Zoekresultaten 20301-20350 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/83

    Klacht tegen huisarts. Verweerster had klager eerst naar ziekenhuis A verwezen voor een ingreep en daarna – omdat de ingreep toch niet in ziekenhuis A kon worden verricht – naar ziekenhuis B. Van dit laatste had zij klager abusievelijk niet op de hoogte gesteld. Klager kreeg een tweede oproep (van ziekenhuis B) zonder dat hij wist dat de eerdere oproep (van ziekenhuis A) was komen te vervallen. Dit verwijt hij verweerster. Het college begrijpt dat de vergissing van verweerster vervelend is geweest voor klager, maar wijst de klacht af als zijnde van onvoldoende gewicht voor een tuchtrechtelijk verwijt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:199 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180164B

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder had de kern van de uitkomst in vergelijkbare (niet openbare) arbitragevonnissen in de zaken van andere cliënten met klager moeten delen omdat verweerder er rekening mee diende te houden dat de wederpartij zich op deze vonnissen zou beroepen wegens inhoudelijke gelijkenissen van de zaak. Dat kon zonder daarbij de geheimhouding jegens die cliënten te schenden. Voorts heeft verweerder met de opmerking dat een procedure risicovol is, geen adequate inschatting over procesrisico’s en proceskansen aan klager gegeven. Dat klager (bedrijfs)jurist is doet niet ter zake, nu het inschatten van kansen en risico’s van procedures tot de expertise van een advocaat behoort. Klacht gegrond. Waarschuwing. Kostenveroordeling. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-141

    Deels niet-ontvankelijke klacht vanwege verjaring en deels ongegronde klacht tegen een neurochirurg. De neurochirurg had, gelet op de daaraan verbonden risico’s, goede redenen om niet eerder dan in 2016 tot een spondylodese op het niveau L5-S1 te besluiten. Er is geen grond voor het oordeel dat de neurochirurg onzorgvuldig zou hebben gehandeld. Anders dan klager heeft betoogd, reikte de verantwoordelijkheid van de neurochirurg niet zo ver, dat hij klager actief diende te blijven volgen, totdat hij zich ervan verzekerd had dat voor klager een stabiele en aanvaardbare situatie was ontstaan. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:238 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-547 18-548

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij in personen- en familierechtkwestie kennelijk ongegrond. Niet is komen vast te staan dat verweerster zich in brieven aan klager dreigend heeft uitgelaten of haar betalingsverzoek op onjuiste gegevens heeft gebaseerd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:239 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1053 17-1054 17-1055 17-1056

    Klaagster stelt dat het kantoor en drie advocaten daarvan zich schuldig hebben gemaakt aan belangenverstrengeling (gedragsregel 7 oud) door in geschillen van klaagster met een gemeente op te treden voor die gemeente en daarmee tegen klaagster als ex-cliënt van datzelfde kantoor. De raad toetst aan artikel 46 Aw in combinatie met het zesde lid van gedragsregel 7. De raad oordeelt dat klaagster vanaf haar bekendheid in 2011 met de belangenbehartiging van de gemeente door drie advocaten van haar voormalige kantoor in de geschetste omstandigheden door haar opstelling impliciet toestemming aan die verweerders heeft gegeven om voor de gemeente op te (blijven) treden in kwesties tegen klaagster, zodat verweerders reeds daarom geen tuchtrechtelijk verwijt treft. Daarnaast hebben de betreffende advocaten ieder voldaan aan de cumulatieve vereisten van het vijfde lid van gedragsregel 7 en is de raad van (schijn van) belangenconflict ook daaruit niet gebleken. De klacht tegen het bestuur van het advocatenkantoor is ontvankelijk, maar dat het kantoor niet beschikt over een conflict of interest systeem, zoals klaagster haar verwijt, is feitelijk niet komen vast te staan. Deze klacht wordt ongegrond geoordeeld, evenals de daarmee samenhangende klacht over schending van de geheimhoudingsplicht (gedragsregel 6 oud). Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verwijt dat verweerders hun eigen commerciële belang voorop zouden stellen (gedragsregel 5 oud).

