Zoekresultaten 19551-19600 van de 47568 resultaten
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:86 Accountantskamer Zwolle 18/921 Wtra AK
- Datum publicatie: 14-12-2018
- Datum uitspraak: 14-12-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:86
Opdracht tot waarderen aandelen van Holding in opdracht van een van de aandeelhouders. Betrokkene heeft standaard 5500N toegepast maar zich niet gehouden aan de paragrafen 19 en 29 van deze standaard. Rapport behelst inhoudelijk op alle onderdelen waarover is geklaagd tekortkomingen. Die tekortkomingen en de herhaalde mededeling dat zijn opdrachtgever de tegenpartij van klaagster is, duiden erop dat betrokkene zich bij zijn afwegingen ongepast heeft laten beïnvloeden door zijn opdrachtgever. Betrokkene heeft bovendien aan de Holding en niet aan de opdrachtgever gedeclareerd zonder zich bewust te zijn van het gevolg daarvan voor een zuivere btw-afdracht door de Holding. Klacht in alle onderdelen gegrond. Tijdelijke doorhaling voor drie maanden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:205 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180137
- Datum publicatie: 14-12-2018
- Datum uitspraak: 12-10-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:205
Vernietiging beslissing raad voor zover die de klacht gegrond heeft bevonden en berisping opgelegd. Verweerder mocht uitgaan van wat zijn cliënten hem vertelden nu hij geen aanwijzingen had voor het tegendeel. Hoor en wederhoor door de raad.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:188 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 152/2018
- Datum publicatie: 14-12-2018
- Datum uitspraak: 14-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:188
Klacht tegen huisarts ongegrond. Verweerder heeft diagnose meningeoom gemist. Hij heeft echter wel zorgvuldig gehandeld. Hij heeft het beleid van de eerder geconsulteerde internist en dermatoloog voortgezet. Tijdens het laatste consult was er geen reden om een andere oorzaak te veronderstellen voor het krachtsverlies in beide benen dan het oedeem in de benen. Verweerder mocht menen dat dit paste bij het proces dat zich al twee jaar voordeed. Uit het medisch dossier blijkt niet van bijzondere omstandigheden die verweerder op het spoor hadden moeten zetten van nader onderzoek naar een ernstige aandoening. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:326 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.554
- Datum publicatie: 13-12-2018
- Datum uitspraak: 13-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:326
Klaagster is door haar huisarts doorverwezen naar de gz-psycholoog in verband met een vermoeden van een stoornis vallende binnen de DSM classificatie en verzoekt begeleiding in het kader van basis GGZ, vermoedelijk langdurig en intensief. Klaagster heeft de gz-psycholoog onder meer verweten dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden, haar ten onrechte niet heeft doorverwezen naar een andere hulpverlener of haar huisarts, grenzeloos en onprofessioneel contact heeft onderhouden en haar zonder doel of uitleg drie vragenlijsten heeft laten invullen om zo een ingang bij haar huisarts te hebben. Het Regionaal Tuchtcollege heeft deze klachtonderdelen (deels) gegrond verklaard en heeft de maatregel van waarschuwing opgelegd. De overige tien klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Het beroep van klaagster tegen de ongegrondverklaring van de overige klachtonderdelen van haar klacht wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:327 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.111
- Datum publicatie: 13-12-2018
- Datum uitspraak: 13-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:327
Klacht tegen bedrijfsarts. Regionaal Tuchtcollege heeft deels gegrond verklaard, zonder oplegging van maatregel. Klaagster komt op tegen ongegrond verklaarde klachtonderdeel en tegen de beslissing om geen maatregel op te leggen. Klaagster is niet-ontvankelijk in het beroep voor zover het zich richt tegen de beslissing om geen maatregel op te leggen en voor het overige wordt het beroep verworpen. Het Centraal Tuchtcollege is evenals het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat niet gebleken is dat de bedrijfsarts bij het aanleveren van informatie ten behoeve van het Deskundigenoordeel UWV bewust informatie heeft achtergehouden.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:46 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/340422 / KL RK 18-100
- Datum publicatie: 13-12-2018
- Datum uitspraak: 13-11-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:46
