klacht van collega-advocaat gegrond. Ondanks vele verzoeken en sommaties weigert verweerder om tot afrekening in de overgenomen zaken over te gaan. Dit is onder meer in strijd met de kernwaarde integriteit, die ook de financiële integriteit omvat. Mede in aanmerking genomen het tuchtrechtelijk verleden van verweerder, het feit dat verweerder niet heeft gereageerd op verzoeken van de deken om op de klacht te reageren en het feit dat hij zonder berichtgeving niet ter zitting is verschenen, acht de raad de maatregel van onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van 26 weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:185 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-361/DH/RO-c

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn; klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:198 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-723/DH/RO

    Verzet gegrond, klacht in alle onderdelen gegrond, berisping. Verweerster heeft het overschot van een door klagers betaald voorschot meer dan een jaar onder zich gehouden. Verweerster heeft onvoldoende met klagers gecommuniceerd over aangevraagde toevoegingen, eigen bijdragen en over de proceskansen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 017/2018

    Klacht is gericht tegen de huisarts die het callverslag van de triagiste op de huisartsenpost heeft gefiatteerd. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:198 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-856 17-857

    Verzetzaak. Verzet ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:204 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-980

    Klaagster heeft een werkneemster op staande voet ontslagen. Verweerster heeft namens de werkneemster een vordering tot vernietiging van het ontslag c.a. ingediend. Bij het daartoe strekkende verzoekschrift heeft verweerster nadere stukken overgelegd waaronder WhatsApp-berichten tussen de werkneemster en andere werknemers van klaagster. Voorts heeft verweerster aan klaagster geschreven dat zij voornemens was om namens de werkneemster hoger beroep in te stellen tegen het afwijzende vonnis op de vordering tot vernietiging. Ook heeft zij meegedeeld in dat bericht een loonvordering van € 20.000 te zullen indienen. De raad acht het overleggen van de WhatsApp-berichten noch het bericht over het voornemen hoger beroep in te stellen en de loonvordering, in strijd met de grote mate van vrijheid die verweerster toekomt om de belangen van een cliënt te behartigen op een wijze die passend voorkomt. De klachten zijn daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:126 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-882/DB/LI

    Geheimhoudingsplicht geschonden terwijl daarvoor geen goede rechtvaardiging bestond. Gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/173

    Klager verwijt verweerder het schenden van zijn zorgplicht. Klager heeft tijdens het spreekuur met verweerder de aanwezigheid van de co-assistent geweigerd, waarop verweerder het onderzoek niet door heeft laten gaan. Ongegrond

  • Betreft een wrakingsverzoek. Op grond van artikel 3 lid 3 van het Wrakingsprotocol kamers voor het notariaat wijst de wrakingskamer het verzoek tot wraking af als zijnde kennelijk ongegrond. Voorts bepaalt de wrakingskamer dat een volgend wrakingsverzoek ten aanzien van de betrokken plaatsvervangend voorzitter respectievelijk van de betrokken (plaatsvervangend) leden van de kamer voor het notariaat niet in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:178 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180030D

    Dekenbezwaar. Vier advocaten van een advocatenkantoor hebben een ontoelaatbare constructie gebruikt om gedupeerden van de gaswinning in Groningen bij te staan in hun strijd tegen de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). De vier richtten een claimstichting op en/of maakten als advocaat gebruik van die stichting. Zij hebben daarbij volgens het hof in strijd met de kernwaarden gehandeld die voor de advocatuur gelden.Berisping. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:125 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-366/DB/LI 18-367/DB/LI 18-368/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerder bewust een vervalste grootboekkaart heeft ingediend bij de faillissementsaanvraag, onjuiste vorderingen heeft ingediend, de advocaten van klaagster heeft bedreigd en/of steekpenningen heeft aangenomen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:192 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-544

    Verzet tegen voorzittersbeslissing. Tijdens de eerste verzetzitting heeft klager de voorzitter en een lid van de raad gewraakt. Nadat de wrakingskamer het wrakingsverzoek heeft afgewezen is het verzet opnieuw op zitting gepland. Tijdens de tweede verzetzitting heeft klager dezelfde voorzitter van de raad opnieuw gewraakt. Dit (tweede) wrakingsverzoek is niet in behandeling genomen op grond van artikel 2 van het wrakingsprotocol. Het verzet is ongegrond. Van schending van wettelijke en/of verdragsbepalingen (waaronder artikel 6 EVRM) bij de besluitvorming door de voorzitter en het uitspreken van die beslissing is de raad niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:236 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-544

