Zoekresultaten 13711-13720 van de 47494 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:14 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-407/DH/DH
- Datum publicatie: 15-01-2021
- Datum uitspraak: 04-01-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:14
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:37 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/59
- Datum publicatie: 15-01-2021
- Datum uitspraak: 21-12-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:37
De klacht van klager bestaat (kort gezegd) uit de volgende onderdelen. A) Klager verwijt de notaris onzorgvuldig handelen bij het passeren van vaders testament. De onzorgvuldigheid zit hem volgens klager in het volgende. 1. In het testament staat vermeld dat [X] de dochter is van klager, terwijl klager geen dochter heeft. 2. In het testament staat de derde voornaam van klager onjuist vermeld. 3. In het testament staat ten onrechte vermeld dat klager zich in het verleden € 15.000,-- heeft toegeëigend, zonder dat deze stelling wordt toegelicht en/of onderbouwd. 4. De notaris heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de wilsbekwaamheid van vader. Klager twijfelt aan de echtheid van vaders handtekening onder het testament. B) De notaris heeft onzorgvuldig gehandeld in de communicatie jegens klager. Alle klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. Voor zover klager de kamer verzoekt om de geldigheid van vaders testament te beoordelen, heeft de kamer overwogen dat de Wna niet in deze mogelijkheid voorziet. Het oordeel hierover is voorbehouden aan de civiele rechter. Klager is dan ook niet-ontvankelijk verklaard in dit verzoek.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:8 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.379
- Datum publicatie: 15-01-2021
- Datum uitspraak: 15-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:8
Klacht tegen fysiotherapeut. Klaagster is bij beklaagde onder behandeling geweest voor lage rugklachten. De klacht luidt als volgt: a. Er is sprake van onprofessioneel gedrag van beklaagde: hij heeft de huissleutel en het bankpasje van beklaagde gekregen; hij heeft de werk- en privérelatie door elkaar laten lopen door onder meer tussentijdse bezoekjes en etentjes. b. Beklaagde is een seksuele relatie met beklaagde aangegaan. c. Beklaagde heeft ook cash geld ontvangen voor de behandelingen thuis en dit geld niet afgerekend met zijn werkgever. Er is sprake geweest van financieel gewin. Het Regionaal Tuchtcollege legt een voorwaardelijke schorsing op voor de duur van een jaar met een proeftijd van twee jaar met algemene en bijzondere voorwaarden. IGJ komt in beroep tegen deze beslissing, omdat de toezichthoudende taak voor de inspectie niet uitvoerbaar is. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege maar uitsluitend wat betreft de bijzondere voorwaarde en wijzigt deze in de door de Inspectie voorgestane zin; het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing voor het overige met publicatie.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:4 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-384/DH/DH
- Datum publicatie: 15-01-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:4
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen 2035
- Datum publicatie: 15-01-2021
- Datum uitspraak: 15-01-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:8
Klacht tegen uroloog gegrond. Bij het operatief verwijderen van een nier met daarin een tumor is de complicatie “spill” opgetreden. Verweerder heeft de patiënt daarover verwijtbaar onvoldoende geïnformeerd en niet actief gehandeld en is daardoor tekortgeschoten in zijn nazorg en communicatie in de maanden na de operatie. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:3 Raad van Discipline Amsterdam 20-609/A/A
- Datum publicatie: 15-01-2021
- Datum uitspraak: 04-01-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:3
Ongegronde klacht over de eigen advocaat. In de memorie van grieven heeft verweerster de grondslag van de vordering uitgebreid toegelicht, namelijk dat sprake is van connexiteit tussen de woning en de parkeerplaats. Dat verweerster in het petitum de term connexiteit niet expliciet heeft genoemd, betekent, zoals verweerster terecht heeft aangevoerd, niet dat het hof daarover niet hoefde te oordelen. Het valt verweerster dan ook niet tuchtrechtelijk te verwijten dat zij die term niet in het petitum heeft genoemd. Verweerster heeft in de memorie van grieven wel degelijk verwezen naar de relevante jurisprudentie. Ook overigens heeft verweerster geen steken laten vallen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:11 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.058