De kamer stelt vast dat geen punt van geschil tussen klager en mr. [A] is dat mr. [A] ook feitelijk de werkzaamheden van een notarieel medewerker en niet die van een kandidaat-notaris verricht en dienovereenkomstig wordt betaald. Uit het verweer van mr. [A] blijkt dat hij direct na het afronden van zijn studie notarieel recht in de functie van notarieel medewerker op een notariskantoor is aangenomen. Hij is niet de beroepsopleiding gaan volgen en hij heeft zich ook al die tijd niet als kandidaat-notaris geafficheerd. Het is een bewuste keuze van mr. [A] om af te zien van de mogelijkheid om als kandidaat-notaris werkzaam te zijn. Hij vindt een functie als kandidaat-notaris met de bijbehorende verplichting tot permanente educatie vanwege door hem geschetste omstandigheden bovendien te belastend. Als hij onverkort zou worden gehouden aan de verplichting tot permanente educatie, zou dit betekenen dat hij een baan buiten het notariaat zou moeten zoeken om aan deze verplichting te ontkomen. Gelet op deze omstandigheden acht de kamer het in dit geval niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat mr. [A] de opleidingspunten niet heeft gehaald.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:328 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.157
- Datum publicatie: 13-12-2018
- Datum uitspraak: 13-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:328
Klacht tegen een longarts-intensivist. Klager verwijt de longarts-intensivist in de kern dat hij de medicatie van patiënte bewust heeft veranderd en dat patiënte daardoor de verkeerde medicatie en/of verkeerde dosering van Fragmin en Clopidogrel toegediend heeft gekregen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als ongegrond afgewezen. Gezien de stukken en gehoord de nadere toelichting door de longarts-intensivist ter terechtzitting in beroep is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de afweging om patiënte een combinatie van 2500 IE Fragmin en 75 mg Clopidogrel te geven, weloverwogen en weldoordacht is geweest en alleszins verdedigbaar was in de gegeven complexe omstandigheden waarin patiënte verkeerde. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht terecht als ongegrond heeft afgewezen en dat het beroep moet worden verworpen.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:47 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/336730 / KL RK 18-62
- Datum publicatie: 13-12-2018
- Datum uitspraak: 13-11-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:47
Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris zorgvuldig gehandeld. Uit het op dit punt onweersproken verweer van de notaris blijkt dat zij klagers na overlijden van erflaatster een korte tijd nog de gelegenheid heeft gegeven om de bankrekeningen in te zien en afdrukken te maken van de voor de verantwoording benodigde gegevens. Zoals de notaris terecht heeft opgemerkt, zou het onzorgvuldig geweest zijn als zij te lang had gewacht met het laten blokkeren van de bankrekeningen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:329 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.203
- Datum publicatie: 13-12-2018
- Datum uitspraak: 13-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:329
Klacht tegen gezondheidszorgpsycholoog. Klagers waren weekend- en vakantiepleegouders van een kind, dat onder voogdij stond van de jeugdzorgorganisatie waar de gezondheidszorgpsycholoog werkzaam was als behandelcoördinator. Op een gegeven moment krijgen klagers te horen dat het kind niet meer bij hen zou komen logeren. Klagers verwijten de gezondheidszorgpsycholoog onder meer 1) dat zij hen niet heeft gesproken voorafgaande aan het nemen van beslissingen omtrent het beëindigen van de plaatsing van hun (weekend-)pleegzoon en 2) dat geen onafhankelijk onderzoek is gedaan bij het pleegkind. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart onder meer het onder 1) weergegeven verwijt gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het beroep van klagers wordt verworpen. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij de overwegingen van het Regionaal Tuchtcollege en overweegt ten aanzien van de onafhankelijkheid van het onderzoek aanvullend dat het bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een onafhankelijk onderzoek niet gaat om de onafhankelijkheid van de instelling waar het onderzoek is uitgevoerd, maar om de onafhankelijkheid van de individuele beroepsbeoefenaar die het onderzoek heeft verricht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:324 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.181
- Datum publicatie: 13-12-2018
- Datum uitspraak: 13-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:324
