Zoekresultaten 20301-20350 van de 47538 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:161 Raad van Discipline Amsterdam 18-452/A/A
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 27-07-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:161
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond. Nergens blijkt uit dat verweerster op de hoogte was van de wens van klager haar als raadsvrouw in te schakelen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:155 Raad van Discipline Amsterdam 18-085/A/A
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:155
Klacht over advocaat wederpartij. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht vanwege tijdsverloop.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:93 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-106/DB/OB
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:93
Klager verwijt verweerster dat zij niet heeft gehandeld c.q. opgetreden, waar zij dat wel had moeten doen en vindt dat verweerster ondeskundig heeft gehandeld door de civiele weg in te slaan in plaats van klager naar een strafrechtadvocaat te verwijzen. Verweerster heeft als advocaat van klager een grote mate van vrijheid om de belangen van klager te behandelen op de wijze die haar goed dunkt. Verweerster is binnen die vrijheid gebleven en heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:101 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-012/DB/OB
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:101
Klagers hebben in privé geklaagd en hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij door het optreden van verweerster rechtstreeks in hun belangen zijn geschaad of konden worden geschaad. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:162 Raad van Discipline Amsterdam 18-454/A/A
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 27-07-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:162
Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van deken kennelijk ongegrond. Dat verweerder mededelingen heeft gedaan die onjuist zijn is zeer ongelukkig, maar in de gegeven omstandigheden onvoldoende om tot het oordeel te komen dat verweerder daarmee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:94 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1040/DB/OB
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:94
Verzetzaak. Klager verwijt verweerster dat zijn zaak heeft aangenomen tegen deurwaarderskantoor van haar vader, zonder hem te vertellen dat dat kantoor van haar vader was. Verweerster ontkent de zaak te hebben aangenomen. Uit de zich in het dossier bevindende stukken blijkt niet dat verweerster een zaak tegen het deurwaarderskantoor van haar vader zou hebben aangenomen. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:102 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-216/DB/ZWB
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:102
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:163 Raad van Discipline Amsterdam 18-451/A/A
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 27-07-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:163
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft aan klager uitgelegd waarom hij persoonlijk aansprakelijk wordt gehouden. Dat verweerder klager heeft geïntimideerd door dreigementen is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:59 Accountantskamer Zwolle 18/500 Wtra AK
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 06-08-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:59
Betrokkene wordt verweten in een eerdere klachtprocedure bewust onjuiste informatie aan de Accountantskamer te hebben verschaft. Volgens vaste jurisprudentie van de Accountantskamer kan het door een accountant in zijn zakelijke betrekkingen - al dan niet in rechte - innemen van een civielrechtelijk standpunt, behoudens bijzondere omstandigheden, in het kader van de door hem in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit, niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt leiden. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is onder meer sprake indien geoordeeld zou moeten worden dat een door een accountant ingenomen standpunt bewust onjuist of misleidend, en dus te kwader trouw, blijkt te zijn of naar zijn aard bezien door een objectieve, redelijke en goed geïnformeerde derde, die over alle relevante informatie beschikt, zal worden opgevat als het accountantsberoep in diskrediet brengend. Deze maatstaf geldt ook voor het door een accountant innemen van standpunten in een tegen hem aanhangig gemaakte klachtprocedure. De klacht is, als al ontvankelijk, in casu ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:103 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-049/DB/ZWB
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:103
Niet gebleken dat verweerder klager onvoldoende op de hoogte heeft gehouden, noch dat hij excessief heeft gedeclareerd en geen urenspecificatie heeft verstrekt. Opdracht niet deugdelijk schriftelijk vastgelegd. Deels gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:164 Raad van Discipline Amsterdam 18-478/A/A