    Voorzittersbeslissing: verweerder heeft als opvolgend advocaat alleen onder voorwaarden willen optreden voor klager in zijn langlopende arbeidsgeschil en heeft zich na verloop van tijd alsnog onttrokken. Klager is naar het oordeel van de voorzitter kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht op grond van de ne bis in idem regel ex artikel 46b Advocatenwet. Het had naar het oordeel van de voorzitter op de weg van klager gelegen om eventuele andersluidende dan wel anders getinte bezwaren tegen de aanpak van en behandeling door verweerder van diens arbeidszaak eerder, en bij voorkeur bij gelegenheid van de eerdere klachten, naar voren te brengen. Van een advocaat als verweerder kan niet worden verwacht dat hij zich steeds opnieuw moet verantwoorden voor in feite dezelfde kwestie. Mogelijk dan misbruik van klachtrecht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:193 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-331

    Dekenklacht (alleen) jegens verweerder naar aanleiding van bevindingen met betrekking tot gebruik door zijn kantoor van de derdengeldenrekening na een kantoorbezoek. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad in strijd met artikel 6.27 leden 1 en 2 Voda gehandeld door 10 contante uitbetalingen aan cliënten te doen, zonder dat daarvoor een rechtvaardiging bestond. Daarnaast heeft hij in strijd gehandeld met artikel 6.27 lid 3 Voda door 3 contante uitbetalingen boven € 5.000,- te doen zonder voorafgaand overleg met de deken, terwijl hij daarnaast in strijd met gedragsregel 37 het dekenonderzoek heeft gefrustreerd door daarover in strijd met de waarheid te verklaren. Tot slot wordt verweerder als bestuurder van de stichting derdengelden tuchtrechtelijk verweten dat hij in strijd met artikel 6.23 Voda in totaal 28 betalingen niet rechtstreeks naar de belanghebbenden heeft overgemaakt. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:128 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-282/DB/LI

    Voorzitter heeft buiten zitting kunnen oordelen dat niet is gebleken dat verweerster in de processtukken die zij heeft ingediend bij het Regionaal Medisch Tuchtcollege onwaarheden heeft vermeld, noch dat zij zich onnodig grievend heeft uitgelaten. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:124 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-176/DB/LI

    Voorzitter heeft buiten zitting kunnen oordelen dat het vertrouwen in de advocatuur niet is geschaad door te weigeren juridische bijstand aan klaagster te verlenen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:175 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180098

    Het hof bepaalt de ingangsdatum van de schorsing die door de raad aan verweerder is opgelegd, nu verweerder zijn hoger beroep tegen de beslissing van de raad heeft ingetrokken (artikel 56 lid 5 Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/334614 / KL RK 18-30

    Vaststaat dat de boekhouder van het notariskantoor voor een ander doel de gegevens van klager - als oud-werknemer - heeft opgevraagd, namelijk om het adres te verifiëren waarnaar de jaaropgave moest worden gezonden. De kamer is van oordeel dat daarmee onbevoegd inzage is gedaan in het BRP-register en dat dit is gebeurd onder de verantwoordelijkheid van de notaris. De klacht zal dan ook gegrond worden verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:176 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180099

    Het hof bepaalt de ingangsdatum van de schorsing die door de raad aan verweerder is opgelegd, nu verweerder zijn hoger beroep tegen de beslissing van de raad heeft ingetrokken (artikel 56 lid 5 Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:27 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/334725/KL RK 18-34

    De kamer is van oordeel dat het willens en wetens gebruiken van onjuiste informatie een nieuw element is in het verwijt dat klager de notaris maakt, waarop door de kamer in haar beslissing van 20 juli 2017 dan ook niet is beslist. Om die reden had de voorzitter niet kunnen volstaan dit klachtonderdeel kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren , maar had hij het inhoudelijk moeten beoordelen. De kamer heeft dit klachtonderdeel inhoudelijk beoordeeld en is van oordeel dat het kennelijk ongegrond is, omdat klager onvoldoende heeft aangevoerd om te kunnen vaststellen dat de notaris willens en wetens onjuiste informatie in de successieaangifte heeft opgenomen. Dit oordeel heeft als gevolg dat het verzet op grond van artikel 99 lid 18 Wet op het notarisambt (Wna) ongegrond zal worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:122 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-256/DB/LI 18-257/DB/LI