- Datum publicatie: 15-01-2021
- Datum uitspraak: 15-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:11
Klager, obees en met vermoeidheidsklachten en een beperkte inspanningstolerantie, is door zijn huisarts voor een second opinion aangemeld bij de instelling waar verweerster, kinderarts, werkzaam is. Een jaar na verwijzing is door verweerster samen met klager en zijn ouders tot opname besloten. De opname is door de ouders van klager voortijdig afgebroken. Het voorgenomen onderzoek is op enig moment alsnog uitgevoerd. Uit het onderzoek kwamen geen afwijkingen naar voren. In 2018 voert verweerster anoniem telefonisch overleg met Veilig Thuis vanwege een toename van de klachten en vanwege het feit dat klager al lange tijd niet naar school ging. Twee maanden nadien heeft verweerster de behandeling overgedragen aan een kinderarts in een andere instelling. Klager verwijt verweerster zakelijk weergegeven dat zij: a. Klager en zijn ouders niet serieus heeft genomen; b. Gedurende de gehele opname van klager niet aanwezig was; c. Niet op de hoogte was van enige reactie van klager op medicatie; d. Zonder overleg met de ouders overleg heeft gehad met Veilig Thuis; e. De verkeerde diagnose heeft gesteld naar aanleiding van chromosoomonderzoek en als gevolg daarvan verkeerd heeft doorverwezen; f. Geen kennis heeft van HIX. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en gelast de publicatie.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:124 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-699/DB/LI
- Datum publicatie: 15-01-2021
- Datum uitspraak: 17-12-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:124
Het staat de advocaat van de wederpartij vrij om het standpunt van zijn cliënt te verwoorden, klaagster namens zijn cliënt een regeling voor te stellen en indien zij hiermee niet akkoord wenste te gaan een procedure in het vooruitzicht te stellen. Niet gebleken is dat die advocaat zijn cliënt ertoe heeft aangezet de alimentatiebetalingen aan klaagster te staken. Geen belemmering om de rechtbank te verzoeken klaagster in de proceskosten te veroordelen. Door wie de proceskosten uiteindelijk worden voldaan doet hieraan niets af, aangezien het kosten aan de zijde van de cliënt van verweerder betreft. Een advocaat mag in beginsel afgaan op de informatie die hij van zijn cliënt ontvangt. Dit geldt ook voor een rapport van een door zijn cliënt ingeschakeld recherchebureau. Klaagster wordt door de wijze van factureren van de advocaat van de wederpartij aan zijn cliënt niet in haar belang getroffen. Klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:15 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-377/DH/RO
- Datum publicatie: 15-01-2021
- Datum uitspraak: 04-01-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:15
Verweerder heeft klager aan zijn lot overgelaten door een ontslagzaak in behandeling te nemen, maar klager vervolgens gedurende anderhalf jaar niet op de hoogte te houden. Onduidelijk is zelfs wat verweerder voor klager heeft gedaan en wat de huidige stand van zaken in de ontslagzaak is. Verweerder is sedert geruime tijd onbereikbaar voor klager gebleken. Verweerder heeft klager hierdoor ernstig benadeeld. Het nalaten van verweerder raakt aan de kernwaarden kwaliteit en integriteit en is daarom onbetamelijk. Verweerder heeft op de zitting excuses gemaakt en verklaard dat medische problemen ten grondslag liggen aan zijn nalaten jegens klager. Verweerder heeft ervoor gekozen om uit privacy oogpunt zijn medische problemen niet nader te onderbouwen. De raad heeft geen reden om te twijfelen aan de oprechtheid van de verklaring van verweerder maar ziet deze niettemin niet als een grond voor matiging van de maatregel. Ook verweerders mededeling dat hij voornemens is zijn praktijk zo spoedig mogelijk te beëindigen wordt, tegen de achtergrond van de ernst van de nalatigheid, niet in matigende zin meegewogen. In aanmerking genomen dat verweerder bovendien in een andere klachtzaak is veroordeeld voor vergelijkbaar gedrag acht de raad de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van vier weken passend.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:9 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.076
- Datum publicatie: 15-01-2021
- Datum uitspraak: 15-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:9
.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1371
- Pagina: 1372
- Pagina: 1373
- ...
- Pagina: 4750
- Volgende pagina zoekresultaten