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/255

    Klaagster dient een klacht in tegen de kinderarts van haar zoon. Klaagster verwijt de arts het delen van informatie zonder toestemming en het beëindigen van de zorgovereenkomst zonder gewichtige reden. Tevens verwijt zij de arts het doen van een Veilig Thuis-melding zonder haar op de hoogte te brengen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1849

    Klacht tegen gynaecoloog over verleende zorg tijdens tweede bevalling klaagster. Elf klachtonderdelen waarvan onderdeel E gedeeltelijk gegrond. Optreden ten aan zien van pijnstilling voor en tijdens de bevalling. Bij de beoordeling door het college speelt een rol dat de eerste bevalling van klaagster via keizersnede traumatisch is verlopen, het bepaalde in artikel 7:454 BW, informatie die voor goede hulpverlening noodzakelijk is, aanbeveling 33 van de Richtlijn Medicamenteuze pijnbestrijding tijdens de bevalling en aandachtspunt 5 van de Handreiking Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg. Ook al was het in 2014 kennelijk niet gebruikelijk om in dossier aantekening te houden van gesprek over pijnstilling tijdens bevalling, volgens vaste rechtspraak CTG heeft hoofdbehandelaar regiefunctie en dient zij er in dit bijzondere geval ook op toe te zien of informatie van collega over pijnstilling in dossier is opgenomen. In bijzondere omstandigheden proactieve houding vereist. Verweerster is tuchtrechtelijk aansprakelijk voor het ontbreken van verslaglegging. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/248

    Klagers (vader en moeder van een minderjarige dochter) dienen een klacht in tegen een vertrouwensarts van Veilig Thuis, onder andere inhoudende dat de vertrouwensarts onzorgvuldig en onprofessioneel heeft gehandeld door het stempel van PCF op de moeder te plakken zonder de medische achtergrond van de dochter van klagers in acht te nemen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1850

    Klacht tegen verloskundige over verleende zorg tijdens tweede bevalling klaagster. Eerste bevalling van klaagster via keizersnede is traumatisch verlopen. Klaagster verwijt verweerster dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld ten aanzien van informeren over pijnstilling, verkrijgen van informed consent voor EDA (Epidurale analgesie/ruggenprik), notities in het medisch dossier en het kunnen begrijpen van de gegeven informatie door klaagster. Verloskundige bevoegd en bekwaam tot voeren counseling gesprekken, uit dossier en besprokene ter zitting blijkt toestemming voor EDA. Als redelijk bekwaam en redelijk zorgvuldig verloskundige gehandeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 124/2018

    Inschrijving patiënt huisartsenpraktijk, verantwoordelijkheid zorg huisarts versus woonzorginstelling, weigering patiënt op grond van zorgzwaarte.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/249

    Klagers (vader en moeder van een minderjarige zoon) dienen een klacht in tegen een jeugdarts, inhoudende onder meer dat de jeugdarts zonder toestemming van klagers contact op heeft genomen met de dermatoloog van de zoon van klagers en buiten het terrein van haar deskundigheid is getreden en adviezen heeft verstrekt omtrent de gezondheid van de minderjarige zoon van klager die niet (of niet op die manier) overeenstemmen met hetgeen de dermatoloog aan de jeugdarts heeft medegedeeld. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:23 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/38

    Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten met betrekking tot de inzet van antibiotica op enkele varkensbedrijven niet te hebben gehandeld conform de vigerende wet- en regelgeving en de zorgvuldige beroepsuitoefening. Volgt voorwaardelijke geldboete van € 1.000.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:40 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/333376 KL RK 18-23

    Klager heeft verklaard dat hij de akte heeft getekend onder druk van [Z] en dat hij zich destijds van deze druk bewust is geweest, maar geen andere mogelijkheid zag, dan [Z] tegemoet te komen in haar wensen voor wat betreft het creëren van de huwelijksgoederengemeenschap. De driejaarstermijn van artikel 99 lid 21 Wna is gaan lopen op moment ondertekenen akte en is afgelopen voor indiening van de klacht. Zelfs indien uitgegaan wordt van he tijdstip van de indiening van het echtscheidingsverzoekschrift als het tijdstip waarop klager kennis heeft genomen van het handelen waartegen de klacht zich richt, dan nog is het klaagschrift ingediend buiten de in dat geval geldende uitzonderingstermijn van een jaar.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1863

    Rapportages van GZ-psycholoog betreffende ADHD/ADD en dyslexie bij zoons van klager voldoen op veel onderdelen niet aan de daarvoor geldende criteria en behandeladviezen wijken ongemotiveerd af van geldende richtlijnen. Berisping.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:18 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-22

