ECLI:NL:TGZRSHE:2025:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6951
ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2025:41 |
---|---|
Datum uitspraak: | 02-04-2025 |
Datum publicatie: | 02-04-2025 |
Zaaknummer(s): | H2024/6951 |
Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
Inhoudsindicatie: | Klager, die in een penitentiaire inrichting verblijft, wordt door zijn tandarts verwezen voor een totale extractie van zijn gebit. Hij klaagt dat hij drie keer zonder reden van de wachtlijst is gehaald, ondanks maandenlange pijn, en verwijt de tandarts (verweerder) dat hij een verstandskies niet heeft verwijderd, waardoor hij aanhoudend pijn in zijn onderkaak heeft gehad.Verweerder weerspreekt de klachten. Volgens hem werd klager eenmaal van de wachtlijst gehaald omdat hij werd overgeplaatst naar een andere penitentiaire inrichting, en hij stelt dat het beleid is om niet doorgekomen verstandskiezen niet te extraheren. Hij stelt dat hij die keuze met klager heeft besproken en dat deze het daarmee eens was.Het college beoordeelt de klacht als ongegrond. De redenen voor het eenmaal verwijderen van de klager van de wachtlijst zijn gerechtvaardigd. Bovendien was de beslissing om de verstandskies in de bovenkaak niet te verwijderen conform richtlijnen en met instemming van klager. Er wordt geen bewijs gevonden voor een verstandskies in de onderkaak van klager. |
H2024/6951
Beslissing van 2 april 2025
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH
Beslissing van 2 april 2025 op de klacht van:
[A],
destijds verblijvende te [B], thans wonende te [C], klager,
tegen:
[D],
kaakchirurg, werkzaam in [E], verweerder,
gemachtigde: mr. H.B.M. Vrieling, werkzaam in Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager is voor een totale extractie van zijn gebit door zijn tandarts verwezen
naar het
ziekenhuis waar verweerder werkt. Hij stelt daar drie keer zonder reden van de wachtlijst
te zijn
gehaald terwijl hij al maanden hevige pijnen heeft. Tevens verwijt hij verweerder
dat deze een
verstandskies heeft laten zitten.
1.2 Verweerder betwist dat hij klager driemaal zonder reden van de wachtlijst heeft
gehaald. Dat
is eenmaal gebeurd omdat klager in een andere penitentiaire inrichting (verder PI)
was geplaatst.
Hoewel daarover afspraken waren gemaakt, ontving verweerder geen bericht dat de
operatie door moest
gaan. Verweerder voert voorts als verweer, dat het beleid is om een niet doorgekomen
verstandskies
niet te extraheren. Hij stelt daarbij dat hij dit met klager heeft besproken en
dat klager daar ook
mee heeft ingestemd.
1.3 Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is. Hierna licht het college dat toe.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 23 februari 2024;
- de brief van 17 april 2024 van de secretaris aan klager;
- de brief van 25 april 2024 van klager, ontvangen op 3 mei 2024;
- de brief van 29 april 2024 van klager, ontvangen op 1 mei 2024;
- het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 4 juli 2024;
- de brief van 8 juli 2024 van de secretaris aan de gemachtigde van verweerder;
- de reactie op aanvullende vragen op het verweerschrift van 12 juli 2024 van de
gemachtigde van
verweerder, ontvangen op 15 juli 2024;
- het proces-verbaal van het mondeling vooronderzoek;
- hetgeen tijdens de mondelinge behandeling ter sprake is gekomen en waarvan door
de secretaris
aantekeningen zijn gemaakt.
2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 7 februari 2025.
Klager is, ondanks dat hij daartoe behoorlijk is opgeroepen, niet verschenen. Verweerder
en zijn
gemachtigde zijn verschenen en hebben het standpunt van verweerder mondeling toegelicht.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klager verbleef in 2023 in de PI in [plaats 1]. Op 27 juli 2023 werd klager
door de tandarts
van deze PI voor een totale extractie van zijn gebit verwezen naar het ziekenhuis
waar verweerder
werkt, eveneens in [plaats 1]. Het eerste consult vond plaats op 16 augustus 2023
bij een collega
van verweerder. Omdat klager een operatie onder narcose wilde en verweerder deze
narcosebehandelingen uitvoert, werd hij doorverwezen naar verweerder.
