Zoekresultaten 81-90 van de 15362 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9163
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:192
Kennelijk ongegronde klacht tegen een radioloog. Klager verwijt de radioloog dat hij hem onjuist advies heeft gegeven over de rustperiode na de injectie in de slijmbeurs van de rechterenkel en dat hierdoor zijn achillespees is afgescheurd. Het college oordeelt dat het advies van de radioloog om een paar dagen rust te houden na de injectie, met de folder die patiënten ontvangen - en ook met de wetenschappelijke literatuur - in lijn is, mede gelet op het feit dat er (nog) geen wetenschappelijk bewijs is dat een langere rustperiode van meerwaarde zou zijn.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:195 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8635
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:195
Kennelijk ongegronde klacht tegen een (basis)arts. De moeder van klaagster (patiënte) was opgenomen op de instelling waar de arts destijds als basisarts werkte. Op de dag van het ontslag uit de instelling is patiënte thuis overleden. Klaagster vindt dat de arts patiënte niet adequaat heeft behandeld en onvoldoende heeft gecommuniceerd. Het college oordeelt dat de arts zorgvuldig heeft gehandeld en kan niet vaststellen hoe de communicatie tussen klaagster en haar echtgenoot met de arts is geweest.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8902
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:190
Gegronde klacht tegen gz-psycholoog. Klager en de gz-psycholoog kennen elkaar in privésetting. Klager is bij de gz-psycholoog in behandeling gekomen. Na vijf maanden heeft de gz-psycholoog de behandelovereenkomst eenzijdig verbroken. Klager vindt dat de gz-psycholoog hem nooit had mogen behandelen. Verder verwijt klager de gz-psycholoog dat zij haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden tegenover gezamenlijke vrienden en het medisch dossier veel te laat aan hem heeft verstrekt. Het college acht alle klachtonderdelen gegrond. Voorwaardelijke schorsing van drie maanden, met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:249 Hof van Discipline 's Gravenhage 260153
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:249
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft zijn beslissing om geen advocaat toe te wijzen gebaseerd op een drietal gronden. Het hof is van oordeel dat de deken zich terecht op twee van die gronden (“verplichte procesvertegenwoordiging” en “redelijke kans van slagen”) heeft mogen baseren.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:187 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8637
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:187
Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het is voor klaagster buitengewoon ingrijpend dat achteraf blijkt dat wel sprake was een kwaadaardige uitzaaiing. Dit maakt echter de afwegingen en beoordeling gedurende het behandeltraject van klaagster, met de gegevens die toen bekend waren, niet verkeerd. Het college komt daarom tot de conclusie dat de longarts heeft gehandeld conform de professionele standaard en dat de behandeling en controle van klaagster niet onzorgvuldig is geweest.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:188 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8638
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:188
Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het is voor klaagster buitengewoon ingrijpend dat achteraf blijkt dat wel sprake was een kwaadaardige uitzaaiing. Dit maakt echter de afwegingen en beoordeling op het moment dat deze werd gedaan en met de gegevens die toen bekend waren, niet verkeerd. De longarts heeft op basis van wat er toen bekend was en met de CT-uitslagen van dat moment op goede gronden kunnen overwegen dat de situatie van klaagster stabiel was. Volgens de geldende behandelprotocollen was het daarom op dat moment standaard beleid om klaagster met een interval van zes maanden weer terug te zien.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:189 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9298
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:189
Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het college kan niet vaststellen dat de longarts klager niet serieus heeft genomen en dat onderzoeken te laat zouden zijn verricht. Binnen een periode van vier werken nadat het de longarts duidelijk werd dat klager niet opknapte, terwijl er op dat moment nog geen vermoeden van maligniteit was en de klachten van klager ook pasten bij al eerder gestelde diagnoses, zijn allerlei onderzoeken bij klager verricht die uiteindelijk toch tot de diagnose kanker hebben geleid. De longarts heeft er vervolgens voor gekozen om de uitkomst van het biopt en dat het om kanker ging telefonisch met klager te bespreken, omdat zij klager niet onnodig ongerust wilde maken door de telefonische afspraak om te laten zetten in een poli afspraak. Het college oordeelt dat deze keuze in dit geval onwenselijk en spijtig, maar niet verwijtbaar is. Dat het anders had gekund, betekent niet dat het in dit geval anders had gemoeten.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9465
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 28-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:123
IGJ klaagt tegen verpleegkundige over grensoverschrijdend gedrag. Verwijt dat de verpleegkundige (seksueel) grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie privécontact aan te gaan met een patiënt, welk contact zij - binnen de afkoelingsperiode - heeft voortgezet na beëindiging van de behandelrelatie, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in seksueel contact. De verpleegkundige erkent het handelen. Het college verklaard de klacht gegrond, maatregel van een voorwaardelijke schorsing met een bijzondere voorwaarden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9063
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 28-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:122
Ongegronde klacht van een nabestaande van een patiënt tegen een MDL-arts. Bij de behandeling patiënt werd uitgegaan van galwegkanker. Klaagster verwijt de MDL-arts dat onvoldoende onderzoek werd gedaan naar de mogelijkheid van IgG4 gerelateerde ziekte, dat niets werd gedaan met de uitslag van het bevolkingsonderzoek darmkanker en dat geweigerd werd prednison voor te schrijven.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9570
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 04-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:182
Voorzittersbeslissing. De klacht gaat over het handelen van de arts ten tijde van de opname van de dochter van klaagster op de intensive care en rondom de euthanasie van de dochter van klaagster. De arts heeft aangevoerd dat klaagster niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende, aangezien er geen sprake is geweest van een behandelrelatie tussen haar en de dochter van klaagster en dat zij en de dochter uitsluitend een vriendschappelijke privérelatie hadden. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.