ECLI:NL:TGZRZWO:2026:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025-9194
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:89 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 15-06-2026 |
| Datum publicatie: | 15-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025-9194 |
| Onderwerp: | Onheuse bejegening |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klaagster is door de huisarts op consult gezien. Zij maakt de huisarts verwijten over haar bejegening tijdens dit consult en over de hygiënische omstandigheden van de behandelruimte. Het college kan niet vaststellen dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing in raadkamer van 15 juni 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klaagster,
tegen
C,
huisarts,
(destijds) werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. M.F. Mooibroek, werkzaam in Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster is door de huisarts op consult gezien. Zij maakt de huisarts verwijten
over haar bejegening tijdens dit consult en over de hygiënische omstandigheden van
de behandelruimte.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe
het tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 29 oktober 2025;
- het verweerschrift met bijlagen.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen
gebruik gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 Klaagster is op 15 augustus 2025 op consult geweest bij de huisarts in verband
meteen plekje op haar rechterbovenbeen en een vraag over mogelijke behandeling van
overtollig buikvet.
3.2 Uit het huisartsenjournaal blijkt dat de huisarts klaagster lichamelijk heeft onderzocht, zowel ten aanzien van het plekje op haar been als ten aanzien van het buikvet. Over het beloop van het consult heeft de huisarts genoteerd (voor zover relevant en letterlijk weergegeven):
“Aangeboden dat ik haar naar plastisch chirurg / cosmetische kliniek kan verwijzen om daar eea te bespreken, maar ook uitgelegd dat ik de kans zeer klein inschat dat dit vergoed zal worden. Hierop reageert pt; ‘ik betaal maandelijks veel geld aan zorgverzekering, dit kan toch niet! ik kan dit niet betalen’. Uitgelegd dat de zorgeverzekeraars hier over gaan, niet wij, ze zou hen kunnen contacteren als ze hier vragen over heeft of als het er niet mee eens is. Hierop is pt uit onvrede weggelopen. Indien ze terugbelt; kan ik alsnog een verwijzing naar plas chi maken indien ze dit wenst.”
4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1 Klaagster verwijt de huisarts dat zij bij het consult op 15 augustus 2025 geen veilige en hygiënische behandelomgeving en een zorgvuldige en respectvolle omgang heeft geboden. Volgens klaagster heeft de huisarts geweigerd om hygiënisch materiaal te vervangen en heeft zij klaagster uitgelachen en expliciet gezegd “ik luister niet naar u” en het consult voortijdig beëindigd. Verder vindt klaagster dat de huisarts haar respectloos heeft behandeld en haar heeft gekleineerd en gediscrimineerd.
4.2 De huisarts stelt zich op het standpunt dat de klacht ongegrond is.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.
Beoordeling van de klacht
5.2 Volgens klaagster werd zij bij aankomst in de praktijk niet op de gebruikelijke wijze uit de wachtkamer opgehaald, maar door de huisarts van een afstand vanuit de kamer binnengeroepen. Toen zij de kamer binnenkwam zou de huisarts direct in de deuropening gezegd hebben: “wat wil je”. Toen klaagster op het onderzoeksbed moest liggen, was de rol papier gescheurd en duidelijk gebruikt. Toen klaagster vroeg of dit vervangen kon worden, mede vanwege haar vatbaarheid voor ziektes en infecties, zou de huisarts hebben geantwoord: “we gaan geen papier verspillen, dat doen wij hier niet.” Klaagster zou hierna hebben aangegeven dat ze dit niet fijn vond, waarna de huisarts volgens klaagster zei dat ze niet naar klaagster luisterde. Verder trok ze het papier volgens klaagster hardhandig uit haar handen.
5.3 De huisarts heeft een geheel andere lezing van het consult van 15 augustus
2025. Volgens haar heeft zij, nadat klaagster haar twijfel uitte over de hygiëne van
het bankpapier vanwege een vouw en klein scheurtje, uitgelegd dat dit bij ieder consult
werd vervangen en dat klaagster ervan uit kon gaan dat op de praktijk hygiënisch werd
gewerkt. Een scheurtje en vouw is geen indicatie van onhygiënisch materiaal, dit kan
erin komen bij het doorrollen van het bankpapier. Voor het plekje op het bovenbeen
maakte de huisarts een verwijzing voor de dermatoloog en wat betreft het buikvet heeft
de huisarts uitgelegd dat zij een verwijzing kon maken voor de plastisch chirurg maar
dat de kans klein was dat dit vergoed zou worden door de zorgverzekeraar. Hierop liep
klaagster uiteindelijk uit onvrede uit het consult weg.
5.4 Op basis van de beschikbare stukken en gelet op de uiteenlopende lezingen van partijen kan het college niet vaststellen dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Daarbij geldt ten aanzien van de beëindiging van het consult dat de lezing van de huisarts – dat klaagster zelf uit onvrede was weggelopen –wordt ondersteund door de aantekening hiervan in het dossier. Ten aanzien van het bankpapier acht het college de uitleg van de huisarts – dat bij het doorrollen van het papier daarin een scheurtje en vouw kunnen ontstaan – navolgbaar en ziet het geen reden om aan de juistheid daarvan te twijfelen. Tot slot ziet het college in het dossier geen ondersteuning voor de stelling van klaagster dat de huisarts haar respectloos heeft behandeld, dan wel dat zij haar heeft gekleineerd of gediscrimineerd.
Slotsom
5.5 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 15 juni 2026 door P.E.M. Messer-Dinnissen, voorzitter,
R.M. Oosterhout en A.D.J. van Empel, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.D. Moeke, secretaris.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld
bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.