    Klaagster verwijt de notaris het volgende: 1. schending van de geheimhoudingsplicht. 2. schending van de beroeps-en gedragsregels ter zake voorlichting over financiële gevolgen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:81 Accountantskamer Zwolle 17/1265 Wtra AK

    Klacht deels verjaard omdat de verweten gedragingen op het moment van indienen van de klacht meer dan 6 jaar oud waren. Tegen betrokkene is eerder een klacht door het OM ingediend. Verweer van ne-bis-in-idem slaagt in ieder geval niet indien tijdens het aanhangig zijn van de eerste klacht in eerste aanleg door een andere partij ter zake (deels) dezelfde gedragingen en hetzelfde feitencomplex eveneens een klacht wordt ingediend. Zulks is wat betreft de ontvankelijkheid van de tweede klacht/klager niet anders, indien, nadat de tweede klacht is ingediend, op de eerste klacht door de Accountantskamer inmiddels een eindbeslissing is gegeven, ook niet als die eindbeslissing onherroepelijk zou zijn geworden. De kern van een deel van de klacht komt overeen met een inmiddels gegrond verklaard onderdeel van de eerder door het OM ingediende klacht. De Accountantskamer neemt dat oordeel uit de eerdere zaak in de huidige, door de andere klager ingediende tweede klachtzaak over en laat buiten bespreking wat de tweede klager aan diens klacht op dit onderdeel nog verder ten grondslag heeft gelegd. Nieuwe klacht op verschillende onderdelen ongegrond bij gebreke aan voldoende substantiering in het klaagschrift.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-161a

    Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Gebleken is dat de verpleegkundige, met wie klager geen behandelrelatie heeft, het EPD van klager niet heeft ingezien. De lezingen van partijen over hoe de informatie over klager bij het behandelteam van klager terecht is gekomen, lopen uiteen. Dit kan het College derhalve niet vaststellen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:307 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.095

    Het beraad in raadkamer na de behandeling in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege niet geleid tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het College in eerste aanleg. Dit betekent dat het beroep zal worden verworpen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:170 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-346/DB/ZWB

    Niet komen vast te staan dat advocaat onjuiste verwachtingen heeft gewekt. Op grond van een door klaagster overgelegde getuigenverklaring is voldoende aannemelijk geworden dat een voorschotbetaling van €3.000,- is afgesproken. Klaagster heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd noch bewijs daarvan overgelegd waaruit blijkt dat de betaling van €3.000,- op basis van een fixed fee afspraak is gedaan. Nu klaagster zich pas 11 maanden na de overdracht van een zaak door de advocaat aan zijn kantoorgenote hierover beklaagd, is het niet aannemelijk dat de zaak zonder overleg met klaagster is overgedragen. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:19 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-14, 18-15, 18-16

    De klacht bestaat uit de volgende onderdelen: 1. meewerken aan een vertragingstraject van de kopers om toe te werken naar het “niet kunnen leveren”, waarbij de belangen van de verkopers ondergeschikt worden gemaakt. 2. de onverkwikkelijke gang van zaken tijdens het passeren op het notariskantoor. 3. de getoonde ondeskundigheid, onoorbare handelingen en fouten die men op de dag van passeren op het notariskantoor tentoonspreidde, waarbij de grondslag “de notaris is onafhankelijk en onpartijdig en kijkt daarom naar uw belangen én die van de koper met voeten getreden is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:301 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.440

    Klacht tegen oogarts. Nadat een internist bij klager Diabetes Mellitus en Morbus Graves met peri-orbitaal oedeem had vastgesteld, heeft de internist bij verweerster een inter-collegiaal consult aangevraagd. De vraagstelling van de internist was: “gaarne controle retina + controle Graves orbitopathie.” Klager verwijt verweerster dat zij te oppervlakkig onderzoek heeft gedaan en een vervolg controleafspraak gemaakt heeft op een te lange termijn. Hierdoor is een adequate behandeling te laat ingezet. Klager verwijt verweerster voorts dat zij onvoldoende aandacht aan zijn eigen ervaringen en zijn klachten heeft besteed. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:82 Accountantskamer Zwolle 17/2481 Wtra AK

