Zoekresultaten 181-200 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:96 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-328/DB/ZWB
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:96
Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door te weigeren een procedure te starten. Ook is niet gebleken dat zij onjuist advies heeft gegeven over de geldigheid van het Noord-Macedonische testament. Klager is akkoord gegaan met het versturen van een brief waarin de namen van getuigen werden genoemd, zodat de klacht dat verweerster dit zonder toestemming heeft gedaan niet slaagt. Ook niet gebleken dat het dossier onvolledig is overgedragen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:90 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-227/DB/LI
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:90
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerster in het verweerschrift van 18 februari 2025 en in het verweerschrift van 1 mei 2025 feiten gesteld waarvan zij de onwaarheid kende of redelijkerwijs kon kennen. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:97 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-433/DB/OB
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:97
Klacht over de advocaat van de wederpartij in medische tuchtprocedures. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuistheden heeft verkondigd. Het stond verweerder vrij om het standpunt van zijn cliënt(e) naar voren te brengen. Niet gebleken dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:91 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-061/DB/LI
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:91
Verzet. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:236 Hof van Discipline 's Gravenhage 250244
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:236
Het hof onderschrijft het oordeel van de raad. Duidelijk is dat klaagster van mening is dat verweerder haar zaak niet goed heeft behandeld, klaagster heeft echter niet op overtuigende wijze onderbouwd dat de dienstverlening van verweerder niet voldoende was. Het hof onderschrijft het oordeel van de raad dat het aan verweerder was om te bepalen welke argumenten relevant zijn om in de gerechtelijke procedure in te brengen. Verweerder is - als dominus litis - niet verplicht uitvoering te geven aan alle verzoeken van zijn cliënte. Zo was verweerder niet verplicht om in zijn processtuk uitvoeriger dan hij heeft gedaan in te gaan op de nieuwe identiteit van klaagster en haar familieafkomst, uitsluitend omdat klaagster dit wilde.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:92 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-298/DB/ZWB
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:92
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening deels gegrond en deels ongegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat zij geen gevolg heeft gegeven aan het in klaagsters e-mail van 22 juli 2024 geformuleerde verzoek om een procedure ex artikel 12 Sv aanhangig te maken. Verweerster heeft de e-mail van klaagster van 22 juli 2024 naar eigen zeggen door de vakantie over het hoofd gezien. Ofschoon dit naar het oordeel van de raad onzorgvuldig is, ziet de raad geen aanleiding om aan verweerster een maatregel op te leggen. Uit de overgelegde stukken blijkt namelijk dat klaagster gedurende de behandeling van de zaak een zeer groot aantal zeer uitvoerige, vaak moeilijk te doorgronden, e-mails heeft gestuurd. De raad acht daarom voorstelbaar, dat verweerster het verzoek van klaagster over het hoofd heeft kunnen zien. Om die reden ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:237 Hof van Discipline 's Gravenhage 250388
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:237
Het betreft een klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een arbeidsrechtelijk geschil. De Raad van Discipline heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof ziet op basis van het onderzoek in hoger beroep geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de raad.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:93 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-379/DB/LI/D
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:93
Dekenbezwaar. Verweerster heeft in de zaken M en A niet gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat betaamt omdat de kwaliteit van verweersters dienstverlening in deze zaken ondermaats was. Verweerster is namelijk niet ter zitting verschenen en de door verweerster ingediende processtukken bevatten onjuistheden en onvolledigheden, onder meer als gevolg van ontoereikende kennis van en ervaring met het huurrecht en het gebruik van een AI-tool. Dit alles levert een schending op van de in artikel 10a Advocatenweten genoemde kernwaarden integriteit en deskundigheid. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:238 Hof van Discipline 's Gravenhage 260010