Klacht tegen arts die eigenaar en directeur was van een organisatie met bedrijfsartsen. Deze bedrijfsartsen werden ingeschakeld om de werkgever van klager te adviseren in het kader van besluitvorming over de re-integratie van klager, die zich had ziekgemeld bij zijn werkgever. De arts is bij klager betrokken geraakt nadat klager tegen twee van de bedrijfsartsen in zijn organisatie een klacht had ingediend en de arts klager naar aanleiding daarvan uitnodigde voor een gesprek. Klager verwijt de arts dat hij niet professioneel heeft gehandeld door na te laten zijn verantwoordelijkheid te nemen in het toepassen van de LESA-richtlijnen en alsnog advies te geven aan zijn werkgever voor re-integratie. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat klager ontvankelijk is in zijn klacht. De arts heeft zich met zijn handelen op het terrein begeven waarop hij de deskundigheid bezit waarvoor hij in het BIG-register is ingeschreven en zijn handelen had voldoende weerslag op de individuele gezondheidszorg. De klacht wordt door het Regionaal Tuchtcollege vervolgens afgewezen, omdat van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de arts geen sprake is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt verklaart klager voor zover hij nieuwe klachtonderdelen naar voren heeft gebracht niet-ontvankelijk. Voor het overige worden zowel het tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege ingestelde principaal als incidenteel beroep verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:325 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.477
- Datum publicatie: 13-12-2018
- Datum uitspraak: 13-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:325
Klacht tegen verzekeringsarts. Klager is voor arbeidsongeschiktheid verzekerd bij een schadeverzekeringsmaatschappij. Verweerder is verzekeringsarts is als medisch adviseur verbonden aan die verzekeringsmaatschappij en heeft in het kader van de claim van klager een medisch advies uitgebracht. De klacht van klager houdt in dat verweerder heeft nagelaten 1) aan de eis van voldoende dossiervorming te voldoen door geen, althans geen schriftelijke, medische adviezen op te stellen, 2) desgevraagd op eerste verzoek de medische adviezen aan klager of diens vertegenwoordiger af te geven, 3) zich voldoende toetsbaar op te stellen door het opstellen en verstrekken van medische adviezen en 4) zijn beslissing tot weigering van het verzoek tot het laten verrichten van een expertise door een verzekeringsarts deugdelijk te onderbouwen met een medisch advies. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:243 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-661/DH/HvD
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 31-10-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:243
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen klachtfunctionaris over ondeugdelijke afhandeling van de klacht kennelijk ongegrond. Klacht hangt samen met klacht 18-662.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:250 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-766/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 21-11-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:250
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van een wederpartij in een geschil rondom een nalatenschap kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:244 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-622/DH/HvD
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 17-10-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:244
Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt verweerder dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan belangverstrengeling en dat hij onvoldoende bereikbaar was. Klachten zijn kennelijk ongegrond. Klacht hangt samen met klacht 18-661.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:257 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-780/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 05-12-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:257
Voorzittersbeslissing. Klacht is niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:244 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-692
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 12-12-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:244
Voorzittersbeslissing. Klacht van klager dat verweerder, als zijn eigen advocaat, een zitting bij het gerechtshof niet met klager heeft voorbesproken, kennelijk ongegrond. Klager is met verweerder meegereden naar de zitting.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:251 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-004/DH/DH
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 26-11-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:251
Klacht over gebrekkige communicatie, onvoldoende kwaliteit van dienstverlening en excessief declareren. De klacht over gebrekkige communicatie slaagt gedeeltelijk, omdat verweerder heeft verzuimd om belangrijke informatie schriftelijk aan klaagster te bevestigen. Aan verweerder wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd. De proceskosten worden gematigd tot € 500.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:245 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-514/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 31-10-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:245
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:258 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-799/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 05-12-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:258
