ECLI:NL:TGZRSHE:2025:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6930
ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2025:43 |
---|---|
Datum uitspraak: | 02-04-2025 |
Datum publicatie: | 02-04-2025 |
Zaaknummer(s): | H2024/6930 |
Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
Beslissingen: | Ongegrond/Afwijzing |
Inhoudsindicatie: | Klaagster verwijt huisarts dat hij in telefonisch contact haar klachten niet goed heeft ingeschat, haar niet serieus heeft genomen en geen huisbezoek heeft afgelegd, waardoor klaagster een maand nadien met een hartinfarct en een beroerte (CVA) in het ziekenhuis is opgenomen. De klacht is ongegrond. Bij recent huisbezoek is gesproken over de paniekaanvallen, waarmee klaagster al langer bekend was. De klachten waren tijdens het telefonisch contact niet veranderd, alleen vaker en langer. De huisarts heeft klaagster serieus genomen door een actie voor te stellen en hoefde geen huisbezoek af te leggen. |
H2024/6930
Beslissing van 2 april 2025
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH
Beslissing van 2 april 2025 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klaagster,
gemachtigde: [C] te [D]
tegen
[E],
huisarts,
werkzaam in [B],
verweerder, hierna ook: de huisarts
gemachtigde: mr. T.W.E. Meulemans, werkzaam te Amsterdam.
1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster heeft op 26 juni 2023 telefonisch contact gehad met de huisarts.
Zij verwijt de
huisarts dat hij op die datum de klachten van klaagster niet goed heeft ingeschat,
haar niet
serieus heeft genomen en geen huisbezoek heeft afgelegd, terwijl klaagster last
had van allerlei
klachten en pijn op haar borst. Klaagster is op 26 juli 2023 met een hartinfarct
en een beroerte
(CVA) in het ziekenhuis opgenomen. De huisarts heeft verweer gevoerd tegen de klacht.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar
heeft
gehandeld. Hierna licht het college dat toe.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlage, ontvangen op 19 februari 2024;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 1 mei 2024;
- de brief van 31 mei 2024 van de secretaris aan de gemachtigde van klaagster;
- de brief met bijlage van 9 juni 2024 van de gemachtigde van klaagster;
- het proces-verbaal van het op 5 juli 2024 gehouden mondeling vooronderzoek.
2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 14 februari 2025. Partijen zijn
verschenen.
Zij werden bijgestaan door hun gemachtigden. Partijen en hun gemachtigden hebben
hun standpunten mondeling toegelicht.
3. De feiten
3.1 In het medisch dossier is, voor zover relevant, het navolgende genoteerd (alle
citaten zijn
letterlijk weergegeven):
“16-05-2023 Buikpijn . pijn bij plassen. Vaak last hiervan zonder dat het te zien
is in de urine
urine: ga
Graag eens een visite
17-05-2023 Eigenlijk soc vis. Vertelt aan een stuk door over van alles, haar lev
en, ex man,
nieuwe man. Heeft vaker savonds voor naar bed gaan soort p aniekaanbval , soms kort
soms wat langer
rood warm hoofd hartkloppinge n en druk op borst. Niet bij inspanning. komt al 1
jaar niet buiten
ui t huis, bang. Door telkens rare buren met toestanden, en angst voor di e aanvallen.
Geen spec
buikpijn, heeft 3x UWI gehad. Heeft bekende nav elbreuk. Maar geen spec buikklachten
dus
A29.00 Andere algemene symptomen/klachten
lang gesprek. mag oxazepan gewoon hebben, besteld telkens voor 1 maand bij dit gebruik
(…)
26-06-2023 tel: lang herhaaldelijk verhaal dat ze het zo niet meer uithoudt. Die
aanvallen van
rood warm hoofd en raar gevoel op borst komen vaker en d uren soms een uur. Zie
ook vis 17/5. Komt
al 1 jaar niet buiten cq uit huis!! lusteloos, wil zo niet meer verder. Ook bang
voor hart, wil d
at ik haar nakijk.
P74.01 Paniekaanvallen/stoornis mi
ter gerusstelling Treadmill pm psycholoog/AD?. slikt al jaren oxazepam
(…)
01-08-2023 Met zoon gebeld: over moeder gesproken. Na recent myocardinfarkt/CVA.
Toch wel
verrassend. 2x vis in mei en juni, had soort paniekaanvallen savonds voor naar bed
gaan, met rood
hoofd/zweten en ook wat pijn op d e borst, niet bij inspanning. Kwam al 1 jaar niet
buiten. Angst.