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 30-07-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:164
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat partner van klager kennelijk ongegrond. Er was geen sprake van een lening van klager aan verweerder, maar van een garantstelling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:158 Raad van Discipline Amsterdam 18-108/A/A en 18-109/A/A/D
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:158
Klacht over eigen advocaat + dekenbezwaar grotendeels gegrond. Verweerster is tekortgeschoten in haar informatieplicht jegens klager door hem niet te informeren over de goede en kwade kansen van de verschillende door haar aanhangig gemaakte procedures. Daarnaast heeft verweerster stelselmatig te laat stukken bij de rechtbank en/of het hof ingediend en heeft zij processtukken en zittingen niet met klager voorbesproken. Voorts heeft verweerster meerdere brieven van de deken onbeantwoord gelaten en had zij haar praktijk niet op orde. Eén maatregel voor beide zaken. Berisping + één proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:104 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-048/DB/OB
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:104
Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld vanwege verzuim een deugdelijk schriftelijk advies aan klaagster uit te brengen over haar (gewijzigde) rechtspositie. Niet gebleken dat klaagster ten gevolge van advies van verweerster onwettig heeft gehandeld. Deels gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:159 Raad van Discipline Amsterdam 18-240/A/NH/D
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:159
Dekenbezwaar. Bezwaar betreft onder meer het parkeren van gelden van een cliënt op de derdenrekening van verweerder, zonder dat dit een redelijk doel diende, het niet verrichten van cliëntenonderzoek en bevestigen van financiële afspraken. Dit deel van het bezwaar is gegrond. Aan verweerder wordt hiervoor een berisping opgelegd. Tevens is onderdeel van het bezwaar dat verweerder artikel 16 Wwft zou hebben overtreden, omdat hij een transactie niet heeft gemeld. Verweerder beschikte door eigen kennis en waarneming over uitgebreide informatie omtrent zowel de persoon van de belanghebbende als over de herkomst van de gelden, zodat verweerder redelijkerwijs heeft kunnen concluderen dat voldoende vast stond dat geen sprake was van betrokkenheid bij witwassen of financiering van terrorisme. Dit onderdeel van het bezwaar is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:97 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-143/DB/LI
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:97
Verzetzaak. Klager verwijt verweerder dat hij op onrechtmatige wijze de dienstverlening heeft beëindigd door kort voor het verstrijken van de appeltermijn te laten weten dat hij niet voor klager op zou treden. Door tijdens zijn vakantie een standaard mail te sturen en niet te laten weten dat hij niet voor klager zou optreden in hoger beroep, heeft verweerder onduidelijkheid laten bestaan. Dit is echter niet zo ernstig dat sprake is van een tuchtrechtelijk verwijt. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:105 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-204/DB/ZWB
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 02-08-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:105
Advocaat heeft klaagster eenzijdig bericht dat zij, gelet op het gezamenlijk inkomen en vermogen van klaagster en haar echtgenoot, niet langer in aanmerking kwam voor een toevoeging, en heeft nagelaten klaagster te informeren over de financiële gevolgen van die intrekking. Advocaat is er aan voorbijgegaan dat de inkomens- en vermogenstoets door de Raad voor Rechtsbijstand dient plaats te vinden en dat de beslissing of deze toets, rekening houdend met alle omstandigheden, dient te leiden tot intrekking van de toevoeging is voorbehouden aan de Raad voor Rechtsbijstand. Klacht gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/082
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 06-08-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:101
Klager verwijt verweerder dat hij informatie achterhoudt door geen rapportage op maken van letsel en behandeling klager, ten onrechte politie heeft toegelaten in de behandelkamer, klager heeft ontslagen, terwijl zijn gezondheidstoestand dit niet toeliet, niet de belangen van klager heeft behartigd. niet-ontvankelijk
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:98 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-902/DB/LI 17-903/DB/LI
- Datum publicatie: 06-08-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:98
Klager verwijt verweerders dat zij zich als advocaat van zijn dochter hebben teruggetrokken, niet goed hebben gecommuniceerd en hem hebben geschoffeerd tijdens de interne klachtenbehandeling. Gelet op het ontbreken van voldoende vertrouwen mocht de behandeling van de zaak worden stopgezet. Alhoewel verweerder als verantwoordelijk advocaat zich meer had moeten inspannen om de ontstane impasse te doorbreken, is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen geen sprake. De klachten zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/114