    Mede in het licht van de opdrachtbevestiging, waarin staat dat het bestuur verantwoordelijk is voor de afstemming van de werkzaamheden van betrokkene met de interim-directie en de controller en bovendien expliciet is opgenomen dat dit reeds is gebeurd, had betrokkene niet mogen voldoen aan het verzoek van de interim-directeur om hem een préconceptrapportage toe te zenden voordat hij dit (pré)concept met klager en zijn medebestuurder, als (toenmalige) bestuurders van de opdrachtgever van het rapport, had gedeeld en besproken. Dit geldt te meer nu het rapport juist was bedoeld om klager en zijn toenmalige medebestuurder te “assisteren in het beantwoorden van diverse vragen die door de interim-directie zijn gesteld”. Daarbij komt dat het toevoegen door betrokkene van een persoonlijke noot in het aan de interim-directeur overgelegde concept, waarbij hij expliciet vermeldt dat deze niet bestemd is voor de conceptrapportage, en zijn aanbod de interim-directeur te laten weten wat hij vond, niet bij een opdracht op grond van Standaard 4400 passen. Niet is gebleken dat betrokkene in dit alles een bedreiging voor de naleving van het fundamentele beginsel van objectiviteit heeft geïdentificeerd en afdoende maatregelen heeft getroffen. Er is dan ook sprake van een schending van de artikelen 21 en 22 VGBA, hetgeen tevens een schending van artikel 13, eerste lid VGBA met zich brengt. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:186 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-150

    Klager niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is de schoonzus (de zus van de echtgenote) van de overleden broer van klager. De klacht gaat over handelen/nalaten jegens de overleden broer van klager en de minderjarige kinderen van de overleden broer. Klager behoort echter niet tot de kring van klachtgerechtigden zoals bedoeld in artikel 65 lid 1 Wet BIG, omdat de weduwe van de overleden broer eerst klachtgerechtigde is en niet blijkt dat zij met de klacht heeft ingestemd. Klager niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:171 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-506/DB/LI

    Gelet op de voorgeschiedenis waarbij advocaat een collega-advocaat gedurende tien dagen in het ongewisse heeft gelaten over de overdracht van de zaak en de korte termijn waarop de pro forma strafzitting in een complexe strafzaak zou plaatsvinden valt de advocaat tuchtrechtelijk te verwijten dat deze na de toezegging om het dossier over te dragen daarmee nog 6 dagen heeft gewacht. Niet komen vast te staan dat de opvolgend advocaat door de aanvraag extra uren van financieel is benadeeld. Gebrekkige communicatie over de toevoeging en de verrekening daarvan valt beide advocaten aan te rekenen. Klacht (gedeeltelijk) gegrond, waarschuwing, kostenveroordeling

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:302 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.441

    Klacht tegen internist. Klager verwijt verweerder dat hij ten onrechte de diagnose Diabetes Mellitus type 2 heeft gesteld en niet eerder onderzoek heeft gedaan naar Diabetes Mellitus type 1 LADA, dat hij niet meteen bij de eerste opname van klager de TSH-waarden heeft gecontroleerd en dat hij, na constatering van Graves Orbitopathie (GO) en hyperthyreoïdie, niet een echo heeft laten maken van de schildklieren en niet onmiddellijk klager door een oogarts heeft laten zien. Klager meent dat hierdoor een adequate behandeling te laat is ingezet. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing in beroep.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:187 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-109

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De klacht is ingediend door de ex-werkgever van de verpleegkundige. De verpleegkundige heeft zich in korte tijd tegenover twee afzonderlijke cliënten grensoverschrijdend gedragen. Hij heeft onvoldoende inzicht getoond in het toelaatbare van dit gedrag door dit gedrag als slechts troostend te betitelen. Voor zover klaagster de verpleegkundige verwijt dat deze zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen en opmerkingen die een seksuele lading hadden, wordt de klacht ongegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:172 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-476/DB/LI

    In hoedanigheid van mentor opgetreden. Vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:303 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.516

    Uitgangspunt is dat de hoofdbehandelaar is belast met de regie van de behandeling van de patiënt. In onderhavige zaak is in het behandeltraject van klager niet steeds sprake geweest van een adequate wijze van communicatie, hetgeen de hoofdbehandelaar is aan te rekenen. Verweerder heeft nagelaten e-mailberichten van klager te beantwoorden en klager had geen andere mogelijkheid om met verweerder in contact te treden. Klacht in zoverre gegrond. Ten aanzien van de rapportage aan de huisarts overweegt het Centraal Tuchtcollege dat klager aan het begin van de behandeling een toestemmingsformulier heeft getekend waarin hij toestemming verleende om relevante informatie over zijn behandeling uit te wisselen. De hoofbehandelaar mocht, gelet op deze verleende toestemming, ervan uitgaan dat de toestemming zich ook uitstrekte over de (gebruikelijke) terugkoppeling die nodig was met het oog op een goede continuïteit van de aan klager verleende zorg. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Klacht deels gegrond, waarschuwing.”

