We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TNORARL:2026:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/452082 KL RK 25-81

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2026:12
Datum uitspraak: 26-02-2026
Datum publicatie: 13-06-2026
Zaaknummer(s): C/05/452082 KL RK 25-81
Onderwerp: Overig, subonderwerp: Algemeen/tuchtrechtelijk toezicht voorzitter Kamer van Toezicht
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klaagster verwijt de notaris (1) dat hij het testament van vader niet had mogen passeren aangezien vader onder druk is gezet door zijn dochter, (2) dat de notaris onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van vader ten tijde van het passeren van het testament en (3) dat de notaris heeft gefaald als toezichthouder op moeder als executeur in de nalatenschap van vader. De kamer is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat vader in een zodanige toestand verkeerde dat hij niet in staat was om zijn wil te bepalen en evenmin dat hij onder druk is gezet door (een) derde(n). De notaris was bewust van beginnend Alzheimer bij vader en er was volgens de notaris geen aanleiding om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van vader. De notaris had voorts ook geen indicatie dat sprake was van ongeoorloofde beïnvloeding door dochter van vader. Er bestaat dan ook geen aanleiding om te oordelen dat de notaris onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij het controleren van de wilsbekwaamheid van vader of dat hij het testament niet had mogen passeren. De kamer stelt tot slot vast dat de notaris geen rol heeft als toezichthouder op moeder als executeur en dat hij ook niet als executeur opgetreden is. De klacht is in al haar onderdelen ongegrond.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN

Kenmerk:         C/05/452082 KL RK 25-81

beslissing van de kamer voor het notariaat

op de klacht van

[Klaagster],

klaagster,

te [woonplaats],

gemachtigde: [naam gemachtigde],

tegen

[Notaris],

gemachtigde: mr. Buwalda,

notaris te [plaats],

Partijen worden hierna respectievelijk klaagster, en de notaris genoemd.

1.          Het verloop van de procedure

1.1.      Het verloop van de procedure blijkt uit

  • de klacht, met bijlagen, van 23 mei 2025,
  • het verweer van de notaris van 8 juli 2025, met bijlagen,
  • de brief van klaagsters van 22 juli 2025,
  • de brief van de notaris van 27 oktober 2025.
  • de machtiging voor [gemachtigde] ten behoeve van klaagster,

1.2.      De klachtzaak is ter zitting van 14 november 2025 behandeld, waarbij zijn verschenen klaagster enerzijds en de notaris anderzijds, bijgestaan door hun gemachtigden. De gemachtigden hebben pleitaantekeningen overgelegd. De griffier heeft aantekeningen bijgehouden van het verhandelde ter zitting.

2.          De feiten

2.1.      Op 24 februari 2020 heeft er een bespreking plaatsgevonden tussen de notaris enerzijds en de vader, moeder en zus (met haar echtgenoot) van klaagster, […], anderzijds. Het onderwerp van de bespreking was een wijziging in het testament van vader, in die zin dat klaagster in de legitieme zou worden gesteld en de vrouw en andere dochter van erflater als enig erfgenamen werden aangewezen.

2.2.      Op 23 april 2020 is het testament van vader door de notaris gepasseerd.

2.3.      Vader is op 9 december 2021 overleden.

2.4.      Op 20 januari 2023 heeft klaagster haar zus aangeschreven met het verzoek om een volledige boedelbeschrijving en nadere informatie. De notaris heeft daarop op 6 februari 2023 gereageerd.

2.5.      Klaagster heeft bij brief van 29 maart 2023 aan de notaris medegedeeld dat zij van mening is dat het notariskantoor niet onafhankelijk is. De notaris heeft daarop op 31 maart 2023 aan klaagster medegedeeld dat hij zal stoppen met zijn werkzaamheden nu gesteld wordt dat zijn kantoor zich niet onafhankelijk en onpartijdig presenteert.

3.          De klacht en het verweer

3.1.      Klaagster verwijt de notaris kort gezegd dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld.

De klacht valt uiteen in drie onderdelen. Klaagster verwijt de notaris dat:

1. hij het testament van vader niet had mogen passeren aangezien vader onder druk is gezet door zijn dochter, de zus van klaagster,

2. hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van vader ten tijde van het passeren van het testament op 23 april 2020,

3. hij heeft gefaald als toezichthouder op moeder in haar hoedanigheid als executeur in de nalatenschap van vader.