- Datum publicatie: 03-08-2018
- Datum uitspraak: 03-08-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:102
Klaagster is arbeidsongeschikt geraakt. Verweerder heeft als bedrijfsarts de arbeidsongeschiktheid van klaagster beoordeeld. Klaagster verwijt verweerder (onder andere) dat hij het verslag van het consult alleen naar de werkgever van klaagster heeft gestuurd en niet (ondanks herhaald verzoek) naar klaagster. Gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:58 Accountantskamer Zwolle 17/874, 17/875 en 17/876 Wtra AK
- Datum publicatie: 03-08-2018
- Datum uitspraak: 03-08-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:58
Klacht over controle jaarrekening van vermogensbeheerder. Accountants hadden moeten onderkennen dat op vermogensbeheerder een feitelijke verplichting rustte om zogenaamde retrocessies die zij ontving van fonds(beheerder) uit hoofde van beleggingen die zij ten behoeve van haar cliënten deed, aan die cliënten door te betalen. Gezien een aantal in de uitspraak omschreven omstandigheden (waaronder informatie op de website van de vermogensbeheerder waarvan de accountants kennis hadden moeten nemen) hebben de accountants ten onrechte nagelaten bij de vermogensbeheerder navraag moeten doen naar het bestaan van een naar buiten toe kenbaar gemaakte gedragslijn om dergelijke retrocessies door te betalen. Dat accountants eraan hebben meegewerkt dat een opdracht die feitelijk is gegeven door de Raad van Commissarissen van de vermogensbeheerder formeel werd verstrekt door het kantoor van de advocaat van de vermogensbeheerder om zodoende de uitkomst van de werkzaamheden onder de vlag van het verschoningsrecht van de advocaat te brengen en het strafrechtelijk onderzoek naar de vermogensbeheerder te frustreren is niet aannemelijk geworden. Klacht dat een van de betrokken accountants tijdens zijn verhoor in het kader van het strafrechtelijk onderzoek door FIOD-ambtenaren heeft gelogen is niet aannemelijk gemaakt. Wel had de betrokken accountant niet zonder meer antwoord moeten geven op een vraag maar eerst uiting moeten geven aan zijn twijfel en navraag moeten doen naar de bedoeling van de vraag. Dat heeft hij niet gedaan en daarmee heeft hij gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Aan twee accountants wordt de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:215 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.019
- Datum publicatie: 03-08-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:215
Klacht tegen huisarts. Twee klagers hebben beiden een klacht ingediend tegen verweerder. Het Regionaal Tuchtcollege heeft over de beide klachten in één beslissing uitspraak gedaan. In deze zaak verwijt klager verweerder dat hij op verzoek van zijn ex-echtgenote onwaarheden in het dossier van zijn dochter heeft vermeld, dat er geen sprake was van een normale dokter-patiëntrelatie en dat hij zonder toestemming van klager informatie heeft verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het laatste klachtonderdeel gegrond verklaard. Ook in de zaak van de andere klager verklaart het Regionaal Tuchtcollege een klachtonderdeel gegrond en deze beide gegrondverklaringen tezamen leiden tot het opleggen aan verweerder van een waarschuwing. De huisarts komt in beide zaken tegen de gegrondverklaring in beroep. Het Centraal Tuchtcollege heeft de zaken in beroep afzonderlijk behandeld en verwerpt in deze zaak het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/115
- Datum publicatie: 03-08-2018
- Datum uitspraak: 03-08-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:100
Klaagster is arbeidsongeschikt geraakt. VEen bedrijfsarts heeft de arbeidsongeschiktheid van klaagster beoordeeld. Verweerder was de supervisor van de bedrijfsarts. Klaagster verwijt verweerder dat hij het verslag van de bedrijfsarts heeft geaccordeerd terwijl dat verslag niet voldeed aan de gestelde eisen en verweerder niet op de hoogte was van de juisten feiten en omstandigheden. Gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:156 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180016
- Datum publicatie: 01-08-2018
- Datum uitspraak: 09-07-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:156
Overschrijding termijn verzet tegen voorzittersbeslissing (56b lid 1 Advocatenwet). Niet verschoonbaar, omdat de oorzaak van de termijnoverschrijding in de risicosfeer van klager ligt. Niet-ontvankelijk in verzet.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:231 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.023
- Datum publicatie: 01-08-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:231