    Klagers sub 2 en 3 niet-ontvankelijk vanwege ontbreken eigen belang. Klacht tegen de vennootschap niet-ontvankelijk omdat gedrag waarover wordt geklaagd niet aan alle vennoten kan worden toegerekend. Klacht voor zover ingediend door klaagster sub 1 niet-ontvankelijk wegens verstrijken termijn art. 46g Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:191 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180114

    Klaagster verwijt verweerder dat hij in een procedure die is aangevangen bij dagvaarding van september 2011 bewust onjuiste stellingen heeft ingenomen. Het hof is, net als de raad, van oordeel dat de klacht pas op 6 maart 2017 is ingediend en dus te laat (art. 46g lid 2 Aw). Klaagster heeft verweerder in 2015 dezelfde verwijten gemaakt als waarover zij zich later bij de deken heeft beklaagd. Klaagster maakt niet inzichtelijk dat en waarom het tot 2015 heeft moeten duren voordat het haar duidelijk is geworden, althans redelijkerwijs duidelijk had kunnen en moeten zijn, dat sprake was van bekendheid bij verweerder van de onjuistheid van de door hem ingenomen stellingen. Aldus is niet komen vast te staan dat klaagster eerst drie jaar voor het indienen van de klacht (maart 2014) van de verweerder verweten gedragingen op de hoogte is geraakt. Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:123 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-435/DB/LI

    Niet gebleken dat is afgesproken dat verweerder maximaal 4 tot 15 uur bij klager in rekening zou brengen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:173 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180110

    Beklag tegen weigering van het verzoek van klager tot inschrijving als advocaat (artikel 5 lid 2 Aw). De door de raad van de orde aan zijn beslissing ten grondslag gelegde omstandigheden zijn niet toereikend om te kunnen concluderen dat op dit moment of voor de toekomst een gegronde vrees bestaat dat klager, die in 2011 door het gerechtshof Amsterdam uit het ambt van notaris is ontzet, zich niet zal houden aan de voor de advocaat geldende regels. De fouten hebben zich in een korte tijdspanne en al meer dan 10 jaar geleden voorgedaan, klager heeft daarvoor 18 jaar als (kandiaat-)notaris gewerkt zonder tuchtrechtelijk verleden en klager werkt zonder probleem al meer dan twee jaar als juridisch medewerker op een advocatenkantoor. Dit maakt dat het niet waarschijnlijk is dat klager opnieuw een ernstige misstap zal begaan. Bovendien zijn er voldoende overtuigende waarborgen rond klager en heeft de deken de mogelijkheid om toezicht uit te oefenen. Beklag gegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:174 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180095

    Het hof bepaalt de aanvangsdatum van de schorsing, nu verweerder zijn beroep heeft ingetrokken en de raad de tenuitvoerlegging heeft gelast van een aan verweerder opgelegde schorsing (artikel 56 lid 5 Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:119 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-202/DB/RO

    Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door vordering in de concept dagvaarding naar beneden bij te stellen nu de redenen daarvoor schriftelijk door verweerder zijn toegelicht. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door werkzaamheden zonder voorafgaand gesprek met klaagster te staken. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:173 Raad van Discipline Amsterdam 18-526/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat verweerder klager niet deugdelijk heeft bijgestaan.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:186 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-921

    Klacht tegen eigen advocaat over o.a. de communicatie, kwaliteit dienstverlening, hoogte declaratie. Advocaten hebben namens klager uiteindelijk met diens wederpartij geschikt op € 9.000,- bij een oorspronkelijke vordering van € 57.000,-. De advocaten hebben aan klager ruim €9000 gedeclareerd. Klager is door verweerder steeds op de hoogte gehouden en heeft ingestemd met elke stap. Declaratie niet excessief. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:174 Raad van Discipline Amsterdam 18-527/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:187 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-446

    Voorzittersbeslissing: klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Het valt verweerder niet tuchtrechtelijk te verwijten dat hij heeft geweigerd een procedure jegens de verhuurder aanhangig te maken. Verweerder heeft als advocaat een eigen verantwoordelijkheid en hij kan niet worden verplicht een procedure aanhangig te maken indien hij daarvoor nog geen, althans onvoldoende gronden aanwezig acht.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:120 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-323/DB/LI