3.2 Op 5 september 2023 had klager een eerste consult met verweerder over de narcosebehandeling.
Klager vertelde dat hij PTSS heeft en agressief kan reageren bij het ontwaken uit
een narcose.
Verweerder heeft daarop aangegeven meer informatie te wensen, alvorens hij de operatie
onder
narcose kon uitvoeren. De poli zou daarom eerst de medische gegevens van klager
bij de PI in
[plaats 1] opvragen, waarna er een gesprek met klager en zijn partner zou plaatsvinden.
Daarna zou
de behandeling worden ingepland.
3.3 Op 26 oktober 2023 vernam verweerder van de PI in [plaats 1] dat klager niet
bekend was met
PTSS of gedragsproblematiek. Klager is vervolgens op de lijst geplaatst voor de
behandeling. In het
dossier staat daarover (alle citaten inclusief taal- en spelfouten): “Beleid: inplannen
narcose”.
3.4 De operatie is vervolgens ingepland.
3.5 In het dossier staat op 19 februari 2024, voor zover hier van belang:
“gebeld met PI [plaats 1] paar weken geleden of OK nog door zou gaan omdat PT nnaar
[plaats 2] is
overgeplaatst, tot op heden geen reactie gehad”
en
“ PI [plaats 2] gebeld:
Medisch dossier pat was al van PI [plaats 1] naar [plaats 2] verhuizd, daarom hebben
wij geen
antwort van de PI [plaats 1] ontvangen, darom pat van de wachtlijst verwijderd.
PI [plaats 2] wenst behandeling van de pat in [plaats 1] ondanks de afstand.
-Beleid: graag pat voor screeningen een gesprek LUR oproepen pat voor narcose inplannen”
3.6 Op 20 februari 2024 meldt de poli aan de PI in [plaats 2] dat klager nog eenmaal
op het
spreekuur moet komen voordat de operatie kan plaatsvinden. In het medisch dossier
staat daarover
voor zover van belang het volgende:
“-Samenvatting: pat aggresiev en angstig
-Beloop: Verpleegkundige van PI [plaats 2] [naam verpleegkundige] gesproken betreffende
pat. Zij is
contactpersoon van pat. Aangegeven dat Dr. … dhr nog graag wil zien op het spreekuur.
Contactpersoon vindt dit onzin en is hierin heel fel. Wederom aangegeven dat dit
ons beleid is en
dat dhr toch echt nog gezien moet worden alvorens OK kan plaatsvinden.
Dhr zal nog worden opgeroepen voor een screening. OK staat nu voor 26-8 gepland,
maar naar alle
waarschijnlijkheid vindt deze eerder plaats.”
3.7 In het dossier staat op 21 februari 2024:
“Beloop: OK nu gepland op 22-04-2024, PI is ingelicht.”
3.8 De operatie vindt plaats op 22 april 2024. Klager is voorafgaand aan deze operatie
niet op
een apart spreekuur gezien door verweerder. Hij heeft direct voorafgaande aan de
operatie nog wel
een kort gesprek met hem gehad. De niet doorgekomen verstandskies heeft verweerder
niet
geëxtraheerd.
4. De klacht en de reactie van verweerder.
4.1 Klager verwijt verweerder dat hij:
a. drie keer op de wachtlijst heeft gestaan voor een behandeling en zonder gegronde
reden en zonder
bericht daarvan af is gehaald;
b. een algehele extractie zou doen, maar een verstandskies heeft laten zitten. Daardoor
heeft
klager nu ontzettende last van zijn onderkaak en kan hij geen ondergebit in.
4.2 Verweerder heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of verweerder de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende kaakchirurg. Bij de beoordeling
wordt
rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd
genoeg voor een
tuchtrechtelijk verwijt. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen
tuchtrechtelijk
verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
Klachtonderdeel a) klager heeft drie keer op de wachtlijst gestaan voor een behandeling
en is daar
zonder gegronde reden en zonder bericht vanaf gehaald
5.2 Volgens klager heeft hij in augustus 2023, november 2023 en februari 2024
op de wachtlijst
gestaan en is hij daar al die keren zonder reden vanaf gehaald.
