Zoekresultaten 1381-1390 van de 47232 resultaten
-
ECLI:NL:TACAKN:2025:68 Accountantskamer Zwolle 25/2046 Wtra AK
- Datum publicatie: 03-11-2025
- Datum uitspraak: 03-11-2025
- ECLI:NL:TACAKN:2025:68
Kennelijk ongegronde klacht. De voorzitter overweegt dat het gelet op het gemotiveerde verweer van betrokkene op de weg van klager lag om zijn verwijten nader te onderbouwen. Klager heeft dat niet gedaan, ondanks dat hij daarvoor wel de gelegenheid heeft gehad. Klager mocht immers een schriftelijke repliek indienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Omdat een nadere onderbouwing ontbreekt, moet worden geoordeeld dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:200 Raad van Discipline Amsterdam 25-524/A/A 25-525/A/A
- Datum publicatie: 03-11-2025
- Datum uitspraak: 27-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:200
Raadsbeslissing; klacht over de dienstverlening door de eigen advocaten. De zaak is behartigd met de zorgvuldigheid die van een behoorlijk advocaat mag worden verwacht. De kosten die in rekening zijn gebracht kwalificeren, afgezet tegen de verrichte werkzaamheden, niet als excessief. Verweerder is wel klachtwaardig tekortgeschoten in zijn informatieplicht (gedragsregel 16). De raad mist een overzicht van de mogelijke juridische stappen, een advisering over de daarbij behorende kansen en risico’s en een inschatting van de daaraan verbonden kosten. De klacht hierover is gegrond. Aan verweerder is een waarschuwing met kostenveroordeling opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:178 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2669
- Datum publicatie: 03-11-2025
- Datum uitspraak: 03-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:178
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klagers, de tweelingzus en zwager van de overleden patiënte, dienen een klacht in tegen verweerster, de arts die betrokken was bij de zorg van patiënte. Ze beschuldigen haar van het actief beëindigen van het leven van patiënte, het volgen van de wensen van de echtgenoot zonder eigen medische verantwoordelijkheid, en het niet geven informatie. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege verklaart klagers niet ontvankelijk in hun klacht namens de patiënte. De echtgenoot en zoon van patiënte staan niet achter de klacht en de echtgenoot vertegenwoordigt in beginsel de wil van patiënte. De eigen klachten van klagers zijn deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. De voorzitter heeft er begrip voor dat klagers hebben geleden onder het stervensproces van hun (schoon)zus maar de klacht die daarover gaat heeft geen betrekking op een handelen of nalaten tegenover klagers zelf op het gebied van het individuele gezondheidsrecht. Voorts acht de voorzitter het een juiste handelwijze dat verweerster haar informatieverplichtingen jegens de echtgenoot nakwam. Patiënte was niet meer wilsbekwaam en dan dienen op grond van de wet de verplichtingen jegens de echtgenoot te worden nagekomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klagers niet-ontvankelijk in hun klacht namens patiënte en verklaart de eigen klachten van klagers deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:201 Raad van Discipline Amsterdam 25-330/A/NH
- Datum publicatie: 03-11-2025
- Datum uitspraak: 27-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:201
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:179 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2797
- Datum publicatie: 03-11-2025
- Datum uitspraak: 03-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:179
Ongegrond klacht tegen een verzekeringsarts. De klacht gaat over het door de verzekeringsarts verrichte onderzoek naar aanleiding van een aanvraag van de gemeente om een advies medische urenbeperking. Klager had één spreekuurcontact met de verzekeringsarts. De verzekeringsarts maakte naar aanleiding van dit contact een verzekeringsgeneeskundige rapportage waarin hij concludeerde dat er geen reden was om een medische urenbeperking bij klager aan te nemen. Klager is het daar niet mee eens. Hij verwijt de verzekeringsarts onder andere dat hij niet tot die conclusie had mogen komen en geen zorgvuldig onderzoek heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:214 Hof van Discipline 's Gravenhage 250082
- Datum publicatie: 03-11-2025
- Datum uitspraak: 31-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:214
Klager klaagt over het feit dat verweerder niet transparant zou zijn geweest over de hoedanigheid waarin verweerder is opgetreden. De klacht houdt verder in dat verweerder in zijn communicatie met de curator in strijd met de waarheid heeft verklaard. De raad heeft over het eerste klachtonderdeel overwogen dat verweerder wel in strijd met de letter van gedragsregel 9 heeft gehandeld, maar dat zijn handelen niet onbetamelijk was als bedoeld in artikel 46 van de Advocatenwet en het daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De raad heeft dit klachtonderdeel dan ook – net als het tweede klachtonderdeel – ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:202 Raad van Discipline Amsterdam 25-651/A/A
- Datum publicatie: 03-11-2025
- Datum uitspraak: 27-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:202
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak kennelijk ongegrond; verweerder hoeft als partijdig belangenbehartiger niet op alle berichten van de wederpartij te reageren als dat volgens hem en zijn cliënte niets meer bijdraagt aan het reeds gevoerde overleg. Voor het overige heeft klager zijn verwijten tegenover het gemotiveerde verweer van verweerder onvoldoende onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:180 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2617
- Datum publicatie: 03-11-2025
- Datum uitspraak: 03-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:180
Klager is op 3 februari 2022 door zijn huisarts doorverwezen naar D.-zorg, waarna op 3 juni 2022 een intakegesprek met de GZ-psycholoog volgde. Klager is ontevreden over zijn contact met deGZ-psycholoog. Hij verwijt haar dat zij hem niet in behandeling wilde nemen, dat zij hem onheus heeft bejegend en dat haar verslaglegging onjuist is. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klager is het niet eens met dit oordeel en komt hiertegen in beroep. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:203 Raad van Discipline Amsterdam 25-652/A/A
- Datum publicatie: 03-11-2025
- Datum uitspraak: 27-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:203
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. Niet gebleken is dat de oorzaak van de vertraging in de echtscheidingsprocedure is veroorzaakt door de proceshouding van verweerder.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2651
- Datum publicatie: 03-11-2025
- Datum uitspraak: 03-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:181
Klacht tegen internist. Klager is de zoon van een patiënt die na een cystectomie in het ziekenhuis is overleden. Volgens klager is het overlijden te wijten aan ontoereikend medisch handelen. De internist was als voorzitter van de calamiteitencommissie belast met het oriënterend onderzoek naar de gang van zaken omtrent en de oorzaak van het overlijden van de patiënt, om te bepalen of het een calamiteit betrof. Klager verwijt de internist dat zij in haar onderzoek op meerdere fronten onzorgvuldig heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond voor zover dit onderdeel betrekking heeft op het niet naleven van het Maagretentieprotocol, verklaart de klacht voor het overige ongegrond en bepaalt dat aan de internist geen maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het handelen van de internist als voorzitter van de calamiteitencommissie niet valt onder de eerste tuchtnorm en ook niet valt onder de tweede tuchtnorm. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager daarom alsnog niet-ontvankelijk in zijn klacht.