3.2.      Klaagster legt aan haar klacht het volgende ten grondslag. Bij de vader van klaagster is op 8 februari 2018 Alzheimer vastgesteld. Op 15 februari 2018, een week later, is bij de notaris de handelingsonbekwaamheid van vader vastgelegd. Hiervan is klaagster niet op de hoogte gesteld. Vanaf januari 2020 heeft klaagster geen contact meer met haar ouders gehad vanwege belemmeringen door haar jongere zus. De jongere zus van klaagster heeft dan ook geestelijke druk uitgeoefend op de ouders van klaagster en heeft belet dat klaagster nog op enige manier met haar ouders in contact kon treden. Op 23 april 2020 heeft de notaris het testament van vader gepasseerd zonder daarbij het stappenplan van de KNB te volgen. De notaris heeft ook geen deskundige ingeschakeld of medische gegevens van vader opgevraagd om de ernst van de ziekte van vader of de wilsbekwaamheid van vader vast te stellen. De notaris heeft verder in zijn functie als toezichthouder van moeder als executeur gefaald nu er ernstige fouten zijn gemaakt bij de aangifte erfbelasting.

3.3.      De notaris voert verweer. Hij voert aan dat hij eerdere testamenten van vader heeft gepasseerd (op 12 december 1999, 3 mei 2016 en het levenstestament op 15 februari 2018) en dus goed bekend was met hem. Voor het passeren van het testament van 23 april 2020 heeft er een bespreking plaatsgevonden waarbij aanwezig waren: vader, moeder, zus […] en echtgenoot van de zus. Om elke wijze van beïnvloeding te voorkomen heeft hij op enig moment alleen met vader en moeder gesproken. Vader (en moeder) gaf in de bespreking aan een moeizame relatie met klaagster te hebben. Hij wilde klaagster daarom in de legitieme stellen. De notaris was bekend met de gezinssituatie en daarom kwam dit verzoek niet vreemd voor. Voorts was de notaris zich bewust van het feit dat er beginnend Alzheimer was geconstateerd bij vader en dat er daarom goed gecontroleerd moest worden of de wens van vader authentiek was en niet door druk van buitenaf tot stand kwam. Tijdens de bespreking van 24 februari 2020 was vader alert en goed in staat om de inhoud en de gevolgen van de akte te begrijpen. Ook bij het passeren van de akte op 23 april 2020 zijn wederom de wijzigingen in de akte besproken met vader (en moeder) en gaf hij duidelijk aan dat het zijn wil was. Er was dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van hem. De notaris voert ten slotte aan dat hij geen fouten heeft gemaakt met betrekking tot moeder haar rol als executeur. Hij had daarin geen rol. Voor de aangifte erfbelasting heeft moeder zich immers gewend tot een accountant te Zuidlaren.

4.         De beoordeling

Toetsingskader

4.1       Op grond van artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De tuchtrechter toetst of hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en de andere toepasselijke bepalingen. Ook kan de tuchtrechter toetsen of zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.

Klachtonderdeel 1 en 2

4.2.      Klaagster verwijt de notaris dat hij het testament van vader niet had mogen passeren aangezien vader onder druk is gezet door zijn dochter en dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van klager ten tijde van het passeren van het testament op 23 april 2020. Deze klachtonderdelen zullen hierna gezamenlijk worden behandeld.

4.3.      Voor de vraag of de notaris voldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van vader voorafgaand aan en ten tijde van het passeren van het testament op 23 april 2020, geldt als uitgangspunt dat iemand die handelingsbekwaam is, geacht moet worden zijn belangen te kunnen behartigen. Pas als aanleiding bestaat om daaraan te twijfelen, dient een notaris de geestesgesteldheid van zijn cliënt nader te onderzoeken. Daarbij zal het in belangrijke mate aankomen op zowel de inhoud van de gesprekken die een notaris met de cliënt voert, als de wijze waarop de cliënt zich daarbij presenteert. Het uitgangspunt bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid is de eigen waarneming van de notaris. De notaris heeft daarbij een redelijke beoordelingsvrijheid. Bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is in het algemeen verder onderzoek aangewezen. Het Stappenplan 2013 beoordeling wilsbekwaamheid ten behoeve van de notariële dienstverlening, vastgesteld door het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), biedt hiervoor een handreiking.