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:238
Klacht tegen eigen advocaat. Bij de raad is de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard, verweerder is in beroep gekomen. Het beroep slaagt niet. Het aanwenden van de derdengelden ter voldoening van zijn eigen declaraties niet is geschied conform het bepaalde in de Voda. Verweerder heeft verklaard dat hij de afspraken schriftelijk aan klaagster had moeten bevestigen.Behoudens bijzondere omstandigheden, die zich naar het oordeel van het hof hier niet voordoen, staat het een advocaat niet vrij om een rechtsmiddel aan te wenden zonder dat daarvoor door de cliënt voorafgaande toestemming is gegeven. Uit de stukken valt geen toestemming van klaagster af te leiden voor het instellen van beroep in de PGB-kwestie.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:162 Raad van Discipline Amsterdam 26-133/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:162
Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een kwestie over onderhuur van een woning. Volgens klager heeft verweerder in berichten aan klager onjuiste standpunten ingenomen en heeft hij klager op een onbetamelijke wijze onder druk gezet. De raad acht de klacht ongegrond. Verweerder heeft de belangen van zijn cliënten gediend op een wijze die niet onbetamelijk was.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:156 Raad van Discipline Amsterdam 26-111/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:156
Raadsbeslissing. Klacht is deels gegrond en deels ongegrond. Uit het klachtdossier blijkt dat verweerder steken heeft laten vallen in de communicatie met klaagster. Zo heeft verweerder, toen de beslistermijn van de IND afliep, geen contact met klaagster opgenomen, terwijl zowel zijzelf, als medewerkers van Vluchtelingenwerk, wel op verschillende manieren hebben geprobeerd in contact te komen met verweerder. Verweerder heeft te weinig transparantie betracht richting zijn cliënt over de voortgang en de ontwikkelingen in de procedure. Pas op 3 december 2024 heeft verweerder namens klaagster de IND aangeschreven, maar in die correspondentie heeft hij kennelijk klaagster niet gekend of meegenomen, aangezien zij zelf op 12 december 2024 opheldering vraagt aan verweerder over de vraag of er daadwerkelijk een schrijven aan de IND is uitgegaan. Op zitting heeft de verschenen kantoorgenoot van verweerder erkend dat er problemen spelen op het gebied van de verwerking van contactverzoeken van cliënten en aangegeven dat dit op kantoor een verbeterpunt is. Aan verweerder kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klachtonderdeel b), waarin klaagster verweerder verwijt dat hij niet reageerde op overnameverzoeken van de nieuwe advocaten, mist naar het oordeel van de raad feitelijke grondslag. Mede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder ziet de raad aanleiding aan verweerder een zware maatregel op te leggen, namelijk een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van zijn praktijk voor de duur van vier weken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:163 Raad van Discipline Amsterdam 26-139/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:163
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster is een onderneming, gerund door B. Een oud kantoorgenoot van verweerder heeft B bijgestaan bij zijn echtscheiding. Verweerder staat een medewerker bij van klaagster. Na een eerste bericht aan klaagster meldt B de mogelijke belangenverstrengeling. Verweerder trekt zich daarop terug. De klacht ziet op de gang van zaken rondom de terugtrekking en inspanningen van verweerder om voor de medewerker een nieuwe advocaat te vinden. De raad is van oordeel dat verweerder heeft gehandeld zoals dat mag worden verwacht in een situatie als deze. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2932
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:154
Klacht tegen anesthesioloog kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest en uiteindelijk geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de anesthesioloog. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de anesthesioloog onvoldoende invulling heeft gegeven aan zijn rol als eindverantwoordelijke voor het pijnbeleid van klager. Dit had gelet op de complexe pijnproblematiek en de ernstige pijnklachten van klager, wel op zijn weg gelegen. Van de anesthesioloog had verwacht mogen worden dat hij zich er persoonlijk van had vergewist of het pijnbeleid toereikend en in gesprek was gegaan met klager, hetgeen niet is gebeurd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart daarom de klacht gegrond en legt aan de anesthesioloog de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:157 Raad van Discipline Amsterdam 26-065/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:157
