Zoekresultaten 561-580 van de 48197 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:141 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-869/AL/MN
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:141
Verweerder is als advocaat van de wederpartij van klager opgetreden in een arbeidsgeschil. De raad heeft niet kunnen vaststellen dat verweerder de geheimhoudingsverplichting heeft geschonden waar het feiten en omstandigheden betreft die in de mediation tussen klager en de cliënte van verweerder (zonder advocaten) aan de orde zijn geweest en die relevant zouden kunnen zijn voor de inhoudelijke beoordeling van de ontslagaanvraag. Alhoewel verweerder de specifieke informatie over wie de mediation had beëindigd en de omstandigheden waaronder beter niet in zijn e-mail aan het UWV had kunnen vermelden, en daarmee reeds de geheimhouding heeft geschonden, meent de raad dat verweerder in genoemde e-mail geen ontoelaatbare mededelingen over de mediation aan het UWV heeft gemeld. Verweerder moest verweer voeren namens de werkgever op door klager ingenomen stellingen. Ook heeft verweerder zijn excuses gemaakt. Gelet op al deze omstandigheden is de geconstateerde onzorgvuldigheid naar het oordeel van de raad van onvoldoende gewicht om verweerder daarover een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Verweerder heeft ten aanzien van de andere verwijten niet de grenzen overtreden van de hem toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klager. Verweerder mocht de jurist van klager benaderen zoals gedaan. Niet is komen vast te staan dat verweerder zich in een telefoongesprek met de belastingadviseur van klager als diens advocaat heeft voorgedaan.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:126 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3179 VZ
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:126
Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat niet kan worden vastgesteld dat de persoon tegen wie de klacht is gericht, staat ingeschreven in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:142 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-068/AL/OV
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:142
Verweerder heeft naar het oordeel van de raad in een procedure als advocaat voor zijn zus (klaagster) en andere familieleden tegen een derde opgetreden en daarna als advocaat namens twee broers in een procedure - zonder haar instemming - tegen klaagster opgetreden. Door verweerder is niet voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van lid 3 van regel 15. Verweerder heeft zich op advies van de deken daarna alsnog onttrokken aan die procedure tegen klaagster, maar had naar het oordeel van de raad de zaak van de twee broers tegen klaagster nooit moeten aannemen. Hij had toen al moeten inzien dat de familieverhoudingen en zijn optreden in de jaren daarvoor, onder meer bij de afwikkeling van de nalatenschap, daaraan in de weg stonden. Verweerder heeft hierdoor niet alleen gedragsregel 15 overtreden, maar ook anderszins onvoldoende inzicht getoond in het belang van de kernwaarde partijdigheid. Ook heeft verweerder de kernwaarde onafhankelijkheid geschonden. Omdat verweerder zichzelf heeft uitgeschreven als advocaat en door het Hof van Discipline in februari 2026 is geschrapt, volstaat de raad met de maatregel van berisping. Het gewenste effect van een anders opgelegde maatregel van (voorwaardelijke) schorsing is in dit geval afwezig.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:180 Hof van Discipline 's Gravenhage 260060
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:180
Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. De Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in één klachtonderdeel en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klager komt hiertegen in beroep. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) is van oordeel dat klager wel kan worden ontvangen in klachtonderdeel c), waarin klager verweerder verwijt dat hij heeft gesjoemeld met zijn declaraties en excessief heeft gedeclareerd, maar verklaart dat klachtonderdeel ongegrond. Het hof verklaart één klachtonderdeel alsnog gegrond, te weten klachtonderdeel e), waarin klager verweerder verwijt dat hij de verkeerde partij heeft gedagvaard. Verweerder heeft naar het oordeel van het hof onvoldoende regie gevoerd; hij heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar wie de onrechtmatige daad heeft gepleegd en teveel reactief gehandeld. Het hof legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:127 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3233 VZ
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:127
Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat de kern van de door klaagster ingediende klacht gelijk is aan hetgeen klaagster de orthopedisch chirurg verweet in klachtonderdeel g) in een eerdere tuchtprocedure. Ne bis in idem. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:143 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-082/AL/NN
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:143
Verweerster heeft als opvolgend advocaat voor klager tijdig hoger beroep ingesteld. De raad is niet gebleken dat verweerster haar bijstand voor klagers op onzorgvuldige wijze heeft neergelegd of daarmee ten onrechte zou hebben gedreigd. Het kantoor van verweerster heeft de door klagers verschuldigde griffierechten op 18 februari 2025 aan het gerechtshof betaald. Op 14 april 2025 heeft verweerster zowel voor het verschuldigde griffierecht als voor haar werkzaamheden een factuur aan klagers gestuurd. Dat klagers op dat moment in betalingsonmacht verkeerden door beslaglegging kan verweerster niet worden verweten. Verweerster heeft klagers in haar e-mail van 13 november 2024 verzocht om haar te informeren zodra zij iets zouden horen van de eisende partij, met name over de tenuitvoerlegging van het vonnis van 30 oktober 2024. Niet is gebleken dat klagers daarvan melding bij verweerster hebben gedaan. Nadat klagers verweerster over hun betalingsonmacht hebben ingelicht, heeft verweerster voorstellen gedaan, ook in overleg met de klachtenfunctionaris, over een betalingsregeling. Klagers hebben daarmee en met het werkvoorstel ingestemd, waarna verweerster de afgesproken werkzaamheden heeft verricht. Wegens opnieuw uitblijven van betaling, kon verweerster niet anders dan zich als advocaat te onttrekken. Dat heeft zij op meer dan zorgvuldige wijze gedaan. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:116 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3123
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:116
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:117 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3124
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:117
Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:118 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3125
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:118
Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025-9194
