We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TNORDHA:2026:13 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-4

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2026:13
Datum uitspraak: 20-05-2026
Datum publicatie: 15-06-2026
Zaaknummer(s): 26-4
Onderwerp: Registergoed, subonderwerp: leveringsakte
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: De kern van de klacht is dat de notaris klaagster niet meteen heeft geïnformeerd dat de waarborgsom/bankgarantie niet was gesteld. De kamer oordeelt dat de door de notaris gemaakte fout onvoldoende ernstig is om tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen aan te nemen. Daarbij weegt mee dat de notaris de fout direct heeft erkend en zich heeft ingespannen om het leveringsproces voortvarend te laten verlopen. De nadien ontstane vertraging lag buiten de risicosfeer van de notaris. De klacht is ongegrond.  

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 20 mei 2026 inzake de klacht onder nummer 26-4 van:

[klaagster],

hierna: klaagster,

tegen:

[notaris],

notaris, gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna: de notaris,

gemachtigde: mr. N. van Collem, advocaat te Zoetermeer.

1. Het procesverloop

1.1       De kamer heeft kennisgenomen van de klacht, met bijlagen, ingekomen op 7 januari 2026.

1.2       De kamer heeft het antwoord van de notaris, met bijlagen, ontvangen.

1.3       De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 april 2026. Daarbij waren aanwezig klaagster, en de notaris bijgestaan door mr. N. van Collem. Van de mondelinge behandeling zijn schriftelijke aantekeningen gemaakt.

2. De feiten

2.1       Op 25 september 2025 heeft klaagster als verkoper met kopers [A] en [B] (hierna: kopers) een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot het appartement aan [adres] (hierna: het appartement).

2.2       Klaagster werd als verkoper bijgestaan door makelaar [verkoopmakelaar] (hierna: de verkoopmakelaar). Kopers werden bijgestaan door makelaar [aankoopmakelaar] (hierna: de aankoopmakelaar).

2.3       In de koopovereenkomst was een financieringsvoorbehoud opgenomen geldig tot en met 30 oktober 2025. Verder kregen de kopers tot uiterlijk 7 oktober 2025 de gelegenheid om een waarborgsom of bankgarantie te stellen. De akte van levering zou gepasseerd worden op 14 november 2025.

2.4       Op eveneens 25 september 2025 heeft het notariskantoor de opdracht ontvangen voor kort gezegd het verzorgen van het transport van het appartement. Het notariskantoor heeft deze opdracht op 17 oktober 2025 aan klaagster en kopers bevestigd. Aan kopers is op dat moment tevens medegedeeld dat de waarborgsom/bankgarantie al op 7 oktober 2025 diende te zijn gesteld en aan hen is verzocht om dit alsnog in orde te maken.

2.5       In de week van 3 november 2025 komt het notariskantoor er achter dat er nog geen stukken zijn ontvangen met betrekking tot de waarborgsom of bankgarantie en worden de aankoop- en verkoopmakelaar hiervan op de hoogte gesteld. Op 13 november 2025 is nog altijd geen waarborgsom of bankgarantie ontvangen. Op diezelfde dag schrijft het notariskantoor in een e-mailbericht aan klaagster dat de levering op 14 november 2025 geen doorgang kan vinden vanwege het ontbreken van hypotheekstukken. Klaagster wordt in diezelfde e-mail uitgenodigd om op 14 november 2025 een volmacht te komen ondertekenen op het notariskantoor, zodat de medewerkers van het kantoor zijn gemachtigd om klaagster te vertegenwoordigen bij de overdracht.

2.6       Op 14 november 2025 heeft er op het notariskantoor een gesprek plaatsgevonden tussen klaagster met de verkoopmakelaar, kopers met de aankoopmakelaar en de notaris. Tijdens dit gesprek heeft de notaris aangegeven van mening te zijn dat zijn kantoor op 17 oktober 2025 klaagster en de verkoopmakelaar had moeten informeren dat de termijn voor het stellen van de waarborgsom/bankgarantie was verstreken zonder dat een van de twee was verstrekt. Deze situatie, die het gevolg was van een omissie in het systeem, werd door hem betreurd.  