4.4.      Volgens vaste rechtspraak is het verder ook de verantwoordelijkheid van de notaris om te waken voor de vrije en onafhankelijke wilsvorming van een testateur. De notaris dient dan ook al het nodige te doen om zich ervan te vergewissen dat de testateur bij het vormen en uiten van zijn wil niet op ongewenste wijze is beïnvloed door (de aanwezigheid van) een derde. Het is aan de notaris overgelaten om te bepalen op welke wijze hij uitvoering geeft aan deze verplichting. De notaris voldoet in beginsel aan deze verplichting indien hij op enig moment bij de voorbereiding of het passeren van het testament met de testateur afzonderlijk de relevante aspecten van het testament bespreekt. Van de notaris die daarvoor niet kiest, mag worden verwacht dat hij zijn keuze en de daarbij gemaakte afwegingen achteraf (als daarover vragen rijzen) kan verantwoorden aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval.

4.5.      De kamer overweegt als volgt. Vooropgesteld wordt dat het niet aan de kamer is om te beoordelen of vader ten tijde van het passeren van het testament wilsbekwaam was en of hij zijn wil vrij en onafhankelijk heeft gevormd. Het gaat in deze klachtprocedure om de vraag of de notaris in de gegeven omstandigheden moest twijfelen aan de wilsbekwaamheid en de onafhankelijke wilsvorming van vader en of hij in dat verband zorgvuldig heeft gehandeld.

4.6.      Blijkens het verweer van de notaris was hij bewust dat er beginnend Alzheimer was geconstateerd bij vader. Om die reden heeft hij aandacht besteed aan de authenticiteit van de wens van vader en of die wens niet onder druk van buitenaf tot stand was gekomen. Vader was tijdens de afspraken duidelijk, resoluut en in staat om zijn wensen helder te verwoorden, evenals zijn redenen achter deze wensen. Bovendien vertoonde vader geen gedrag dat afweek van het gedrag dat hij in de jaren daarvoor vertoonde, toen hij ook meermalen bij de notaris is geweest. Er was volgens de notaris dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van vader. De notaris had ook geen indicatie dat sprake was van ongeoorloofde beïnvloeding door dochter […]. De notaris was bekend met de gezinssituatie en het verzoek van vader tot wijziging van het testament kwam dan ook niet als een verrassing. De notaris heeft zowel tijdens de bespreking als het passeren van het testament samen met vader en moeder gesproken, en dus niet in aanwezigheid van de zus van klaagster, zoals blijkt uit de aantekeningen van de notaris. De notaris heeft niet geconstateerd dat er sprake was van ongepaste beïnvloeding door de dochter. Twee maanden na het gesprek op kantoor is het testament gepasseerd. Vader was niet van mening veranderd en begreep (opnieuw) wat er in het testament werd vastgelegd. Voorts staat ook vast dat vader ten tijde van het passeren van zijn testament niet onder bewind, curatele of mentorschap stond en woonde hij zelfstandig. Op basis van het bovenstaande oordeelt de kamer dat niet is komen vast te staan dat vader in een zodanige toestand verkeerde dat hij niet in staat was om zijn wil te bepalen en evenmin dat hij onder druk is gezet door (een) derde(n). Derhalve bestaat er geen aanleiding om te oordelen dat de notaris onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij het controleren van de wilsbekwaamheid van vader of dat hij het testament niet had mogen passeren.

4.7.      Gelet op het bovenstaande worden de klachtonderdelen 1 en 2 ongegrond verklaard.

Klachtonderdeel 3

4.8.      Klaagster verwijt de notaris dat hij gefaald heeft als toezichthouder op moeder als executeur in de nalatenschap van vader. De kamer stelt vast dat de notaris geen rol heeft als toezichthouder op moeder als executeur en dat hij ook niet als executeur opgetreden is. In de gegeven omstandigheden heeft de notaris, bij wijze van bemiddeling, berichten doorgegeven van moeder en dochter [zus] aan klaagster, maar hij is niet verantwoordelijk voor die berichten. Voorts staat ook vast dat moeder zich voor de aangifte erfbelasting heeft gewend tot Hut Accountants te Zuidlaren en voor de latere boedelbeschrijving tot mr. Hunderman, notaris te Ten Boer. Ook dit klachtonderdeel wordt daarom ongegrond verklaard.

 

5.         De beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden

  • verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.J.C. van Leeuwen voorzitter, mr. T.P. Hoekstra en mr. H.R. Grievink, leden, en in tegenwoordigheid van mr. L.E. Laddrak, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.

De secretaris

 

De voorzitter

     
 

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.