ECLI:NL:TGZRSHE:2025:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7041
ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2025:44 |
---|---|
Datum uitspraak: | 02-04-2025 |
Datum publicatie: | 02-04-2025 |
Zaaknummer(s): | H2024/7041 |
Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
Inhoudsindicatie: | Klacht tegen huisarts over gemiste diagnose en onjuiste advisering ongegrond. Huisarts kon diagnose brandend maagzuur op basis van omschrijving klachten door klager en uitgevoerd lichamelijk onderzoek redelijkerwijs stellen. Geen concrete aanwijzingen voor andere kwaal, in het bijzonder hartklachten. |
H2024/7041
Beslissing van 2 april 2025
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH
Beslissing van 2 april 2025 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klager,
tegen
[C],
huisarts,
werkzaam in [B],
verweerster, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. S.J. Muntinga, werkzaam in Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 De huisarts heeft klager op 18 december 2023 gezien in de huisartsenpraktijk
waar zij toen
werkzaam was. Na onderzoek heeft zij als diagnose gesteld dat klager last had van
maagzuur en hem
daarvoor een antagel suspensie voorgeschreven. Klager is op 28 december 2023 met
aanhoudende klachten terug geweest in de praktijk en toen door een andere huisarts
gezien. Op 2 januari 2024 omstreeks 23.00 uur heeft klager zich gemeld op de huisartsenpost
(HAP), waar hij is doorverwezen naar de eerste hart hulp (EHH). Daar is vastgesteld
dat klager een hartinfarct had doorgemaakt.
1.2 Klager verwijt de huisarts dat zij na oppervlakkig onderzoek een onjuiste diagnose
heeft
gesteld en dat zij op grond daarvan onjuiste adviezen heeft gegeven. De huisarts
heeft verweer
gevoerd tegen de klacht.
1.3 Het college komt tot het oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar
heeft
gehandeld. Hierna licht het college dat toe.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 22 maart 2024;
- de brief van 17 april 2024 van de secretaris aan klager;
- de e-mail van 21 mei 2024 van klager aan de secretaris,
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 13 juni 2024.
2.2 Partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het college
met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen
gebruik gemaakt.
2.3 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 14 februari 2025. Partijen zijn
verschenen.
Verweerster werd bijgestaan door haar gemachtigde. Partijen en de gemachtigde hebben
de standpunten
mondeling toegelicht.
3. De feiten
3.1 De huisarts heeft op 18 december 2023 in het medisch dossier genoteerd (alle
citaten zijn
letterlijk overgenomen):
“S Sinds 5 dagen last van brandend gevoel achter borstbeen, ontstaan na 3 koppen
koffie in de
ochtend, nadat hij apparaat had schoongemaakt met tablet (niet goed gespoeld?),
komt steeds terug
bij het drinken vna koffie. 2x gespuugd. Hoest ook droog koorts-, gevoel van kortademigheid.
Nu geen klachten. Def gb
O Oogt niet ziek of pijnlijk, nl gelaatskleur, zweten-,
temp 36.8
Pulm: vag bdz, geen bijgeluiden, sat 99% Cor: S1S2 S-, p 92/min ra
Abd: uiterlijk gb, np, wt, soepele buik, geen drukpijn Syst.RR: 138
Diast.RR: 96
E Zuurbranden
P R/300 ml antagel suspensie (4%ML)
c/ indien onvoldoende effect komende week, stop koffie en bier tot klachten over
zijn.”
3.2 Op 27 december 2023 heeft klager bij de huisarts een zogenoemd e-consult aangevraagd.
Het
bericht luidt:
“Vraag aan zorgverlener: het is geen brandend maagzuur Vraag
Datum: 27 december 2023
Van: [klager]
Bericht: mijn borst doet nog steeds pijn vaker en intenser, en ik drink geen koffie
of bier. Diep
inademen van koude lucht helpt mij vaak”.
3.3 Op 28 december 2023 is klager op de praktijk gezien door een andere huisarts.
Deze heeft in
het dossier genoteerd:
“S kvb: klachten niet beter met de antagel. Blijft brandend gevoel achter borstbeen
en maag
houden.
Niet ziek, geen koorts. Het eten van bijv brood verbeterd de klachten
E Maagklachten
P R/30 st omeprazol caps msr 20 mg (M 1C)
- swich naar omeprazol. Indien geen verbetering retour”.
3.4 Op 29 december 2023 heeft de assistente bij afwezigheid van de huisarts (maar
wel op haar
naam en kennelijk niet wetende dat klager inmiddels door een andere huisarts was
gezien) gereageerd
op de vraag van klager van 27 december 2023. De assistente heeft klager bericht:
“Goedemiddag. Bij klachten retour op spreekuur”.