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:89
Klacht tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klaagster is door de huisarts op consult gezien. Zij maakt de huisarts verwijten over haar bejegening tijdens dit consult en over de hygiënische omstandigheden van de behandelruimte. Het college kan niet vaststellen dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:11 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-74
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 20-05-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:11
Klacht over de afwikkeling van een nalatenschap. Klager verwijt de notaris onvoldoende regie en dossiervorming bij een afvullegaat, schending van de waarschuwingsplicht, onzorgvuldig handelen met betrekking tot het huwelijksvermogensregime en het koppelen van een verklaring van beneficiaire aanvaarding aan betaling van een declaratie. De kamer verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:119 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3126
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:119
Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:179 Hof van Discipline 's Gravenhage 250418
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:179
Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij. De Raad van Discipline in het ressort Arnhem Leeuwarden (hierna: de raad) heeft geoordeeld dat verweerder het risico heeft genomen dat hij met klager geconfronteerd zou worden zonder de aanwezigheid van diens advocaat en aan verweerder de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Verweerder is in hoger beroep gekomen. Het hof is van oordeel dat er geen grond is voor een tuchtrechtelijk verwijt aan verweerder omdat hetgeen verweerder wordt verweten niet kan worden vastgesteld. Het hof vernietigt de beslissing van de raad en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:12 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-77
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 20-05-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:12
De notaris en zijn medewerkers hebben nagelaten hun wettelijke onderzoeksplicht zorgvuldig uit te voeren en klager als mede-eigenaar en eerste geldnemer niet betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en afronding van de akte van herfinanciering. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. De notaris heeft een fout gemaakt, maar deze direct erkend en zich ingespannen om tot een oplossing te komen. De kamer ziet mede gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder de rol van klager en diens broer bij het voortbestaan van onjuiste kadastrale gegevens, geen aanleiding een tuchtrechtelijke maatregel op te leggen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:120 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3127
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:120
Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:13 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-4
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 20-05-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:13
De kern van de klacht is dat de notaris klaagster niet meteen heeft geïnformeerd dat de waarborgsom/bankgarantie niet was gesteld. De kamer oordeelt dat de door de notaris gemaakte fout onvoldoende ernstig is om tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen aan te nemen. Daarbij weegt mee dat de notaris de fout direct heeft erkend en zich heeft ingespannen om het leveringsproces voortvarend te laten verlopen. De nadien ontstane vertraging lag buiten de risicosfeer van de notaris. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/452082 KL RK 25-81
- Datum publicatie: 13-06-2026
- Datum uitspraak: 26-02-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:12
Klaagster verwijt de notaris (1) dat hij het testament van vader niet had mogen passeren aangezien vader onder druk is gezet door zijn dochter, (2) dat de notaris onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van vader ten tijde van het passeren van het testament en (3) dat de notaris heeft gefaald als toezichthouder op moeder als executeur in de nalatenschap van vader. De kamer is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat vader in een zodanige toestand verkeerde dat hij niet in staat was om zijn wil te bepalen en evenmin dat hij onder druk is gezet door (een) derde(n). De notaris was bewust van beginnend Alzheimer bij vader en er was volgens de notaris geen aanleiding om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van vader. De notaris had voorts ook geen indicatie dat sprake was van ongeoorloofde beïnvloeding door dochter van vader. Er bestaat dan ook geen aanleiding om te oordelen dat de notaris onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij het controleren van de wilsbekwaamheid van vader of dat hij het testament niet had mogen passeren. De kamer stelt tot slot vast dat de notaris geen rol heeft als toezichthouder op moeder als executeur en dat hij ook niet als executeur opgetreden is. De klacht is in al haar onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:13 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/455325 / KL RK 25-112
- Datum publicatie: 13-06-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:13
klacht over advies door de kandidaat-notaris over een (levens)testament, over de wijze van communicatie door de kandidaat-notaris en over de declaratie en interne klachtafwikkeling. De kamer oordeelt dat sprake was van miscommunicatie, maar dat de kandidaat-notaris zich op dit punt heeft ingespannen en geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Het gedeclareerde bedrag was tussen partijen afgesproken en heeft klager ook betaald. Voor de interne klachtafwikkeling door een collega kan de kandidaat-notaris niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden. Klacht deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:118 Raad van Discipline Amsterdam 26-386/A/NH
- Datum publicatie: 12-06-2026
- Datum uitspraak: 08-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:118
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een huurgeschil gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond. Klaagster heeft geen rechtstreeks belang bij haar klacht over de communicatie tussen verweerster en haar cliënte. Verder is niet gebleken dat verweerster klaagster onder druk heeft gezet.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9452
- Datum publicatie: 12-06-2026
- Datum uitspraak: 12-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:92
Voorzittersbeslissing, klacht kennelijk ongegrond. Klacht over handelen in 2017/2018. Klaagster heeft geweigerd toestemming te geven om het dossier op te vragen omdat zij vindt dat ze voldoende informatie heeft overgelegd. Vanwege het ontbreken van het medisch dossier is het niet mogelijk de aan de verwijten ten grondslag gelegd feiten vast te stellen. Uit de wel overgelegde stukken kan niet worden afgeleid dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.