Voorzittersbeslissing. Klacht is niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:245 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-572
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 24-10-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:245
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet overschreden. Hij heeft de voorzieningenrechter in zijn verzoek tot het leggen van beslag niet onvolledig voorgelicht, heeft zich niet onnodig grievend over klaagster uitgelaten en hij behoefde de door zijn cliënt aangedragen feiten niet te verifiëren nu daartoe geen aanleiding was. Ook met het aan zijn cliënt gegeven advies heeft hij de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet overschreden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:239 Raad van Discipline Amsterdam 18-492/A/NH
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 10-12-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:239
Deels gegrond verzet. De raad heeft kennisgenomen van nieuwe feiten die relevant zijn voor de beoordeling voor klachtonderdeel a), dus het verzet tegen klachtonderdeel a) is gegrond. Klachtonderdeel a) is ongegrond, nu niet is gebleken dat verweerster de haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid heeft overschreden. Het verzet tegen klachtonderdeel b) is ook gegrond, nu de voorzitter bij de beoordeling hiervan is uitgegaan van een onjuiste veronderstelling. Klachtonderdeel b) is echter ongegrond, nu niet is gebleken dat verweerster haar cliënten heeft geadviseerd een en ander te doen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:185 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-801/DB/ZWB
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 07-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:185
Niet gebleken dat verweerder de rechter bewust onwaarheden heeft voorgehouden, nocht dat hij onnodig grievende uitlatingen heeft gedaan. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:252 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-399/DH/DH
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 26-11-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:252
Klacht over de kwaliteit van dienstverlening in een familierechterlijke kwestie gegrond. Schorsing voor de duur van zestien weken, waarvan acht voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:246 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-699/DH/HvD
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 31-10-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:246
Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk ongegrond en kennelijk N.O. Kennelijk ongegrond, omdat verweerder niet verplicht is om zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar aan klager kenbaar te maken. Kennelijk NO omdat de beantwoording van de vraag of een advocaat zich heeft gehouden aan de Samenwerkingsverordening (1993) is voorbehouden aan de deken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:259 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-591/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 05-12-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:259
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:186 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-858/DB/LI
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:186
Grenzen van vrijheid van advocaat van de wederpartij niet overschreden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:253 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-970/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:253
Tussenbeslissing. Klaagster is in klachtonderdeel a niet ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Ten aanzien van klachtonderdeel b geldt dat het onderwerp parallellen vertoont met klachtzaak 18-539/DH/RO waarin door de deken nader onderzoek zal worden verricht. De beslissing in deze zaak zal worden aangehouden in afwachting van het onderzoek van de deken in de andere zaak.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:247 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-716/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 07-11-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:247
Voorzittersbeslissing. Klacht ingediend tegen verweerder in zijn hoedanigheid van curator. Klacht is deels niet-ontvankelijk, omdat groot deel verwijten buiten vervaltermijn valt. Voorts is klacht deels ongegrond, omdat bij gebrek aan bewijsstukken de gegrondheid van de overige verwijten niet kan worden vastgesteld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/267T
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 12-12-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:144
Klager is voorzitter van de VVE van het gebouw waar verweerster (tandarts) haar praktijk heeft gevestigd. Klager verwijt verweerster dat zij hem als patiënt uit haar praktijk heeft gezet vanwege zijn gedrag tijdens een vergadering van de VVE. Gegrond, waarschuwing
