Zoekresultaten 13761-13770 van de 47494 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:2 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-567
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 04-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:2
Voorzittersbeslissing. Verweerster mocht namens haar cliënte de voorwaarde blijven stellen dat na het onuitvoerbare vonnis in kort geding eerst een aanvullende regeling voor een veilige overdracht van de kinderen met klager zou worden afgesproken voordat hij de kinderen bij zich zou kunnen hebben. Met deze handelwijze heeft verweerster dan ook geenszins de kortgedinguitspraak gesaboteerd of de belangen van klager onnodig of evenredig geschaad, zonder doel. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:35 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/56
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 21-12-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:35
Klaagster maakt de notaris een aantal verwijten ten aanzien van het testament van vader en ten aanzien van de afwikkeling van vaders nalatenschap. De klacht wordt gegrond verklaard voor zover klaagster de notaris verwijt dat hij zich in de brief van 15 april 2019 niet neutraal heeft opgesteld. In die brief heeft de notaris het handelen van de executeur positief gewaardeerd. De notaris had er - zeker nu hij bekend was met de slechte verstandhouding tussen klaagster en de zus en hij niet heeft weersproken dat de executeur een vriend is van de zus - bedacht op moeten zijn dat zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid gevaar liepen. Door in de brief uit te spreken dat de executeur naar beste eer en geweten probeert uitvoering te geven aan het legaat van de woning en de executeur daarbij zeer zorgvuldig te werk is gegaan, heeft de notaris bij klaagster de indruk gewekt dat hij aan de kant van de executeur en de zus stond en heeft hij dus de schijn van partijdigheid gewekt. De klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard. Aan de notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2020:8 Kamer voor het notariaat Amsterdam 686508/NT20-28
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 22-12-2020
- ECLI:NL:TNORAMS:2020:8
De bewindvoerder van [A] heeft namens [A] een klacht ingediend. Hij verwijt de toegevoegd notaris – kort gezegd – dat hij niet heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht. De toegevoegd notaris had volgens hem dienen te onderzoeken of [A] ‘capabel’ was om een vennootschap op te richten. Daarbij had hij dienen te verifiëren of de vennootschap niet werd opgericht voor malafide doeleinden en of [A] als katvanger werd gebruikt. De kamer is van oordeel dat, hoezeer te betreuren is dat derden misbruik hebben gemaakt van de desbetreffende vennootschap, de toegevoegd notaris ter zake de oprichting van die vennootschap geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat de signalen bij het passeren van de akte van oprichting zodanig waren dat de toegevoegd notaris binnen de context van het instrumentarium dat hem ten dienste stond meer en verder onderzoek had moeten en kunnen doen. Daarbij neemt de kamer in aanmerking dat [A] op de zitting van de kamer actief en adequaat heeft gereageerd op wat er is gezegd en gevraagd. De conclusie moet zijn dat [A] kennelijk in staat is geweest om zich bij de toegevoegd notaris te presenteren als een geloofwaardig ondernemer. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:271 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-558
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:271
Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft als partijdige belangenbehartiger van zijn cliënte haar belangen behartigd in haar geschil met klager en mocht in dat kader klager en de mogelijke uitgever erop wijzen dat het betreffende boek over zijn cliënte niet zonder haar instemming uitgegeven mocht worden. Dat verweerder daarbij zijn gezag als advocaat heeft misbruikt en de uitgever (telefonisch) juridisch zou hebben geïntimideerd, is de voorzitter niet gebleken. Verweerder mocht de uitgever benaderen zoals hij heeft gedaan, terwijl klager voldoende mogelijkheden heeft gekregen en ook heeft genomen om ook zijn standpunten kenbaar te maken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:3 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-631
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 04-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:3