5.3 Verweerder heeft het volgende verweer gevoerd. Het eerste contact tussen hem
en klager vond
plaats op 5 september 2023. Omdat klager vertelde dat hij PTSS heeft en agressief
kan reageren bij
het ontwaken uit een narcose, wilde verweerder eerst meer informatie van klager
ontvangen, voordat
hij de operatie onder narcose zou uitvoeren. Omdat hij op 26 oktober 2023 van de
PI in [plaats 1]
vernam dat klager niet bekend was met PTSS of gedragsproblematiek, zag verweerder
geen beletsel
(meer) voor een operatie onder narcose en heeft hij klager op de lijst geplaatst
voor de operatie.
5.4 Volgens verweerder bedraagt de gebruikelijke wachttijd zes maanden in gevallen
waarbij een
operatie vanwege angstproblematiek onder narcose moet worden uitgevoerd. Dat weet
de PI en dat is
volgens verweerder ook met klager besproken. Er bestaat geen indicatie voor een
spoedbehandeling in
situaties als die van klager, waarin een heel gebit moet worden getrokken. Dat iemand
veel pijn
heeft, maakt dat niet anders omdat vrijwel al deze patiënten pijn hebben en de pijn
ook op andere
manieren kan worden bestreden.
5.5 De gebruikelijke gang van zaken is volgens verweerder als volgt. Twee weken
voordat een
operatie plaatsvindt, worden alle gegevens van de patiënt door de poli gecheckt.
Als deze in orde
zijn, checkt de arts (verweerder) een week voor de operatie nogmaals of hij alle
benodigde gegevens
voor de operatie heeft. Als de gegevens compleet zijn, kan de operatie plaatsvinden.
In het geval
van klager bleek tijdens de check twee weken voor de aanvankelijk geplande operatie,
dat diens
adres niet meer klopte. Hij bleek niet meer in de PI in [plaats 1] te verblijven
maar in de PI in
[plaats 2]. De poli heeft toen gebeld naar de PI in [plaats 1] met de vraag of de
operatie nog
doorgang moest vinden omdat het niet logisch leek dat klager, gelet op de afstand,
nog in het
ziekenhuis van verweerder geopereerd zou worden. Afgesproken werd dat de PI in [plaats
1] contact
zou opnemen met de PI in [plaats 2] en dat de poli bericht zou krijgen of de operatie
door moest
gaan. Dat bericht bleef uit en de operatie vond daarom niet plaats. De behandeling
werd toen ‘on
hold’ gezet. Dat betekent volgens verweerder niet dat iemand niet meer wordt behandeld
maar dat de
operatie wordt uitgesteld totdat het dossier compleet is.
Op 19 februari 2024 belde de PI in [plaats 2] dat de operatie wel doorgang moest
vinden. Vanwege de
gebruikelijke wachttijd van zes maanden zou de operatie dan plaatsvinden in augustus
2024 maar
uiteindelijk werd een eerdere mogelijkheid gevonden door klager te plaatsen op een
spoedplek.
5.6 Het college oordeelt als volgt. Dat klager driemaal, zonder reden, van de wachtlijst
is
gehaald, heeft verweerder met vorenstaande voldoende weersproken. Klager is op
26 oktober 2023 op de wachtlijst gezet maar omdat de poli van verweerder, ondanks
afspraak, geen
bericht van de PI had ontvangen, is de operatie ‘on hold’ gezet. Het college acht
de beweegredenen om de operatie van klager ‘on hold’ te zetten begrijpelijk. Het had
wellicht
wat meer duidelijkheid gegeven als door de poli ook actief contact was opgenomen
met de PI te
[plaats 2] om na te gaan of een operatie gewenst was, maar dat dit niet is gebeurd,
kan verweerder
niet tuchtrechtelijk worden verweten. Toen overigens duidelijk was dat het gewenst
was dat de
operatie nog altijd in het ziekenhuis van verweerder zou plaatsvinden, heeft verweerder
zich
voldoende ingespannen om klager zo snel mogelijk te opereren.
Dit klachtonderdeel is dus ongegrond.
Klachtonderdeel b) verweerder zou een algehele extractie doen, maar heeft een verstandskies
laten
zitten. Daardoor heeft klager nu ontzettende last van zijn onderkaak en kan hij
geen ondergebit in.