3.5 Op 3 januari 2024 heeft de cardioloog van de EHH de huisartsenpraktijk onder
meer bericht:
“Beloop
Het betreft een 46 jarige man met blanco voorgeschiedenis. Patient presenteert zich
met sinds
enkele weken bestaande thoracale pijnklachten met sinds 48 uur toename. Het elektrocardiogram
en
cardiale enzymen zijn passend bij een doorgemaakt anteroseptaal infarct. Hij wordt
opgenomen voor
aanvullende diagnostiek en behandeling.
Conclusie
Doorgemaakt anteroseptaal infarct Beleid
- Overleg interventiecardioloog gezien toename klachten en nog stijgende enzymen:
gezien bijna 48
uur klachten geen acute interventie.
- Medicatie volgens acuut coronair syndroom protocol
- NTG perfusor o.g.v. klachten en bloeddruk
- Echo cor
- Coronair angiografie
- Volledig beleid in overleg met patient”.
4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1 Klager verwijt de huisarts dat zij:
a) klager op 18 december 2023 niet zorgvuldig genoeg heeft onderzocht en op basis
van oppervlakkige
onderzoeken een onjuiste diagnose heeft gesteld;
b) klager ten onrechte niet heeft doorverwezen naar het ziekenhuis, ondanks de ernstige
klachten
die al acht dagen aanhielden;
c) klager niet heeft verteld dat hij andere medicatie moest gebruiken als de symptomen
zouden
verergeren;
d) klager niet heeft geadviseerd zich te melden bij de SEH als de pijn ondraaglijk
zou worden.
4.2 De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Voor zover nodig gaat het college gaat hieronder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar mocht worden
verwacht. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden.
Als uitgangspunt geldt voorts dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk
zijn voor
hun eigen handelen.
Beoordeling van de klacht
5.2 Klager verwijt de huisarts in de kern dat zij de juiste diagnose heeft gemist.
Op zich is het
missen van een diagnose niet doorslaggevend voor het slagen van de klacht. De klacht
is pas gegrond
als het college kan vaststellen dat de wijze waarop de huisarts tot haar (afwijkende)
diagnose is
gekomen niet voldoende zorgvuldig is geweest.
5.3 Het college overweegt dat uit het medisch dossier blijkt dat de huisarts klager
zorgvuldig
heeft onderzocht en nagekeken, nadat ze zijn klachten had uitgevraagd. Zij kwam
met name tot haar
diagnose op grond van wat klager haar vertelde over het brandende gevoel dat hij
kreeg na het
drinken van koffie. Er was een duidelijk moment waarop dat begonnen was en hij had
er niet
voortdurend last van. De droge hoest en het overgeven wezen ook op maagzuur. Ter
zitting heeft de
huisarts desgevraagd aangegeven dat klager bang was dat hij hartklachten had en
dat zij met hem
heeft besproken dat zijn klachten en het door haar uitgevoerde – uitgebreide – lichamelijk
onderzoek daar niet op wezen. Klager heeft ter zitting verklaard dat het inderdaad
om een brandende
pijn ging, die hij in de buurt van zijn slokdarm voelde. Hij had daar op 18 december
2023 nog niet
continu last van. Het werd de eerste dagen daarna niet beter, maar ook niet veel
slechter.
5.4 Vaststaat dat de huisarts klager alleen op 18 december 2023 heeft gezien en
daarna niet meer
bij de behandeling van klager betrokken is geweest. Zij was er ook niet mee bekend
dat klager
naderhand en in het bijzonder vanaf 24 december 2023 meer en ook andere klachten
kreeg (in het
bijzonder dat de pijn heftiger werd en nooit meer helemaal wegging). Het verdere
verloop na 18
december 2023 kan haar daarom niet worden aangerekend.
5.5 Het college is op grond van het voorgaande van oordeel dat de huisarts op
18 december 2023 op basis van de omschrijving van zijn klachten door klager en het
door haar
uitgevoerde lichamelijke onderzoek redelijkerwijs tot de diagnose kon komen dat
sprake was van
brandend maagzuur. Concrete aanwijzingen voor een andere kwaal, in het bijzonder
voor hartklachten,
waren er op dat moment (nog) niet. De huisarts heeft de diagnose hartklachten beredeneerd
en
begrijpelijk verworpen. Dit betekent dat klachtonderdeel a) ongegrond is.
5.6 Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond. De huisarts heeft klager op
18 december 2023
geadviseerd om terug te komen als de antagel binnen een week onvoldoende verbetering
gaf. Dit advies was naar het oordeel van het college passend bij de klachten en de
bevindingen van de huisarts. Om die reden bestond er op 18 december 2023 ook geen
reden voor een doorverwijzing naar het ziekenhuis of een advies om zich bij toenemende
pijn te melden op de SEH.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door T.N. Meyboom, voorzitter, C.M.H.M. van Lent, lid-jurist,
H.J. Weltevrede, B.C.A.M. van Casteren-van Gils en E. Jansen, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door
N.A.M. Sinjorgo, secretaris, en in het openbaar uitgesproken door
K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 2 april 2025.