Zoekresultaten 20541-20550 van de 46643 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:49 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170284
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 26-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:49
De advocaat is niet-ontvankelijk in zijn beroep dat hij in zijn verweerschrift na afloop van de beroepstermijn heeft ingesteld. De advocaat was niet bekend met de verlaging van de leeftijdsgrens van kinderen die aanwezig mogen zijn bij een zitting. Niet betwist wordt dat hij hiermee bekend had kunnen en moeten zijn, zodat dit, anders dan de raad heeft overwogen, tuchtrechtelijk te verwijten valt. De klacht is alsnog gegrond; de grief van klagers slaagt. De overige klachtonderdelen zijn ook in hoger beroep ongegrond. Waarschuwing. Kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:48 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-886 17-887
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 22-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:48
Voorzittersbeslissing. Klacht over vermeende belangenverstrengeling ten aanzien van verweerder sub 2 kennelijk niet-ontvankelijk nu hierover eerder is beslist (ne bis in idem). Klacht ten aanzien van (kantoorgenoot) verweerder sub 1 kennelijk ongegrond nu de voorzitter niet heeft kunnen vaststellen dat sprake is geweest van een advocaat-cliëntrelatie met klager. Geen strijd met Gedragsregel 7 lid 4.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:8 Kamer voor het notariaat Amsterdam 637834 / NT 17-72
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 15-03-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:8
Ten aanzien van het eerste en tweede verwijt van klagers overweegt de kamer het volgende. De notaris heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij er vanuit mocht gaan dat klagers van het beslag op hun woning op de hoogte waren. In de eerste plaats omdat het beslag aan klager sub 1 in persoon is betekend en voorts ook omdat van de beslaglegging uit de kadastrale recherche door de makelaar had moeten blijken. Dat het beslagexploot nooit op de juiste wijze aan klager sub 1 is betekend – zoals klagers ter zitting hebben gesteld, is – ook indien juist – een omstandigheid die de notaris niet kan worden aangerekend. Gelet op het feit dat klagers krachtens de koopovereenkomst verplicht waren om de woning zonder beslag te leveren, behoorde het tot de taak van de notaris om bij de beslaglegger na te gaan onder welke voorwaarden zij bereid was tot doorhaling van het beslag. Alleen al hierom wordt het betoog van klagers dat de notaris hierover eerst met hen in overleg had moeten treden verworpen. Het handelen van de notaris vloeide immers noodzakelijkerwijs voort uit de aan het notariskantoor verstrekte opdracht en er bestaat geen voorschrift op grond waarvan de notaris verplicht zou zijn eerst contact op te nemen met de beslagene (klager sub 1). Een en ander neemt niet weg dat het in dit geval, nu het beslag al in 2009 was gelegd, uit oogpunt van dienstverlening beter was geweest als de notaris zich eerst met klagers zou hebben verstaan, maar dat hij dit niet heeft gedaan is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ter zitting heeft de notaris verklaard dat hij begin januari 2017 bericht van de beslaglegger heeft ontvangen over de voorwaarden waaronder het beslag kon worden doorgehaald en dat hij daarna klagers op 11 januari 2017 per e-mail daarover heeft geïnformeerd. De notaris heeft daarmee binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aflosnota van de beslaglegger klagers daarvan in kennis gesteld. De eerste twee klachtonderdelen zullen dan ook ongegrond worden verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:50 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170293
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 26-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:50