Voorzittersbeslissing advocaat wederpartij. Blijkens het vonnis heeft de rechtbank beslist dat klaagster een bedrag diende te storten op de derdengeldrekening van de Stichting derdengelden waarvan verweerster medebestuurder is. Klaagster heeft tegen de vordering door verweerster namens haar cliënte tot overmaking van de gevorderde gelden op die derdengeldrekening verweer gevoerd, maar dat verweer is, zo blijkt uit het vonnis, door de rechtbank gepasseerd. Dat klaagster door de beslissing van de rechtbank tot storting op de derdengeldrekening stelt in een afhankelijke positie jegens verweerster te zijn terechtgekomen kan, wat daar ook van zij, verweerster tuchtrechtelijk dan ook niet worden aangerekend. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:36 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/2
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 21-12-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:36
Klagers verwijten de oud-notaris - kort gezegd - dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de afwikkeling van de nalatenschappen van erflater en erflaatster. De klacht valt uiteen in zeven onderdelen. Uit het door de oud-notaris gemotiveerde verweer en de door partijen overgelegde stukken blijkt dat klagers op 13 december 2016 al geruime tijd bekend waren met de feiten ter zake waarvan zij de oud-notaris nu verwijten maken. De klacht is op 16 januari 2020 bij de kamer ingediend, dus (ruim) na het verstrijken van de vervaltermijn van drie jaren. Klagers worden daarom niet-ontvankelijk verklaard in de klachtonderdelen 1 tot en met 7. De kamer komt daarmee niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de door klagers aan het adres van de oud-notaris gemaakte verwijten. Voor zover klagers de kamer verzoeken om van de oud-notaris “te vorderen” dat hij volledige openheid van zaken geeft met betrekking tot de nalatenschappen van erflater en erflaatster, heeft de kamer overwogen dat de Wna niet in deze mogelijkheid voorziet. Klagers worden dan ook niet-ontvankelijk verklaard in dit verzoek
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:9 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-292/DB/ZWB
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:9
Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening. Klachtonderdelen 1, 2 en 3 niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet. Klachtonderdeel 4 is eveneens deels niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet en voor het overige ongegrond omdat niet van onvoldoende voortvarend optreden is gebleken. Klachtonderdeel 5 is ongegrond omdat niet is gebleken dat hij in zijn bejegening van klager belerend en badinerend was. De raad is van oordeel dat de procesvoering zoals geschetst, niet getuigt van een kwaliteit van dienstverlening die onder de maat blijft van wat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat mag worden verwacht. Van onvoldoende dossierkennis is de raad evenmin gebleken. Klachtonderdeel 6 is derhalve eveneens ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:123 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-673/DB/ZWB
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 17-12-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:123
Klacht over gedragingen van advocaat in zijn hoedanigheid van deken. Klacht gaat gedeeltelijk over over gedragingen van de voorgaande deken. Dit onderdeel is niet ingediend binnen de termijn zoals bepaald in artikel 46g lid 1 sub a en daarom niet-ontvankelijk. Verweerder heeft in de procedure bij de tuchtrechter zijn standpunt steeds in zakelijke bewoordingen ingenomen. Dat klager zich niet kan vinden in het door verweerder ingenomen standpunt betekent niet dat het standpunt van verweerder daarmee beledigend en leugenachtig is. Voor zover klager van mening is dat aan het verzoek van verweerder tot schrapping van klager gebreken kleven en zo niet had mogen worden ingediend, had hij dit in zijn verweer tegen het verzoek van verweerder naar voren dienen te brengen. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TGDKG:2020:75 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/672501 / DW RK 19/510
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 29-12-2020
- ECLI:NL:TGDKG:2020:75
De gerechtsdeurwaarder heeft door onzorgvuldig handelen nagelaten het beslag op de woning van klager door te halen. Klacht is gegrond, maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in proceskosten.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:10 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-199/DB/OB
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:10
Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening. Klachtonderdelen 1, 2 en 3 niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet. Het vierde klachtonderdeel is wel ontvankelijk, maar ongegrond. Dat ten gevolge van een misverstand over het adres van de heer C de deurwaarder in eerste instantie aan een onjuist adres heeft betekend is ongelukkig, maar de raad heeft niet kunnen vaststellen dat deze fout het gevolg is geweest van onzorgvuldig handelen of een onjuiste instructie van verweerder. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1376
- Pagina: 1377
- Pagina: 1378
- ...
- Pagina: 4750
- Volgende pagina zoekresultaten