Klacht tegen een huisarts. Klaagster is sinds 1996 als patiënt ingeschreven in de huisartsenpraktijk. In januari 2015 heeft klaagster urine voor onderzoek ingeleverd vanwege pijnklachten bij plassen en vanwege pijn in haar buik. De urine van klaagster is vervolgens onderzocht. De nitriettest en de dipsticktest waren negatief. In november 2015 is opnieuw urineonderzoek verricht en toen bleek dat sprake was van een urineweginfectie. De klacht houdt in dat verweerster onzorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld door na het urineonderzoek in januari 2015 niet aan klaagster te vragen om na een paar dagen opnieuw urine voor onderzoek in te leveren. Verweerster heeft daarmee de klachten van klaagster niet serieus genomen en klaagster onnodig een lange tijd met haar klachten laten doorlopen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster in het beroep deels niet-ontvankelijk, omdat een nieuw klachtonderdeel voor het eerst in beroep aan de orde is gesteld, en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:232 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.062
- Datum publicatie: 01-08-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:232
Klacht tegen huisarts over het verstrekken van informatie aan de Raad voor de Kinderbescherming. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht dat de huisarts informatie over de dochter van klagers heeft verstrekt ongegrond verklaard. De klacht dat de huisarts informatie over klagers heeft verstrekt is wel gegrond verklaard, zonder oplegging van een maatregel. Klagers stellen alleen beroep in tegen het gegrond verklaarde klachtonderdeel. Omdat geen beroep kan worden ingesteld tegen gegrond verklaarde klachtonderdelen, worden klagers door het Centraal Tuchtcollege in het door hen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:228 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.494
- Datum publicatie: 01-08-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:228
Klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de waarnemend huisarts dat zij heeft nagelaten (tijdig) medische informatie betreffende klaagster op te vragen, dat zij vooringenomen was ten aanzien van de oorzaak van de klachten van klaagster, dat zij klaagster een consult bij een andere huisarts heeft ontzegd en dat klaagster geen reactie heeft ontvangen op de klachten die zij heeft ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:229 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.495
- Datum publicatie: 01-08-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:229
Klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij heeft nagelaten (tijdig) medische informatie betreffende klaagster op te vragen, dat zij klaagster onheus heeft bejegend, dat zij klaagster een consult bij een andere huisarts heeft ontzegd en dat klaagster geen reactie heeft ontvangen op de klachten die zij heeft ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:230 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.525
- Datum publicatie: 01-08-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:230
Klacht tegen psychiater in opleiding. Klager heeft in de privésfeer een conflict met de arts. Toets aan de tweede tuchtnorm. Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Ook het Centraal Tuchtcollege acht klager niet-ontvankelijk in zijn klachten. Overwegingen over toetsing aan de tweede tuchtnorm indien klachten bestaan over handelingen van een arts die in privésfeer plaatsvinden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:154 Raad van Discipline Amsterdam 18-320/A/A
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:154
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Anders dan klaagster kennelijk meent, kan een advocaat niet worden verplicht iemand bij te staan in een zaak die hij niet kansrijk acht. Verweerder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door geen procedure op te starten. Het stond verweerder voorts vrij om de werkzaamheden te beëindigen. In het algemeen geldt dat een advocaat zijn of haar cliënt niet hoeft te helpen bij het vinden van een opvolgende advocaat, klaagster heeft onvoldoende onderbouwd waarom dat in dit geval anders zou zijn. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-296d
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:115
Ongegronde klacht tegen een arts. De arts heeft de pijnklachten van klager niet genegeerd. Het voorschrijven van metofrmine in plaats van metformax was een geëigende behandeling, omdat metformax niet geregistreerd is in Nederland. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-257a
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:109
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft na de anamnese en het lichamelijk onderzoek op goede gronden besloten om niet tot doorverwijzing over te gaan en ingezet op expecatief beleid. Het lichamelijk onderzoek gaf geen reden om te denken aan een zygoma fractuur. Er zijn geen aanwijzingen dat de klachten die klaagster heeft gehouden, een duidelijke relatie hebben met het afwachtende beleid. Overigens ware het beter geweest als de huisarts volledig verslag had gedaan van het door hem verrichte onderzoek en het ingezette beleid. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/151
