ECLI:NL:TGZRSHE:2025:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7369

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2025:42
Datum uitspraak: 02-04-2025
Datum publicatie: 02-04-2025
Zaaknummer(s): H2024/7369
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen: Gegrond, waarschuwing
Inhoudsindicatie: Klager meldt zich met een pijnlijke afgebroken tand bij de praktijk van verweerder. Hij wordt niet geholpen maar doorverwezen, omdat hij vier maanden eerder is uitgeschreven uit de praktijk. Klager is niet op de hoogte gebracht van het feit dat hij zou worden uitgeschreven en de KNMT-regeling is niet gevolgd. Verweerder stelt dat de uitschrijving gerechtvaardigd was, maar erkent dat dit niet conform de KNMT-richtlijn is gebeurd. Hij betwist dat sprake was van een spoedeisende situatie toen de tand was afgebroken.Het tuchtcollege acht de klacht gegrond omdat de juiste procedure voor een uitschrijving niet is gevolgd en er geen zorgvuldige beoordeling van de spoedeisendheid van de situatie heeft plaatsgevonden. Als maatregel wordt een waarschuwing opgelegd.

H2024/7369
Beslissing van 2 april 2025

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH

Beslissing van 2 april 2025 op de klacht van:


[A],
wonende in [B],
klager,

tegen

[C],
tandarts, werkzaam in [B],
verweerder.

1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Klager was patiënt in de praktijk van verweerder. Klager stelt dat hij zich op 26 juni 2024
met een spoedklacht heeft gemeld bij de praktijk van verweerder en dat hij toen niet geholpen is.
In eerste instantie heeft klager een afspraak voor dezelfde dag gekregen, maar die afspraak is
vervolgens geannuleerd. Aan klager werd meegedeeld dat hij niet meer welkom was in de praktijk
omdat hij sinds februari 2024 was uitgeschreven. Klager wist daar niets van. Verweerder stelt dat
hij klager op goede gronden heeft uitgeschreven uit de praktijk maar dat de wijze waarop dat is
gegaan niet volledig heeft plaatsgevonden volgens de ‘KNMT-handleiding: Niet-aangaan of beëindigen
behandelingsovereenkomst 2023’ (hierna: de KNMT-richtlijn). Volgens verweerder was er op 26 juni
2024 geen sprake van een spoedeisende hulpvraag. De praktijk van verweerder heeft er wel voor
gezorgd dat klager dezelfde dag elders geholpen kon worden.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Hierna licht het college dat toe.

2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 1 juli 2024;
- de brief van de secretaris van 23 juli 2024 aan klager;
- het aanvullende klaagschrift, ontvangen op 26 juli 2024;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 14 augustus 2024;
- aanvullende bewijsstukken van verweerder, ontvangen op 19 september 2024;
- het proces-verbaal van het op 30 september 2024 gehouden mondelinge vooronderzoek;
- de brief met bijlagen van verweerder, ontvangen op 9 januari 2025;
- de email van klager van 12 januari 2025 met twee bijlagen,
- hetgeen tijdens de mondelinge behandeling ter sprake is gekomen en waarvan door de secretaris
aantekeningen zijn gemaakt.

2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 7 februari 2025. De partijen zijn verschenen.
Klager werd bijgestaan door een tolk die door klager was meegenomen. De partijen hebben hun
standpunten mondeling toegelicht.

3. De feiten
3.1 Klager was patiënt bij de tandartspraktijk van verweerder en heeft op 26 juni 2024 de
praktijk gebeld vanwege een afgebroken tand. Klager vroeg om een spoedafspraak en zei dat hij veel
pijn had. Verweerder was op dat moment niet op de praktijk aanwezig. Klager is aanvankelijk
diezelfde dag voor een afspraak ingepland bij een collega van verweerder.