5.7 Verweerder wilde klager graag nog een keer persoonlijk zien en de operatie
met hem bespreken,
maar de PI in [plaats 2] gaf aan, zoals ook blijkt uit de notitie van 20 februari
2024 in het
medisch dossier, dat dit absoluut niet nodig was. Om die reden is er geen extra
afspraak meer
gemaakt, maar heeft er alleen op de dag van de operatie een voorgesprek plaatsgevonden.
Er zat een
niet doorgekomen verstandskies in de bovenkaak van klager. Verweerder heeft ervoor
gekozen deze
verstandskies niet te verwijderen omdat het nadelig zou zijn als deze wel zou worden
verwijderd.
Het laten zitten van deze kies gaf het gebit meer houvast en is, naar verweerder
stelt, conform de
richtlijnen. Dat heeft verweerder naar hij stelt direct voorafgaande aan de operatie
met klager
besproken en daarmee was klager het eens. Ook nu nog zit deze kies volgens verweerder
gewoon in de
bovenkaak.
Klager had het over een verstandskies in de onderkaak, maar verweerder heeft hem
verteld dat daar
geen verstandskies zat. Klager kan zelf ook nooit, zoals hij stelt, een verstandskies
uit zijn
onderkaak hebben verwijderd.
Het college oordeelt als volgt.
5.8 Dat klager tijdig is geïnformeerd over en instemde met het niet verwijderen
van de
verstandskies in de bovenkaak, blijkt niet uit het medisch dossier. Volgens verweerder
wordt dat
ook niet standaard gedaan omdat het verwijderen van een niet doorgekomen kies geen
onderdeel is van
een totale extractie. Onweersproken is echter dat verweerder klager voorafgaand
aan de operatie
heeft meegedeeld dat de verstandskies in de bovenkaak niet zou worden verwijderd
en dat klager
daarmee instemde. Weliswaar is dat laat aan klager meegedeeld en normaal zou dit,
naar het college
begrijpt, in een extra consult zijn meegedeeld, maar dat extra consult is in de
situatie van klager
niet mogelijk gebleken.
Het college gaat er daarom vanuit dat een informed consent is gegeven voor deze
wijze van operatie.
Daar komt bij dat het niet extraheren van een niet doorgekomen kies conform de richtlijnen
is. Er
is niet gebleken van bijzondere redenen om van de richtlijn af te wijken. Het trekken
van die kies
zou immers nadelig voor klager zijn omdat de prothese dan minder goed zou blijven
zitten. Wat
betreft het niet verwijderen van de verstandskies in de bovenkaak valt verweerder
dan ook geen
verwijt te maken. Het college acht het wel van belang dat in het medisch dossier
wordt vermeld dat
een patiënt hierover is geïnformeerd.
Dat dit niet is gebeurd, is te gering voor een tuchtrechtelijk verwijt.
5.9 Voor wat betreft de stelling van klager dat er sprake was van een niet getrokken
verstandskies in de onderkaak, oordeelt het college als volgt. Uit de verslaglegging
blijkt niet
dat er ook is gesproken over een verstandskies in de onderkaak waarvan klager verwijdering
wilde.
Verweerder heeft ter zitting nader toegelicht dat er geen verstandskies in de onderkaak
aanwezig
was. Die kon dus ook niet verwijderd worden. Voor zover de klacht hierop ziet, is
deze dus
ongegrond. Het college kan slechts constateren dat er tussen klager en verweerder
kennelijk een
misverstand is ontstaan over de plek van de verstandskies. Dat kan verweerder echter
niet worden
verweten.
Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.
Slotsom
5.10 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle klachtonderdelen ongegrond zijn.
Publicatie
5.11 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen
belang is erin
gelegen dat andere zorgverleners van deze zaak kunnen leren. De publicatie zal plaatsvinden
zonder
vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht ongegrond.
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding
van namen
of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt
en ter
publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.
Deze beslissing is gegeven door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk, voorzitter,
I.H.M. van Rijn, lid-jurist, T. Forouzanfar, T. Xi en R.C.M. van Gorp, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door T.G. Nijenkamp, secretaris en in het openbaar uitgesproken op 2
april 2025.