Zoekresultaten 13771-13780 van de 47494 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2084a

    Klacht tegen chirurg en supervisor aios in zaak met nummer 2084b. Bij een laparoscopische galblaasverwijdering, waarbij gebruik is gemaakt van een Veress-naald, is na aanvang van de operatie bij klaagster een ernstige bloeding ontstaan. Daarop heeft de aios de operatie geconverteerd naar een laparotomie en is om assistentie van verweerder gevraagd, terwijl de bloeding werd getamponneerd. Verweerder is onmiddellijk gekomen en heeft de bloeding weten te stelpen. Klaagster verwijt de chirurg onder meer dat hij onvoldoende adequaat op de ontstane bloeding heeft gereageerd, dat hij het ontstane vaatletsel heeft gemist en dat door hem ten onrechte geen vaatchirurg in consult is geroepen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:11 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-336/DB/OB

    Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening. Klachtonderdeel 1 is ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder tegen klaagster heeft gezegd dat zij de zaak niet kon verliezen. Uit de aan de raad overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht blijkt dat verweerder zowel in eerste aanleg als hoger beroep als verweer naar voren heeft gebracht dat klaagster een slimme meter had en dat was uitgegaan van onjuiste meterstanden. Ook de feitelijke grondslag van klachtonderdeel 2 ontbreekt dan ook naar het oordeel van de raad. De raad stelt vast dat verweerder geen schriftelijk advies aan klaagster heeft uitgebracht over de kansen en risico’s in hoger beroep. Dat niet kan worden vastgesteld wat is besproken over de te volgen strategie, de kans van slagen en de te verwachten kosten moet dan ook voor verweerders rekening komen. Dit onderdeel van de klacht is derhalve gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/204

    Klager verwijt verweerder onder meer dat hij 1) geen onafhankelijk en adequaat onderzoek heeft verricht tijdens de CBR-keuring, 2) geen zorgvuldig rapport heeft opgesteld, 3) volhardt in zijn conclusie, ondanks dat uit onafhankelijk onderzoek elders blijkt dat klager niets mankeert en 4) onzorgvuldig is omgesprongen met de medische gegevens van klager. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht (iBewerkenn al haar onderdelen) kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2084b

    Klacht tegen arts-assistent in opleiding tot chirurg. Bij een laparoscopische galblaasverwijdering, waarbij gebruik is gemaakt van een Veress-naald, is na aanvang van de operatie bij klaagster een ernstige bloeding ontstaan. Daarop heeft verweerder de operatie geconverteerd naar een laparotomie en is om assistentie van zijn supervisor gevraagd, terwijl de bloeding werd getamponneerd. De supervisor is onmiddellijk gekomen en heeft de bloeding weten te stelpen. Klaagster verwijt de aios onder meer dat voor de operatie een ongebruikelijke operatietechniek is gebruikt die in strijd was met hetgeen in het ziekenhuis gangbaar was en in strijd was met de geldende richtlijn, dat onvoldoende rekening is gehouden met het feit dat klaagster een zeer magere patiënt was, dat hij onvoldoende voorzichtigheid heeft betracht bij de primaire entree, terwijl expliciet in de richtlijn staat dat bij magere patiënten als klaagster grotere risico’s op vaatletsel bestaan en dat hij teveel druk heeft uitgeoefend op de trocar, dan wel de Veress-naald, waardoor een ernstige bloeding is ontstaan; Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:12 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-345/DB/ZWB