Nu do oor oog vd naald, waren nogal zieknhuis afhoudend. In juni toch Treadmi ll
aangevraagd, zover
is het dus niet gekomen, want afsraak was door h aar verzet naar aug. Zoon bedankt
nog voor goede
zorgen.”
3.2 Op 26 juli 2023 is klaagster met de ambulance naar de spoedeisende eerste hulp
(SEH)
gebracht. In de brief aan de huisarts met het verslag hiervan staat onder meer:
“Reden van bezoek
Thoracale pijnklachten
Overdracht ambulance/huisarts
Sinds enkele weken al inspanningsgebonden thoracale pijnklachten waarvoor reeds
analyse door
huisarts. Deze had al verwijzing Cardiologie gemaakt. Vandaag alweer de hele dag
thoracale
pijnklachten gehad, durft zo niet de nacht in.
Voorgeschiedenis
Diabetes mellitus type 2, hypertensie, hypercholesterolemie
Anamnese
Al weken tot maanden klachten van afgenomen inspanningstolerantie o.b.v. retrosternale
drukpijn
zonder radiatie met hierbij benauwdheid en palpitaties (altijd icm pijn). Aspect
van palpitaties
moeilijk te benoemen, zou wel acuut beginnen en stoppen. Soms duren episodes een
minuut en zoals
vandaag enkele uren. Voelt dat ook een soort blushes in het gelaat met soms een
gevoel van collaps.
Is door de klachten al 11 maanden niet meer uit huis geweest, angst dat er iets
ergs gebeurd. Geen
abdominale of pulmonale klachten, mictie/defaecatie normaal. Geen koorts of koude
rillingen.
Veel meegemaakt in het leven wat emotionele stress veroorzaakt heeft, hier nooit met
iemand over
gesproken. Hierdoor wel altijd lang zelf met klachten blijven lopen.
(…)
Risicofactoren
DM2+, HT+, Hchol+, nicotineabusus +, alcohol-
Familieanamnese negatief voor HVZ, wel anamnestisch dochter met (meest waarschijnlijk
ASD)
(…)
Conclusie
80-jarige dame, o.a. bekend met diabetes mellitus type 2, wordt op EHH gezien in
verband met:
1. NSTE-ACS met panischemisch, dynamisch ECG en hoge verdenking op 3- vatscoronairlijden
bij serk
verhoogd CV-risicoprofiel.
2. Systolische hypertensie ondanks Irbesartan
3. Anemie met Hb 6.8 mmol/L zonder reticulocytose.
Anamnestisch geen melaena of macroscopisch bloedverlies. Geen aanwijzingen voor
deficienties.
4. Hyperlipidemie ondanks Simvastatine.”
3.3 Klaagster is op 26 juli 2023 in het ziekenhuis opgenomen op de afdeling cardiologie.
4. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
4.1 De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden.
Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor
een
tuchtrechtelijk verwijt.
Beoordeling van de klacht
4.2 De klacht van klaagster betreft het contact met de huisarts op 26 juni 2023.
Klaagster
verwijt de huisarts dat hij haar fysieke klachten op die datum niet op de juiste
wijze heeft
ingeschat en ten onrechte geen huisbezoek heeft afgelegd. Ook voelt zij zich door
de huisarts niet
serieus genomen.
4.3 Van belang voor de beoordeling van de klacht is ook wat aan het contact van
26 juni 2023
vooraf is gegaan, in het bijzonder het contact tussen klaagster en de huisarts op
17 mei 2023. Partijen verschillen van mening over wat er op 17 mei 2023 is gebeurd.
De huisarts
heeft in zijn verweerschrift aangevoerd dat hij die dag een sociale visite bij klaagster
thuis
heeft afgelegd, waaraan geen vraag of klacht van klaagster vooraf is gegaan. Bij
het verweerschrift
heeft de huisarts zijn aantekeningen uit het medisch dossier van die datum overgelegd
(zie ook 3.1
hiervoor). De visite van 17 mei 2023 is vervolgens tijdens het mondeling vooronderzoek
uitdrukkelijk door klaagster en haar gemachtigde aan de orde gesteld. Klaagster
wees erop dat zij
ten tijde van die visite al dezelfde klachten had als op
26 juni 2023. Er is tijdens het mondeling vooronderzoek uitgebreid en inhoudelijk
gesproken over
zowel de visite van 17 mei 2023 als het telefonisch consult van 26 juni 2023. Ter
zitting van het
college stelde (de gemachtigde van) klaagster echter dat op 17 mei 2023 van een
visite geen sprake
is geweest. Klaagster was bij het mondeling vooronderzoek overvallen geweest doordat
het ter sprake
kwam, maar kan zich een visite niet herinneren. Wel heeft klaagster op 17 mei 2023
met de huisarts
gebeld, aldus klaagster.