2.7       Op 17 november 2025 heeft het notariskantoor navraag gedaan bij de aankoopmakelaar over de status van de waarborgsom/bankgarantie. 

2.8       Op 18 november 2025 om 9.41 uur heeft de verkoopmakelaar de volgende e-mail naar het notariskantoor gestuurd:

“Gisteren heb ik helaas niets van u vernomen. Kunt u bevestigen of de borgsom – zoals vrijdag is afgesproken – inmiddels is gesteld?

Na de excuses van vrijdag had ik verwacht dat jullie proactief zouden informeren over de voortgang. Dat is kennelijk niet gebeurd, waardoor ik nu zowel jullie als de adviseur van koper actief moet navragen.

Ik ga ervan uit dat we vandaag alsnog duidelijkheid ontvangen. Indien dit uitblijft, zal ik vanaf morgen de ingebrekestellingen versturen aan zowel de koper als aan jullie.”

2.9       Op diezelfde dag om 12.11 uur heeft kandidaat-notaris [C] (hierna: de kandidaat-notaris) het volgende geantwoord:

“Tot op heden heb ik geen waarborgsom of bankgarantie ontvangen”.

2.10     Om 16.45 uur van die dag vraagt de verkoopmakelaar of het notariskantoor nog iets gaat ondernemen.

2.11     Meteen daarna, om 16.51 uur, bericht de kandidaat-notaris dat zij niet meer kunnen doen dan een belletje of een mail als reminder en dat ingebrekestellingen zijn voorbehouden aan de makelaar/klant.

2.12     Op 19 november 2025 heeft klager ingebrekestellingen verzonden naar in ieder geval kopers. 

2.13     Op 24 november 2025 heeft het notariskantoor aan de kopers en de aankoopmakelaar met hoge urgentie geschreven dat de waarborgsom of bankgarantie met spoed dient te worden aangeleverd. Hierop heeft de aankoopmakelaar terug geschreven: “Omdat de hypotheek nog niet definitief is wilt NWB geen bankgarantie stellen. De verkopende makelaar is hiervan op de hoogte.” 

2.14     Bij e-mailbericht van 26 november 2025 heeft de notaris het volgende aan klaagster gestuurd:

“Vanochtend hebben we elkaar telefonisch gesproken.

U heeft aangegeven dat u van mening bent dat mijn kantoor niet zorgvuldig is geweest in de begeleiding.

Ik vind ook dat wij u en uw makelaar eerder expliciet op de hoogte hadden moeten stellen van het gegeven dat de waarborgsom of de bankgarantie niet door ons is ontvangen.

Ik zou u nog berichten over het verdere verloop.

Zojuist heb ik nogmaals met de hypotheekadviseur van de kopers gesproken.

Van hem begreep ik dat er uitgebreid contact is tussen hem en uw makelaar en dat uw makelaar op de hoogte wordt gehouden van de stand van zaken.”

2.15     Op 16 december 2025 heeft het notariskantoor de hypotheekstukken van de hypotheekbank van kopers ontvangen.

2.16     Op 19 december 2025 heeft het notariskantoor de concept akte van levering en de nota van afrekening naar partijen gestuurd. Ook is op dat moment aan partijen bericht dat de akte op 24 december 2025 om 8.30 uur zou worden gepasseerd.

2.17     Klaagster heeft de notaris op 21 december 2025 het volgende bericht:

“N.a.v. de afrekening is er overleg geweest tussen mij en de kopers omtrent de boete.

Na overleg kan deze aangepast worden naar een bedrag van € 10.000,-. Daarnaast is afgesproken dat binnen 1 maand na de overdracht er nog een bedrag van € 3.500,- t.b.v. de boete, door de kopers naar mij zal worden overgemaakt. Ik wil graag dat deze afspraak tevens via jullie wordt vastgelegd.”

2.18     Op 22 december 2025 is de aangepaste nota van afrekening naar partijen gestuurd. Om 12.10 uur heeft klaagster akkoord gegeven voor het gebruik van de volmacht.

2.19     Klaagster heeft het notariskantoor diezelfde dag om 18.31 uur bericht dat zij en de kopers in plaats van € 10.000,- een nieuw boetedrag van € 3.500,- zijn overeengekomen.