    Klacht van AG tegen advocaat van de verdachte. De klacht heeft betrekking op de toon van en de uitlatingen in de door verweerder voorgedragen pleitnota. Klaagster verwijt verweerder dat deze zich op onnodig grievende wijze heeft uitgelaten over het slachtoffer. Klaagster heeft desgevraagd ter zitting van de raad verklaard dat zij in haar hoedanigheid van advocaat-generaal een van de bewakers van de orde en de naleving van de fatsoenregels in de rechtszaal is en dat zij als procesdeelnemer verontwaardigd was over verweerders uitlatingen. Ook heeft klaagster betoogd dat het slachtoffer niet mag worden belast met het indienen van een tuchtklacht tegen verweerder, dat klaagster voor het slachtoffer mag opstaan en het handelen van verweerder aan de orde mag stellen. Naar het oordeel van de raad heeft klaagster daarmee niet voldoende gemotiveerd gesteld in welk belang zij rechtstreeks is of kan worden getroffen bij de gedragingen van verweerder ter zitting van het hof d.d. 24 januari 2019. Dat is ook niet gebleken. De kern van de klacht betreft de uitlatingen van verweerder over het slachtoffer. Aldus is het slachtoffer, en niet klaagster, degene die rechtstreeks in haar belang kan zijn getroffen. De raad overweegt voorts dat het mede tot de taak van Openbaar Ministerie behoort om een behoorlijke strafrechtspleging en een eerlijk proces in strafzaken te bevorderen. Dat een behoorlijke strafrechtspleging en een eerlijk proces door verweerders optreden in het geding waren is evenwel gesteld noch gebleken. Klaagster is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2084c

    Klacht tegen chirurg, in het kader van zijn taak als door de rechtbank benoemde deskundige , die onder meer wordt verweten dat hij, ondanks diverse herinneringen van beide advocaten en de rechtbank, veel te lang over het opstellen van zijn concept- en definitieve rapport heeft gedaan, dat hij zijn nota niet tijdig naar de rechtbank heeft gestuurd, waardoor opnieuw vertraging is ontstaan en dat het door hem opgestelde deskundigenrapport niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet en onjuistheden bevat. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:1 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200286

    Beklag tegen beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen (art. 13 Advw). Het hof oordeelt dat de deken klager vaak genoeg in de gelegenheid heeft gesteld het aanwijzingsverzoek aan te vullen om voor aanwijzing in aanmerking te komen. De deken heeft het verzoek dan ook op gegronde reden afgewezen. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:7 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-891/DB/OB

    Het staat de advocaat van de wederpartij vrij om het strandpunt van haar cliënte te verwoorden en de zorgen van haar cliënte over de opstelling van klager (waaronder het indienen van klachten over verweerster en een fraudemelding bij de Raad voor Rechtsbijstand) te vermelden. Klager heeft geen eigen belang bij zijn klacht over de inhoud van de toevoegingsaanvraag van zijn wederpartij.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:121 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-786/DB/LI

    Nu niet is gebleken dat klager door de beslaglegging in zijn belangen is of kon worden geschaad kan klager niet als belanghebbende worden gekwalificeerd. Kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:8 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-602/DB/OB/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft erkend dat hij zonder voorafgaand overleg met de deken van cliënten V en K contante betalingen in ontvangst heeft genomen en dat hij deze gelden vervolgens “zwart” ter voldoening van de betaling van bonussen aan medewerkers van het advocatenkantoor heeft uitbetaald. Verweerder heeft erkend dat hij, zonder voorafgaand overleg met de deken, in strijd met gedragsregel 19 lid 2 heeft gehandeld door van twee cliënten een jacuzzi en zonnepanelen in ontvangst te nemen ter voldoening van declaraties, die vervolgens in de kantooradministratie werden gecrediteerd. Van bijzondere omstandigheden die deze handelwijze rechtvaardigden is de raad niet gebleken. Als uitdrukkelijk door verweerder erkend staat vast staat dat verweerder aan mrs. E en Van H bonnussen heeft uitbetaald. Deze uitbetalingen hebben plaatsgevonden door deze bedragen eerst van de holding van verweerder naar diens privé-rekening over te boeken en vervolgens van diens privé-rekening aan mrs. E en Van H. De loonheffing over deze bonussen is aldus niet betaald. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder hiermee in strijd met artikel 6.5 Voda gehandeld, hetgeen hem tuchtrechtelijk moet worden aangerekend. Op grond van de stukken, het verhandelde ter zitting en de vaststaande feiten is de raad van oordeel dat verweerder zich bij aanvaarding van opdrachten onvoldoende heeft vergewist van de identiteit van de cliënt. Dekenbezwaar deels gegrond, deels ongegrond. Schorsing van 8 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk. Proceskostenveroordeling.