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:188 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-126

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Vast staat dat de verpleegkundige ten onrechte een derde Pneu-vaccin heeft verstrekt. Dit vaccin was overbodig en had niet verstrekt mogen worden. Dat de verpleegkundige bij ontdekking van de fout, aan het einde van de middag, eerst overleg heeft gepleegd met de arts en een collega alvorens klaagster de volgende dag te bellen, wordt niet onzorgvuldig geacht. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1880

    “Gegevensverstrekking in kader Pro Justitia-rapportage door aan Medisch Centrum verbonden huisarts, die niet de eigen huisarts was, was conform de KNMG richtlijn en conform de toestemmingsverklaring. Dat de huisarts klager nooit gezien had doet daaraan niet af. Klacht ongegrond.”

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:304 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.517

    Het beraad in raadkamer na de behandeling in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege niet geleid tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het College in eerste aanleg. Dit betekent dat het beroep zal worden verworpen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:168 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-358/DB/ZWB

    Een advocaat is niet gehouden om een opdracht te aanvaarden indien die advocaat geen kans ziet die opdracht met succes uit te voeren. Bovendien sprake van een vertrouwensbreuk. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1866

    “Klacht tegen psychiater na rapportage op verzoek verzekeringsarts deels gegrond met berisping. Rapportage voldoet niet aan criteria: conclusie niet duidelijk, onvoldoende onderbouwd en niet in overeenstemming met anamnestische informatie. Gemiste kans dat heteroanamnese ontbrak. Gebrekkige communicatie.”

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:169 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-291/DB/ZWB 18-292/DB/ZWB

    Voor zover verweerster in haar brief het standpunt van haar cliënte verwoordt, is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerster verwoordt namelijk slechts het gevoelen van haar cliënte en dat is haar, ook in scherpe bewoordingen, toegestaan. Voor zover verweerster echter aangeeft dat het belachelijk is dat door klager sub 2 een bepaalde stelling wordt ingenomen, neemt verweerster onvoldoende professionele afstand en heeft zij zich wel onnodig grievend uitgelaten. Verzending van de brief aan de gemeenteraad niet klachtwaardig, aangezien de gemeenteraad als toezichthoudend orgaan een rol vervult en de cliënte van verweerster dus belang had bij het informeren van de gemeenteraad. Klacht deels gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:184 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-136

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Alhoewel klager heeft gesteld dat zijn uitlatingen een uiting van frustratie waren en niet dreigementen, maakt het College op dat zijn uitlatingen als persoonlijk zijn ervaren door de ambulancemedewerkers en dermate agressief en bedreigend waren dat die door hen serieus zijn genomen. Uit de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen van de agenten blijkt niet dat verweerder klager heeft toegezegd dat de herhaling van zijn uitingen in het bijzijn van de agent geen problemen zou opleveren of geen nadelige gevolgen zou hebben. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17255

    “CBR keuring alcohol door psychiater voldoet niet aan de criteria voor rapportages noch aan de daarvoor geldende richtlijn. Alleen afwijkende leverwaarden onvoldoende voor conclusie dat sprake is van alcoholmisbruik. Uit rapport blijkt niet dat meer factoren zijn meegewogen. Statistieken zeggen niets over individuele situatie. Berisping.”