Klacht tegen de advocaat van klaagsters man. Anders dan de raad acht het hof het klachtonderdeel dat verweerder de zaak van de man heeft aangenomen ondanks het advies van de instelling om dat niet te doen, ongegrond. Niet valt in te zien waarom verweerder de zaak van de man niet zou mogen aannemen. De klachtonderdelen die zien op de wijze waarop verweerder aan de aangenomen zaak uitvoering heeft gegeven, zijn wel gegrond. Beoordeeld dient te worden of verweerder zich op zorgvuldige wijze ervan heeft vergewist dat de man bij het geven van de opdracht aan verweerder en omtrent de inhoud, omvang en voortduren daarvan daadwerkelijk in staat was zijn wil te bepalen. Verweerder heeft zich te zeer verlaten op zijn eigen inschatting van de geestestoestand van de man. Hij heeft alvorens mee te werken aan de herroeping van het testament verzuimd op adequate en verifieerbare wijze onderzoek te doen. Daarmee heeft hij niet voldaan aan de zorgvuldigheidsnorm. Verweerder heeft bij de behartiging van de belangen van de man zonder redelijk doel de belangen van de wederpartij onnodig of onevenredig geschaad. Verweerder heeft, ondanks dat er vele signalen waren te twijfelen aan een toereikende volmacht, lichtzinnig gehandeld en is zelfs na waarschuwing van de behandelend psycholoog doorgegaan met de uitvoering daarvan en daarmee onnodig schade toegebracht aan de naaste omgeving van de man, waaronder klaagster. Schending kernwaarde onafhankelijkheid. Voorwaardelijke schorsing 4 weken. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen vp2017/19
- Datum publicatie: 27-03-2018
- Datum uitspraak: 27-03-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:13
Klacht tegen verpleegkundige, ingediend door de ex-partner van een overleden patiënte, namens hun minderjarige dochter. Patiënte, destijds terminaal ziek, werd in de laatste maanden van haar leven thuis verzorgd door verweerster. De dochter van klager en patiënte woonde op dat moment bij patiënte en haar toenmalige partner. Volgens klager is tijdens het leven van patiënte een relatie ontstaan tussen verweerster en de toenmalige partner van patiënte. De dochter van klager en patiënte is, hiermee geconfronteerd, ernstig beschadigd geraakt, zo stelt klager. Klager verwijt verweerster grensoverschrijdend gedrag en een schending van de voor haar geldende professionele normen. Verweerster erkent dat zij een relatie heeft met de toenmalige partner van patiënte, maar stelt dat deze relatie pas enige tijd na het overlijden van patiënte is begonnen. Het college kan niet vaststellen dat deze relatie is aangevangen vóór het overlijden van patiënte. Het ontstaan van de relatie ná het overlijden van patiënte, ook wanneer dat een à twee maanden na het overlijden van patiënte was, geeft in deze tot een einde gekomen behandelrelatie geen schending van professionele normen van verweerster. De klacht is daardoor ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-153c
- Datum publicatie: 27-03-2018
- Datum uitspraak: 27-03-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:37
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De lezingen van partijen over het al dan niet herhaaldelijk indrukken van de hulpknop lopen uiteen. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/135
- Datum publicatie: 27-03-2018
- Datum uitspraak: 27-03-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:14
Klacht tegen arbo-arts die zich bij het opstellen van het rapport niet gehouden heeft aan de eisen die daaraan moeten worden gesteld. Klacht gegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-153d
- Datum publicatie: 27-03-2018
- Datum uitspraak: 27-03-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:38
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De lezingen van partijen over het al dan niet herhaaldelijk indrukken van de hulpknop lopen uiteen. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:44 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1044
- Datum publicatie: 27-03-2018
- Datum uitspraak: 21-03-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:44
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen adjunct-secretaris, tevens advocaat, wel ontvankelijk maar kennelijk ongegrond. Als verweerster bij de klachtbehandeling van de klacht van klager al een onjuiste uitvoering heeft gegeven aan de geldende bepalingen, dan is niet zij maar de deken hiervoor verantwoordelijk.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/136
- Datum publicatie: 27-03-2018
- Datum uitspraak: 27-03-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:15
Klacht tegen verzekeringsarts die als supervisor een rapport van een arts heeft gecontrasigneerd dat niet voldoet aan de eisen die daaraan moeten worden gesteld. Degene die een rapport contrasigneert is eindverantwoordelijk voor de inhoud van het rapport. Er had getoetst moeten worden aan de huidig geldende normen. Klacht gegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2054
- Pagina: 2055
- Pagina: 2056
- ...
- Pagina: 4665
- Volgende pagina zoekresultaten