Zoekresultaten 1371-1380 van de 46750 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7455

    Ongegronde klacht van ouders van patiëntje tegen verweerster, tandarts, over de behandeling van patiëntje met angstklachten. Klagers verwijten verweerster onzorgvuldige behandeling van de fistel bij de beschadigde tand, weigeren sedatie bij het trekken van beschadigde melktanden, onjuist advies, niets geven tegen de ontsteking, onvoldoende personele bezetting en geen goede achtervang bij de vakantiesluiting van de praktijk. Volgens klagers werd eerst na meerdere verzoeken van klagers patiëntje aan een andere praktijk overgedragen. Volgens klagers heeft verweerster geen verantwoordelijkheid genomen, niet direct met klagers gecommuniceerd en niet gereflecteerd op eigen handelen. Het college oordeelt dat verweerster geen onnodige risico’s heeft genomen en heeft vastgehouden aan een zorgvuldige medische afweging ondanks de druk om met Dormicum te behandelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:204 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7957

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Voor het college is het invoelbaar dat het voor klager traumatisch is geweest dat de verpleegkundige (met haar collega’s, geregistreerd onder zaaknummers A2024/7955 en -7956) tegen klagers wil in zijn huis is geweest. Het college oordeelt echter dat het gezien de zorgen die waren geuit, begrijpelijk is dat er (door de psychiater, geregistreerd onder A2024/7958) een huisbezoek door de crisisdienst is aangevraagd. Vervolgens valt het de verpleegkundige niet te verwijten dat klager niet op de hoogte was van dit huisbezoek. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige voldoende de-escalerend heeft opgetreden en dat zij voldoende de zorg in acht heeft genomen die van een goed hulpverlener wordt verwacht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:149 Hof van Discipline 's Gravenhage 250037

    Klacht tegen de eigen advocaat. Klager was geen cliënt en is daarom door de raad niet-ontvankelijk verklaard. De raad heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het hof verklaart de klacht, voor zover die ziet op het niet goed adviseren door verweerder over de sanctielijst, alsnog gegrond, legt verweerder de maatregel van waarschuwing op en bekrachtigt de beslissing van de raad voor het overige.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:150 Hof van Discipline 's Gravenhage 240339

    Het betreft hier een hoger beroep van verweerder. In deze zaak ligt de vraag voor of verweerder de belangen van klagers niet goed heeft behartigd en klagers onder zodanige druk heeft gezet om de schikking te accepteren dat hij daarmee de grenzen van het tuchtrechtelijk toelaatbare heeft overschreden. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam heeft verweerder hiervoor een onvoorwaardelijke schorsing van zes (6) weken opgelegd. Vast is komen te staan dat klagers tegenover verweerder ondubbelzinnig hebben aangegeven dat zij niet met het schikkingsvoorstel konden instemmen. Het hof oordeelt dat de druk die klagers vanuit verweerder hebben ervaren om de vaststellingsovereenkomst toch te tekenen, direct is te relateren aan een ernstig nalaten van verweerder om klagers op deugdelijke wijze te informeren en te consulteren over de lopende schikkingsonderhandelingen, waardoor het uiteindelijke schikkingsvoorstel voor klagers als een ‘complete verrassing’ kwam. Deze druk is in hevige mate versterkt door de ‘dreiging’ die verweerder vervolgens heeft geuit om bij het niet tekenen van de vaststellingsovereenkomst door klagers uitvoering te zullen gaan geven aan de tussen klagers en verweerder gemaakte verboden prijsafspraak (no cure no pay). Het hof rekent dit verweerder zwaar aan. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, maar ziet aanleiding een fors zwaardere maatregel op te leggen dan de raad, te weten een onvoorwaardelijke schorsing van twaalf weken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:151 Hof van Discipline 's Gravenhage 250176

    Het beklag tegen de beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen is ongegrond. Klager heeft verzocht om een advocaat voor een bestuursrechtelijke procedure. Voor het voeren van een procedure bij de bestuursrechter is geen verplichte procesvertegenwoordiging voorgeschreven. Er zijn geen aanwijzingen dat klager vanwege zijn kwetsbare positie niet in staat zou zijn om zijn klachten te benoemen en te onderbouwen. Dat advocaten de zaak van klager niet willen aannemen vanwege inhoudelijke complexiteit, kan niet worden opgemaakt uit de afwijzingsgronden van de door klager aangeschreven advocaten. Verder heeft de deken terecht opgemerkt dat het bewaken van de equality of arms aan de rechter is en dat dit geen taak van de deken is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:152 Hof van Discipline 's Gravenhage 250110

    Beklag artikel 13 , lid 1 Advocatenwet. Niet duidelijk op welke gronden klager het niet eens is met de beslissing van de deken. Nu klager geen gronden van zijn beklag heeft aangevoerd en het hof evenmin ambtshalve uit de stukken kan afleiden waarom de beslissing van de deken onjuist is, zal het hof het beklag ongegrond verklaren

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:153 Hof van Discipline 's Gravenhage 250243

    Herstelbeslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:148 Hof van Discipline 's Gravenhage 250272

    Klager is het niet eens met de mededeling van de deken. Daarin staat dat de deken uit de beschikbare stukken heeft afgeleid dat een zitting plaats vindt bij het gerechtshof Den Haag en dat klager een kort geding tegen de staat zou willen starten. Om die reden heeft de deken het verzoek ex artikel 13 Advocatenwet doorgeleid naar de deken Den Haag met het verzoek de kwestie op te pakken.Het klachtrecht is er niet voor bedoeld om te klagen over een mededeling waar men het niet mee eens is. Dit wordt beschouwd als misbruik van het klachtrecht. Om die reden verwijst de voorzitter de klacht niet door naar een andere deken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:162 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-201/DH/RO/D

    Dekenbezwaar. Eindbeslissing na tussenbeslissing. Kantoororganisatie die langdurig niet heeft voldaan aan de basisverplichtingen die gelden voor de advocatuur. Aanwijzingen van de deken worden niet tot nauwelijks opgevolgd. De deken uit terechte zorgen over het dossierbeheer van verweerster. Verweerster lijkt het belang van goede waarneming ten behoeve van cliënten niet in te zien. Fundamenteel gebrek aan inzicht in de verantwoordelijkheden en verplichtingen van advocaten. Schrapping.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7355

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Patiënt bij wie na verloop van tijd de diagnose ‘creeping eruption’ is gesteld, verwijt huisarts het stellen van een verkeerde diagnose, het voorschrijven van verkeerde medicatie, onvoldoende deskundigheid en onvoldoende begrip. Werkdiagnose en aanpassing werkdiagnose. Passende medicatie bij de gemelde klachten. Medisch dossier biedt geen aanknopingspunten voor de verwijten van klager.