    Verweerder heeft uitvoering gegeven aan de opdracht. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:181 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1016

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 327/2017

    Klacht tegen arts kennelijk ongegrond. Verweerster heeft klaagster begeleid in de verzuimbegeleiding. Verweerster heeft op basis van eigen onderzoek tot ander inzicht dat eerdere arts kunnen komen. Beoordeling dat terugkeer naar bedongen arbeid niet meer mogelijk was kan tuchtrechtelijke toets doorstaan.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:175 Raad van Discipline Amsterdam 18-582/A/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster heeft voldoende tijdig de in Gedragsregel 29 (oud) bedoelde duidelijkheid aan (de advocaat van) klager verschaft.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:188 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-460

    Voorzittersbeslissing: klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Niet gebleken van enige vorm van misleiding van de deken of de rechter of anderszins onbetamelijk handelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/170

    Klaagster verwijt de psychiater dat hij zich grensoverschrijdend (seksueel) over klaagster heeft uitgelaten en een onjuiste verklaring/rapport heeft opgesteld. Tevens verwijt zij de psychiater dat hij geen inzage- of correctierecht heeft toegekend. Daarnaast verwijt zij de psychiater dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de behandeling, dat hij haar maar twee keer heeft gezien en dat hij haar ten onrechte niet heeft doorverwezen naar een andere behandelaar. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:121 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-407/DB/ZWB/H

    Verzoek tot herziening van verzoeker als klagende partij kan niet in behandeling worden genomen. Kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:182 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-060

    De klacht betreft het optreden van verweerder als deken bij de instructie van een klacht en bij de behandeling van een daarmee samenhangende ambtshalve klacht tegen klager bij de raad Den Bosch. Klager verwijt de deken dat hij zich niet onpartijdig boven de partijen heeft gesteld maar is gaan meeprocederen met klagers. De raad overweegt naar aanleiding van de diverse klachtonderdelen als volgt. De deken heeft het commentaar van klager beoordeeld en deze beoordeling heeft geen wijziging in zijn dekenstandpunt gebracht. Het commentaar heeft de deken bij het klachtdossier gevoegd. Daarmee kon hij volstaan. De deken heeft het begrip onbetrouwbaar gebruikt om het gedrag van klager te duiden en daarmee de onverbeterlijkheid van het gedrag van klager willen benadrukken. Het behoorde tot de taak van de deken zijn dekenbezwaar zo helder en volledig mogelijk voor het voetlicht te brengen. Niet is komen vast te staan dat de deken daarmee de grenzen van het toelaatbare heeft overschreden. De deken heeft op basis van zijn toetsingskader een afweging mogen en moeten maken en is tot slotsom gekomen dat een bepaalde klacht die na het dekenbezwaar is ingediend bij de ambtshalve klacht moest worden meegenomen. Dit behoort tot de taak van de deken en daarbij heeft de deken gehandeld binnen de marges van de aan hem verleende vrijheid. De raad ziet niet in dat het voor een deken niet passend is om de woorden “herhaald en ingelast/tot de zijne maken” te gebruiken omdat hij zich daardoor (aldus de klacht) aan de zijde van één van de partijen in de klachtzaak zou scharen. Het overnemen van dergelijke woorden maakt iemand nog niet tot instrument van de persoon waarvan hij de woorden overneemt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 318/2017

    klacht tegen bedrijfsarts kennelijk ongegrond. Correcte verzuimbegeleiding. Zorgvuldige adviezen. Invullen van formulier, een wettelijke plicht, en aan klaagster verstrekken is geen schending geheimhoudingsplicht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:176 Raad van Discipline Amsterdam 18-523/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerder excessief heeft gedeclareerd. Gedragsregel 19 (Gedragsregels 1992) dient in beginsel te worden nageleefd, doch in uitzonderlijke gevallen is afwijking mogelijk. In dit geval acht de voorzitter het feit dat verweerder klager niet eerst van zijn voornemen om tot dagvaarding over te gaan in kennis heeft gesteld niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Gelet op het feit dat tussen klager en verweerder was afgesproken een bedrag van € 12.500 onder de deken te storten, was evident dat klager niet vrijwillig zou overgaan tot betaling van de vordering van verweerder. Daarbij dient na deponering van een bedrag onder de deken zo spoedig mogelijk te worden vastgesteld wie de rechthebbende van dat bedrag is. In dat licht kon in redelijkheid niet van verweerder verwacht worden dat hij een kennisgeving deed en een termijn voor beraad gaf alvorens een dagvaarding uit te brengen aan klager. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder met informatie, die via derde bij verweerder terecht is gekomen, beslag heeft gelegd ten laste van klager. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:189 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-486