3.2 Kort daarna heeft de praktijkassistente de afspraak telefonisch geannuleerd. Dit heeft zij
gedaan na overleg met verweerder. De praktijkassistente liet klager weten dat de afspraak niet kon
doorgaan omdat klager sinds februari 2024 was uitgeschreven uit de praktijk. Klager had niet eerder
vernomen dat hij in februari 2024 was uitgeschreven bij de praktijk.

3.3 Klager is op 26 juni 2024 voor (spoed)hulp verwezen naar een andere tandartspraktijk. De
praktijkassistente had naar de andere tandartspraktijk gebeld en vernomen dat klager daar terecht
kon.

3.4 In het patiëntendossier wordt op 9 februari 2024 vermeld (alle citaten overgenomen inclusief
taal- en typefouten):
“patient uitgeschreven i.o.m. [voornaam verweerder]. Pat wil niets, klaagt alleen en komt alleen
wanneer hij pijn heeft.”

3.5 De volgende notitie in het patiëntendossier is gemaakt op 26 juni 2024. Er staat: “pat belde
met veel pijn. In 1e instantie een afspr gegeven ivm er staat maar 1 notitie in de kaart met weinig
informatie. [voornaam collega verweerder] gaf aan dat hij echt niet meer kan komen en heeft meer
informatie gegeven: patient had blijkbaar problemen, met [namen twee collega’s van verweerder en
een praktijkassistente]. heeft ook een klacht bij knmt ingediend? Vermeld dat pat niet meer welkom
is. is het er niet mee eens en is hier nooit van op de hoogte gebracht en zegt naar een advocaat te
gaan.”

4. De klacht en de reactie van de tandarts
4.1 Klager verwijt verweerder dat hij:
a) in een urgente situatie geen tandheelkundige zorg heeft verleend;
b) klager nooit heeft meegedeeld dat hij niet meer welkom zou zijn in de praktijk.
Ter zitting heeft klager dit klachtonderdeel desgevraagd verduidelijkt door aan te geven dat hij
mede heeft bedoeld te klagen over de algehele wijze waarop de uitschrijving uit de praktijk is
gegaan.

4.2 Verweerder heeft de klachten van klager – inclusief de ter zitting door klager gegeven
verduidelijking – begrepen zoals hiervoor weergegeven. Verweerder heeft aangegeven dat hij zijn
besluit om klager uit te schrijven gerechtvaardigd vindt, hoewel de uitschrijving niet volledig
conform de KNMT-richtlijn heeft plaatsgevonden. De praktijk van verweerder heeft er op 26 juni 2024
voor gezorgd dat klager dezelfde dag elders geholpen kon worden. Klager heeft daarom geen
daadwerkelijke schade geleden.

4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of verweerder de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts. Bij de beoordeling wordt rekening
gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.
Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een
tuchtrechtelijk verwijt. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk
verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

Het college zal de klachtonderdelen om praktische redenen chronologisch behandelen en daarom
beginnen met klachtonderdeel b).

Klachtonderdeel b) uitschrijving uit de praktijk
5.2 Verweerder erkent dat hij verantwoordelijk is voor het uitschrijven van klager uit de
praktijk. Verweerder staat nog steeds achter deze beslissing, die hij op meerdere gronden heeft
genomen. Allereerst weigerde klager herhaaldelijk deel te nemen aan controlebezoeken,
gebitsreinigingen, preventieve behandelingen en/of de vroegtijdige opsporing van cariës. Daarnaast
uitte klager herhaaldelijk klachten over facturen. Doorslaggevend was echter zijn gedrag tijdens
het consult op 2 februari 2024 bij de collega van verweerder, waarbij klager zich hinderlijk
opstelde en heeft gedreigd met het indienen van een klacht, ondanks dat de behandeling correct was
uitgevoerd. Deze collega was hierdoor bang geworden van klager. De vertrouwensrelatie tussen arts
en patiënt is door het gedrag van klager geschaad. Verweerder erkent dat de uitschrijving van
klager niet conform de KNMT-richtlijn is verlopen door klager niet (direct) op de hoogte stellen
van de uitschrijving op 9 februari 2024. Verweerder heeft verklaard dat hij in de praktijk
inmiddels aanpassingen heeft doorgevoerd, zodat uitschrijvingen van patiënten in het vervolg wel
via de richtlijn verlopen.