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:306 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.031

    De fysiotherapeut ziet het volstrekt ontoelaatbare van zijn gedrag niet in. Het ontbreekt de fysiotherapeut dan ook geheel aan inzicht op de gevolgen van zijn handelen op zijn patiënt. Daarbij overweegt het Centraal Tuchtcollege nadrukkelijk dat irrelevant is - zo dit al juist is - of de behandeling heeft plaatsgevonden op het verzoek van klaagster. Bevestiging beslissing eerste aanleg; doorhaling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:237 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-590/DH/RO

    Klacht van advocaat over de handelwijze waarop verweerders een zaak hebben willen overnemen, is ingetrokken. Klacht hangt samen met dekenbezwaar 18-122/DH/RO-a-b.Deken en klager zijn in gelegenheid gesteld standpunt in te nemen, waarbij de deken te kennen heeft gegeven dat hij voortzetting van de klacht wenst. Raad heeft de intrekking in raadkamer besproken en beslist dat behandeling van de klacht niet zal worden voortgezet. Redengevend is de samenhang met en de uitkomst van 18-122/DH/RO-a-b.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:238 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3894/12.28/D-a

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft met de door hem gepleegde ernstige strafbare feiten het vertrouwen in de advocatuur zodanig ernstig geschaad dat schrapping de enige passende maatregel is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:238 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-855

    De raad oordeelt het verzet tegen de voorzittersbeslissing ongegrond. Verweerder mocht als advocaat van de wederpartij van klager, die executeur was in een nalatenschap, in de gegeven omstandigheden namens zijn cliënten volstaan met één brief aan klager over diens ontslag als executeur onder gelijktijdige aankondiging van rechtsmaatregelen. Daarbij heeft hij niet de grenzen van de hem toekomende vrijheid jegens klager overschreden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:239 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-337/DH/DH/D

    Dekenbezwaar op alle onderdelen gegrond verklaard. Verweerster heeft in financieel opzicht onzorgvuldig en in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:181 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-160

    Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Vast staat dat de ICVA bij klaagster is ontstaan na de behandeling, maar het College kan niet vaststellen dat dit letsel is ontstaan door onjuist of onzorgvuldig handelen van de fysiotherapeut tijdens de manuele behandeling van de nek, waarbij een laag cervicale manipulatie heeft plaatsgevonden. Beter was als er eerder contact met klaagster was opgenomen na haar ziekenhuisopname, maar dit is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:233 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-790/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:240 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-747/DH/RO

    Dekenonderzoek. Verweerder heeft strafdossier rechtmatig verkregen en zich terecht op zijn functionele verschoningsrecht en geheimhoudingsplicht beroepen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-137

    Deels gegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Het College volgt klaagster in haar klacht dat de gz-psycholoog jegens haar onvoldoende duidelijk is geweest in haar keuze voor een traumabehandeling, in het licht van het – betere – alternatief van een behandeling in de SGGZ. Dit had de gz-psycholoog duidelijker met klaagster moeten bespreken. Verder had de gz-psycholoog na klaagsters verwijt respectloos te hebben opgetreden meer zelfreflectie moeten tonen en een poging moeten doen de onvrede weg te nemen. De brief van de gz-psycholoog aan de huisarts bevat op zichzelf geen onjuiste feiten, maar zij had aanleiding moeten zien de brief in zoverre aan te vullen dat daarin de andersluidende opvatting van klaagster was opgenomen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:234 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-971/DH/RO

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening tegen de eigen advocaat in een familierechtelijke kwestie ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen 2018-134

    Deels gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. De fysiotherapeut heeft door het toepassen van de Nelson-techniek voor een juiste behandeling gekozen en de behandeling is niet onjuist uitgevoerd. Hierbij hoort wel een uitleg over de inhoud van de behandeling en de risico’s. Dit heeft de fysiotherapeut nagelaten. Ook is de dossiervoering niet op orde. Het College acht het verder aannemelijk dat de fysiotherapeut niet heeft begrepen dat klager van hem verwachtte dat hij meer zou doen aan de pijnklachten aan de nek naast het behandelen hiervan. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:241 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-1020/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:183 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-180

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is in het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem. Verder is de gz-psycholoog niet betrokken geweest bij de behandeling van klager, zodat zij voor het terugplaatsen van klager in de kliniek niet verantwoordelijk kan worden gehouden. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:235 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-222/DH/RO

    Verzet gedeeltelijk gegrond. Verweerder is in zijn stellingname namens de man in procedures tegen klaagster onzorgvuldig geweest. Hij heeft een vermoeden van de man, waarnaar hij gelet op het verweer van klaagster onderzoek had moeten verrichten, gepresenteerd als een feit, hierbij bewoordingen kiezende die niet gerechtvaardigd werden door de hem door de man verstrekte informatie. Verweerder heeft daarmee de grens van de vrijheid die hem als advocaat van de wederpartij toekomt overschreden en een tuchtrechtelijke norm overschreden. Waarschuwing.