Zoekresultaten 1431-1440 van de 47491 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:201 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2709
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:201
Klacht tegen een psychotherapeut (en klinisch psycholoog). Klaagster is in behandeling gekomen op een polikliniek voor depressies. De psychotherapeut was haar regiebehandelaar. Klaagster kan zich niet vinden in de manier waarop hij de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis heeft gesteld. Ook vindt zij dat de psychotherapeut de behandeling op onzorgvuldige wijze heeft beëindigd en, tot slot, dat hij haar op onzorgvuldige wijze heeft doorverwezen voor schematherapie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep verwerpen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:281 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8490
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:281
Kennelijk ongegronde klacht tegen oogarts, die supervisor was van een AIOS in het vierde jaar van zijn opleiding tot oogarts en bij de behandeling niet betrokken is geweest. De AIOS was bevoegd en bekwaam om het consult met klager zelfstandig te doen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:244 Hof van Discipline 's Gravenhage 250011
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:244
De voormalig accountant van verweerster heeft concept jaarstukken 2021 voor verweerster opgesteld en beklaagt zich erover dat verweerster deze stukken zonder zijn instemming aan haar opvolgend accountant als definitief heeft gepresenteerd. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en verweerster een onvoorwaardelijke schorsing opgelegd. Het hof bekrachtigt de uitspraak van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:282 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8752
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:282
Kennelijk ongegronde klacht tegen AIOS oogheelkunde in het vierde jaar van zijn opleiding. Geen aanwijzing dat er iets anders aan de hand was dan de geconstateerde beschadiging van het hoornvlies. Onderzoek was zorgvuldig en adequaat.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:283 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8203
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:283
Deels gegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster verwijt de psychiater in de kern dat de behandeling kwalitatief onvoldoende was, dat hij haar aan haar lot heeft overgelaten en de ernst van haar klachten heeft onderschat. De psychiater stelt dat op sommige punten ruimte voor enige verbetering was, maar dat hem geen tuchtrechtelijk verwijt te maken valt. Het college overweegt dat klaagster zowel arts als patiënt was en dat die dubbele rol ingewikkeld kan zijn. Ook bij gezamenlijke besluitvorming had de psychiater zich er bewust van moeten zijn dat de ziekte van klaagster haar beoordelingsvermogen kon beïnvloeden. Dat betekent dat de psychiater er niet zonder meer en niet gedurende een lange periode vanuit kon gaan dat het goed met klaagster ging, zonder haar te zien. Ook in verband met de voorgeschreven medicatie was het nodig om klaagster regelmatig te zien. Klachtonderdelen a en b zijn gegrond. Dat de psychiater vanwege ontstane klachten na het gebruik van medicatie aan een neurologische oorzaak voor de klachten had moeten denken en klaagster eerder dan eind 2020 had moeten verwijzen, kan het college niet vaststellen. Klachtonderdeel c is ongegrond. Klachtonderdeel d, gebrek aan professionaliteit, is deels gegrond voor zoverre het verwijt is dat er te weinig regie en sturing vanuit de psychiater was en dat de psychiater niets heeft gedaan met noodkreten van familie en vrienden van klaagster. Volgt een berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:284 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8226
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:284
Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht tegen een psychiater. Klaagster verwijt de psychiater dat hij een rol heeft gespeeld in het faciliteren van labonderzoeken voor zijn broer tevens ex-echtgenoot, die de testresultaten vervolgens gebruikte in een familierechtelijke procedure. Omdat de resultaten onbruikbaar bleken, liep de procedure vertraging op. Dat zorgde voor stress bij klaagster en haar kinderen. Het college oordeelt dat klaagster niet als rechtstreeks belanghebbende in de zin van de Wet BIG kan worden aangemerkt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:241 Hof van Discipline 's Gravenhage 250328
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:241
Hoger beroep na beslissing op verzet. De beroepsgronden van klager leveren geen grond op voor doorbreking van het appelverbod.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:242 Hof van Discipline 's Gravenhage 250313
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:242
Beklag tegen de beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen ongegrond. De deken heeft op goede gronden het verzoek tot aanwijzing van een advocaat kunnen weigeren. Er is onvoldoende overzichtelijke informatie verstrekt of een procedure tegen de wederpartij van klager redelijke kans van slagen heeft en het een procedure betreft die qua schadebedrag boven de kantongrens van € 25.000,- uit stijgt.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:280 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8614
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:280
Klager uit een veelvoud aan forse, niet onderbouwde en onbegrijpelijke beschuldigingen tegen een oogarts en wordt wegens misbruik van tuchtrecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:243 Hof van Discipline 's Gravenhage 250312
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:243
Beklag tegen de beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen ongegrond. Het hof stelt vast dat aan klaagster een advocaat is aangewezen bij beslissing van de deken van 30 juli 2025. Uit dit cassatieadvies volgt dat een cassatieprocedure geen redelijke kans van slagen heeft. De deken heeft klaagster er reeds in de aanwijzingsbeslissing op gewezen dat in deze zaak slecht éénmaal een advocaat wordt aangewezen, behoudens bijzondere omstandigheden. De deken mocht om die reden het tweede aanwijzingsverzoek van klaagster afwijzen. De omstandigheid dat klaagster het niet eens is met het procesadvies van de aan haar toegewezen advocaat brengt niet mee dat een andere advocaat moet worden aangewezen door de deken.