5.3 Het college overweegt als volgt. Artikel 7:460 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een
hulpverlener de behandelingsovereenkomst niet kan opzeggen, tenzij sprake is van gewichtige
redenen. In de KNMT-richtlijn wordt vermeld welke redenen onder meer als gewichtig worden
aangemerkt. Grensoverschrijdend gedrag van de patiënt, het niet meewerken van de patiënt aan de
behandeling en/of het bestaan van een ernstig conflict tussen de patiënt en de tandarts, zijn voorbeelden van gewichtige redenen. In deze gevallen geldt dat er sprake moet zijn van een ernstige situatie, waarbij er geen perspectief is op herstel. Als een patiënt geen controleafspraak wil inplannen, is dat op zichzelf geen reden om de patiënt uit te schrijven.

5.4 Het college is er niet van overtuigd geraakt dat er gewichtige redenen aanwezig waren die
maakten dat verweerder de behandelingsovereenkomst met klager mocht beëindigen. De summiere
notities in het patiëntendossier geven daarvoor onvoldoende aanknopingspunten. Op vragen van het
college ter zitting over het vermeend grensoverschrijdend gedrag van klager, kon verweerder geen
antwoord geven, omdat klager slechts eenmaal door verweerder behandeld was. Verweerder heeft wel
twee verklaringen van zijn collega’s in de procedure gebracht, waarin onder meer verklaard wordt
dat klager lastig is, boos en ontevreden was en dat hij weigerde anesthesie te gebruiken. Ook wordt
verklaard dat klager dreigde een klacht in te dienen. Deze verklaringen zijn echter in dusdanig
algemene bewoordingen opgesteld, dat onduidelijk is gebleven of hier sprake was van een ernstige
situatie die maakt dat een uitschrijving gerechtvaardigd is.

5.5 Daar komt nog bij dat ook als er sprake is van een gewichtige reden op grond waarvan de
behandelingsovereenkomst zou kunnen worden beëindigd, de zorgverlener nog altijd moet voldoen aan
zorgvuldigheidseisen. Een mededeling dat de zorgverlener de patiënt wil uitschrijven, mag voor de
patiënt niet als een verrassing komen. Er moet onder meer zijn gewaarschuwd en aangedrongen op
verandering van de omstandigheden die aanleiding zijn voor de uitschrijving. Er moet dus door
middel van een gesprek zijn onderzocht of herstel van de relatie mogelijk is. Indien herstel niet
mogelijk is, moet de zorgverlener de patiënt bovendien vooraf (bij voorkeur) mondeling informeren
over het voornemen om de behandelingsovereenkomst te beëindigen en die beëindiging schriftelijk
bevestigen. Er moet een redelijke termijn voor beëindiging in acht worden genomen en de
zorgverlener moet noodzakelijke hulp voortzetten.

5.6 Als verweerder van mening was dat sprake was van gewichtige redenen die de uitschrijving van
klager uit de praktijk rechtvaardigden, diende hij te voldoen aan de zorgvuldigheidseisen. Zo had
het op de weg van verweerder (en diens collega’s) gelegen het gesprek met klager te voeren over de
onvrede die klager kennelijk uitte en de reden van de weigering om deel te nemen aan behandelingen.
Indien er sprake was van onheus gedrag, dan had klager moeten worden gewaarschuwd. Dat deze
zorgvuldigheidseisen in acht zijn genomen, blijkt noch uit het patiëntendossier, noch uit de
verklaringen van verweerder ter zitting. Niet blijkt dat een gesprek met klager is gevoerd, noch
dat hij is gewaarschuwd. Verweerder heeft bovendien erkend dat hij klager niet over de
uitschrijving heeft geïnformeerd. Klager raakte hiervan pas maanden later op de hoogte, toen hij op
26 juni 2024 belde voor een spoedafspraak.