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:103
Klager dient een klacht in tegen zijn huisarts vanwege onvoldoende zorg. Klager verwijt de huisarts dat hij niet de juiste onderzoeken heeft verricht en niet op tijd heeft doorverwezen naar een uroloog. Klager heeft de diagnose van uitgezaaide prostaatkanker gekregen, die volgens hem voorkomen of behandeld had kunnen worden bij een diagnose in vroeg stadium. Tevens voelt klager zich in de steek gelaten door zijn huisarts. Deels gegrond, berisping
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-065
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:110
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft zich ingespannen en heeft klaagster serieus genomen. Het College ziet geen aanwijzingen dat klaagster (eerder) doorverwezen had moeten worden. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/183
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:47
Klaagster wordt kort na een bezoek aan de huisarts (verweerder) tot twee keer toe met spoed opgenomen in het ziekenhuis vanwege acute hartklachten. Zij verweerder dat hij haar klachten niet serieus heeft genomen. Klacht ong egrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-296c
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:111
Ongegronde klacht tegen een arts. De arts heeft de pijnklachten van klager niet genegeerd. Het voorschrijven van metofrmine in plaats van metformax was een geëigende behandeling, omdat metformax niet geregistreerd is in Nederland. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/31
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:48
Klaagster laat liposuctie en lipofilling uitvoeren door verweerder, cosmetisch arts en (voorheen)werkzaam als radioloog. Tijdens de operatie ervaart klaagster veel pijn. Als klaagster vraagt naar de werking van de door verweerder gebruikte laser demonstreert verweerder dit en ontstaat er een schroeiplek op een stukje afdeklaken. Het resultaat van de operatie valt klaagster tegen en zij dient verschillende klachten in. Klachten gedeeltelijk gegrond en verweerder wordt de maatregel waarschuwing opgelegd. Het college overweegt dat het van groot belang is dat er meer duidelijkheid komt aan welke eisen van bekwaamheid cosmetisch artsen moeten voldoen en dat er duidelijke richtlijnen moeten komen ten aanzien van de inrichting van hun praktijk.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-257c
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:112
Ongegronde klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft de ingreep naar aanleiding van de zygoma fractuur op een juiste wijze en geheel in overeenstemming met de normen van de beroepsgroep verricht. Ook het medisch dossier was zorgvuldig bijgehouden. Uit de CT-scan blijkt niet dat een metaaldeeltje is achtergebleven. Ook de nazorg roept geen bedenkingen op. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018-05
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:49
Klaagster heeft een colonoscopie ondergaan nadat bij een bevolkingsonderzoek naar darmkanker werd geconstateerd dat er bloed bij haar ontlasting zat. Verweerder heeft tijdens het onderzoek een perforatie geconstateerd. Het verwijt dat verweerder geen colonoscopie had moeten verrichten, maar een CT-scan, wordt door het college ongegrond bevonden. Tijdens de intake voor het onderzoek kwamen geen argumenten naar voren die een hoger dan normaal risico op complicaties zouden kunnen geven. Het verwijt dat verweerder klaagster niet heeft bezocht op de afdeling waar ze na het onderzoek werd opgenomen, acht het college eveneens ongegrond omdat de lezing van partijen uiteen lopen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/069
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:90
Klager dient een klacht in tegen de huisarts van zijn zus. Klager verwijt de verweerster het niet helpen en negeren van bezorgde familie, op basis van de privacywetgeving. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-257b
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:113
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft klaagster lichamelijk onderzocht en heeft op goede gronden besloten om niet tot doorverwijzing voor een foto over te gaan en ingezet op een expectatief beleid. Het lichamelijk onderzoek gaf geen reden om te denken aan een zygoma factuur. Er zijn geen aanwijzingen dat de klachten die klaagster heeft gehouden, een duidelijke relatie hebben met het afwachtende beleid. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018-30
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:50
Klaagster wordt door plastisch chirurg aan de verkeerde straal geopereerd. Klaagster verwijt verweerder dat dit is gebeurd en verwijt hem eveneens dat er geen excuses is gemaakt. Eerste klachtonderdeel gegrond, tweede klachtonderdeel ongegrond. Er wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-296b
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:114