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:260 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-779/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 05-12-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:260
Voorzittersbeslissing. Klacht is niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:254 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-230/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:254
Verzet tegen een voorzittersbeslissing ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:248 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-515/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 14-11-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:248
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:261 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-774/DH/DH
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 28-11-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:261
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van een wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:255 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-359/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:255
Tussenbeslissing waarin de raad de deken heeft opgedragen nader onderzoek te verrichten naar de klacht, in het bijzonder naar de vraag of verweerster een beslagrekest heeft ingediend bij de rechtbank.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:249 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-739/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 14-11-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:249
Voorzittersbeslissing. Klacht ingediend na de vervaltermijn en aldus niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/140
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 12-12-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:146
Klager verwijt de verweerder dat hij stelt dat klager zich onder psychiatrische behandeling moet stellen, zonder hem te hebben gezien of gesproken. Hij heeft hiermee het vermoeden bevestigd dat klager psychotisch zou zijn, terwijl dit nooit is gediagnostiseerd. Gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/338738 KL RK 18-81
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 13-11-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:44
Ter beoordeling ligt de vraag voor of de oud-notaris voldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflaatster kort voorafgaand aan en ten tijde van het passeren van het testament. De kamer overweegt dat het in eerste instantie aan de oud-notaris was om vast te stellen of erflaatster voldoende bekwaam was om de inhoud van de akte te begrijpen. Slechts als daarover bij haar gerede twijfel zou bestaan, diende zij de verdere stappen, zoals genoemd in het Stappenplan, in overweging te nemen. Van die twijfel was bij de oud-notaris geen sprake. Dat de oud-notaris tot een andere conclusie had moeten komen, is niet of onvoldoende gebleken. Naar het oordeel van de kamer kon en mocht de oud-notaris concluderen dat erflaatster wilsbekwaam was om haar testament op te maken. De kamer heeft daarom de klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/336725 KL RK 18-61
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:45
Klagers stellen dat de notaris niet onafhankelijk, onpartijdig en integer heeft gehandeld. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen niet-ontvankelijk dan wel ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-077
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:193
Gegronde klacht tegen een arts. De arts had, onder meer in aanmerking nemend dat patiënte al vier dagen nauwelijks meer had gegeten of gedronken, koorts had ontwikkeld en die dag geen urineproductie meer had, tijdens de visite de desbetreffende ochtend wel degelijk rekening moeten houden met de mogelijkheid dat patiënte niet lang meer te leven had. De arts had dit ook als zodanig moeten communiceren met klager (zoon van patiënte). De situatie van patiënte was dermate slecht dat van de arts gevergd had mogen worden dat hij dit naderende einde had onderkend en dit vervolgens met klager had besproken, zodat die zijn handelen hierop had kunnen afstemmen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen VP2018/15
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:73
Klacht tegen verpleegkundige. Verweerster is werkzaam als ondersteuner Jeugd en Gezin in een huisartsenpraktijk. Zij realiseert met toestemming van de ouders een doorverwijzing van hun zoon naar het Centrum voor Jeugd en Gezin. De aan deze doorverwijzing ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden zijn echter onvoldoende besproken met klager, te weten de vader. Klager is aldus onvoldoende in de gelegenheid gesteld zijn visie te geven op de verwijzing en de noodzakelijke hulp. Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen verklaart de klacht in zoverre gegrond en waarschuwt verweerster.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:194 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-073