5.7 Het voorgaande leidt ertoe dat klachtonderdeel b) gegrond is.

Klachtonderdeel a) verweerder heeft in een urgente situatie geen tandheelkundige zorg verleend
5.8 Verweerder stelt dat zijn praktijk weliswaar geen hulp heeft verleend maar wel voor hulp
heeft gezorgd. De praktijkassistente had naar een andere praktijk gebeld en vernomen dat klager
daar terecht kon. Verweerder heeft ter zitting bovendien verklaard dat de hulpvraag van klager naar
zijn mening niet zodanig spoedeisend was, dat hij direct moest worden gezien. Volgens verweerder
had klager wel een gebroken tand, maar was er geen sprake van pijn.

5.9 Het college overweegt als volgt. Uit de zorgvuldigheidseisen die zijn opgenomen in de
KNMT-richtlijn, volgt dat verweerder ook na het opzeggen van de behandelingsovereenkomst
noodzakelijke hulp moest voortzetten. In overleg met de patiënt kan overigens wel voor een andere
tandarts worden gekozen. Dat overleg met klager heeft niet plaatsgevonden; aan klager werd enkel
meegedeeld dat hij niet meer welkom was in de praktijk van verweerder, waarna hij werd verwezen
naar een andere praktijk. Het college volgt verweerder niet in zijn stelling dat er zonder meer
geen sprake was van een spoedeisende hulpvraag. Verweerder stelt dat klager telefonisch geen pijn
zou hebben aangegeven, maar volgens de notitie in het patiëntendossier belde klager op 26 juni 2024
‘met veel pijn’. Verweerder was niet aanwezig op de praktijk toen klager belde. Verweerder stelt
dat hij in het telefonisch overleg met de praktijkassistente heeft vastgesteld dat er geen sprake
was van een spoedeisende hulpvraag. Het college ziet niet in hoe verweerder zonder klager te zien
of tenminste telefonisch te spreken, de spoedeisendheid van diens hulpvraag kon beoordelen. Dit
klachtonderdeel is dan ook gegrond.

Slotsom
5.10 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht gegrond zijn.

Maatregel
5.11 Nu de klacht in zijn geheel gegrond is, moet het college oordelen welke maatregel passend is.
Verweerder heeft ten opzichte van klager op meerdere punten in strijd gehandeld met de
KNMT-richtlijn, zowel in februari als in juni 2024. Dit rechtvaardigt op zichzelf genomen de
maatregel van berisping. Verweerder heeft zich ter zitting echter toetsbaar opgesteld. Hij heeft
erkend dat hij in de fout is gegaan door bij het uitschrijven van klager niet de KNMT-richtlijn te
volgen. Verweerder heeft al tijdens het mondeling vooronderzoek verklaard dat hij inmiddels
maatregelen heeft genomen om herhaling van de gemaakte fouten te voorkomen. Hij heeft de
KNMT-richtlijn uitdrukkelijk bij al het personeel onder de aandacht gebracht. Gelet hierop en ook
omdat aan verweerder nog niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd, acht het college
een waarschuwing passend.

Publicatie
5.12 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin
gelegen dat andere zorgverleners van deze zaak kunnen leren. De publicatie zal plaatsvinden zonder
vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.

6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt verweerder de maatregel op van waarschuwing;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen
of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter
publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Tijdschrift voor Gezondheidsrecht en
NT/Dentz.

Deze beslissing is gegeven door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk, voorzitter,
I.H.M. van Rijn, lid-jurist, T. Forouzanfar, T. Xi en R.C.M. van Gorp, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door T.G. Nijenkamp, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.