2.20     De nota van afrekening is vervolgens aangepast en op 23 december 2025 om 11.58 uur heeft klaagster haar akkoord gegeven.

2.21     De akte van levering is op 24 december 2025 gepasseerd.

2.22     Op 29 december 2025 is het afschrift van de akte naar klaagster gestuurd en heeft de uitbetaling plaatsgevonden.

3. De klacht

3.1       Klaagster verwijt de notaris dat hij ernstig tekort is geschoten in de uitoefening van zijn ambt. Daarbij heeft hij de zorgplicht, onafhankelijkheid, onpartijdigheid, de informatie- en waarschuwingsplicht, de verplichting tot proces- en dossierbewaking en de norm van behoorlijk en professioneel notarieel handelen geschonden. Ook wordt de notaris onbetamelijk handelen verweten, vanwege het ontkennen van op 14 november 2025 gedane uitspraken (“Gelukkig maar dat het goedkomt, want anders had ik zelf die 10% boete moeten betalen.”), het ontbreken van verantwoordelijkheid en de wijze van communiceren.

3.2       Door het uitblijven van tijdige informatie en procesbewaking heeft klaagster:

  • de ingebrekestellingen later verstuurd dan mogelijk was (19 november 2025 in plaats van 8 oktober 2025);
  • een langere periode dubbele lasten moeten dragen;
  • langdurige stress, onzekerheid en financiële schade ondervonden;
  • haar contractuele rechten niet tijdig kunnen effectueren.

4. Het verweer

4.1       De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna worden ingegaan.

5. De beoordeling van de klacht

5.1       Ter beoordeling van de kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.

5.2         De kern van de klacht is, zo is ook na doorvragen ter zitting gebleken, dat de notaris klaagster niet meteen op 8 oktober 2025 heeft geïnformeerd dat de waarborgsom/bankgarantie niet uiterlijk op 7 oktober 2025 was gesteld. De notaris heeft erkend dat hij klaagster eerder expliciet op de hoogte had moeten stellen van het gegeven dat de waarborgsom of de bankgarantie niet door zijn kantoor was ontvangen. Aldus staat vast dat de notaris op dit punt nalatig is geweest.

De kamer stelt vast dat het enige gevolg daarvan is geweest dat de ingebrekestellingen pas op 19 november 2025 aan kopers zijn verstuurd, in plaats van op 8 oktober 2025. De overige door klaagster gestelde gevolgen als genoemd onder 3.2 zijn het gevolg van het niet tijdig in orde maken van de financiële zaken door de kopers, hetgeen de notaris niet kan worden verweten.

5.3       Ter beoordeling ligt voor of de notaris aldus heeft gehandeld in strijd met de voor hem ingevolge artikel 17 Wna geldende zorgvuldigheidsnorm. De kamer overweegt hierover als volgt. Niet iedere door een notaris gemaakte fout leidt ertoe dat sprake is van zodanig onzorgvuldig handelen dat dit tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Hiervoor moet de fout ernstig genoeg zijn. Dat is naar het oordeel van de kamer in deze zaak niet het geval. De kamer neemt hierbij in aanmerking dat de notaris destijds meteen heeft erkend dat hij dit niet goed had gedaan en er vervolgens zichtbaar alles aan heeft proberen te doen om het leveringsproces verder zo voortvarend mogelijk te laten verlopen. Dat er ook nadien nog de nodige vertraging was voordat de levering van het appartement kon plaatsvinden, valt niet in de risicosfeer van de notaris. Dit was het gevolg van het feit dat de financiering lang op zich liet wachten. In dit verband kent de kamer ook belang toe aan de omstandigheid dat klaagster een verkoopmakelaar had om haar belangen te behartigen en het op zijn weg lag om de termijnen in de gaten te houden en zo nodig actie te ondernemen. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

5.4       De notaris betwist dat hij de door klaagster gestelde uitspraak heeft gedaan op 14 november 2025. Nu niet valt vast te stellen wat er door de notaris is gezegd na afloop van het gesprek op 14 november 2025 is de klacht voor zover die hierop ziet ook ongegrond.

BESLISSING

De kamer voor het notariaat:

verklaart de klacht op alle onderdelen ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.F. Koekebakker, voorzitter, S.H. Poiesz en M. Zwankhuizen, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.