Ongegronde klacht tegen een arts. Het voorschrijven van metformine in plaats van metformax was een geëigende behandeling, omdat metformax niet geregistreerd is in Nederland. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:11 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/109
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:11
Overschrijding klachttermijn: klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-433
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 23-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:180
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerder heeft klaagster in beide opdrachtbevestigingen meegedeeld dat hij zijn werkzaamheden pas zal voortzetten na betaling van de (voorschot-)declaratie. Verweerder mocht deze voorwaarde, die heel gebruikelijk is, stellen. Vast staat dat klaagster de declaraties van verweerder, ondanks meerdere verzoeken daartoe, niet heeft voldaan. In het licht hiervan kan het verweerder niet tuchtrechtelijk verweten worden dat hij in de zaak van de loods geen werkzaamheden voor klaagster heeft verricht.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 643728/NT 18-9
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 05-07-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:17
Klaagster verwijt de notaris dat hij haar broer heeft bevoordeeld bij de verdeling van de nalatenschap. Ook zou hij niet hebben gereageerd op diverse informatieverzoeken van klaagster en haar adviseur. Dat de schenking aan de broer van klaagster moest worden verrekend bij de verdeling van de nalatenschap is echter niet komen vast te staan. Daarvoor is immers noodzakelijk dat erflaatster de inbrengverplichting schriftelijk zou hebben vastgelegd, bij voorbeeld in haar testament, maar daarvan is niet gebleken. De notaris mocht er van uitgaan dat de adviseur van klaagster de aan haar versterkte informatie met klaagster zou delen en hoefde daarom ook niet in te gaan op door klaagster zelf verzonden brieven of berichten. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:176 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-679
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 23-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:176
Klaagster, een vennootschap, beklaagt in deze klachtzaak het hele advocaten- en notarissenkantoor (NV) en in twee gelijktijdig aanhangig gemaakte klachtzaken twee advocaten (17-680 en 17-681) van dat kantoor. Klaagster wordt ontvangen in haar klacht, nu zij een concreet onderbouwd verwijt jegens het advocatenkantoor in zijn totaliteit heeft gemaakt over haar kantoororganisatie. De raad oordeelt de klacht ongegrond. Het staat het een advocatenkantoor vrij om zich naar potentiële cliënten overtuigend te presenteren en daarbij te werken aan haar imago. Weliswaar schept een presentatie als dat van verweerster onder meer op haar website en bij intakegesprekken met cliënten dat zij een goed degelijk kantoor is met veel specialisaties in huis en samenwerkingsmogelijkheden met notarissen en deurwaarders heeft, bepaalde verwachtingen, maar deze zijn naar het oordeel van de raad niet zodanig dat deze pretenties tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 642913/NT 18-5
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 05-07-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:18
Klaagster meent dat de notaris in strijd heeft gehandeld met de zorgvuldigheidsplicht van artikel 17 van de Wet op het notarisambt. Een notaris dient er volgens klaagster voor zorg te dragen dat het in de verklaring van artikel 5:122 lid 5 BW vermelde bedrag wordt ingehouden op de koopsom, dan wel dat dit bedrag op een andere wijze wordt verrekend. De notaris heeft dat echter niet gedaan, maar er tot twee keer voor gekozen om de door verkoper aan de VvE verschuldigde bijdragen niet te verrekenen, omdat, zo heeft klaagster begrepen, verkoper de openstaande vordering niet wilde voldoen en er geen gelden meer resteerden op de derdengeldrekening. De kamer is van oordeel dat uit het systeem van de wet juist niet volgt dat door de notaris bedragen moeten worden ingehouden of verrekend. Indien dat het geval was geweest, zou de zin ontbreken aan de bepaling over hoofdelijke aansprakelijkheid van de verkrijger van het appartementsrecht voor bedoelde bedragen, zoals in lid 3 van artikel 5:122 BW is bepaald. De verklaring van de VvE is niet bestemd om de VvE zekerheid te bieden voor de betaling van eventuele achterstallige bijdragen aan de VvE, maar dient ervoor om duidelijkheid te verschaffen over de reikwijdte van de aansprakelijkheid van de verkrijger. In dit geval heeft de notaris naar het oordeel van de kamer niet alleen juist maar ook zorgvuldig gehandeld. Hij heeft immers na afweging van de belangen de overdracht laten doorgaan, de VvE daarvan op de hoogte gesteld en de verkrijgers ingelicht over hun juridische positie, die vervolgens uitdrukkelijk door de respectieve verkrijgers is aanvaard. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:177 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-680
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 23-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:177