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:233 Hof van Discipline 's Gravenhage 260285
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 23-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:233
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46 c lid 5 Advocatenwet. De klacht tegen de deken Zeeland-West-Brabant betreft de werkwijze van de deken en het verzoek om informatie naar aanleiding van de klacht van klager over mr. Van K. Klager kan het dekenonderzoek desgewenst bij de behandeling van de klacht door de raad van discipline aan de orde stellen als hij daar ontevreden over is. Dit rechtvaardigt geen nieuwe klacht. Daarom zal de voorzitter de klacht tegen de deken niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:164 Raad van Discipline Amsterdam 26-157/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:164
Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerster heeft klager gedurende enkele jaren bijgestaan in een familierechtkwestie. Verweerster heeft klager enkele maanden bijgestaan bij een kwestie rondom zijn verblijfsvergunning. Klager verwijt verweerster dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over de mogelijkheid om een onafhankelijke verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan te vragen. De raad oordeelt dat verweerster klager voldoende heeft voorgelicht. Zij heeft dit echter onvoldoende schriftelijk vastgelegd. Hoewel zij klager niet meer bijstond in verband met zijn verblijfsstatus, had zij dit toch moeten doen, omdat zij het belang van klager bij een onafhankelijke verblijfsvergunning kenden en op de hoogte was van zijn situatie. De raad acht de klacht gegrond, maar legt geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2934
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:155
Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest, waar hij door de chirurg is geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. De chirurg zag klager voor het eerst op de operatiekamer. Hoewel het beter was geweest als de chirurg eerder met klager had gesproken, is dit onvoldoende om hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:158 Raad van Discipline Amsterdam 26-094/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:158
Raadsbeslissing; klacht (deels) gegrond. Verweerder heeft een marktplaatsaccount aangemaakt onder een valse naam, met als doel aankopen te doen bij verkopers die mogelijk inbreuk maakten op het merkrecht van zijn cliënte zonder bekend te maken dat hij de advocaat van deze cliënte was. Daarmee heeft verweerder onbetamelijk gehandeld. Op het moment dat de feiten waar de klacht op ziet zich voordeden was verweerder pas vier maanden advocaat en werkte hij onder verantwoordelijkheid van zijn patroon. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat de aan hem verweten werkwijze gangbare praktijk is binnen zijn kantoor en zijn patroon heeft dat bevestigd. Hoewel verweerder in beginsel zelf verantwoordelijk is voor zijn handelen ziet de raad in deze specifieke omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:234 Hof van Discipline 's Gravenhage 260270
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 23-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:234
Verzoek om verwijzing klacht op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet afgewezen. De voorzitter constateert dat de klachten van klager betrekking hebben op procedurele voorschriften van de deken die bedoeld zijn om het klachtonderzoek door de deken op zorgvuldige wijze te laten verlopen. Het klachtrecht is niet bedoeld om dergelijke voorschriften/beslissingen van procedurele aard van de deken in het kader van een lopend klachtonderzoek ter discussie te stellen. Klager kan zijn klacht over bedoelde advocaten na afronding van het onderzoek door de deken, en na betaling van het griffierecht, door de deken ter kennis laten brengen van de Raad van Discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Binnen de kaders van die procedure kan klager desgewenst ook naar voren brengen waarom het onderzoek door de deken naar de mening van klager niet deugt. Daarom zal de voorzitter de klachten over de deken niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:152 Raad van Discipline Amsterdam 26-464/A/NH
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:152
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerster dat zij hem bij de rechtbank onterecht heeft beschuldigd van het uiten van bedreigingen richting haar cliënte. Klacht is kennelijk ongegrond. Alhoewel van een familierechtadvocaat een zekere terughoudendheid mag worden verwacht in het doen van uitlatingen, stond het verweerster in de omstandigheden van dit geval vrij om dit standpunt in het belang van haar cliënte naar voren te brengen.