    Voorzittersbeslissing: klacht voor zover ingediend namens klaagster kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een machtiging. Klacht voor zover ingediend door klager kennelijk ongegrond. Verweerder is niet tekortgeschoten in de door hem aan klager verleende dienstverlening. Verweerder was voorts gehouden de opdracht te beëindigen vanwege een vertrouwensbreuk. Dat klager daarvan processuele schade heeft ondervonden, is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:183 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-904

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Een advocaat geniet een ruime mate van vrijheid om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze als hem in overleg met zijn cliënt goeddunkt. Deze vrijheid is niet absoluut, maar kan onder meer beperkt worden doordat a) de advocaat zich niet onnodig grievend mag uitlaten over de wederpartij, b) de advocaat geen feiten mag poneren waarvan hij de onwaarheid kent of redelijkerwijs kan kennen, c) de advocaat bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de belangen van de wederpartij niet onnodig of onevenredig mag schaden zonder redelijk doel. Daarbij geldt voorts dat de advocaat de belangen van zijn cliënt dient te behartigen aan de hand van het feitenmateriaal dat zijn cliënt hem verschaft en dat hij in het algemeen mag afgaan op de juistheid daarvan en slechts in uitzonderingsgevallen gehouden is de juistheid daarvan te verifiëren. De advocaat behoeft voorts in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat hij voor zijn cliënt wil bereiken met de middelen waarvan hij zich bedient opweegt tegen het nadeel dat hij daarmee aan de wederpartij toebrengt. Wel moet de advocaat zich onthouden van middelen die op zichzelf beschouwd ongeoorloofd zijn of die, zonder dat zij tot enig noemenswaardig voordeel van zijn cliënt strekken, onevenredig nadeel aan de wederpartij toebrengen. Daarvan is de raad niet gebleken. Wel is de raad opgevallen dat verweerster op enig moment zodanig veel verhinderdata heeft opgegeven dat er in feite geen behandelingsdatum te bepalen viel. Bij het opgeven van verhinderdata dient in het kader van een goede rechtspleging uitgangspunt te zijn dat deze beperkt blijven tot die data waarin het om objectiveerbare redenen niet mogelijk is om ter zitting te verschijnen zodat er voldoende tijd overblijft om een zitting te plannen. Verweerster heeft ter onderbouwing van de vele data die door haar als zijnde verhinderd waren opgegeven naar voren gebracht dat dit op uitdrukkelijk verzoek van haar cliënte is gebeurd en dat dit haar werkdagen waren waarvan zij in die periode geen vrij kon krijgen. En dat deze handelwijze niet is ingegeven door de wens om klager op kosten te jagen. De raad ziet hierin, tegen de achtergrond van de vele procedures tussen partijen, een voldoende verklaring voor de handelwijze van verweerster, terwijl van benadeling niet is gebleken nu de rechtbank met voorbijgaan aan de aangeleverde verhinderdata een zitting heeft bepaald. Daarmee sneuvelt dit klachtonderdeel van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:177 Raad van Discipline Amsterdam 18-525/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Hoewel er door verweerder scherpe bewoordingen zijn gebruikt, kunnen ze worden beschouwd als functioneel in het tussen partijen gevoerde debat. De grenzen van acceptabel professioneel gedrag zijn niet overschreden. Gelet op het verweer van verweerder kan voorts niet worden vastgesteld dat verweerder opdracht heeft gegeven voor het weghalen van zaken bij een aan klager sub 1 gelieerde onderneming. Vaststaat wel dat verweerder heeft aangekondigd dat zijn cliënte de goederen de volgende dag zou komen ophalen. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder daarmee niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:190 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-313

    Voorzittersbeslissing: klacht over advocaat wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond, onder meer omdat een aantal klachtonderdelen civielrechtelijke kwesties betreffen waarover in dit klachtgeding geen oordeel kan worden geveld.