4.4 Het college gaat ervan uit dat de huisarts op 17 mei 2023 wel een visite bij
klaagster heeft
afgelegd. Zijn verklaring daarover wordt gesteund door zijn aantekeningen in het
medisch dossier en
het ontbreken van een notitie over een telefonisch contact met klaagster op die
datum. Dat
klaagster tijdens het mondeling vooronderzoek overvallen is geweest doordat de visite
van 17 mei
2023 ter sprake kwam, acht het college niet aannemelijk. De visite werd voordien
door verweerder al
vermeld in het verweerschrift en het is klaagster zelf, althans haar gemachtigde,
die deze visite
bij het mondeling vooronderzoek als eerste ter sprake bracht.
4.5 De visite van 17 mei 2023 is niet klachtgerelateerd geweest. De huisarts heeft
blijkens zijn
aantekeningen aandacht gehad voor de buikklachten en blaasontstekingen, waarmee
klaagster in het
verleden te kampen heeft gehad. Verder is gesproken over de aanvallen, waarvan klaagster
vooral ’s avonds last had. De huisarts heeft genoteerd dat deze gepaard gingen met
een rood, warm hoofd, hartkloppingen en druk op de borst, maar dat de klachten niet
voorkwamen bij inspanning. Hij heeft deze aanvallen geduid als angst- en paniekaanvallen,
mede gelet op het feit dat klaagster al jaren oxazepam (een angstopheffend en rustgevend
middel) slikte.
Toen klaagster de huisarts op 26 juni 2023 belde, had zij nog steeds dezelfde klachten,
alleen
vaker en langer. In dat telefoongesprek heeft klaagster de huisarts gevraagd of
haar klachten
mogelijk (ook) zouden kunnen worden veroorzaakt door het hart, waarop de huisarts
heeft gereageerd
door klaagster – ter geruststelling – een fietstest voor te stellen en af te spreken.
4.6 Het college is van oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar
heeft gehandeld
door klaagsters klachten primair toe te schrijven aan een paniekstoornis, zeker
nu klaagster
daarmee sinds lang bekend was. Ook klaagster zelf en haar gemachtigde hebben ter
zitting van het
college beschreven dat klaagster veel last van angst- en paniekaanvallen had. Daarbij
komt dat
klaagster, zoals ook ter zitting is gebleken, soms moeite heeft haar klachten concreet
te
beschrijven. Het college is voorts van oordeel dat de huisarts klaagster wel degelijk
serieus heeft
genomen in haar angst dat er – naast de overige reeds bestaande klachten – mogelijk
sprake kon zijn
van hartklachten. Hij heeft daarop immers actie genomen door daarvoor een onderzoek
(inspannings-ECG) voor te stellen en af te spreken. Dat hij in afwachting daarvan
op 26 juni 2023
heeft afgezien van een huisbezoek, acht het college – mede gelet op het feit dat
de huisarts op 17
mei 2023 bij klaagster is geweest – evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar.
4.7 Het college overweegt ten overvloede dat de NHG-richtlijn Stabiele Angina Pectoris
uit 2019
het inspannings-ECG niet meer aanbeveelt. Vanwege de grote hoeveelheid gebleken
fout-positieven en
fout-negatieven is zo’n test namelijk niet doorslaggevend.
Slotsom
4.8 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht ongegrond is.
Publicatie
4.9 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen
belang is erin
gelegen dat andere huisartsen mogelijk iets kunnen leren van deze zaak, in het bijzonder
van
hetgeen hiervoor in 4.7 is overwogen. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding
van namen of
andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.
5. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht ongegrond;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding
van namen
of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt
en ter
publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.
Deze beslissing is gegeven door T.N. Meyboom, voorzitter, C.M.H.M. van Lent, lid-jurist,
H.J. Weltrevrede, B.C.A.M. van Casteren-van Gils en E. Jansen, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan
door N.A.M. Sinjorgo, secretaris, en in het openbaar uitgesproken door
K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 2 april 2025.