Zoekresultaten 1431-1440 van de 47453 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:111 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/751240 / DW RK 24/209 HE/SM

    Beslissing op verzet gegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond. Maatregel: berisping. De kamer stelt vast dat zich onzorgvuldigheden hebben voorgedaan die enkel en alleen naar voren zijn gekomen dankzij een volhardende houding van klager. Dat de rentestop is komen te vervallen (en het vorderen van lopende rente dus is hervat) als gevolg van de overgang naar de nieuwe dossierapplicatie is slordig, aangezien een rentestop een specifiek doel vervult in specifieke gevallen. Dat klager de gerechtsdeurwaarders daar meermaals op heeft moeten wijzen is tot daar aan toe. Maar als de gerechtsdeurwaarders de fout inzien en vervolgens met een onjuiste boekingscode het opgelopen (rente)bedrag boeken op de executiekosten waardoor datzelfde bedrag weer ten laste van klager in het dossiersaldo wordt geboekt, slaat slordigheid naar het oordeel van de kamer om in onzorgvuldigheid. Hiermee is dan ook sprake van een tuchtrechtelijk laakbaar handelen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:112 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/760624 / DW RK 24/421 HE/SM

    Beslissing op verzet. Klagers beklagen zich er – onder meer – over dat de gerechtsdeurwaarder bij de berekening van de beslagvrije voet ongemotiveerd het fiscaal inkomen van klager heeft betrokken. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7464

    Klacht tegen een GZ-psycholoog deels gegrond. Maatregel: berisping. Klager en zijn ex-vrouw hebben twee kinderen. Op enig moment is de – op dat moment 15-jarige – dochter van klager in behandeling gekomen bij verweerster. Gedurende de behandeling heeft verweerster, vanwege zorgen over de situatie van de dochter in de thuissituatie bij klagers (vader en zijn nieuwe partner), een melding bij Veilig Thuis gedaan. De klacht heeft onder meer betrekking op de behandeling van klagers (stief)dochter en de Veilig Thuis melding. Het college komt tot het oordeel dat klagers deels ontvankelijk zijn in hun klacht en voor dat gedeelte de klacht gegrond is. Voor het overige worden klagers niet-ontvankelijk verklaard in hun klacht. Het college oordeelt dat verweerster door de wijze waarop en de aard van de gegronde verwijten ernstig is tekortgeschoten in haar verplichtingen als zorgverlener. Daarbij heeft het college de indruk gekregen dat verweerster zich niet voldoende bewust is geweest van de vereiste afwegingen en stappen en te snel – hoe goed bedoeld mogelijk ook – is overgegaan tot het doen van een VT-melding. Ook werden in het behandelplan op een gegeven moment andere doelen opgenomen, waar niet over is gecommuniceerd en klager onvoldoende bij werd betrokken. Berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:113 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/761094 / DW RK 24/431 HE/SM

    Beslissing op verzet. Verzet ongegrond. Klaagster beklaagt zich er – onder meer – over dat de gerechtsdeurwaarder ondanks de toezegging de inboedel en alle huisraad niet heeft opgeslagen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:162 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-453/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht van een advocaat over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft het Woo-verzoek mogen indienen bij de gemeente en niet bij klager (de advocaat van de gemeente). Evenmin had verweerder klager om goedkeuring hiervoor moeten vragen. Wel had verweerder klager moeten informeren over het Woo-verzoek. Geen inbreuk op de vertrouwelijke correspondentie tussen klager en zijn cliënte als de gemeente de correspondentie via de Woo openbaar had moeten maken. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:107 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/771852 / DW RK 25/229 BB/WdJ

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich over de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:114 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/748064 DW RK 24/119 HE/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft ten onrechte bevel gedaan van een bedrag van € 3.100,-. Aan de opgelegde maatregel ligt ten grondslag dat het opstellen en uitbrengen van exploten tot de kerntaken van de gerechtsdeurwaarder behoort. Deze bevoegdheid is exclusief toevertrouwd aan de gerechtsdeurwaarder en verlangt om die reden een hoge mate van zorgvuldigheid. Dat geldt bovenal bij de beoordeling van een executoriale titel en de vaststelling voor welke bedragen bevel kan worden gedaan. Dat een vergissing gemaakt wordt is weliswaar niet uit te sluiten, maar als klager daar gemotiveerd op wijst mag het niet zo zijn dat pas na een maand inhoudelijk wordt gereageerd. Te meer omdat de constatering van klager ziet op een wezenlijk afwijking in het door de gerechtsdeurwaarder gedane bevel en de daaraan ten grondslag liggende titel.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:163 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-489/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht van een voormalig medewerker tegen de eigenaar van een advocatenkantoor. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door bij de deken een afspraak te maken en deze vervolgens niet na te komen. Berisping.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:108 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757372 / DW RK 24/346 BB/WdJ

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de titel te executeren en heeft voldoende en inhoudelijk met klager gecommuniceerd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:236 Hof van Discipline 's Gravenhage 240244

    Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de advocaat als faillissementscurator. Klagers hebben vier klachten ingediend. Ten eerste heeft verweerder volgens klagers in strijd gehandeld met de kernwaarden van de pilot van de rechtbank Gelderland, team Insolventies, locatie Zutphen. Ten tweede heeft verweerder volgens klagers ten onrechte geen inlichtingen over de pilot aan klagers verstrekt. Ten derde verwijten klagers verweerder niet tijdig te reageren en ten vierde heeft verweerder volgens klagers in een gesprek met de rechter-commissaris op 21 november 2023 in strijd met de waarheid verklaard. De raad heeft klager 1 niet-ontvankelijk verklaard en de vier klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klagers komen hiertegen in beroep.