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:194
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Het onderzoek en de afwegingen van de huisarts waren verdedigbaar en overeenkomstig de beroepsnormen. Hoewel het jammer is dat de familie de huisarts na het overlijden van patiënte in het kader van de nazorg al eerder had verwacht, is er geen aanwijzing dat hierover afspraken zijn gemaakt, terwijl het de huisarts niet kan worden tegengeworpen dat hij deze wens van de familie niet zo heeft begrepen. Ook komt niet vast te staan dat de huisarts bewust onwaarheden heeft verteld over de laatste momenten van patiënte. De huisarts was verder niet op de hoogte van de wens van patiënte om te doneren. Nu bij een onbekende doodsoorzaak in beginsel orgaandonatie niet mogelijk is, valt het de huisarts niet tegen te werpen dat hij deze kwestie niet met de echtgenoot heeft besproken. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:186 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 116/2018
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:186
Klacht IGJ tegen arts, voorheen radioloog. Behandeling betreft liposuctie van patiënt in privékliniek. Teveel vet weggehaald en regels van patiëntveiligheid geschonden. Postoperatieve zorg is nog steeds niet naar behoren geregeld. Klacht gegrond: berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:195 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-026b
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:195
Gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster belde voor de tweede maal met de praktijk van de huisarts in verband met klachten bij haar twee weken oude baby. Naar aanleiding van de klachten stelde de huisarts een consult voor of voorschrijven van medicatie. Het College overweegt dat nu de huisarts niet heeft aangedrongen op een consult, het in de rede had gelegen dat zij het telefoongesprek van de assistente had overgenomen en zelf met klaagster had gesproken en goed had doorgevraagd. Vast staat verder dat de huisarts dit niet heeft gedaan en ook niet het dossier heeft ingezien. Of zij na lichamelijk onderzoek van de baby had moeten doorverwijzen, kan niet met zekerheid worden gezegd. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:42 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/330744 KL RK 17-211
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 06-11-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:42
De notaris heeft van de broer van klaagster de opdracht gekregen om een volmacht van hem en klaagster aan de notaris tot opzegging van de hypotheek op te stellen. Die hypotheek was in 1995 ten behoeve van moeder gevestigd op de horecazaak van de broer. De schuld ten behoeve waarvan de zekerheid was gevestigd, was volgens de broer al lang geleden door hem afgelost. Omdat moeder inmiddels was overleden, had de broer de handtekening van klaagster nodig om de hypotheek alsnog te kunnen doorhalen. Klaagster vindt dat zij niet deskundig en professioneel is bijgestaan door de notaris. Klaagster verwijt de notaris dat zij klaagster niet goed heeft voorgelicht over de volmacht en de gevolgen als klaagster haar medewerking zou verlenen dan wel zou weigeren. De kamer overweegt dat de notaris in opdracht werkte van de broer. De notaris wekte bij klaagster echter de indruk de belangen van klaagster te behartigen. Dit mede vanwege de lange relatie tussen klaagster en de notaris en de inspanningen van de notaris om voor klaagster alternatieve zekerheid te creëren. Klaagster verkeerde in een afhankelijke positie en kon zelf onvoldoende een beoordeling maken van haar rechtspositie. Zij leunde op het advies van de notaris. Er was sprake van tegengestelde belangen tussen de broer en klaagster. Vanwege die tegengestelde belangen had de notaris zich moeten onthouden van advies en klaagster moeten doorverwijzen. De kamer heeft daarom dit klachtonderdeel gegrond verklaard. Op de gegrondverklaring van een klacht past in beginsel een tuchtrechtelijke reactie. De kamer legt de notaris op basis van de specifieke omstandigheden van het geval geen tuchtmaatregel op en licht dit als volgt toe. De notaris heeft onbaatzuchtig haar diensten verleend, terwijl zij daar niet toe gehouden was. Met de beste bedoelingen heeft zij klaagster zo goed mogelijk proberen bij te staan. In dat licht bezien is een tuchtmaatregel niet op zijn plaats.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:187 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 117/2018
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:187
Klacht tegen anesthesioloog deels gegrond. Waarschuwing .Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld mbt dossiervoering. Het anesthesieverslag is niet conform de norm en stopmoment VI is niet correct uitgevoerd en vastgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:196 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-026c
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:196
