Zoekresultaten 1441-1450 van de 46834 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:120 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-226/DB/OB

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:155 Hof van Discipline 's Gravenhage 250001

    De zaak betreft een klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft klager bijgestaan in een huurgeschil. Dit geschil, dat heeft geleid tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, vormt de aanleiding voor deze klacht. Volgens klager was de bijstand van verweerder niet toereikend, heeft verweerder klagers goede naam geschonden en heeft verweerder niet voldaan aan zijn zorgplicht jegens klager. Het hof sluit zich aan bij de beslissing van de raad. In aanvulling hierop merkt het hof op dat het feit dat de raad verweerder in de gelegenheid heeft gesteld om na de zitting een stuk in te dienen dat nog niet in het dossier zat, geen aanleiding geeft voor het oordeel dat de raad niet correct heeft gehandeld. Van belang is dat uit het proces-verbaal van de raad blijkt dat klager in de gelegenheid is gesteld om op dat stuk te reageren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:137 Raad van Discipline Amsterdam 25-071/A/A

    Raadsbeslissing; (gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaat wederpartij. De wijze waarop verweerster de (potentiële) getuige van klaagster heeft benaderd, kan niet anders worden geïnterpreteerd dan als een poging tot ongeoorloofde beïnvloeding van een (potentiële) getuige. Daarmee heeft verweerster in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit, zoals (onder meer) uitgewerkt in gedragsregel 22. Verweerster heeft daarmee schade toegebracht aan het vertrouwen in de advocatuur. Een berisping is in deze situatie passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:121 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-786/DB/OB

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:156 Hof van Discipline 's Gravenhage 240304

    De raad heeft geoordeeld dat er niet aan de in gedragsregel 25 lid 2 genoemde voorwaarden is voldaan, zodat het verweerder niet vrijstond om de client van klager rechtstreeks aan te schrijven. Door dit wel te doen heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De raad heeft verweerder een waarschuwing opgelegd. Het hof bekrachtigt deze beslissing. In dit geval is gedragsregel 25 geschonden doordat verweerder de wederpartij rechtstreeks heeft benaderd, terwijl hij wist dat deze een advocaat had, en verweerder zich daarbij niet beperkte tot een aanzeggingen tot rechtsgevolg.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:138 Raad van Discipline Amsterdam 25-072/A/A 25-073/A/A

    Raadsbeslissing; (gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Verweerders hebben de wijze waarop hun kantoorgenoot, een (potentiële) getuige heeft benaderd in de procedure waarin zij als procesadvocaten optreden voor de wederpartij niet als onbehoorlijk aangemerkt, maar dit gedrag juist verdedigd. Met deze houding hebben verweerders laten zien onvoldoende gewicht toe kennen aan het belang van gedragsregel 22, die beoogt de onafhankelijkheid van getuigen te waarborgen en ongeoorloofde beïnvloeding te voorkomen. Een waarschuwing met kostenveroordeling is passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:157 Hof van Discipline 's Gravenhage 240276

    Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij. Hij verwijt verweerster dat zij in strijd met op een zitting gemaakte afspraken heeft gehandeld. Het hof overweegt dat het verweerster niet is aan te rekenen dat zij in opdracht van haar cliënte diens gewijzigde standpunt ten opzichte van de op de zitting gemaakte afspraken heeft verwoord in een e-mail aan de advocaat van klager. Verweerster was zelf geen partij bij de gemaakte afspraak en het stond verweerster als belangenbehartiger van haar cliënte niet vrij om tegen de instructie van haar cliënte in te handelen. De klacht is ongegrond verklaard door de raad. Het hof bekrachtigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:139 Raad van Discipline Amsterdam 25-091/A/NH

    Raadsbeslissing; klacht van een advocaat over een advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zonder toestemming van klager een e-mail van klager gericht aan de gevolmachtigde van zijn cliënten (die door een verzendvergissing bij verweerder terecht was gekomen) in de procedure in te brengen. De door verweerder naar voren gebrachte omstandigheden bieden geen rechtvaardiging voor dit handelen. De kwestie over de (proces)volmacht had ook op andere wijze aan de orde gesteld kunnen worden. Daarmee is de klacht gegrond. Ondanks de gegrondverklaring, is geen maatregel opgelegd. Verweerder heeft het gebruik van de e-mail aangekondigd en klager heeft hiertegen niet geprotesteerd. Ook na het toezenden van de producties en daarna op de zitting heeft klager zijn bezwaren tegen het gebruik van de e-mail niet kenbaar gemaakt. Klager heeft derhalve drie gelegenheden voorbij laten gaan zonder zijn bezwaren tegen de overlegging van de e-mail te uiten. Vervolgens heeft klager pas twee jaar later zijn klacht hierover tegen verweerder ingediend. Tot slot bevat de e-mail geen vertrouwelijke informatie, maar gaat het slechts om het doorsturen van een rolbericht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:158 Hof van Discipline 's Gravenhage 240272

    Deze zaak betreft in hoger beroep een klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij. Naar het oordeel van de raad van discipline Arnhem-Leeuwarden had verweerster met haar keuze om op een aantal e-mails van klaagster niet te reageren, onvoldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster bij opheffing van het beslag. Het hof is van oordeel dat er geen gerechtvaardigde belangen van klaagster zijn geschonden en dat klaagster wist dat zij nog de deurwaarderkosten moest betalen alvorens het beslag zou worden opgeheven. Het hof verklaart dit klachtonderdeel alsnog ongegrond en vernietigt in zoverre de beslissing van de raad alsmede de aan verweerster opgelegde maatregel. Voor het overige blijven de klachten ook in hoger beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:140 Raad van Discipline Amsterdam 25-125/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond nu niet is gebleken dat verweerster vertrouwelijke informatie heeft verkregen waardoor zij de wederpartij niet meer mocht bijstaan. Van (de schijn van) belangenverstrengeling is naar het oordeel van de raad geen sprake.