Klaagster, een vennootschap, heeft in deze klachtzaak verweerder beklaagd en gelijktijdig het hele advocaten- en notarissenkantoor (17-679) en een toenmalige collega mr. B bij dat advocatenkantoor (17-681). Klaagster is met een incassozaak naar verweerder gegaan, waarna blijkens de opdrachtbevestiging van het kantoor de opdracht heeft aanvaard met verweerder als behandelaar. Klaagster heeft kort daarna ingestemd met de overdracht van zijn incassozaak naar de toenmalige collega van verweerder, mr. B. De raad stelt vast dat er geen concrete klachten zijn over de werkzaamheden van verweerder in het dossier van klaagster. Dat verweerder tijdens de waarneming in de vakantie van mr. B. actief verwijtbaar heeft gehandeld, is gesteld noch gebleken. Nu verweerder in de betreffende periode waarin de verweten gedragingen hebben plaatsgevonden niet de patroon van mr. B. was, dan wel dat mr. B. anderszins onder zijn zeggenschap viel, kunnen haar handelingen en nalaten niet aan verweerder worden toegerekend. Van een dergelijke (verdergaande) toezichtplicht op mr. B. is geen sprake. Aan een inhoudelijke beoordeling van de verschillende klachtonderdelen komt de raad dan ook niet meer toe. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:178 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-681
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 23-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:178
Klaagster, een vennootschap, heeft in deze klachtzaak verweerster (toen nog advocaat) beklaagd en gelijktijdig het hele advocaten- en notarissenkantoor (17-679) en haar toenmalige collega mr. D (17-680). Klaagster is met haar incassozaak naar mr. D gegaan, welke incassozaak kort daarna, met instemming van klaagster, is overgedragen aan verweerster. Na een voor klaagster gunstig vonnis, heeft verweerster klaagster op zorgvuldige wijze geïnformeerd over de te nemen stappen bij beslaglegging op de verschillende roerende zaken van de wederpartij, klaagster daarbij meermaals en in duidelijke bewoordingen gewezen op de verschillende risico’s en het kostenplaatje daarvan. Klaagster heeft met die werkwijze ook ingestemd, zodat verweerster klaagster in zoverre naar behoren heeft bijgestaan. Het verdere verwijt, dat verweerster na kennisname van de door haar opgevraagde uittreksels uit het Octrooiregister klaagster niet meteen heeft gewaarschuwd dat het beslag op de octrooien waardeloos zou zijn als de jaartaksen niet tijdig betaald zouden worden, oordeelt de raad gegrond. Verweerster heeft de informatie uit de uittreksel met betrekking tot de octrooien naar het oordeel van de raad onvoldoende geduid. Niet is gebleken dat verweerster (meteen) daarna informatie heeft ingewonnen, zo nodig bij een deskundige, dan wel actie heeft ondernomen dan wel klaagster heeft gewaarschuwd over het mogelijke risico van het vervallen van de octrooien bij niet tijdige betaling van de jaartaksen, hetgeen wel op haar weg had gelegen. Dat was vooral het geval nu in correspondentie van verweerster met klaagster steeds terugkwam dat octrooien lastig en ingewikkeld zijn en de aangezochte interne en andere notarissen de executieveiling niet wilden doen. De enkele omstandigheid dat er mogelijkerwijs geen sprake is van schade, omdat het wellicht niet mogelijk was dat een derde alsnog die jaartaksen zou betalen, speelt slechts een rol in het kader van eventuele schade in een civiele procedure, maar is niet doorslaggevend en toch verwijtbaar in een tuchtrechtelijk geding als de onderhavige. In zoverre heeft het handelen van verweerster niet voldaan aan de van haar als advocaat te verwachten kwaliteitseisen en oordeelt de raad deze klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/27, 28 en 29
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 13-06-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:8
Herhaalde verzoeken tot wraking van dezelfde leden. Omdat klager in zijn tweede verzoeken tot wraking geen feiten of omstandigheden heeft voorgedragen die pas na zijn eerdere verzoeken tot wraking aan hem bekend zijn geworden, verklaart de kamer de tweede verzoeken tot wraking kennelijk ongegrond zodat deze niet in behandeling worden genomen. Deze verzoeken worden zonder behandeling ter zitting afgewezen o.g.v. art. 3 lid 3 Wrakingsprotocol. Nu de eerdere verzoeken tot wraking niet-ontvankelijk zijn verklaard (ECLI:NL:TNORSHE:2018:5) en deze tweede verzoeken, die bij voorbaat zijn gedaan, kennelijk ongegrond zijn, is de wrakingskamer bovendien van oordeel dat deze laatste verzoeken zodanig lichtvaardig zijn gedaan dat indiening van een volgend verzoek tot wraking als misbruik van recht moet worden gekwalificeerd. Daarbij neemt de wrakingskamer mede in aanmerking dat de behandeling van deze (zesde) tuchtklacht tegen de notaris nu al tweemaal is geschorst als gevolg van de wrakingsverzoeken van klager. O.g.v. art. 3 lid 3 Wrakingsprotocol ziet de wrakingskamer daarom aanleiding te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 406
- Pagina: 407
- Pagina: 408
- ...
- Pagina: 951
- Volgende pagina zoekresultaten