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft zich onvoldoende laten leiden door de alarmerende waarnemingen van de ouders en het gegeven dat klaagster met de twee weken oude baby al voor de tweede keer dat weekend op de huisartsenpost was verschenen met ernstigere verschijnselen dan de dag ervoor. Het progressieve verloop van het ziektebeeld had de huisarts moeten alarmeren. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:43 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/334716 KL RK 18-33
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 06-11-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:43
Klager verwijt de notaris dat hij door onvoldoende te rechercheren, het nalaten van gebruik van gelegaliseerde handtekeningen, partijen onvoldoende te informeren over de (rechts-)gevolgen van hun handelen en zijn geheimhoudingsplicht te schenden, bij de boedelafwikkeling en het passeren van de (levens) testamenten niet gehandeld met de ‘grootst mogelijke zorgvuldigheid’, zoals artikel 17 Wna voorschrijft. Daarnaast verwijt klager de notaris dat hij door onvoldoende te rechercheren en onderzoek te doen naar de transacties, het niet opschorten van zijn dienstverlening en het niet melden van ongebruikelijke transacties (dan wel de redenen om niet tot melding over te gaan vast te leggen), bij het verzorgen van de aandelentransacties en de oprichting van een BV niet gehandeld met de ‘grootst mogelijke zorgvuldigheid’, zoals artikel 17 Wna voorschrijft. De naleving van deze verplichtingen zijn relevant voor de rechtszekerheid en moeten juist voorkomen dat een notaris optreedt als facilitator bij mogelijk witwassen en het financieren van terrorisme, mede gezien zijn rol als poortwachter. De notaris heeft de klachten grotendeels erkend. De klachten worden door de kamer grotendeels gegrond verklaard. Ten aanzien van de op te leggen maatregel overweegt de kamer dat door de notaris structurele en ernstige normschendingen zijn begaan. Ten onrechte heeft de notaris zich volkomen lijdelijk opgesteld. Dit terwijl de rol van de notaris al geruime tijd veranderd is. De notaris heeft echter blijk gegeven de klachtwaardigheid van zijn handelen in te zien en heeft meerdere maatregelen genomen om fouten in de toekomst te voorkomen. Voorts heeft de kamer rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de notaris die speelden in de periode waarop de klacht betrekking heeft. Gezien de feiten en omstandigheden acht de kamer de maatregel van berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-026d
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:197
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft de twee weken oude baby van klaagster deugdelijk onderzocht. Bij dit onderzoek had de huisarts niet geconstateerd dat sprake was van neusvleugelen of intrekkingen, voorts had de baby geen koorts en hoestte zij niet. De gestelde diagnose van een neusverkoudheid is derhalve verdedigbaar. Zij heeft voorts in redelijkheid kunnen menen dat een doorverwijzing naar het ziekenhuis niet geïndiceerd was. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/345
- Datum publicatie: 10-12-2018
- Datum uitspraak: 10-12-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:142
Verweerder in hoedanigheid van huisarts bij de huisartsenpost wordt verweten dat hij slechts marginaal onderzoek heeft verricht ten gevolge waarvan het kind van klagers later is komen te overlijden. Volgens klagers heeft verweerder in de gegeven omstandigheden niet gehandeld zoals van een redelijk professioneel arts mag worden verwacht. Gelet op de door klagers geuite klachten en de leeftijd van hun kind was volgens klagers uitgebreid en nader onderzoek en/of doorverwijzing naar een specialist aangewezen. Er is volgens klagers ook te weinig oog geweest voor de door hen geuite zorgen. De klachten zijn door verweerder betwist. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/336
- Datum publicatie: 10-12-2018
- Datum uitspraak: 10-12-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:143
Verweerder in hoedanigheid van huisarts wordt verweten dat hij een verkeerde diagnose heeft gesteld althans een diagnose heeft gemist ten gevolge waarvan het kind van klagers is komen te overlijden. Volgens klagers heeft verweerder in de gegeven omstandigheden niet gehandeld zoals van een redelijk professioneel arts mag worden verwacht. Voorafgaand aan het consult is het kind van klagers gezien op de huisartsenpost. Tijdens het consult waren er signalen dat de gezondheidstoestand van het kind van klagers verslechterd was en was uitgebreid en nader onderzoek en/of doorverwijzing aangewezen. Er is volgens klagers te weinig oog geweest voor de door hen geuite zorgen en er is door verweerder te veel gefocust op de eerder gestelde diagnose op de huisartsenpost. De klachten zijn door verweerder betwist. Ongegrond
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 391
- Pagina: 392
- Pagina: 393
- ...
- Pagina: 952
- Volgende pagina zoekresultaten